Artikel 7:610a BW – Rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 10. Arbeidsovereenkomst › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Wie gedurende drie opeenvolgende maanden, wekelijks of ten minste twintig uren per maand, tegen beloning arbeid verricht voor een ander, wordt vermoed dit te doen krachtens een arbeidsovereenkomst. Dit is een wettelijk vermoeden dat ontstaat zodra aan deze voorwaarden van duur en omvang is voldaan.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Hij die ten behoeve van een ander tegen beloning door die ander gedurende drie opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst.
Rechtspraak over Artikel 7:610a BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:610Begrip arbeidsovereenkomst
- Artikel 7:610bVermoeden van arbeidsomvang
- Artikel 7:611Goed werkgeverschap en goed werknemerschap
- Artikel 7:611aScholing van de werknemer
- Artikel 7:612Bekwaamheid minderjarige tot arbeidsovereenkomst
- Artikel 7:613Eenzijdig wijzigingsbeding arbeidsvoorwaarden
- Artikel 7:613a
- Artikel 7:613b
- Artikel 7:613c
- Artikel 7:614Aanvang verjaringstermijn vernietigingsgronden arbeidsovereenkomst
- Artikel 7:615