Kort uitgelegd
Dit artikel regelt de rol van de raad voor de kinderbescherming in zaken over minderjarigen, behalve zaken over levensonderhoud. De rechter kan advies van de raad inwinnen als hij dit nodig acht en kan de raad in elke stand van de zaak oproepen. De raad kan ook uit eigen beweging schriftelijk zijn mening geven of ter zitting verschijnen. Hij krijgt daartoe onverwijld een afschrift van het verzoekschrift en wordt tijdig over de zitting geïnformeerd. Bij ondertoezichtstelling, met uitzondering van toepassing van de artikelen 264 en 265 Boek 1 BW, of bij beëindiging van gezag of voogdij, beslist de rechter pas na verhoor of behoorlijke oproeping van de raad.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
1De rechter kan in zaken betreffende minderjarigen, uitgezonderd die welke zijn levensonderhoud betreffen, indien hij dit met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk acht, het advies van de raad voor de kinderbescherming inwinnen. Hij kan de raad daartoe in elke stand van de zaak oproepen.
2De raad voor de kinderbescherming kan in deze zaken eigener beweging zijn mening schriftelijk aan de rechter kenbaar maken of ter terechtzitting verschijnen, indien de raad dit met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk acht.
3De raad voor de kinderbescherming ontvangt daartoe onverwijld een afschrift van het verzoekschrift, en wordt tijdig van het tijdstip van de terechtzitting op de hoogte gesteld.
4Indien de zaak evenwel de ondertoezichtstelling van een minderjarige betreft, de toepassing of overeenkomstige toepassing van de artikelen 264 en 265 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek daaronder niet begrepen, dan wel de beëindiging van het ouderlijk gezag of van de voogdij, beslist de rechter niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping daartoe van de raad voor de kinderbescherming.
Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.