Artikel 7:720 BW – Overlijden van de zeevarende aan boord
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 10. Arbeidsovereenkomst › Afdeling 12. Bijzondere bepalingen terzake van de zee-arbeidsovereenkomst · niet-officieel opschrift
1Indien de zeevarende overlijdt gedurende de dienst aan boord van het zeeschip of aan de wal in verband met de dienst aan boord, komen voor rekening van de werkgever:
a. indien de lijkbezorging plaatsvindt buiten het land waar hij zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, de daartoe gemaakte kosten;
b. indien de lijkbezorging plaatsvindt in het land waar hij zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, de kosten van en in verband met het vervoer van het stoffelijk overschot naar de woonplaats of gewone verblijfplaats in dat land, alsmede de kosten van en in verband met de daartoe noodzakelijke opgraving van het stoffelijk overschot.
2De kapitein is verplicht te zorgen voor de aan boord achtergelaten zaken van een gedurende de reis ziek geworden, vermiste of overleden zeevarende en hij is verplicht ten overstaan van twee zeevarenden een behoorlijke beschrijving daarvan op te maken, die door hem en door deze zeevarenden wordt ondertekend. De kapitein draagt er zorg voor dat deze zaken worden afgegeven aan de zeevarende of in geval van vermissing of overlijden aan zijn nagelaten betrekkingen, bedoeld in artikel 674 lid 3 .
3Indien de woonplaats of gewone verblijfplaats van de zeevarende of zijn nagelaten betrekkingen onbekend is of de nagelaten betrekkingen onbekend zijn, is de werkgever verplicht de aan boord achtergelaten zaken gedurende drie jaren te bewaren. Na het verstrijken van deze termijn is de werkgever bevoegd de zaken te verkopen of, indien de zaken zich niet voor verkoop lenen, deze om niet aan een derde in eigendom over te dragen of te vernietigen.
4In geval van verkoop wordt de opbrengst in de consignatiekas gestort. De in de consignatiekas gestorte opbrengst treedt in de plaats van de zaken.
Einde van de zee-arbeidsovereenkomst
Verwijzingen in dit artikel
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
3
- Artikel 7:693Aansprakelijkheid van de derde bij uitzendarbeid
- Artikel 7:737Verplichtingen van de scheepsbeheerder
- Artikel 7:738Aansprakelijkheid van de scheepsbeheerder
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:708Voldoening van loon aan boord
- Artikel 7:709Toeslag voor overwerk van de zeevarende
- Artikel 7:710Loon bij andere werkzaamheden
- Artikel 7:711Buitengewone beloning voor behoud van het zeeschip
- Artikel 7:712Aandeel in sleeploon
- Artikel 7:713Verjaring van loonvordering
- Artikel 7:714Loonsverhoging bij verlengde reis
- Artikel 7:715Maandelijkse opgave van munteenheid of koers
- Artikel 7:716Geen loon bij weigering van arbeid
- Artikel 7:717Vakantie van de zeevarende
- Artikel 7:718Recht op repatriëring van de zeevarende
- Artikel 7:719Uitkeringen bij schipbreuk of ramp
- Artikel 7:721Proeftijd tijdens dienst aan boord
- Artikel 7:722Einde van zee-arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
- Artikel 7:723Einde van de zee-arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
- Artikel 7:724Opzegging van de zee-arbeidsovereenkomst
- Artikel 7:725Opzegging tijdens reis van het zeeschip
- Artikel 7:726Dringende redenen voor ontslag op staande voet
- Artikel 7:727Dringende redenen voor de zeevarende
- Artikel 7:728Bevoegde kantonrechter bij ontbinding
- Artikel 7:729Einde zee-arbeidsovereenkomst door overmacht
- Artikel 7:730Beëindiging zee-arbeidsovereenkomst bij staking reis
- Artikel 7:731Schriftelijke afrekening na dienst aan boord
- Artikel 7:732Medewerking aan scheepsverklaring na einde zee-arbeidsovereenkomst