Kort uitgelegd
Artikel 177 Rv regelt het verhoor van getuigen. De rechter vraagt eerst naar naam, voornamen, leeftijd, beroep, woon- of verblijfplaats, en of de getuige bloed- of aanverwant of werknemer is van partijen. Daarna zweert de getuige de eed om de gehele waarheid te zeggen. Kan een getuige de betekenis van de eed niet beseffen, of is hij nog geen zestien jaar, dan wordt hij niet beëdigd maar aangemaand de waarheid te zeggen; het vonnis moet dan apart motiveren waarom op die verklaring bewijs is gebaseerd. Ook anders mag een onbeëdigde verklaring alleen meetellen als het vonnis vermeldt dat de eed ten onrechte niet is afgenomen en herhoren onmogelijk is.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
1Op de bepaalde dag vraagt de rechter de getuigen hun naam, voornamen, leeftijd, beroep en woon- of verblijfplaats, of zij bloed- of aanverwant zijn van de partijen of van een van hen, en zo ja in welke graad, alsmede of zij in dienstverband staan tot partijen of een van hen.
2De getuigen zweren, alvorens hun getuigenis af te leggen, op de bij de wet bepaalde wijze de eed de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen.
3Indien een getuige de betekenis van de eed niet voldoende kan beseffen of de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, wordt hij niet beëdigd, maar wordt hij aangemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen. Indien het bewijs mede wordt aangenomen op de verklaring van een zodanige getuige, geeft het vonnis daarvan in het bijzonder reden.
4Overigens mag de rechter aan een onbeëdigde verklaring slechts bewijs ontlenen indien hij in het vonnis vermeldt dat de eed ten onrechte niet is afgenomen en dat het niet mogelijk is de getuige opnieuw te horen.
Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.