Artikel 7:717 BW – Vakantie van de zeevarende
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 10. Arbeidsovereenkomst › Afdeling 12. Bijzondere bepalingen terzake van de zee-arbeidsovereenkomst · niet-officieel opschrift
1De zeevarende verwerft over ieder jaar waarin hij gedurende de volledige overeengekomen arbeidsduur recht op loon heeft gehad, aanspraak op vakantie van ten minste 30 kalenderdagen.
2De zeevarende behoudt zijn aanspraak op vakantie over het tijdvak gedurende hetwelk hij studieverlof geniet.
3Tot vakantie worden niet gerekend:
a. officieel of algemeen erkende feestdagen;
b. tijdelijk verlof om aan wal te gaan;
c. compensatieverlof;
d. de duur van het vervoer, bedoeld in lid 6;
e. de tijd doorgebracht in afwachting van repatriëring en de reisduur in verband met repatriëring.
4De werkgever is verplicht om de vakantie, bedoeld in lid 1, aaneengesloten te geven. Van deze verplichting kan worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.
5De vakantie, bedoeld in lid 1 en in artikel 641 lid 3 , wordt desverzocht aan de zeevarende gegeven in de plaats waar de dienst aan boord is aangevangen, of de plaats waar de zee-arbeidsovereenkomst is aangegaan, al naar gelang die plaats het dichtst is gelegen bij de woonplaats of gewone verblijfplaats van de zeevarende. Van dit lid kan worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.
6Indien de zeevarende genoodzaakt is de vakantie, bedoeld in lid 1 en in artikel 641 lid 3 , aan te vangen op een andere plaats dan die bedoeld in lid 5, zorgt de werkgever voor kosteloos vervoer naar die andere plaats en voor betaling van de kosten van levensonderhoud gedurende dat vervoer.
7De werkgever heeft de bevoegdheid een zeevarende die zijn vakantie, bedoeld in lid 1 en in artikel 641 lid 3 , geniet, terug te roepen indien daartoe gewichtige redenen zijn en na overleg met de zeevarende. De schade die de zeevarende hierdoor lijdt, wordt door de werkgever vergoed.
8Een rechtsvordering tot toekenning van vakantie verjaart door verloop van drie jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.
Repatriëring
Verwijzingen in dit artikel
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
3
- Artikel 7:693Aansprakelijkheid van de derde bij uitzendarbeid
- Artikel 7:738Aansprakelijkheid van de scheepsbeheerder
- Artikel 7:740Toepasselijke bepalingen zee-arbeidsovereenkomst zeevisserij
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:705Bevoegde kantonrechter bij zee-arbeidsovereenkomst
- Artikel 7:706Voldoening van loon aan boord
- Artikel 7:707Overmaking van loon door zeevarende
- Artikel 7:708Voldoening van loon aan boord
- Artikel 7:709Toeslag voor overwerk van de zeevarende
- Artikel 7:710Loon bij andere werkzaamheden
- Artikel 7:711Buitengewone beloning voor behoud van het zeeschip
- Artikel 7:712Aandeel in sleeploon
- Artikel 7:713Verjaring van loonvordering
- Artikel 7:714Loonsverhoging bij verlengde reis
- Artikel 7:715Maandelijkse opgave van munteenheid of koers
- Artikel 7:716Geen loon bij weigering van arbeid
- Artikel 7:718Recht op repatriëring van de zeevarende
- Artikel 7:719Uitkeringen bij schipbreuk of ramp
- Artikel 7:720Overlijden van de zeevarende aan boord
- Artikel 7:721Proeftijd tijdens dienst aan boord
- Artikel 7:722Einde van zee-arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
- Artikel 7:723Einde van de zee-arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
- Artikel 7:724Opzegging van de zee-arbeidsovereenkomst
- Artikel 7:725Opzegging tijdens reis van het zeeschip
- Artikel 7:726Dringende redenen voor ontslag op staande voet
- Artikel 7:727Dringende redenen voor de zeevarende
- Artikel 7:728Bevoegde kantonrechter bij ontbinding
- Artikel 7:729Einde zee-arbeidsovereenkomst door overmacht