Artikel 7:940 BW – Opzegtermijnen bij verzekeringsovereenkomst
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 17. Verzekering › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Bij opzegging tegen het einde van een verzekeringsperiode teneinde verlenging van de overeenkomst te verhinderen, wordt een termijn van twee maanden in acht genomen.
2De verzekeringnemer en, tenzij het een persoonsverzekering betreft, de verzekeraar kunnen een overeenkomst die is aangegaan voor een periode van meer dan vijf jaar, of die voor zulk een periode is verlengd, opzeggen tegen het einde van elk vijfde jaar binnen die periode. Daarbij geldt de in lid 1 genoemde termijn.
3Indien de verzekeraar de bevoegdheid heeft bedongen de overeenkomst tussentijds op te zeggen, komt de verzekeringnemer een gelijke bevoegdheid toe. Tenzij jegens hem is gehandeld met het opzet tot misleiding neemt de verzekeraar onderscheidenlijk de verzekeringnemer daarbij een termijn van twee maanden in acht. Indien een verzekering dekking biedt tegen schade veroorzaakt door risico’s als bedoeld in artikel 3:38 van de Wet op het financieel toezicht , kan, bij de verwezenlijking van een dergelijk risico of bij een dreiging van het ophanden zijn daarvan, de verzekeraar onderscheidenlijk de verzekeringnemer in afwijking van deze termijn van twee maanden, de overeenkomst met inachtneming van een termijn van zeven dagen opzeggen. De verzekeraar kan slechts tussentijds opzeggen op in de overeenkomst vermelde gronden welke van dien aard zijn dat gebondenheid aan de overeenkomst niet meer van de verzekeraar kan worden gevergd.
4Indien de verzekeraar de voorwaarden van de overeenkomst ten nadele van de verzekeringnemer of de tot uitkering gerechtigde wijzigt, is de verzekeringnemer gerechtigd de overeenkomst op te zeggen tegen de dag waarop de wijziging ingaat, en in ieder geval gedurende één maand nadat de wijziging hem is meegedeeld.
5De verzekeraar kan een persoonsverzekering niet beëindigen of wijzigen op grond van verzwaring van het gezondheidsrisico, voor zover dat is gelegen in de persoon van degeen, die de verzekering betreft.
6De verzekeringnemer kan de overeenkomst steeds langs elektronische weg opzeggen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de verzending van opzeggingen langs elektronische weg.
7De voordracht voor een krachtens het zesde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Rechtspraak over Artikel 7:940 BW
32
2026-03-06
2025-06-17
2024-09-10
2024-07-16
2021-08-04
2021-06-02
2021-06-02
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:928Mededelingsplicht bij het aangaan van de verzekering
- Artikel 7:929Gevolgen van schending mededelingsplicht
- Artikel 7:930Recht op uitkering bij schending mededelingsplicht
- Artikel 7:931Uitsluiting vernietigingsgronden voor verzekeraar
- Artikel 7:932Afgifte van de polis en vervangend bewijsstuk
- Artikel 7:933Schriftelijke mededelingen van verzekeraar
- Artikel 7:934Aanmaning bij niet-betaling vervolgpremie
- Artikel 7:935Verrekening door de verzekeraar
- Artikel 7:936Verhouding tussen verzekeraar, tussenpersoon en verzekeringnemer
- Artikel 7:937Bevrijdende betaling aan tussenpersoon
- Artikel 7:938Premievrijstelling bij ontbreken risico
- Artikel 7:939Premievermindering bij tussentijdse opzegging
- Artikel 7:941Mededelings- en inlichtingenplicht bij verzekering
- Artikel 7:942Verjaring van vordering tot uitkering
- Artikel 7:943Dwingend recht bij verzekering