Artikel 7:360 BW
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 5. Pacht › Afdeling 7. Verplichtingen van de pachter
1De afgaande en opkomende pachters zijn verplicht elkander over en weer met al datgene te gerieven, wat vereist wordt om het betrekken en het verlaten van het gepachte gemakkelijker te maken, zowel wat betreft het gebruik voor het volgende jaar, het inoogsten van nog te velde staande vruchten en het betrekken van de gebouwen als anderszins.
2De te dezen nalatige pachter is zowel jegens de andere pachter als jegens de verpachter tot schadevergoeding gehouden.
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:348Veranderingen aan het gepachte
- Artikel 7:349Ongedaanmaking van veranderingen door pachter
- Artikel 7:350Vergoeding voor aangebrachte verbeteringen door de pachter
- Artikel 7:351Kleine herstellingen door de pachter
- Artikel 7:352Aansprakelijkheid van de pachter voor schade
- Artikel 7:353Aansprakelijkheid van de pachter voor gebruikers
- Artikel 7:354Verbeteringen aan het gepachte
- Artikel 7:355Toestemming voor onderverpachting
- Artikel 7:356Kennisgevingsplicht van de pachter
- Artikel 7:357Duldplicht kennisgevingen en bezichtiging
- Artikel 7:358Oplevering van het gepachte
- Artikel 7:359Vergoeding bij onrechtmatig gebruik na pachteinde