Artikel 7:354 BW – Verbeteringen aan het gepachte
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 5. Pacht › Afdeling 7. Verplichtingen van de pachter · niet-officieel opschrift
1Indien gedurende de pacht dringende werkzaamheden aan het gepachte moeten worden uitgevoerd of de verpachter krachtens artikel 56 van Boek 5 iets moet toestaan ten behoeve van een naburig erf, moet de pachter daartoe gelegenheid geven, onverminderd zijn aanspraken op vermindering van de pachtprijs, op ontbinding van de pachtovereenkomst en op schadevergoeding.
2De verpachter is niet bevoegd verbeteringen op of aan het verpachte aan te brengen dan na schriftelijke toestemming van pachter.
3Indien de pachter de toestemming niet verleent, kan de verpachter aan de grondkamer machtiging vragen tot het aanbrengen van de verbeteringen.
4De grondkamer verleent de machtiging slechts, indien de verbeteringen noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van het gepachte en geen zwaarwichtige bezwaren aan de zijde van de pachter zich tegen het aanbrengen daarvan verzetten.
5De grondkamer kan aan de machtiging voorwaarden verbinden of daarbij een last opleggen. Zij kan op verzoek van de pachter of de verpachter de pachtprijs herzien, indien de verbeteringen daartoe aanleiding geven.
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:346Betaling van de pachtprijs
- Artikel 7:347Goed pachterschap
- Artikel 7:348Veranderingen aan het gepachte
- Artikel 7:349Ongedaanmaking van veranderingen door pachter
- Artikel 7:350Vergoeding voor aangebrachte verbeteringen door de pachter
- Artikel 7:351Kleine herstellingen door de pachter
- Artikel 7:352Aansprakelijkheid van de pachter voor schade
- Artikel 7:353Aansprakelijkheid van de pachter voor gebruikers
- Artikel 7:355Toestemming voor onderverpachting
- Artikel 7:356Kennisgevingsplicht van de pachter
- Artikel 7:357Duldplicht kennisgevingen en bezichtiging
- Artikel 7:358Oplevering van het gepachte
- Artikel 7:359Vergoeding bij onrechtmatig gebruik na pachteinde
- Artikel 7:360