Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Artikel 7:928 BW – Mededelingsplicht bij het aangaan van de verzekering

Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 17. Verzekering › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift

Kort uitgelegd

Dit artikel verplicht de verzekeringnemer om voor het sluiten van de overeenkomst alle feiten te melden die hij kent of behoort te kennen en waarvan hij weet of behoort te begrijpen dat zij de beslissing van de verzekeraar beinvloeden. Bij een bekende derde geldt dit ook voor diens feiten, behalve bij persoonsverzekering; daar geldt een aparte mededelingsplicht als de derde zestien jaar of ouder is. De plicht geldt niet voor reeds bekende feiten, feiten zonder ongunstig effect, of onderzoeken die wettelijk niet mogen. Strafrechtelijk verleden hoeft slechts beperkt gemeld, en bij een vragenlijst kan de verzekeraar niet-gestelde vragen niet tegenwerpen, behalve bij opzettelijke misleiding.

Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.

1De verzekeringnemer is verplicht vóór het sluiten van de overeenkomst aan de verzekeraar alle feiten mede te delen die hij kent of behoort te kennen, en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar of, en zo ja, op welke voorwaarden, hij de verzekering zal willen sluiten, afhangt of kan afhangen.
2Indien de belangen van een bij het aangaan van de verzekering bekende derde worden gedekt, omvat de in lid 1 bedoelde verplichting mede de hem betreffende feiten die deze kent of behoort te kennen, en waarvan naar deze weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar afhangt of kan afhangen. De vorige zin mist toepassing bij persoonsverzekering.
3Betreft een persoonsverzekering het risico van een bekende derde die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, dan omvat de mededelingsplicht mede de hem betreffende feiten die deze kent of behoort te kennen en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar afhangt of kan afhangen.
4De mededelingsplicht betreft niet feiten die de verzekeraar reeds kent of behoort te kennen, en evenmin feiten, die niet tot een voor de verzekeringnemer ongunstiger beslissing zouden hebben geleid. De verzekeringnemer of de derde, bedoeld in lid 2 of lid 3, kan zich er echter niet op beroepen dat de verzekeraar bepaalde feiten reeds kent of behoort te kennen indien op een daarop gerichte vraag een onjuist of onvolledig antwoord is gegeven. De mededelingsplicht betreft voorts geen feiten waarnaar ingevolge de artikelen 3 tot en met 6 van de Wet op de medische keuringen in de daar bedoelde gevallen geen medisch onderzoek mag worden verricht en geen vragen mogen worden gesteld.
5De verzekeringnemer is slechts verplicht feiten mede te delen omtrent zijn strafrechtelijk verleden of omtrent dat van derden, voor zover zij zijn voorgevallen binnen de acht jaren die aan het sluiten van de verzekering vooraf zijn gegaan en voor zover de verzekeraar omtrent dat verleden uitdrukkelijk een vraag heeft gesteld in niet voor misverstand vatbare termen.
6Indien de verzekering is gesloten op de grondslag van een door de verzekeraar opgestelde vragenlijst, kan deze zich er niet op beroepen dat vragen niet zijn beantwoord, of feiten waarnaar niet was gevraagd, niet zijn medegedeeld, en evenmin dat een in algemene termen vervatte vraag onvolledig is beantwoord, tenzij is gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden.

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 7:928 BW

213

Artikelen die naar dit artikel verwijzen

5

Andere artikelen in dit onderdeel

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.