Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Programmawet

Kort samengevat

Deze wet regelt diverse aangelegenheden met betrekking tot mobiliteit en vervoer, waaronder de samenwerking tussen overheidsinstanties, de financiering van verkeersveiligheid en de oprichting van begrotingsfondsen voor spoorwegveiligheid. Het wijzigt ook bestaande wetten betreffende de exploitatieveiligheid van spoorwegen.

Wat het regelt

  • De samenwerking tussen het Federaal Planbureau en de FOD Mobiliteit en Vervoer voor statistische informatie en analyses over mobiliteit.
  • De financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid, met een specifiek bedrag voor de opvolging van het verkeersveiligheidsbeleid van de politiediensten.
  • De oprichting van begrotingsfondsen voor de werking van het onderzoeksorgaan voor spoorwegongevallen en de Veiligheidsinstantie van de spoorwegen.
  • Wijzigingen aan de wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, met betrekking tot toelatingen en bijdragen.

Wie het betreft

  • Het Federaal Planbureau en de FOD Mobiliteit en Vervoer.
  • De infrastructuurbeheerder en spoorwegondernemingen.

Kernpunten

  • Het Federaal Planbureau levert statistische inlichtingen, ontwikkelt en onderhoudt een geïntegreerde gegevensbank met vervoersindicatoren en maakt transportsimulaties voor de FOD Mobiliteit en Vervoer.
  • Een bedrag, vastgesteld door de Koning na overleg in de Ministerraad, wordt toegekend aan de FOD Mobiliteit en Vervoer voor de opvolging van het verkeersveiligheidsbeleid van de politiediensten.
  • Er zijn twee nieuwe begrotingsfondsen opgericht: één voor het onderzoeksorgaan voor spoorwegongevallen en één voor de Veiligheidsinstantie van de spoorwegen.
  • Aanvragers van toelatingen voor ingebruikname van subsystemen en voertuigen zijn bijdragen verschuldigd: een aan de kostprijs gerelateerde bijdrage voor onderzoek, een geïndexeerde bijdrage van 750 euro voor administratieve kosten, en een aan de kostprijs gerelateerde bijdrage voor controle.
Wettekst
Wettekst

23 DECEMBER 2009. - Programmawet

(1)ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. TITEL 2. - Mobiliteit en vervoer HOOFDSTUK 1. - Samenwerking Federaal Planbureau en de FOD Mobiliteit en Vervoer Art. 2.In artikel 127, § 2, van de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 houdende sociale en diverse bepalingen, gewijzigd bij de programmawet van 17 juni 2009, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « Voor wat de mobiliteit aangaat, bezorgt het Federaal Planbureau de FOD Mobiliteit en Vervoer statistische inlichtingen. Het ontwikkelt en onderhoudt een geïntegreerde gegevensbank met vervoersindicatoren en opmaak van satellietrekeningen voor transport. Op vraag van en in overleg met de FOD Mobiliteit en Vervoer maakt het ook regelmatig transportsimulaties met een impactanalyse en analyseert het de beleidsopties. Deze diensten worden verleend op basis van een samenwerkingsakkoord tussen beide partijen dat een beschrijving geeft van het jaarlijkse werkprogramma, de uitvoeringswijze en de timing waarmee de diensten worden gerealiseerd, en de wijze waarop de informatie wordt gecommuniceerd. ». HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten8 betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid Art. 3.In artikel 5, § 1, 2°, van de wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten8 betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid, gewijzigd bij de programma wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten2, wordt een eerste streepje ingevoegd, luidend als volgt : « - het door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaald bedrag, dat toegekend wordt aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer voor de opvolging van het verkeersveiligheidsbeleid van de politiediensten in overleg met de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. ». HOOFDSTUK 3. - Oprichting van begrotingsfondsen Art. 4.§ 1. Bij toepassing van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten0 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, wordt een begrotingsfonds betreffende de werking van het onderzoeksorgaan voor de spoorwegongevallen opgericht. § 2. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, wordt de rubriek 33 - Mobiliteit en Vervoer, aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds : 33-10 Fonds betreffende de werking van het onderzoeksorgaan voor de spoorwegongevallen. Aard van de toegewezen ontvangsten De bijdragen die door de infrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen verschuldigd zijn als deelneming in de werkingskosten van het onderzoeksorgaan voor de spoorwegongevallen. Aard van de toegestane uitgaven Personeels- en werkingskosten van allerhande aard met betrekking tot het onderzoeksorgaan voor de spoorwegongevallen. ». Art. 5.§ 1. Bij toepassing van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten0 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, wordt een begrotingsfonds betreffende de werking van de Veiligheidsinstantie van de spoorwegen opgericht. § 2. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, wordt de rubriek 33 - Mobiliteit en Vervoer, aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds : 33-9 Fonds betreffende de werking van de Veiligheidsinstantie van de spoorwegen. Aard van de toegewezen ontvangsten - vergoedingen, verschuldigd door de aanvragers, voor de prestaties te verlenen door de Veiligheidsinstantie van de spoorwegen; - jaarlijkse bijdrage ten laste van de infrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen voor het toezicht op de veiligheid. Aard van de toegestane uitgaven Personeels- en werkingskosten van allerhande aard met betrekking tot de Veiligheidsinstantie van de spoorwegen. ». HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten4 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen Art. 6.In artikel 12 van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten4 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, gewijzigd bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : « 1° de toelating tot ingebruikname van de subsystemen van structurele aard die samen het spoorwegsysteem vormen en het controleren of deze subsystemen worden geëxploiteerd en onderhouden overeenkomstig de essentiële eisen die erop betrekking hebben;»; 2° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt : « 3° de toelating tot ingebruikname van voertuigen;». Art. 7.In artikel 14/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de paragrafen 1, 2 en 3 worden vervangen als volgt : « § 1.De aanvrager van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1° of 3° is, als deelneming in de kosten van het onderzoek door de veiligheidsinstantie, een aan de kostprijs van dat onderzoek gerelateerde bijdrage verschuldigd. § 2. De aanvrager van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1° of 3° is, als deelneming in de administratieve kosten van de veiligheidsinstantie, voor de aflevering van die toelating een geïndexeerde bijdrage verschuldigd. De in het eerste lid bedoelde bijdrage is vastgesteld op 750 euro. § 3. De titularis van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1° of 3° is, als deelname in de kosten van de controle door de veiligheidsinstantie, een aan de kostprijs van die controle gerelateerde bijdrage verschuldigd.»; 2° paragraaf 4 wordt opgeheven. Art. 8.In artikel 14/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « De in het eerste lid bedoelde bijdrage is vastgesteld op 20 euro. ». Art. 9.In artikel 14/3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt opgeheven;2° in paragraaf 2 wordt het woord « register » vervangen door de woorden « nationaal voertuigregister »;3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende : « De in het eerste lid bedoelde bijdrage is vastgesteld op 2 euro.»; 4° paragraaf 4 wordt opgeheven. Art. 10.In artikel 14/4 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord « geïndexeerde » ingevoegd tussen het woord « een » en het woord « bijdrage »;2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : « De in het eerste lid bedoelde bijdrage is vastgesteld op 280 euro. ». Art. 11.In titel II, hoofdstuk II, afdeling 2/1 van dezelfde wet wordt een artikel 14/4bis ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 14/4bis.§ 1. De bijdrage bedoeld in het artikel 14/1, § 1, wordt berekend per dagprestatie en fractie van een dagprestatie die door de veiligheidsinstanties aan de gevraagde dienst worden besteed. De vergoeding voor een dagprestatie bedraagt 750 euro en is geïndexeerd. § 2. Het bedrag van de in artikelen 14/1 tot 14/4 bedoelde forfaitaire bijdragen en van de in § 1 bedoelde dagprestatie wordt gekoppeld aan de gezondheidsindex van december 2009. Voor de volgende jaren wordt het totale bedrag jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex van december van het jaar voor het betrokken jaar. § 3. De in de artikelen 14/1 tot 14/4 bedoelde bijdragen worden betaald aan de FOD Mobiliteit en Vervoer ten laatste dertig dagen volgend op de datum van de uitnodiging tot betaling en volgens de instructies die in die uitnodiging zijn opgenomen. ». Art. 12.In titel II, hoofdstuk IV, van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen als volgt : « Afdeling 3. - Bijdragen naar aanleiding van de aanvraag of het bezit van een veiligheidsvergunning of een veiligheidscertificaat ». Art. 13.Artikel 33 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Art. 33.§ 1. De aanvrager van een veiligheidscertificaat deel A of deel B is als deelneming in de kosten van de Veiligheidsinstantie voor het onderzoek van het dossier een geïndexeerde bijdrage verschuldigd. De in het eerste lid bedoelde bijdrage is vastgesteld op 5.000 euro voor de aanvrager van een veiligheidscertificaat deel A. De in het eerste lid bedoelde bijdrage is vastgesteld op 2.000 euro voor de aanvrager van een veiligheidscertificaat deel B die op jaarbasis minder dan 200 miljoen reizigers-kilometers presteert. De in het eerste lid bedoelde bijdrage is vastgesteld op 10.000 euro voor de aanvrager van een veiligheidscertificaat deel B die op jaarbasis 200 miljoen reizigers-kilometers of meer presteert. De in het eerste lid bedoelde bijdrage is vastgesteld op 2.000 euro voor de aanvrager van een veiligheidscertificaat deel B die, op jaarbasis, minder dan 500 miljoen ton-kilometers goederenvervoer presteert. De in het eerste lid bedoelde bijdrage is vastgesteld op 10.000 euro voor de aanvrager van een veiligheidscertificaat deel B die, op jaarbasis, 500 miljoen ton-kilometers of meer goederenvervoer presteert. Voor de aanvrager van een veiligheidscertificaat deel B die zowel reizigers als goederen vervoert, worden de bedragen die overeenkomstig het derde tot het zesde lid van toepassing zijn, opgeteld. § 2. De aanvrager van een veiligheidsvergunning is als deelneming in de kosten van de Veiligheidsinstantie voor het onderzoek van het dossier een geïndexeerde bijdrage verschuldigd. De in het eerste lid bedoelde bijdrage is vastgesteld op 25.000 euro. § 3. Het bedrag van de in paragrafen 1 en 2 bedoelde bijdragen wordt gekoppeld aan de gezondheidsindex van december 2009. Voor de volgende jaren wordt het totale bedrag jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex van december van het jaar vóór het betrokken jaar. De bijdragen worden betaald aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer ten laatste dertig dagen volgend op de datum van de uitnodiging tot betaling en volgens de instructies die in die uitnodiging zijn opgenomen. De bijdragen worden niet teruggestort bij intrekking van het veiligheidscertificaat deel A, van het veiligheidscertificaat deel B of van de veiligheidsvergunning of bij stopzetting van de activiteiten waarvoor deze certificaten of deze vergunning gelden. ». Art. 14.In titel II, hoofdstuk IV, afdeling 3, van dezelfde wet, wordt een artikel 33/1 ingevoegd, luidende : « Art. 33/1.§ 1. De houder van een veiligheidsvergunning en de houders van een veiligheidscertificaat deel B die gebruik maken van het netwerk zijn, als deelneming in de kosten van de Veiligheidsinstantie voor het toezicht op de veiligheid van het spoorvervoer en de ontwikkeling van de regelgeving, een jaarlijkse, geïndexeerde bijdrage verschuldigd. De Koning bepaalt het bedrag bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Per kwartaal is één vierde van het jaarbedrag verschuldigd. De bijdrage wordt omgeslagen over de houder van een veiligheidsvergunning en de houders van een veiligheidscertificaat deel B. Het aandeel van de houder van een veiligheidsvergunning is dertig procent van het totale bedrag. Het aandeel van de houders van een veiligheidscertificaat deel B is zeventig procent van het globale bedrag. Dat aandeel wordt verdeeld over de houders in verhouding tot het aantal trein-kilometers dat zij gepresteerd hebben tijdens het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft. § 2. In geval van niet-betaling kan de veiligheidsvergunning of het veiligheidscertificaat worden geschorst. ». Art. 15.In titel II, hoofdstuk IV, afdeling 3, van dezelfde wet wordt een artikel 33/2 ingevoegd, luidende : « Art. 33/2.§ 1. De houder van een veiligheidsvergunning en de houders van een veiligheidscertificaat deel B die gebruik maken van het netwerk zijn, met het oog op de dekking van de kosten van het Onderzoeksorgaan voor het onderzoek van ongevallen en van het algemeen veiligheidsniveau, een jaarlijkse, geïndexeerde bijdrage verschuldigd. § 2. De Koning bepaalt het bedrag bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Per kwartaal is één vierde van het jaarbedrag verschuldigd. § 3. De bijdrage wordt omgeslagen over de houder van een veiligheidsvergunning en de houders van een veiligheidscertificaat deel B. Het aandeel van de houder van een veiligheidsvergunning is dertig procent van het totale bedrag. Het aandeel van de houders van een veiligheidscertificaat deel B is zeventig procent van het totale bedrag. Het aandeel van de houders van een veiligheidscertificaat deel B wordt verdeeld over die houders in verhouding tot het aantal trein-kilometers dat zij gepresteerd hebben tijdens het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft. § 4. In geval van niet-betaling kan de veiligheidsvergunning of het veiligheidscertificaat worden geschorst. ». Art. 16.In titel II, hoofdstuk IV, afdeling 3, van dezelfde wet wordt een artikel 33/3 ingevoegd, luidende : « Art. 33/3.§ 1. De houders van een veiligheidscertificaat deel B betalen de in artikel 33/1 en 33/2 bedoelde bijdragen aan de houder van de veiligheidsvergunning. De houder van de veiligheidsvergunning betaalt zijn bijdrage aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer bij het begin van het kwartaal, ten laatste dertig dagen volgend op de datum van de uitnodiging tot betaling en volgens de instructies die in die uitnodiging zijn opgenomen. De houder van de veiligheidsvergunning stort de door de houders van een veiligheidscertificaat deel B te betalen bedragen aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, samen met zijn eigen aandeel. § 2. In geval van niet-betaling kan de veiligheidsvergunning of het veiligheidscertificaat worden geschorst. ». Art. 17.De bepalingen van hoofdstuk 4 treden in werking op 1 januari 2010. TITEL 3. - Begroting HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten0 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat Art. 18.In artikel 72 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten0 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat worden de woorden « 31 maart » vervangen door de woorden « 30 juni ». Art. 19.In artikel 73 van dezelfde wet worden de woorden « 1 maart » vervangen door de woorden « 1 juni ». Art. 20.In artikel 75 van dezelfde wet worden de woorden « 31 mei » vervangen door de woorden « 31 augustus ». Art. 21.In artikel 76 van dezelfde wet worden de woorden « 30 juni » vervangen door de woorden « 30 september ». Art. 22.Artikel 134 van dezelfde wet, ingevoegd bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Art. 134.In afwijking van artikel 133, hebben de bepalingen van Titel II, van hoofdstuk I van Titel III en van Titels IV, V en VI, met uitzondering van artikel 38, uitwerking op 1 januari 2009 voor wat betreft de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en treden in werking op 1 januari 2010 voor wat betreft de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, de FOD Sociale Zekerheid, de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de POD Maatschappelijke Integratie, Strijd tegen de Armoede en Sociale Economie. In afwijking van het eerste lid, zijn de artikelen 19, 20, 21 en 26 van Titel II en hoofdstuk I van Titel III eveneens van toepassing gedurende de begrotingsjaren 2009 en 2010 op de andere federale en programmatorische overheidsdiensten van het algemeen bestuur. Voor de in het tweede lid bedoelde diensten dekken, voor het begrotingsjaar 2010, de vereffeningskredieten de bedragen die tijdens het begrotingsjaar worden geordonnanceerd in uitvoering van de voorafgaandelijk vastgelegde verbintenissen. In afwijking van het eerste en het tweede lid, treedt hoofdstuk 1 van Titel V eveneens in werking op 1 januari 2010 voor wat betreft de andere federale en programmatorische overheidsdiensten van het algemeen bestuur. ». Art. 23.Artikel 135 van dezelfde wet, ingevoegd bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Art 135. In afwijking van artikel 66 mogen vanaf 1 januari 2009 aan de rekenplichtigen van de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie, en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, en vanaf 1 januari 2010 aan de rekenplichtigen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, de FOD Sociale Zekerheid, de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de POD Maatschappelijke Integratie, Strijd tegen de Armoede en Sociale Economie, voorschotten worden toegekend om de betaling van sommige uitgaven mogelijk te maken. De maximumbedragen van die voorschotten en van de betrokken uitgaven, alsook de aard van deze laatste worden in de bijzondere departementale wetsbepalingen vastgesteld. ». Art. 24.In dezelfde wet wordt een artikel 136 ingevoegd, luidende : « Art. 136.In afwijking van artikel 16 zullen de diensten bedoeld in artikel 2 al hun vaste activa met al de nodige gegevens, overeenkomstig de balansklassen van het nieuwe algemene boekhoudplan bedoeld in artikel 5, uiterlijk op 31 december 2012 in het boekhoudsysteem opnemen. Daartoe zal de in artikel 16 bedoelde waardering van de vaste activa in het boekhoudsysteem worden ingevoerd volgens een door de diensten op te stellen en met hun jaarrekening te publiceren plan. In dit raam zullen de in artikel 2, 1°, bedoelde diensten hun nieuw verkregen vaste activa in het boekhoudsysteem waarderen vanaf : 1° 1 januari 2009 voor de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu; 2° 1 januari 2010 voor de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, de FOD Sociale Zekerheid, de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de POD Maatschappelijke Integratie, Strijd tegen de Armoede en Sociale Economie; 3° 1 januari 2011 voor de FOD Justitie, de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de FOD Financiën en de FOD Mobiliteit en Vervoer;4° 1 januari 2012 voor de FOD Binnenlandse Zaken, het Ministerie van Landsverdediging, de Federale Politie en de POD Wetenschapsbeleid. Alle financiële vaste activa worden bij de eerste presentatie van een balans onder de volledige algemene boekhouding gewaardeerd en gerapporteerd. ». Art. 25.De artikelen 18 tot 24 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2009. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten0 tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof Art. 26.Artikel 11 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten0 tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, vervangen bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Art. 11.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2011. ». Art. 27.In dezelfde wet wordt artikel 12, ingevoegd bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, aangevuld met een paragraaf 2, luidende : « § 2. In afwijking van artikel 11 treden de bepalingen van artikel 2 in werking op 1 januari 2010 voor wat betreft de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, de FOD Sociale Zekerheid, de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de POD Maatschappelijke Integratie, Strijd tegen de Armoede en Sociale Economie. ». HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof Art. 28.In de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof wordt artikel 22, ingevoegd bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, waarvan de bestaande tekst het paragraaf 1 zal vormen, aangevuld met een paragraaf 2, luidende : « § 2. Artikel 5, vierde lid, en de artikelen 14 en 15 zijn vanaf 1 januari 2010 niet meer van toepassing op de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, de FOD Sociale Zekerheid, de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de POD Maatschappelijke Integratie, Strijd tegen de Armoede en Sociale Economie. ». HOOFDSTUK 4. - De controle van de vastleggingen Art. 29.Artikel 15 van de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1 wordt als volgt vervangen : « Art. 15.De artikelen van dit hoofdstuk zijn enkel van toepassing op de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie, de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, de FOD Sociale Zekerheid, de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de POD Maatschappelijke Integratie, Strijd tegen de Armoede en Sociale Economie. ». HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten9 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds Art. 30.In artikel 8 van de wet van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten9 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds, worden de woorden « 30 april » vervangen door de woorden « 15 juni ». HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten2 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de Gemeenschappen en de Gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof Art. 31.In artikel 17 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten2 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de Gemeenschappen en de Gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, worden de woorden « 1 januari 2010 » vervangen door de woorden « 1 januari 2012 ». HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding Art. 32.De hoofdstukken 2 tot 6 treden in werking op 1 januari 2010. TITEL 4. - Volksgezondheid HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Afdeling 1. - Geneesmiddelen Art. 33.In artikel 34, eerste lid, 5°, c), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003, 13 december 2006 en 19 december 2008, wordt de bepaling onder 2) vervangen als volgt : « 2) de specialiteiten vergund volgens artikel 2, eerste lid, 8°, a), tweede streepje, artikel 2, eerste lid, 8°, a), derde streepje of artikel 2, eerste lid, 8°, a), tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1969 betreffende de registratie van geneesmiddelen, de specialiteiten vergund volgens artikel 6bis, § 1, derde lid, artikel 6bis, § 1, vijfde lid, tweede streepje, artikel 6bis, § 1, zevende lid, artikel 6bis, § 2 of artikel 6bis, § 11, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen onder de door de Koning te bepalen voorwaarden; ». Art. 34.In artikel 35bis, § 2, eerste lid, 1°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 13 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6, wordt de bepaling onder het derde streepje vervangen als volgt : « - klasse 3 : specialiteiten vergund volgens artikel 2, eerste lid, 8°, a), tweede streepje, artikel 2, eerste lid, 8°, a), derde streepje of artikel 2, eerste lid, 8°, a), tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1969 betreffende de registratie van geneesmiddelen, de specialiteiten vergund volgens artikel 6bis, § 1, derde lid, artikel 6bis, § 1, vijfde lid, tweede streepje, artikel 6bis, § 1, zevende lid, artikel 6bis, § 2 of artikel 6bis, § 11, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen onder de door de Koning te bepalen voorwaarden; ». Art. 35.In artikel 35ter van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2007 en 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden tussen het eerste en het tweede lid twee leden ingevoegd, luidende : « Een nieuwe vergoedingsbasis wordt eveneens van rechtswege vastgesteld respectievelijk op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van elk jaar voor de specialiteiten, bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°,
  1. b)of c), 1), voor de specialiteiten waarvan het of de voornaamste werkzame bestanddelen verschillende zouten, esters, ethers, isomeren, mengsels van isomeren, complexen of derivaten zijn van het of de voornaamste werkzame bestanddelen van de specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 1) en 2). De bepalingen van het eerste en het tweede lid kunnen niet op een zelfde specialiteit worden toegepast. »; 2° in paragraaf 1 wordt het huidige derde lid vervangen als volgt : « De vergoedingsbasis van de specialiteiten waarvoor op grond van de bepalingen onder het eerste of tweede lid een nieuwe vergoedingsbasis werd vastgesteld, wordt twee jaar na het in werking treden van deze vergoedingsbasis, van rechtswege bijkomend verminderd met 4 pct. De vergoedingsbasis van de specialiteiten waarvoor op grond van de bepalingen onder het eerste of tweede lid een nieuwe vergoedingsbasis werd vastgesteld, wordt vier jaar na het in werking treden van deze vergoedingsbasis, van rechtswege bijkomend verminderd met 3,5 pct. De vermindering bedoeld in het vijfde en zesde lid is niet van toepassing op de specialiteiten waarop de bepalingen van artikel 35bis, § 4, vijfde lid, zijn toegepast. »; 3° in de tweede paragraaf, eerste lid, worden de woorden « als bedoeld in de eerste paragraaf » vervangen door de woorden « als bedoeld in de eerste paragraaf, eerste lid » vervangen;4° er wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « § 2bis.De vermindering, bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt niet toegepast wanneer wordt erkend dat de bedoelde specialiteiten een beduidende meerwaarde bieden voor de veiligheid en/of de doeltreffendheid ten opzichte van de specialiteiten bedoeld in paragraaf 1, eerste lid. Deze beduidende meerwaarde wordt erkend volgens de door de Koning bepaalde voorwaarden. De lijst kan maandelijks en van rechtswege worden aangepast opdat rekening wordt gehouden met de erkende of ingetrokken uitzonderingen. »; 5° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.Voor de specialiteiten waarvan de vergoedingsbasis is verlaagd op basis van paragraaf 1, moeten de aanvragers volgens de door de Koning vastgestelde regels en voorwaarden, tussen de drie volgende opties kiezen : 1° ofwel wordt de verkoopprijs aan publiek, of bij ontstentenis hiervan de verkoopprijs buiten bedrijf, verlaagd tot op een niveau dat gelijk is aan dit van de nieuwe vergoedingsbasis, vermeerderd met een veiligheidsmarge van 25 pct.van deze nieuwe vergoedingsbasis, met dien verstande dat deze veiligheidsmarge niet hoger kan zijn dan 10,80 euro; 2° ofwel wordt de verkoopprijs aan publiek, of bij ontstentenis hiervan de verkoopprijs buiten bedrijf, verlaagd tot op een niveau dat hoger is dan dit van de nieuwe vergoedingsbasis, maar lager dan het niveau, als berekend onder 1°;3° ofwel wordt de verkoopprijs aan publiek, of bij ontstentenis hiervan de verkoopprijs buiten bedrijf, verlaagd tot het niveau van de nieuwe maximale vergoedingsbasis. Indien de aanvrager niet kiest voor één van de drie bovenvermelde opties, wordt de specialiteit van rechtswege en zonder rekening te houden met de procedures bepaald in artikel 35bis, geschrapt uit de lijst. De lijst kan maandelijks en van rechtswege worden aangepast opdat rekening wordt gehouden met de prijsverlagingen, bedoeld in eerste lid, 1°, 2° en 3°, of met de schrappingen van rechtswege, bedoeld in het voorgaande lid. »; 6° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt : « 1° ofwel, wanneer paragraaf 3, eerste lid, 1° of 2°, werd toegepast, wordt de vergoedingsbasis en de verkoopprijs aan publiek van rechtswege teruggebracht tot een bedrag dat gelijk is aan de oorspronkelijke verkoopprijs aan publiek, zoals van toepassing vóór de toepassing van de bepalingen van artikel 35ter ;»; 7° er wordt een paragraaf 4bis ingevoegd, luidende als volgt : « § 4bis.Als na de vaststelling van de nieuwe vergoedingsbasis op grond van paragraaf 1 blijkt dat er op de lijst geen enkele vergoedbare specialiteit meer voorkomt die aan de criteria voor de toepassing van paragraaf 1 voldoet, wordt de specialiteit die van rechtswege geschrapt werd volgens de bepalingen van artikel 35ter, § 3, tweede lid, zonder rekening te houden met de procedures bepaald bij artikel 35bis, van rechtswege opnieuw ingeschreven in de lijst, rekening houdend met de aanpassingen van de prijs, de vergoedingsbasis en de vergoedingsvoorwaarden die van toepassing zouden zijn geweest indien de specialiteit op de lijst ingeschreven gebleven was. ». Art. 36.Artikel 35quater van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2005 en 13 december 2006, wordt gewijzigd als volgt : 1° in het eerste lid worden de woorden « als bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 1) » ingevoegd tussen de woorden « groepen specialiteiten » en de woorden « waarvan de indicaties »;2° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 37.In artikel 35quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 13 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6, worden de woorden « 35bis, § 7, » ingevoegd tussen de woorden « 35bis, § 4, zesde lid, 2°, » en het woord « 35ter ». Art. 38.Op 1 april 2010 :
  2. a)wordt de vergoedingsbasis van de specialiteiten waarvoor na 1 april 2006 en vóór 1 april 2008 op grond van de bepalingen onder artikel 35ter, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, een nieuwe vergoedingsbasis werd vastgesteld, eventueel met toepassing van artikel 35quater van dezelfde wet, van rechtswege bijkomend verminderd met 1,54 pct.;
  3. b)wordt de vergoedingsbasis van de specialiteiten waarvoor vóór 1 april 2006 op grond van de bepalingen van artikel 35ter, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, een nieuwe vergoedingsbasis werd vastgesteld, eventueel met toepassing van artikel 35quater van dezelfde wet, van rechtswege bijkomend verminderd met 4,98 pct.. Dit artikel is niet van toepassing op de specialiteiten waarop de bepalingen van artikel 35bis, § 4, vijfde lid, zijn toegepast. De bepalingen van dit artikel en de bepalingen van artikel 35ter, § 1, vijfde en zesde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, kunnen niet gelijktijdig op eenzelfde specialiteit worden toegepast. Afdeling 2. - Forfaitarisering geneesmiddelen Art. 39.In artikel 37 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, wordt een paragraaf 3/2 ingevoegd, luidende : « § 3/2. Voor de geneesmiddelen bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, a),
  4. b)en c), die worden afgeleverd in een voor het publiek opengestelde apotheek kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in bijzondere regels voorzien met betrekking tot de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging en het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden. Dit persoonlijk aandeel kan bestaan in een vast bedrag per indicatie, behandeling of onderzoek, voor het geheel van de geneesmiddelen die voor deze indicatie, deze behandeling of dit onderzoek worden verstrekt. Het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden kan eveneens betrekking hebben op de in het vorige lid bedoelde geneesmiddelen die niet zijn opgenomen op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 35bis. De Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan bepalen dat de in het eerste lid bedoelde geneesmiddelen worden vergoed op basis van een door Hem te bepalen forfaitair bedrag. De apothekers mogen voor de kosten van de voornoemde geneesmiddelen geen andere bedragen ten laste van de rechthebbenden aanrekenen dan het persoonlijk aandeel zoals het door de Koning is vastgesteld. ». Afdeling 3. - Persoonlijk aandeel Art. 40.In artikel 37, § 1, zevende lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 en gewijzigd bij de wetten van 21 december 2007 en 22 december 2008, worden de woorden « op 85 % gebracht voor de forfaitaire honoraria, de forfaits B genoemd en op 90 % voor de forfaitaire honoraria, de forfaits C genoemd » vervangen door de woorden « op 90 pct. gebracht voor de forfaitaire honoraria, de forfaits B en C genoemd ». Art. 41.Artikel 40 treedt in werking op 1 februari 2010. Afdeling 4. - Bijdrage doelstelling evenwicht sociale zekerheid Art. 42.Artikel 40, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met een nieuw lid, dat als volgt luidt : « Voor de jaren 2010 en 2011 worden bedragen van de globale begrotingsdoelstelling, van respectievelijk 350 miljoen euro en 450 miljoen euro, ter beschikking gesteld van de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0, tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten0 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en van het globale financiële beheer in de statuut van de zelfstandige arbeiders, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996, strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. Deze middelen zijn verdeeld volgens een verdeelsleutel van 90 pct. voor het voornoemde globale budgettair beheer van de werknemers en 10 pct. voor het voornoemde globale budgettaire beheer van de zelfstandigen. ». Afdeling 5. - Overeenkomsten- en akkoordencommissies Art. 43.Artikel 51, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « Elke overeenkomst of akkoord moet verbintenissen bevatten inzake honoraria en prijzen. Ze kunnen ook verbintenissen bevatten inzake beheersen van het volume, het rationeel gebruik en het oordeelkundig voorschrijven van de verstrekkingen bedoeld in artikel 34 waartoe de betrokken zorgverleners gemachtigd zijn. ». Art. 44.Art 73, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 13 december 2006, 19 december 2008 en 22 december 2008, wordt aangevuld met het volgende lid : « De Nationale Commissie Geneesheren - Ziekenfondsen kan, in afwachting van de besluiten bedoeld in het vierde lid en het elfde lid, volgens de procedure bedoeld in de artikelen 50 en 51, in lopende en toekomstige akkoorden bijkomende verbintenissen opnemen die het voorschrijven van de minst dure vergoedbare farmaceutische specialiteiten bevorderen, voor zover geen afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de zorgen of aan de therapeutische noodwendigheden. ». Art. 45.Artikel 44 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009. Afdeling 6. - Heffingen op de omzet Art. 46.In artikel 191, eerste lid, 15°, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wetten van 22 augustus 2002, 24 december 2002, 27 december 2004, 11 juli 2005, 27 december 2005, 10 juni 2006, 27 december 2006, 24 juli 2008, 19 december 2008 en 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het zesde lid, eerste zin, worden de woorden « 15°duodecies » ingevoegd tussen de woorden « 15°undecies » en de woorden « en 16°bis »;2° het zevende lid wordt aangevuld als volgt : « Voor de specialiteiten die worden terugbetaald krachtens artikel 35bis, § 7, van de wet en de daartoe door de Koning vastgestelde voorwaarden, wordt het omzetcijfer dat in aanmerking wordt genomen door de Koning vastgesteld op basis van het verwezenlijkte omzetcijfer, dat gecorrigeerd kan worden om rekening te houden met het type compensatieregels van de begrotingsrisico's die verbonden kunnen zijn aan de vergoedingsbasis en/of het beoogde volume en met de betrokken jaren.Het door de Koning vastgestelde omzetcijfer wordt eveneens in aanmerking genomen bij de berekening van de heffing die krachtens 15°novies, 15°decies, 15°undecies , 15°duodecies » verschuldigd is. Art. 47.In artikel 191, eerste lid, 15°novies, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006, van 21 december 2007, van 19 december 2008 en van 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  5. a)het derde lid wordt aangevuld met de volgende bepaling : « Voor 2010 wordt het bedrag van die bijdrage vastgesteld op ten hoogste 6,73 pct.van het in 2010 verwezenlijkte omzetcijfer. »;
  6. b)in het vijfde lid, derde zin, wordt het woord « en » vervangen door de vermelding « , », en wordt de zin aangevuld als volgt : « en voor 1 mei 2011 voor het omzetcijfer dat in 2010 is gerealiseerd. »;
  7. c)in het zevende lid, eerste zin, wordt het woord « en » vervangen door de vermelding « , », wordt het woord « de » ingevoegd tussen de woorden « omzetcijfer 2007, » en « heffing » en de woorden « en de heffing op het omzetcijfer 2010 » worden ingevoegd tussen de woorden « omzetcijfer 2009 » en de woorden « worden via »;
  8. d)het achtste lid wordt aangevuld met de volgende bepaling : « Voor 2010 dienen het in het vorige lid bedoelde voorschot en saldo respectievelijk voor 1 juni 2010 en 1 juni 2011 te worden gestort op de rekening van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, respectievelijk met vermelding « voorschot heffing omzetcijfer 2010 » en « saldo heffing omzetcijfer 2010 ».»;
  9. e)het tiende lid wordt aangevuld met de volgende bepaling : « Voor 2010 wordt het voornoemde voorschot vastgesteld op 6,73 pct. van het in 2009 verwezenlijkte omzetcijfer. »;
  10. f)het laatste lid wordt aangevuld als volgt : « De ontvangsten die voortvloeien uit de heffing op het omzetcijfer 2010 worden opgenomen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor het dienstjaar 2010.». Art. 48.In artikel 191, eerste lid, 15°undecies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het zevende lid worden de woorden « dat is vastgesteld door de Koning, » ingevoegd tussen de woorden « jaarlijks budget » en « die niet »;2° in het achtste lid wordt de tweede zin vervangen door het volgende : « De farmaceutische specialiteiten die worden vergoed krachtens artikel 37, § 3, worden voor ten hoogste 75 pct.van die heffing vrijgesteld. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit op welke wijze de farmaceutische specialiteiten die worden vergoed overeenkomstig artikel 37, § 3, in rekening worden genomen in het omzetcijfer wanneer de hierboven vermelde percentages worden vastgesteld. ». Art. 49.In artikel 191, eerste lid, van dezelfde wet, wordt een 15°duodecies ingevoegd, dat als volgt luidt : « 15°duodecies . Voor het jaar t wordt, volgens de in 15° vastgestelde voorwaarden en modaliteiten, een bijdrageheffing op het in t gerealiseerde omzetcijfer ingevoerd. Die bijdrage wordt gestort via een voorschot dat is vastgesteld op basis van het gedurende het jaar t-1 verwezenlijkte omzetcijfer, en via een afrekening die is vastgesteld op basis van het gedurende het jaar t gerealiseerde omzetcijfer. Het in de vorige zin beoogde saldo komt overeen met het verschil tussen de bijdrage zoals die is gedefinieerd in het 1e lid en het voorschot waarvan sprake is in de voorgaande zin. Het voorschot op de bijdrage moet voor 1 juni van het jaar t worden gestort op het rekeningnummer van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering met vermelding « Voorschot bijdrageheffing jaar t ». Het saldo van de bijdrage moet voor 1 juni van het jaar t+1 worden gestort op het rekeningnummer van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering met vermelding « Saldo bijdrageheffing jaar t ». De ontvangsten die voortvloeien uit die bijdrageheffing worden opgenomen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor het boekhoudjaar t. Voor 2010 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van het in 2010 verwezenlijkte omzetcijfer en het ermee samenhangende voorschot op 1 pct. van het in 2009 verwezenlijkte omzetcijfer. ». Afdeling 7. - Administratiekosten van de verzekeringsinstellingen Art. 50.In artikel 195, § 1, 2°, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten8, en bij de wetten van 27 december 1994, 22 februari 1998, 22 augustus 2002, 27 december 2005, 27 december 2006, 26 maart 2007, 8 juni en 22 december 2008, worden de eerste en de tweede zin van het derde lid vervangen door de volgende bepalingen : « Het bedrag van de administratiekosten van de vijf landsbonden wordt vastgelegd op 766.483.000 euro voor 2003, 802.661.000 euro voor 2004, 832.359.000 euro voor 2005, 863.156.000 euro voor 2006, 895.524.000 euro voor 2007, 929.160.000 euro voor 2008, 972.546.000 euro voor 2009 en 1.012.057.000 euro voor 2010. Voor de Kas voor geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen wordt dit bedrag vastgesteld op 13.195.000 euro voor 2003, 13.818.000 euro voor 2004, 14.329.000 euro voor 2005, 14.859.000 euro voor 2006, 15.416.000 euro voor 2007, 15.995.000 euro voor 2008, 16.690.000 euro voor 2009 en 17.368.000 euro voor 2010. ». Afdeling 8. - Financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen Art. 51.In artikel 197 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  11. a)paragraaf 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994, wordt aangevuld met een nieuw lid, dat als volgt luidt : « De Algemene Raad stelt ook de middelen vast die in de globale begrotingsdoelstelling zijn opgenomen en die niet van de thesaurie van de globale beheren naar het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering moeten worden overgeheveld.».
  12. b)paragraaf 3bis, gewijzigd bij de wet van 14 januari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/01/2002 pub. 22/02/2002 numac 2002022093 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten, wordt aangevuld als volgt : « , alsmede de bedragen die in de globale begrotingsdoelstelling zijn opgenomen en die van de voorschotten aan de verzekeringsinstellingen zijn afgetrokken omdat ze worden afgehouden van de financieringsbehoeften van het Instituut zoals bedoeld in artikel 197, § 1, derde lid.». HOOFDSTUK 2. - Financiering van de representatieve patiëntenkoepels Art. 52.Artikel 245 van de programmawet(I) van 27 december 2006 wordt vervangen als volgt : « Art. 245.§ 1. De subsidies die ten laste vallen van de begroting van de administratiekosten van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering bedoeld in artikel 12, 6°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden toegekend aan de twee volgende patiëntenverenigingen : 1° de vzw « Ligue des Usagers des Services de Santé »;2° de vzw « Vlaams Patiëntenplatform ». Onverminderd het derde lid bedraagt het globale bedrag van de voornoemde subsidies, die ten laste gelegd worden van de begroting van de administratiekosten van het Instituut, jaarlijks 90.000 euro, een bedrag dat volledig ten laste wordt genomen door de sector geneeskundige verzorging. § 2. Voor 2010 worden de subsidies die ingevolge paragraaf 1 worden toegekend aan de twee volgende patiëntenverenigingen verhoogd met respectievelijk 40.000 euro : 1° de VZW « Ligue des Usagers des Services de Santé »;2° de VZW « Vlaams Patiëntenplatform ». Voor 2010 worden subsidies toegekend aan de patiëntenvereniging VZW « Rare Diseases OrganisationBelgium » (Belgische Alliantie voor Zeldzame Ziekten). Deze subsidies bedragen 40.000 euro. Deze subsidies vallen ten laste van de begroting van de administratiekosten van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering bedoeld in artikel 12, 6°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. § 3. De Koning stelt de regels en voorwaarden van de verdeling, de toekenning en de betaling van de subsidies vast, alsook de regels van opschorting en volledige of gedeeltelijke terugvordering ingeval de vastgestelde voorwaarden niet worden geëerbiedigd. ». HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 27 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 betreffende de beheersing van de begroting van de gezondheidszorg en houdende diverse bepalingen inzake gezondheid Art. 53.In artikel 69 van de wet van 27 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 betreffende de beheersing van de begroting van de gezondheidszorg en houdende diverse bepalingen inzake gezondheid, gewijzigd bij de wet van 19 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vierde lid wordt vervangen door de volgende leden : « Op 1 april 2010, met uitzondering van de specialiteiten die opgenomen zijn in de vergoedingsgroepen I.10.1, I.10.2, V.6.3, V.6.4, V.8.1, VII.9, VII.10 en XXII, worden de prijzen en vergoedingbasissen van de specialiteiten van de hoofdstukken I, II en IV van bijlage I van de bijgevoegde lijst bij het koninklijk besluit van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten0 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten, waarvan, op 1 januari 2010, elk werkzaam bestanddeel verschijnt in een specialiteit die meer dan twaalf jaar en minder dan vijftien jaar geleden voor het eerst vergoedbaar was, bijkomend verminderd met 1,16 pct. Op 1 april 2010, met uitzondering van de specialiteiten die opgenomen zijn in de vergoedingsgroepen I.10.1, I.10.2, V.6.3, V.6.4, V.8.1, VII.9, VII.10 en XXII, worden de prijzen en vergoedingbasissen van de specialiteiten van de hoofdstukken I, II en IV van bijlage I van de bijgevoegde lijst bij het koninklijk besluit van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten0 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten, waarvan, op 1 januari 2010, elk werkzaam bestanddeel verschijnt in een specialiteit die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst vergoedbaar was, bijkomend verminderd met 1,19 pct. Vervolgens worden telkens op 1 januari en op 1 juli, met uitzondering van de specialiteiten die opgenomen zijn in de vergoedingsgroepen I.10.1, I.10.2, V.6.3, V.6.4, V.8.1, VII.9, VII.10 en XXII, de prijzen en vergoedingbasissen van de specialiteiten van de hoofdstukken I, II en IV van bijlage I van de bijgevoegde lijst bij het koninklijk besluit van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten0 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten, waarvan, in de loop van het voorafgaande semester, elk werkzaam bestanddeel verschijnt in een specialiteit die meer dan twaalf jaar geleden voor het eerst vergoedbaar was, verminderd met 15 pct. en in een specialiteit die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst vergoedbaar was, verminderd met 2,35 pct. Op 1 april 2010, en vervolgens telkens op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van elk jaar, worden de prijzen en vergoedingbasissen van de specialiteiten van de hoofdstukken I, II en IV van bijlage I van de bijgevoegde lijst bij het koninklijk besluit van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten0 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten, waarvoor na 31 december 2009 overeenkomstig de bepalingen van artikel 35ter of 35quater een nieuwe prijs en vergoedingsbasis vastgesteld werd of wordt, met uitzondering van de specialiteiten die opgenomen zijn in de vergoedingsgroepen I.10.1, I.10.2, V.6.3, V.6.4, V.8.1, VII.9, VII.10 en XXII, verminderd met 17 pct., voor zover de bepalingen van dit artikel nog niet zijn toegepast op deze specialiteiten. Indien de prijzen en vergoedingsbases van de specialiteiten reeds werden verminderd met 14 pct. of met 15 pct., conform de bepalingen van het derde of het zesde lid van dit artikel, worden de prijzen en vergoedingsbases verminderd met 2,35 pct. ». De Koning kan de percentages bedoeld in de voorgaande leden wijzigen. 2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « Een uitzondering op de toepassing van het vierde en het vijfde lid wordt eveneens verleend aan de farmaceutische specialiteiten waarop de bepalingen van het zevende lid zijn toegepast.». HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008 Art. 54.In artikel 97 van de wet betreffende de ziekenhuizen en ander verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden « of een tweepatiëntenkamer » opgeheven;2° in paragraaf 1, derde lid, van de Nederlandse tekst wordt het woord « respectievelijk » opgeheven;3° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden « en in een tweepatiëntenkamer » opgeheven;4° paragraaf 1, vierde lid, wordt opgeheven;5° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven. Art. 55.In artikel 100 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Onverminderd artikel 97, dekt het budget van financiële middelen op forfaitaire wijze de kosten die verband houden met het verblijf en de verstrekking van zorgen aan de patiënten in het ziekenhuis, met inbegrip van de patiënten in daghospitalisatie zoals omschreven door de Koning. ». Art. 56.Opgeheven worden : 1° het koninklijk besluit van 29 september 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten3 tot uitvoering van artikel 90, § 1, derde lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987;2° het koninklijk besluit van 14 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten6 tot uitvoering van artikel 90 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987. Art. 57.De artikelen 54 tot 56 van deze wet hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2010. HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 58.In de tabel die bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen is gevoegd, wordt de tekst onder de vermelding « Aard van de gemachtigde uitgaven » van subrubriek 31-2 Fonds voor de grondstoffen en de producten, vervangen bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, aangevuld als volgt : « - De betaling van de toegekende subsidies volgens de hierboven vermelde wet van 28 juli 1981 ter ondersteuning van het in werking treden van de Overeenkomst over de internationale handel van bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en de Bijlagen, opgesteld in Washington op 3 maart 1973 en de internationale projecten ontwikkelt in het kader van deze overeenkomst. ». HOOFDSTUK 6. - Prijsblokkering Art. 59.Vanaf 1 januari 2010 en tot en met 31 december 2010, mogen de prijzen van de in artikel 313, § 1, van de programma wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 bedoelde geneesmiddelen niet worden verhoogd. Voor de prijsverhogingsaanvragen ingediend tussen 1 januari 2010 en 31 december 2010 nemen de in artikel 5, § 2, van het ministerieel besluit van 29 december 1989 betreffende de prijzen van de terugbetaalbare geneesmiddelen, bedoelde termijnen een aanvang op 1 januari 2011. Op aanvraag van de houder van de vergunning tot commercialisatie kan de Minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, in uitzonderingsgevallen, en voor zover dit door bijzondere redenen wordt gerechtvaardigd, een afwijking van de prijsblokkering toestaan. De minister deelt zijn beslissing binnen de 90 dagen mee aan de aanvrager. Indien de bij de aanvraag gevoegde inlichtingen niet toereikend zijn, laat hij de aanvrager onverwijld tot in bijzonderheden weten welke aanvullende inlichtingen vereist zijn en neemt hij zijn definitieve beslissing binnen 90 dagen na de ontvangst van deze aanvullende inlichtingen. In geval van een uitzonderlijk groot aantal aanvragen kan de termijn één keer worden verlengd met nog eens 60 dagen. De aanvrager wordt van een dergelijke verlenging in kennis gesteld voordat de oorspronkelijke termijn is verstreken. TITEL 5. - Sociale zaken HOOFDSTUK 1. - Alternatieve financiering Art. 60.In artikel 66, § 3quinquies, tweede lid, van de programmawet van 2 januari 2001, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, worden de woorden « Voor het jaar 2008 wordt een bedrag, aanvullend op hetgeen voorzien is in § 2, 4°, voorafgenomen » vervangen door de woorden « Voor de jaren 2008, 2009 en 2010 wordt jaarlijks een bedrag, aanvullend op hetgeen voorzien is in § 2, 4°, voorafgenomen ». Art. 61.Artikel 66, § 2, 4°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 december 2001, wordt aangevuld met de volgende zin : « Voor het jaar 2011 is dit bedrag gelijk aan het bedrag van de bijdragen bedoeld ter financiering van het betaald educatief verlof verminderd met 30 miljoen euro. ». Art. 62.Artikel 60 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009 en artikel 61 treedt in werking op 1 januari 2011. HOOFDSTUK 2. - Sociale fraude Afdeling 1. - Regularisaties Art. 63.In artikel 22quater, eerste lid, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten0 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, worden de woorden « Wanneer een sociaal controleur of inspecteur » vervangen door de woorden « Wanneer een sociaal controleur, inspecteur of een officier van gerechtelijke politie ». Afdeling 2. - Forfaitaire beroepskosten Art. 64.In artikel 14, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten3, wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidende : « § 4. Bij betwisting van de realiteit van de kosten ten laste van de werkgever, dient de werkgever de realiteit van deze kosten aan te tonen door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. Bij gebreke aan bewijskrachtige gegevens aangeleverd door de werkgever kan de Rijksdienst voor sociale zekerheid, op voorstel van de bevoegde inspectiediensten die de werkgever gehoord hebben, ambtshalve een bijkomende aangifte uitvoeren, rekening houdende met alle nuttige inlichtingen waarover zij beschikt. ». Art. 65.In artikel 23 van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de wetten van 24 december 2002 en 24 juli 2008 en het koninklijk besluit van 8 augustus 1997, worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, luidende : « Bij betwisting van de realiteit van de kosten ten laste van de werkgever, dient de werkgever de realiteit van deze kosten aan te tonen door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. Bij gebreke aan bewijskrachtige gegevens aangeleverd door de werkgever, kan de Rijksdienst voor sociale zekerheid, op voorstel van de bevoegde inspectiediensten die de werkgever gehoord hebben, ambtshalve een bijkomende aangifte uitvoeren, rekening houdende met alle nuttige inlichtingen waarover hij beschikt. ». Afdeling 3. - Elektronische registratie van de aanwezigheid op de werven Art. 66.In artikel 7, § 4, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten0 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gewijzigd bij de wet van 13 februari 1998, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : « Hij kan in toepassing van het eerste lid de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf verplichten om, onder de voorwaarden en volgens de vormen die Hij bepaalt, een dagelijkse elektronische registratie te verrichten van hun werknemers die op die dag arbeidsprestaties verrichten op de werf. ». Afdeling 4. - Wijziging van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten0 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders Art. 67.In artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten0 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vervangen door de wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 7, derde lid, wordt vervangen als volgt : « De aannemer licht de voormelde Rijksdienst in over de begin- en einddatum van de werken.De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder begin- en einddatum van de werken. »; 2° in paragraaf 7, vierde lid, worden de woorden « binnen de vijftien dagen na de aanvankelijk voorziene begindatum » opgeheven;3° paragraaf 8, laatste lid, wordt opgeheven. Afdeling 5. - Inwerkingtreding Art. 68.De afdelingen 1 en 2 treden in werking op de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de datum van inwerkingtreding van de afdelingen 3 en 4. HOOFDSTUK 3. - Sigedis Art. 69.In artikel 306, § 2, van de programmawet (I) van 27 december 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met een 5°, luidende : « 5° de controle door de Rijksdienst voor sociale zekerheid en de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten van de inning van de bijzondere bijdrage bedoeld in artikel 38, § 3ter, eerste lid, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers.»; 2° in het tweede lid worden de woorden « bedoeld in 1°, 2° en 3° » vervangen door de woorden « bedoeld in 1°, 2°, 3° en 5° ». HOOFDSTUK 4. - Beroepsziekten Art. 70.Artikel 35bis van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 maart 1987 en laatst gewijzigd bij de wet van 11 mei 2007, wordt vervangen als volgt : « Art. 35bis.§ 1. Ingeval de graad van lichamelijke arbeidsongeschiktheid wordt gewijzigd of bevestigd na de leeftijd van 65 jaar, is de graad die overeenstemt met de vermindering van het normale vermogen tot verdienen veroorzaakt door de feitelijke beperking van de arbeidsmogelijkheden op de arbeidsmarkt, vastgesteld vóór deze leeftijd, niet meer vatbaar voor veranderingen. § 2. Ingeval de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld na de leeftijd van 65 jaar, wordt bij de evaluatie van deze graad geen rekening gehouden met de vermindering van het normale vermogen tot verdienen veroorzaakt door de feitelijke beperking van de arbeidsmogelijkheden op de arbeidsmarkt. ». Art. 71.Voor het slachtoffer dat de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt voor 1 januari 2010, kent het Fonds voor beroepsziekten ambtshalve vanaf 1 januari 2010 opnieuw de graad toe die overeenstemt met de vermindering van zijn normale vermogen tot verdienen veroorzaakt door de feitelijke beperking van de arbeidsmogelijkheden op de arbeidsmarkt en die hem toegekend was voor deze leeftijd. Art. 72.De artikelen 70 en 71 treden in werking op 1 januari 2010. HOOFDSTUK 5. - Dotaties sociale zekerheid Art. 73.Voor de jaren 2010 en 2011 wordt een bijzonder bedrag aan rijkstoelage gestort aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten0 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en aan het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. Dit bijzonder bedrag aan rijkstoelage wordt ingeschreven in de begroting van de FOD Sociale Zekerheid. Het bijzonder bedrag aan rijkstoelage bedraagt 2.552.382.000 euro voor het jaar 2010 en 2.770.440.000 euro voor het jaar 2011. Deze bedragen worden verdeeld volgens een verdeelsleutel van 90 pct. voor het voormelde globaal beheer der werknemers en 10 pct. voor voormelde globaal financieel beheer der zelfstandigen. De helft van dit bedrag wordt in het lopend jaar gestort in twaalf maandelijkse gelijke schijven; de resterende helft op 15 november van het lopende jaar. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag van de resterende helft, zoals bedoeld in het vorige lid, aanpassen, op basis van nieuwe gegevens betreffende het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar, zoals voorzien in de economische begroting bedoeld in artikel 108, g), van de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 houdende sociale en diverse bepalingen, of op basis van nieuwe gegevens betreffende de algemene budgettaire situatie van de stelsels van sociale zekerheid voor het betrokken begrotingsjaar. Deze aanpassing kan gebeuren in de loop van het betrokken begrotingsjaar en uiterlijk op 30 juni van het daaropvolgende jaar. Indien de aanpassing gebeurt na 1 december van het betrokken begrotingsjaar (
  13. t)zal het effect ervan verrekend worden met ofwel het bedrag van de bijzondere dotatie van het volgende begrotingsjaar (t+1) ofwel met het bedrag van de gewone rijkstoelage zoals voorzien in respectievelijk titel I, hoofdstuk I, afdeling 1, van de wet houdende sociale bepalingen van 29 juni 1981 en artikel 19 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende de organisatie van het sociaal statuut van de zelfstandigen. Art. 74.De Federale Staat kent de RSZ-globaal beheer, via de Administratie van de Thesaurie, een renteloze lening toe voor een bedrag van 1.712,80 miljoen euro in 2010 en 1.066,10 miljoen euro in 2011, uitbetaald als volgt :. - 1.712,80 miljoen euro waarvan de ene helft de eerste donderdag van de maand februari 2010 en de andere helft op 5 december 2010; - 1.066,10 miljoen euro waarvan de ene helft de eerste donderdag van de maand februari 2011 en de andere helft op 5 december 2011. Deze lening wordt op 20 jaar terugbetaald, op basis van een twintigste vanaf 2012, betaalbaar en opeisbaar na vervallen termijn op 31 december van elk jaar en voor de eerste keer op 31 december 2012. De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoeld bedragen aanpassen, op basis van nieuwe gegevens betreffende het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar, zoals voorzien in de economische begroting bedoeld in artikel 108, g ), van de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 houdende sociale en diverse bepalingen. Art. 75.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2010. HOOFDSTUK 6. - Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging Art. 76.In artikel 111 van de programmawet (I) van 27 december 2006, laatst gewijzigd bij artikel 114 van de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, wordt een lid toegevoegd, luidende : « Voor de jaren 2010 en 2011 worden de interesten die het fonds genereert, voor 90 pct. overgedragen aan de voormelde RSZ-globaal beheer en voor 10 pct. aan het voormeld globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen. ». Art. 77.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2010. HOOFDSTUK 7. - Aanpassing van de grenzen voor de vermindering van de sociale bijdragen Art. 78.In artikel 331, zesde lid, van de programmawet (I) van 24 december 2002, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 27 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het zesde lid worden de woorden « jaarlijks de loongrenzen S0 en S1 » vervangen door de woorden « de loongrenzen S0 en S1 »;2° het zesde lid wordt aangevuld met een zin, luidende : « De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Nationale Arbeidsraad, de wijze bepalen waarop de loongrens S0 voor de categorie 3 en de loongrens S1 automatisch worden aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.». TITEL 6. - Zelfstandigen en kmo's HOOFDSTUK 1. - Fonds voor het welzijn der zelfstandigen Art. 79.In het Nederlandse opschrift van Hoofdstuk III van Titel VI van de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de woorden « de welvaart » vervangen door de woorden « het welzijn ». Art. 80.In artikel 253 van dezelfde programmawet, gewijzigd bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de Nederlandse tekst van het eerste lid worden de woorden « de welvaart » vervangen door de woorden « het welzijn »;2° het artikel wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : « De financiële opbrengsten die voortvloeien uit dit Fonds, zijn bestemd voor het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.». Art. 81.De artikelen 79 en 80 treden in werking op 31 december 2009. HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit nr. 38 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen Afdeling 1. - Verzoening tussen het professionele leven en het privé-leven Art. 82.In artikel 15, § 4, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen wordt een bepaling onder 5° ingevoegd, luidende : « 5° de gevallen waarin de zelfstandige van het betalen van bijdragen vrijgesteld is met het oog op een betere verzoening tussen het professionele leven en het privé-leven van de zelfstandigen; Hij bepaalt hiervoor de toekenningsmodaliteiten van deze vrijstelling. ». Afdeling 2. - Vrijstelling van de sociale bijdragen Art. 83.In artikel 17 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het eerste en tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende : « De zelfstandigen die een vrijstelling van de bij dit artikel bedoelde bijdragen vragen, moeten hun staat van behoefte of hun toestand die de staat van behoefte benadert, bewijzen.Om hun staat van behoefte te beoordelen, houdt de Commissie inzonderheid rekening met de inkomsten en lasten van de personen die deel uitmaken van hun gezin, tenzij met betrekking tot deze personen wordt bewezen dat ze niets te maken hebben met de zelfstandige activiteit van de betrokken zelfstandigen en die bovendien niet de rechtsplicht hebben om die zelfstandigen te helpen of van levensmiddelen te voorzien. »; 2° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid geworden is, wordt het woord « bijkomende » ingevoegd tussen de woorden « Hij kan » en de woorden « voorwaarden en criteria »;3° het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid geworden is, wordt vervangen als volgt : « De Koning bepaalt de gevallen waarin de aanvragen tot vrijstelling van bijdragen ingediend door zelfstandigen en de aanvragen tot ontheffing ingediend door hoofdelijk aansprakelijke personen niet in overweging worden genomen of geacht worden niet ingediend te zijn geweest.Wanneer de aanvraag niet in overweging genomen wordt of geacht wordt niet te zijn ingediend, informeert het betrokken sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen bedoeld bij artikel 20, § 1 of § 3, de zelfstandige of de hoofdelijk aansprakelijke daarover binnen een termijn en volgens een procedure vastgesteld door de Koning. » Art. 84.In artikel 22 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « het ministerie van Middenstand » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid »;2° in het tweede lid worden de woorden « Zij beslist eveneens en zonder mogelijkheid van beroep over de aanvragen tot volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de solidariteits-, matigings-, consoliderings- en bijzondere bijdragen aan de zelfstandigen opgelegd krachtens de wetten van 2 februari 1982, 6 juli 1983 en 27 maart 1986 tot toekenning van bepaalde bijzondere machten aan de Koning.» opgeheven. Afdeling 3. - Administratieve sanctie in geval van zwartwerk als zelfstandige Art. 85.In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 14 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1, worden de woorden « uiterlijk op de dag van de aanvang van de zelfstandige beroepsactiviteit » ingevoegd tussen de woorden « gehouden » en « aan »;2° in § 2, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden « en binnen welke termijn » geschrapt. Art. 86.In hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt een afdeling
  14. c)ingevoegd, luidend : «
  15. c)Sancties » Art. 87.In afdeling c), ingevoegd bij artikel 86 wordt een artikel 17bis ingevoegd, luidende : « Art. 17bis.§ 1. Loopt een administratieve geldboete van 500 tot 2.000 euro per vastgestelde inbreuk op, iedere zelfstandige : 1° waarvan vastgesteld wordt door een bevoegde ambtenaar van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen of door de persoon bedoeld in artikel 23bis dat hij een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent of uitgeoefend heeft uit hoofde waarvan hij gehouden was zich aan te sluiten bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen zoals bedoeld in artikel 20, § 1, of bij de Nationale Hulpkas bedoeld in artikel 20, § 3, zonder effectief te zijn aangesloten overeenkomstig artikel 10, § 1, eerste lid;2° waarvan vastgesteld wordt door een persoon bedoeld in artikel 23bis dat hij een andere zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent dan deze vermeld in de Kruispuntbank van ondernemingen krachtens artikel 6 van de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten2 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, en die niet reeds ten gevolge van deze genoemde feiten aan een administratieve of strafrechtelijke sanctie onderworpen wordt krachtens de artikelen 25 of 62 van de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten2 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;3° waarvan het inkomen, bedoeld in artikel 11, § 2, naar boven toe werd aangepast ingevolge de vaststelling, gedaan door de administratie der belastingen, van een geval van fiscale fraude. § 2. De ambtenaar bedoeld bij artikel 17ter kan, wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, een administratieve geldboete onder het in § 1 vermelde minimumbedrag opleggen zonder dat de geldboete lager mag zijn dan 40 pct. van dat minimumbedrag. In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaar kunnen de arbeidsgerechten, wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, het bedrag van een opgelegde administratieve geldboete onder het in het artikel 17bis vermelde minimumbedrag verminderen, zonder dat de geldboete lager mag zijn dan 40 pct. van het minimum van het in artikel 17bis bepaalde bedrag. In dezelfde beslissing waarin hij een administratieve geldboete oplegt, kan de bevoegde ambtenaar geheel of gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van de betaling van die geldboete toekennen. Het uitstel is enkel mogelijk indien de bevoegde ambtenaar in de referteperiode geen andere administratieve geldboete heeft opgelegd aan de betrokkene. De referteperiode is de periode van één jaar voorafgaand aan de datum waarop de inbreuk gepleegd wordt die achteraf aanleiding geeft tot de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete waarin de bevoegde ambtenaar het uitstel toekent. Het uitstel geldt voor een proefperiode van één jaar. De proefperiode gaat in vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete. Het uitstel wordt van rechtswege herroepen wanneer een nieuwe inbreuk wordt gepleegd binnen de proefperiode en deze nieuwe inbreuk leidt tot een beslissing tot de oplegging van een nieuwe administratieve geldboete. Het uitstel wordt herroepen in dezelfde beslissing waarin een administratieve geldboete wordt opgelegd voor de nieuwe inbreuk gepleegd gedurende de proefperiode. De administratieve geldboete waarvan de betaling uitvoerbaar wordt door de herroeping van het uitstel, wordt zonder beperking samengevoegd met deze die wordt opgelegd voor de nieuwe inbreuk. In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaar hebben de arbeidsgerechten dezelfde bevoegdheden als deze ambtenaar wat betreft het uitstel. Alle voornoemde nadere regels betreffende het uitstel zijn van toepassing. § 3. Voor de toepassing van § 1, 3°, bepaalt de Koning wat dient te worden verstaan onder « vaststelling van een geval van fiscale fraude ». § 4. De sanctie bedoeld in § 1, 2° en 3°, is niet van toepassing op de zelfstandigen die tegelijk een vervangingsinkomen ontvangen en die ten gevolge van deze genoemde feiten tijdelijk het recht op dit vervangingsinkomen verliezen of om die reden aan een andere administratieve of strafrechtelijke sanctie onderworpen zijn. ». Art. 88.In dezelfde afdeling
  16. c)wordt een artikel 17ter ingevoegd, luidende : « Art. 17ter.De administratieve geldboete waarvan sprake in het vorige artikel wordt opgelegd door de houder van de managementfunctie van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen, bedoeld in artikel 21, § 5, belast met het dagelijks beheer van het Rijksinstituut, of daartoe door hem aangewezen ambtenaren van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen. De beslissing wordt genomen nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voren te brengen. Deze beslissing vermeldt het bedrag van de geldboete en is met redenen omkleed. Deze beslissing wordt bij een ter post aangetekend schrijven meegedeeld aan de betrokken zelfstandige. Deze mededeling bevat eveneens een afschrift van de stukken die de toepassing van de administratieve geldboete staven, alsmede een verzoek tot betaling van de administratieve geldboete. De kennisgeving van de mogelijkheid tot het opleggen van de administratieve geldboete dient te gebeuren binnen de 14 werkdagen, volgend op : - de effectieve aansluiting bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen in de gevallen bedoeld in artikel 17bis, § 1, 1°; - de kennisname van het feit door het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen, voor wat betreft de gevallen bedoeld in artikel 17bis, § 1, 2° en 3°. De erkende sociale verzekeringskassen voor zelfstandigen worden belast met de inning en de invordering van de administratieve geldboete. Voor wat betreft de inning en de invordering ervan worden deze administratieve geldboeten gelijkgesteld met verschuldigde sociale bijdragen. ». Art. 89.In dezelfde afdeling c), wordt een artikel 17quater ingevoegd, luidende : « Art. 17quater.De zelfstandige die de beslissing, waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd, betwist, kan op straffe van verval binnen een termijn van twee maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing, bij wege van een verzoekschrift beroep instellen bij de arbeidsrechtbank. Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd. De bepaling van het eerste lid wordt vermeld in de beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd. ». Art. 90.In artikel 15, § 1, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 6 februari 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 worden de woorden « en de administratieve geldboete bedoeld in artikel 17bis » ingevoegd tussen de woorden « bijdragen » en « verschuldigde door hun vennoten en mandatarissen ». Art. 91.In artikel 20, § 1, laatste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten4, worden de woorden « , evenals de bedragen van de geïnde administratieve geldboetes bedoeld in artikel 17bis, » ingevoegd tussen de woorden « intresten » en « over ». Art. 92.In artikel 20, § 7 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0, worden de woorden « , alsmede de administratieve geldboete bedoeld in artikel 17bis, » ingevoegd tussen de woorden « zijn » en « eveneens ». Art. 93.Artikel 23bis, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996 en vervangen bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, wordt aangevuld met een lid, luidende : « De vaststellingen gedaan door de sociale inspecteurs van de andere sociale inspectiediensten, bedoeld in de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie, de officieren van gerechtelijke politie of door de ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van andere wetgevingen kunnen met hun bewijskracht gebruikt worden door de ambtenaren van het Rijksinstituut. ». HOOFDSTUK 3. - Diverse wijzigingen Art. 94.Artikel 3 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, gewijzigd bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende : « 6° de geïnde administratieve geldboetes, bedoeld in artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen. ». Art. 95.Artikel 43, § 1, eerste lid, van de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten2 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, wordt aangevuld met een bepaling onder 9°, luidende : « 9° de rechtspersonen en natuurlijke personen die een inschrijving vragen in de Kruispuntbank van ondernemingen de volgende informatie meegeven : - elke natuurlijke persoon die in België een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent uit hoofde waarvan hij dient te zijn aangesloten bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen, dient zich aan te sluiten uiterlijk op de dag van de aanvang van de zelfstandige activiteit; - in geval van niet-naleving van deze verplichting, wordt een administratieve geldboete opgelegd krachtens artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen; - hierbij zijn de rechtspersonen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete opgelegd aan hun vennoten of mandatarissen; - de zelfstandige die een zelfstandige activiteit uitoefent waarvoor hij niet ingeschreven is in de Kruispuntbank van ondernemingen, overeenkomstig de artikelen 5, 33 of 35 van de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom. 05/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten2 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, kan hiervoor bestraft worden krachtens de artikelen 25 of 62 van diezelfde wet, alsook krachtens artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen. ». Art. 96.De hoofdstukken 2 en 3 treden in werking op 1 april 2010. HOOFDSTUK 4. - Jaarlijkse bijdrage ten laste van bepaalde instellingen Art. 97.In artikel 4, eerste lid, van de wet van 13 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 betreffende de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van bepaalde instellingen, worden de woorden « 20 procent » vervangen door de woorden « 23 procent ». Art. 98.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2010. HOOFDSTUK 5. - Financiering van het Asbestfonds Art. 99.In artikel 116, 3°, tweede lid, van de programmawet (I) van 27 december 2006, gewijzigd door de wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten9 houdende diverse bepalingen (I) en door de programmawet (I) van 22 december 2008, worden de woorden « voor elk van de jaren 2008 en 2009 » vervangen door de woorden « voor elk van de jaren 2008, 2009 en 2010 ». Art. 100.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2010. TITEL 7. - Werk HOOFDSTUK 1. - Betaald educatief verlof Art. 101.Artikel 121, § 3, van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten0, houdende sociale bepalingen, wordt aangevuld met het volgende lid : « In afwijking van het eerste lid wordt het aandeel van de Belgische Staat voor het kalenderjaar 2011 verminderd met 30 miljoen euro. ». HOOFDSTUK 2. - Afroming van de reserves van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen Art. 102.De plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, opgericht overeenkomstig artikel 8 van de besluitwet van 28 december1944, zijn verplicht om gedurende het eerste kwartaal van 2011 een éénmalig vast bedrag uit de traditionele activiteiten, dat bestemd is voor het globaal beheer van de sociale zekerheid, te storten aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening, zoals bedoeld in artikel 1 van de wet van 25 april 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten9 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg en artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, de criteria en de modaliteiten tot bepaling van het éénmalig vast bedrag uit de traditionele activiteiten per plaatselijk werkgelegenheidsagentschap en de uitvoeringsmodaliteiten. Art. 103.De plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, opgericht overeenkomstig artikel 8 van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten0, die overeenkomstig artikel 8bis van dezelfde besluitwet en artikel 2, § 2, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen een sui-generis-afdeling hebben opgericht, zijn verplicht om gedurende het eerste kwartaal van 2011 een éénmalig vast bedrag uit de dienstencheques-activiteiten, dat bestemd is voor het globaal beheer van de sociale zekerheid, te storten aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening, zoals bedoeld in artikel 1 van de wet van 25 april 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten9 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg en artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, de criteria en de modaliteiten tot bepaling van het éénmalig vast bedrag uit de dienstencheques-activiteiten per plaatselijk werkgelegenheidsagentschap. Art. 104.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2010. HOOFDSTUK 3. - Arbeidsongevallen Art. 105.Artikel 38 van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1 houdende diverse bepalingen (I) wordt aangevuld met een paragraaf 3undecies , luidende : « Een specifieke werkgeversbijdrage van 0,02 pct. is verschuldigd door de werkgevers die onder de toepassing vallen van de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten. De opbrengst van deze bijdrage wordt overgemaakt aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten0 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. De Rijksdienst voor sociale zekerheid is belast met de berekening, de inning en de invordering van deze bijdrage. Deze bijdrage is gelijkgesteld aan een socialezekerheidsbijdrage, inzonderheid wat betreft de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafsancties, het toezicht, de aanwijzing van de bevoegde rechter in geval van betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de instelling belast met de inning en de invordering van de bijdragen. ». Art. 106.Artikel 105 treedt in werking op 1 januari 2010. HOOFDSTUK 4. - Wijziging van hoofdstuk VI van Titel XI van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 houdende diverse bepalingen(I) betreffende de sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen verschuldigd op brugpensioenen, op aanvullende vergoedingen bij sommige socialezekerheidsuitkeringen en op uitkeringen voor invaliditeit Art. 107.In artikel 118 van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 houdende diverse bepalingen (I), worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  17. a)er wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidende : « § 2bis.Voor de bruggepensioneerden waarvan de opzegging of de verbreking van de arbeidsovereenkomst betekend werd na 15 oktober 2009 en waarvan het brugpensioen ingaat ten vroegste op 1 april 2010, bedraagt het percentage van de werkgeversbijdrage bedoeld in § 1 : 1° 50 pct.voor de bruggepensioneerde die op het ogenblik van de aanvang van het brugpensioen de leeftijd van 52 jaar niet heeft bereikt; 2° 40 pct.voor de bruggepensioneerde die op het ogenblik van de aanvang van het brugpensioen minstens 52 jaar is en de leeftijd van 55 jaar niet heeft bereikt; 3° 30 pct.voor de bruggepensioneerde die op het ogenblik van de aanvang van het brugpensioen minstens 55 jaar is en de leeftijd van 58 jaar niet heeft bereikt; 4° 20 pct.voor de bruggepensioneerde die op het ogenblik van de aanvang van het brugpensioen minstens 58 jaar is en de leeftijd van 60 jaar niet heeft bereikt; 5° 10 pct.voor de andere bruggepensioneerden. »;
  18. b)er wordt een paragraaf 2ter ingevoegd, luidend als volgt : « 2ter.Voor de bruggepensensioneerden die waren tewerkgesteld door werkgevers die behoren tot de non-profitsector, zoals bedoeld in artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten1 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector, en waarvan de aanvullende vergoeding wordt toegekend voor de eerste keer na 1 april 2010 als gevolg van de opzegging of de verbreking van de arbeidsovereenkomst betekend na 15 oktober 2009, wordt in afwijking van de bepalingen van § 2bis, het percentage van de bijzondere werkgeversbijdrage verlaagd tot : 1° 5 % voor elke maand waarin de bruggepensensioneerde de leeftijd van 52 niet heeft bereikt;2° 4 % voor elke maand waarin de bruggepensensioneerde, die minstens 52 jaar is, de leeftijd van 55 jaar niet heeft bereikt;3° 3 % voor elke maand waarin de bruggepensensioneerde, die minstens 55 jaar is, de leeftijd van 58 jaar niet heeft bereikt;4° 2 % voor elke maand waarin de bruggepensensioneerde, die minstens 58 jaar is, de leeftijd van 60 jaar niet heeft bereikt.». Art. 108.In artikel 120 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  19. a)paragraaf 1 wordt aangevuld met de volgende zin : « Dat percentage kan variëren naargelang van de leeftijd van de gerechtigde.»;
  20. b)het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : « § 3.Voor de aanvullende uitkeringen toegekend voor de eerste keer na 1 april 2010 als gevolg van de opzegging of de verbreking van de arbeidsovereenkomst betekend na 15 oktober 2009, bedraagt het percentage van de werkgeversbijdrage bedoeld in § 1 : 1° 50 pct.voor elke gerechtigde die op het ogenblik van het verkrijgen va

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.