Wet houdende diverse bepalingen (1)
Kort samengevat
Deze wet regelt diverse bepalingen, voornamelijk gericht op de aanpassing van het Wetboek van Strafvordering en de wet betreffende het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring. Het hoofddoel is het efficiënter beheren en vervreemden van in beslag genomen vermogensbestanddelen in strafzaken.
Wat het regelt
- De procedure voor de vervreemding of teruggave van in beslag genomen vermogensbestanddelen door de procureur des Konings of de onderzoeksrechter.
- De taken en bevoegdheden van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring.
- De definitie van vermogensbestanddelen die vatbaar zijn voor inbeslagneming of verbeurdverklaring.
- De kennisgevingsprocedure aan belanghebbenden bij beslissingen over in beslag genomen goederen.
Wie het aanbelangt
- Personen van wie vermogensbestanddelen in beslag zijn genomen in het kader van een strafzaak.
- De procureur des Konings, de onderzoeksrechter en het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring.
Kernpunten
- De procureur des Konings of de onderzoeksrechter kan de vervreemding van in beslag genomen vermogensbestanddelen toestaan of deze teruggeven tegen betaling van een geldsom.
- Vervreemding is mogelijk voor vervangbare vermogensbestanddelen waarvan de waarde eenvoudig bepaalbaar is en waarvan bewaring in natura kan leiden tot waardevermindering, schade of onevenredige kosten.
- Belanghebbenden moeten binnen vijftien dagen na kennisgeving van de beslissing bezwaar kunnen aantekenen bij de kamer van inbeschuldigingstelling; deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen voor personen buiten het Rijk.
- Het Centraal Orgaan assisteert gerechtelijke autoriteiten bij inbeslagneming, verbeurdverklaring en de uitvoering van vonnissen hieromtrent, en beheert in beslag genomen goederen.
Wettekst
Wet houdende diverse bepalingen (II) (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I
artikel 77 van de Grondwet. TITEL II. - Justitie HOOFDSTUK I. - Wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 26 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003009298 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen
zake het waardevast beheer van
beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties type wet prom. 26/03/2003 pub. 23/04/2003 numac 2003000333 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot aanvulling van artikel 42 van de wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, teneinde een leemte te verhelpen
zake het verlof voorafgaand aan de pensionering van de leden van de gemeentepolitie die worden aangewezen voor een mandaatfunctie bij de federale politie sluiten houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen
zake het waardevast beheer van
beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties Afdeling 1. - Wijziging van het Wetboek van strafvordering Art. 2.Artikel 28octies van het Wetboek van strafvordering,
gevoegd bij de wet van 26 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003009298 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen
zake het waardevast beheer van
beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties type wet prom. 26/03/2003 pub. 23/04/2003 numac 2003000333 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot aanvulling van artikel 42 van de wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, teneinde een leemte te verhelpen
zake het verlof voorafgaand aan de pensionering van de leden van de gemeentepolitie die worden aangewezen voor een mandaatfunctie bij de federale politie sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 28octies.- § 1. De procureur des Konings die van oordeel is dat het beslag op vermogensbestanddelen dient gehandhaafd te blijven, kan ambtshalve of op verzoek van het Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring : 1° hun vervreemding door het Centraal Orgaan toelaten, om er hun opbrengst voor
de plaats te stellen;2° hen teruggeven aan de beslagene tegen betaling van een geldsom waarvan hij het bedrag bepaalt, om er deze geldsom voor
de plaats te stellen. § 2. De toelating tot vervreemding betreft vervangbare vermogensbestanddelen, waarvan de waarde eenvoudig bepaalbaar is en waarvan de bewaring
natura kan leiden tot waardevermindering, schade of kosten die onevenredig zijn met hun waarde. § 3. Door middel van een aangetekende of per telefax verstuurde kennisgeving die de tekst van het huidige artikel bevat, licht de procureur des Konings van zijn
§ 1
bedoelde beslissing
: 1° de personen ten laste van wie en
wiens handen het beslag werd gelegd, voor zover hun adressen gekend zijn en hun advocaten;2° de personen die zich blijkens de gegevens van het dossier uitdrukkelijk hebben kenbaar gemaakt als zijnde geschaad door de opsporingshandeling en hun advocaten;3°
geval van onroerend beslag, de schuldeisers die overeenkomstig de hypothecaire staat bekend zijn en hun advocaten. Er dient geen kennisgeving gericht te worden aan de personen die hun
stemming hebben gegeven met de betrokken beheersmaatregel of die hebben verzaakt aan hun rechten op de
beslag genomen goederen. § 4. De personen aan wie de kennisgeving werd gericht kunnen zich tot de kamer van
beschuldigingstelling wenden binnen vijftien dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing. Deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen
dien een van deze personen buiten het Rijk verblijft. De procedure verloopt overeenkomstig de bepalingen van artikel 28sexies, § 4, tweede tot achtste lid. § 5.
geval van vervreemding, stelt de procureur des Konings de vermogensbestanddelen ter beschikking van het Centraal Orgaan of, op zijn vraag, van de aangewezen lasthebber. § 6. Wanneer de beslissing tot vervreemding een onroerend goed betreft, dan gaan door de toewijzing de rechten van de
geschreven schuldeisers over op de prijs, onder voorbehoud van het strafrechtelijk beslag. ». Art. 3.Artikel 61sexies van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 26 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003009298 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen
zake het waardevast beheer van
beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties type wet prom. 26/03/2003 pub. 23/04/2003 numac 2003000333 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot aanvulling van artikel 42 van de wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, teneinde een leemte te verhelpen
zake het verlof voorafgaand aan de pensionering van de leden van de gemeentepolitie die worden aangewezen voor een mandaatfunctie bij de federale politie sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 61sexies.- § 1. De onderzoeksrechter die van oordeel is dat het beslag op vermogensbestanddelen dient gehandhaafd te blijven, kan : 1° hun vervreemding door het Centraal Orgaan toelaten, om er hun opbrengst voor
de plaats te stellen;2° hen teruggeven aan de beslagene tegen betaling van een geldsom waarvan hij het bedrag bepaalt, om er deze geldsom voor
de plaats te stellen. De onderzoeksrechter verklaart zijn beschikking uitvoerbaar bij voorraad, wanneer een vertraging kan leiden tot een onherstelbaar nadeel. § 2. De toelating tot vervreemding betreft vervangbare vermogensbestanddelen, waarvan de waarde eenvoudig bepaalbaar is en waarvan de bewaring
natura kan leiden tot waardevermindering, schade of kosten die onevenredig zijn met hun waarde. § 3. De onderzoeksrechter licht de procureur des Konings
van zijn
§ 1
bedoelde beschikking en brengt ze aangetekend of per telefax ter kennis aan : 1° de personen ten laste van wie en
wiens handen het beslag werd gelegd, voorzover hun adressen gekend zijn en hun advocaten;2° de personen die zich blijkens de gegevens van het dossier uitdrukkelijk hebben kenbaar gemaakt als zijnde geschaad door de onderzoekshandeling en hun advocaten;3°
geval van onroerend beslag, de schuldeisers die overeenkomstig de hypothecaire staat bekend zijn en hun advocaten. De kennisgeving bevat de tekst van dit artikel. Er dient geen kennisgeving gericht te worden aan de personen die hun
stemming hebben gegeven met de betrokken beheersmaatregel of die hebben verzaakt aan hun rechten op de
beslag genomen goederen. § 4. De procureur des Konings en de personen aan wie de kennisgeving werd gericht, kunnen zich tot de kamer van
beschuldigingstelling wenden binnen vijftien dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing. Deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen
dien een van deze personen buiten het Rijk verblijft. De procedure verloopt overeenkomstig de bepalingen van artikel 61quater, § 5, tweede tot achtste lid. § 5.
geval van vervreemding, stelt de onderzoeksrechter de vermogensbestanddelen ter beschikking van het Centraal Orgaan of, op zijn vraag, van de aangeduide lasthebber. § 6. Wanneer de beslissing tot vervreemding een onroerend goed betreft, dan gaan door de toewijzing de rechten van de
geschreven schuldeisers over op de prijs, onder voorbehoud van het strafrechtelijk beslag. ». Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 26 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003009298 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen
zake het waardevast beheer van
beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties type wet prom. 26/03/2003 pub. 23/04/2003 numac 2003000333 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot aanvulling van artikel 42 van de wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, teneinde een leemte te verhelpen
zake het verlof voorafgaand aan de pensionering van de leden van de gemeentepolitie die worden aangewezen voor een mandaatfunctie bij de federale politie sluiten houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen
zake het waardevast beheer van
beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties Art. 4.
de Franse tekst van het opschrift van de wet van 26 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003009298 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen
zake het waardevast beheer van
beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties type wet prom. 26/03/2003 pub. 23/04/2003 numac 2003000333 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot aanvulling van artikel 42 van de wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, teneinde een leemte te verhelpen
zake het verlof voorafgaand aan de pensionering van de leden van de gemeentepolitie die worden aangewezen voor een mandaatfunctie bij de federale politie sluiten houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen
zake het waardevast beheer van
beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties, wordt het woord « constante »
gevoegd tussen het woord « valeur » en het woord « des ». Art. 5.
artikel 2 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de Franse tekst van het eerste lid wordt het woord « Central » vervangen door het woord « central »;2°
het tweede lid worden de woorden « De zetel van het Centraal Orgaan » vervangen door de woorden « Zijn zetel ». Art. 6.Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 3.- § 1. Onder vermogensbestanddelen worden verstaan de goederen, zowel roerende als onroerende, lichamelijke als onlichamelijke, die vatbaar zijn voor
beslagneming of verbeurdverklaring, die wettelijk kunnen verkocht worden en die begrepen zijn
de door de Koning bepaalde categorieën, of die een waarde hebben die een door Hem bepaalde drempel overstijgt. § 2. Overeenkomstig de bepalingen van deze wet, staat het Centraal Orgaan de gerechtelijke autoriteiten
strafzaken bij : 1°
het kader van de
beslagneming van vermogensbestanddelen;2° bij de uitoefening van de strafvordering met het oog op de verbeurdverklaring van vermogensbestanddelen;3° bij de tenuitvoerlegging van
kracht van gewijsde getreden vonnissen en arresten houdende verbeurdverklaring van vermogensbestanddelen. § 3. Ter uitvoering van zijn opdracht zal het Centraal Orgaan : 1° ambtshalve of op hun verzoek, adviezen verstrekken aan de minister van Justitie en aan het College van procureurs-generaal, met betrekking tot de onderwerpen bedoeld
§ 2
; Hij zendt een afschrift van zijn adviezen aan de bevoegde minister, voor zover deze betrekking hebben op de regelgeving die hem aanbelangt of op de werkzaamheden van de agenten, de aangestelden en de mandatarissen van zijn administratie; 2° overeenkomstig hoofdstuk III, afdeling 1,
staan voor het gecentraliseerde en geïnformatiseerde beheer van de gegevens met betrekking tot zijn opdrachten;3° overeenkomstig hoofdstuk III, afdeling 2, doen overgaan tot de vervreemding van
beslag genomen vermogensbestanddelen, na toelating van de procureur des Konings of van de onderzoeksrechter;4° overeenkomstig hoofdstuk III, afdelingen 2 en 3,
staan voor het beheer van
beslag genomen vermogensbestanddelen,
overleg met de procureur des Konings of met de onderzoeksrechter;5° overeenkomstig hoofdstuk III, afdeling 4, en artikel 197bis van het Wetboek van strafvordering, de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten houdende verbeurdverklaring van vermogensbestanddelen coördineren;6° overeenkomstig hoofdstuk III, afdeling 5, bijstand verlenen aan de procureur des Konings en aan de onderzoeksrechter;7° thematische voorlichting verstrekken aan de magistraten, aan de politiediensten en aan de belanghebbende openbare diensten;8° bijstand verlenen bij de
ternationale rechtshulp, dienstbetrekkingen aanknopen en onderhouden met equivalente
stellingen
het buitenland en met hen samenwerken
het kader van de verdragsrechtelijke en wettelijke regels. § 4. Met
achtneming van hun bevoegdheden, geschieden de
§ 3
, 1°, en 2°, vermelde opdrachten vermeld
overleg met het College van procureurs-generaal, met de raad van procureurs des Konings en met de Dienst voor het strafrechtelijk beleid. ». Art. 7.Het opschrift van hoofdstuk III, afdeling 1, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Afdeling
- - Beheer van de gegevens met betrekking tot vermogensbestanddelen ». Art. 8.Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 4.- §
- Het Centraal Orgaan verzamelt, beheert en verwerkt de gegevens die betrekking hebben op : 1° de
beslagneming en de bewaring;2° de verbeurdverklaring;3° de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten houdende verbeurdverklaring. § 2. Hij beheert en bewaart op gecentraliseerde en geïnformatiseerde wijze de
§ 1
bedoelde gegevens gedurende tien jaar, te rekenen van de
artikel 5, § 1, bedoelde eerste kennisgeving vermeld
voorkomend geval verlengd tot aan de verjaring van de verbeurdverklaring. § 3. Onverminderd artikel 17, § 2, is de directeur van het Centraal Orgaan verantwoordelijk voor de verwerking van de hier bedoelde gegevens. Hij staat
voor de naleving van de vereisten en waarborgen van vertrouwelijkheid en beveiliging van de verwerking van deze gegevens, zoals bedoeld
artikel 16, §§ 2, 3 en 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De directeur houdt een register bij van de personen en categorieën van personen die deze gegevens kunnen raadplegen, en deelt dit register alsmede alle wijzigingen die aan het register worden aangebracht, onverwijld mee aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. ». Art. 9.Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 5.- § 1. De procureur des Konings of de onderzoeksrechter geeft kennis of laat kennisgeving doen aan het Centraal Orgaan, van de
beslagnemingen en de wijze van bewaring van vermogensbestanddelen, alsmede van de gegevens ter identificatie van de personen ten laste van wie de
beslagneming werd bevolen. De procureur des Konings of de onderzoeksrechter geeft het Centraal Orgaan eveneens kennis van elke nieuwe beslissing met betrekking tot de
beslag genomen vermogensbestanddelen. § 2. De procureur des Konings of de procureur-generaal geeft kennis of laat kennisgeving doen aan het Centraal Orgaan, van de
kracht van gewijsde getreden vonnissen en arresten houdende verbeurdverklaring van vermogensbestanddelen. De kennisgeving bevat de gegevens ter identificatie van de verbeurdverklaarde vermogensbestanddelen en van de personen ten laste van wie de verbeurdverklaring werd uitgesproken. § 3. De bevoegde administraties van de Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie en de diensten belast met de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten houdende verbeurdverklaring van vermogensbestanddelen die zich bevinden
het buitenland, zijn ertoe gehouden om het Centraal Orgaan
te lichten over de gegevens met betrekking tot de tenuitvoerlegging. § 4. Het Centraal Orgaan vraagt aan de
dit artikel bedoelde
stanties de
lichtingen die het vereist acht ter uitvoering van zijn opdrachten. ». Art. 10.Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 6.- § 1. De procureur des Konings staat
voor het waardevaste beheer van de
beslag genomen vermogensbestanddelen. Tijdens de duur van het gerechtelijk onderzoek staat de onderzoeksrechter
voor dit beheer. § 2. Onder waardevast beheer wordt verstaan : 1° de vervreemding van
beslag genomen vermogensbestanddelen, om er hun opbrengst voor
de plaats te stellen;2° de teruggave van
beslag genomen vermogensbestanddelen tegen betaling van een geldsom, om er deze geldsom voor
de plaats te stellen;3° de bewaring
natura van
beslag genomen vermogensbestanddelen
overeenstemming met de hiertoe beschikbare middelen. § 3.
het kader van deze bedoelde bewaring
§ 2
, 3°, kan de procureur des Konings of de onderzoeksrechter het beheer toevertrouwen aan een derde of aan de beslagene, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van deze laatste, eventueel mits het stellen van een door het Centraal Orgaan te beheren zekerheid. Onder zekerheid wordt verstaan de storting van waarden door de beslagene of door een derde, of de verbintenis van een derde als borg, voor een bedrag en op de wijze aanvaard door de procureur des Konings of de onderzoeksrechter. De zekerheid wordt toegewezen aan de Staat of de verbintenis van de derde wordt eisbaar, van zodra de beslagene of de derde
gebreke is gebleven om het
beslag genomen of tot zekerheid gestelde goed te overleggen voor de tenuitvoerlegging van de verbeurdverklaring. Het
gebreke blijven van de beslagene of de derde om het
beslag genomen of tot zekerheid gestelde goed te overleggen voor de tenuitvoerlegging van de verbeurdverklaring wordt, op vordering van het openbaar ministerie, vastgesteld door de rechtbank die de verbeurdverklaring heeft uitgesproken. De derde borgsteller wordt
zake geroepen. Het vonnis verklaart eveneens dat de zekerheid aan de Staat vervalt of dat de verbintenis van de derde eisbaar wordt. De beslagene of de derde die zich ontdoet van de zaak waarvan hij het beheer heeft, wordt gestraft met de straffen bepaald
artikel 507bis van het Strafwetboek. ». Art. 11.Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 9.- De secretaris van het parket, de griffier van de onderzoeksrechter of de griffier van de betrokken rechtsmacht licht het Centraal Orgaan
van de beslissing, bedoeld
artikel 6, § 2, 1°, 2° en § 3 van zodra deze definitief wordt. ». Art. 12.Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 10.- § 1. Na ontvangst van de toelating tot vervreemding overeenkomstig de artikelen 28octies of 61sexies van het Wetboek van strafvordering, laat het Centraal Orgaan de vervreemding van de roerende goederen, andere dan waarden, uitvoeren door de Administratie van de Patrimoniumdiensten. Wanneer de aard of de hoeveelheid van de te verkopen roerende goederen het vereist, kan het Centraal Orgaan, met het akkoord van de Administratie van de Patrimoniumdiensten, beroep doen op een gespecialiseerde lasthebber. Voor wat de onroerende goederen en de waarden betreft, vertrouwt het Centraal Orgaan het mandaat tot verkoop toe aan de Administratie van de Patrimoniumdiensten of, met het akkood van de Administratie van de Patrimoniumdiensten, aan een andere lasthebber die het aanduidt. De vermogensbestanddelen kunnen niet verkocht worden aan een lagere prijs dan de waarde die
onderling overleg werd bepaald tussen het Centraal Orgaan en zijn lasthebber. De verkoop is openbaar behalve
dien bijzondere omstandigheden verantwoorden dat tot een onderhandse verkoop zou worden overgegaan. §
- De kosten van de vervreemding, daarin begrepen de kosten veroorzaakt door de tussenkomst van de lasthebber, zijn ten laste van de koper. ». Art. 13.Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 11.- §
- De sommen verkregen uit de vervreemding, deze die gestort werden met het oog op de teruggave van het
beslag genomen vermogensbestanddeel en deze die voortkomen uit de zekerheidsstellingen worden als een goede huisvader en volgens de principes van een voorzichtig en passief beheer, beheerd door het Centraal Orgaan. Met het oog op de uitvoering van dit beheer doet het Centraal Orgaan beroep op de diensten van de Deposito- en Consignatiekas of van
België erkende financiële
stellingen, of gaat het over tot de aanstelling van een lasthebber of een beheerder. De kosten van zulk beheer zijn gerechtskosten. § 2. Bij de teruggave of de verbeurdverklaring van de door het Centraal Orgaan beheerde sommen, worden deze sommen verhoogd met de
teresten die zij hebben opgebracht bij de Deposito- en Consignatiekas of bij de financiële
stelling waaraan zij waren toevertrouwd. De Koning bepaalt de nadere regels en de drempels vanaf welke
teresten moeten toegekend worden. Onder
terest verstaat men de door de Deposito- en Consignatiekas of de financiële
stelling voor het publiek gehanteerde
terest. De
terest loopt vanaf de dertigste dag volgend op de datum waarop de door het Centraal Orgaan aangeduide rekening werd gecrediteerd tot de dertigste dag voorafgaand aan de dag waarop de rekening werd gedebiteerd. ». Art. 14.De Franse tekst van het opschrift van hoofdstuk III, afdeling 3, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Section 2. - Gestion particulière ». Art. 15.Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 12.- Van zodra de rekening van het Centraal Orgaan is gecrediteerd, staat deze
voor het beheer van de
beslag genomen deviezen die aanvaard worden door de Deposito- en Consignatiekas of door de door hem aangeduide financiële
stelling. ». Art. 16.Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 13.- § 1. De procureur des Konings of de onderzoeksrechter kan, na overleg, het Centraal Orgaan verzoeken om
te staan voor het beheer van effecten op naam of aan toonder, van andere vermogensbestanddelen die een bijzonder beheer vereisen of van sommen die
beslag genomen zijn bij of toevertrouwd zijn aan een financiële
stelling of een beheerder.
dien het Centraal Orgaan aanvaardt, staat het
voor dit beheer tot aan de beslissing van toewijzing van de waarden of van de vermogensbestanddelen door de bevoegde magistraat. § 2. Het beheer kan betrekking hebben op de bewaring of op alle andere daden van beheer met betrekking tot de vermogensbestanddelen door het Centraal Orgaan of door een door hem aangestelde beheerder of lasthebber. Dit beheer wordt waargenomen door het Centraal Orgaan of op grond van zijn dwingende richtlijnen,
overeenstemming met de schikkingen getroffen met de procureur des Konings of de onderzoeksrechter. ». Art. 17.Artikel 14 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 14.- Het Centraal Orgaan beheert de sommen die hem zijn toevertrouwd
overeenstemming met de bepalingen van artikel 11. Wanneer het beslag betrekking heeft op gelden die niet wettelijk gangbaar zijn
België, kan het Centraal Orgaan ze doen omzetten
euro's volgens de modaliteiten en de drempels bepaald door de Koning. ». Art. 18.De Franse tekst van het opschrift van hoofdstuk III, afdeling 4, van dezelfde wet wordt vervangen door het volgende opschrift : « Section 3. - Exécution ». Art. 19.Artikel 15 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 15.- Om de gegoedheid van de veroordeelde persoon te beoordelen, verzamelt het Centraal Orgaan alle
formatie die nuttig is voor zijn opdracht. Zodoende kan hij, met uitzondering van de Cel voor financiële
formatieverwerking, aan alle administratieve diensten van de federale Staat, van de gemeenschappen en de gewesten en van de lokale besturen en de overheidsbedrijven, vragen om hem, binnen de termijn die hij bepaalt, alle
lichtingen mee te delen die hij nuttig acht. Hij kan zich dezelfde
lichtingen laten meedelen door de ondernemingen en de personen, bedoeld
artikel 2 van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten3 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Het Centraal Orgaan kan de procureur des Konings verzoeken om de gegoedheid van de veroordeelde te onderzoeken. Het Centraal Orgaan kan, na controle, zijn eigen
lichtingen overmaken aan de bevoegde administraties van de Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie. ». Art. 20.Het opschrift van hoofdstuk III, afdeling 5, van dezelfde wet wordt vervangen door het volgende opschrift : « Afdeling 4. - Opdracht tot bijstand ». Art. 21.Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 16.- Op hun verzoek verleent het Centraal Orgaan aan de procureur des Konings of aan de onderzoeksrechter bijstand op het gebied van de
beslagneming of de verbeurdverklaring van vermogensbestanddelen. ». Art. 22.
artikel 17 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1.Een lid van het openbaar ministerie leidt het Centraal Orgaan. Hij draagt de titel van directeur. Hij organiseert het werk en heeft gezag over het personeel. Met
achtneming van de bepalingen betreffende de aanwerving van overheidspersoneel, stelt hij aan de bevoegde minister het bij het Centraal Orgaan aan te werven of ter beschikking te stellen personeel voor. Hij stelt voor de minister van Justitie en het College van procureurs-generaal een jaarlijks activiteitenverslag op, dat een beoordeling bevat van de uitvoering van zijn opdrachten en van de toepassing van de huidige wet door de
stanties die ermee belast zijn. Hij formuleert alle nuttige voorstellen. »; 2° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2.Een lid van het openbaar ministerie, dat behoort tot een andere taalrol dan de directeur, draagt de titel van adjunct-directeur. Hij staat hem bij
de uitvoering van zijn opdrachten en vervangt hem
geval van verhindering of afwezigheid. »; 3° § 3 wordt opgeheven;4° § 4 wordt § 3, met dien verstande dat
de Franse tekst van deze paragraaf, het woord « Ministre » wordt vervangen door het woord « ministre » en dat
de Nederlandse versie van dezelfde paragraaf, het woord « do » en het woord « uil » worden vervangen door het woord « de » en het woord « uit »;5° § 5 wordt § 4. Art. 23.
artikel 20 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de Franse tekst wordt het woord « afferents » vervangen door het woord « afférents », worden de woorden « perçoit en outre » vervangen door de woorden « perçoit » en worden de woorden « d'un » vervangen door het woord « de »;2° de woorden « Daarboven ontvangt hij » worden vervangen door de woorden « Hij ontvangt » en de woorden « van een substituut » worden vervangen door de woorden « van substituut ». Art. 24.
artikel 22 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de eerste zin wordt vervangen als volgt : « De personeelsleden hebben recht op vergoeding voor de reis- en verblijfskosten overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het personeel van de federale overheidsdiensten.»; 2°
de tweede en de derde zin worden de woorden « rang 10 » vervangen door de woorden « klasse A1 » en worden de woorden « rang 15 » vervangen door de woorden « klasse A4 ». Art. 25.Artikel 23 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 23.- § 1. Iedere persoon die zijn medewerking verleent aan de vervulling van de opdrachten van het Centraal Orgaan is, buiten het uitoefenen van zijn ambt, verplicht tot geheimhouding aangaande alle zaken waarvan hij
de uitvoering van zijn opdracht of van zijn functie kennis heeft. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. § 2.
het kader van de uitvoering van de opdrachten van het Centraal Orgaan oefent het personeel zijn functie uit, wanneer het mededelingen doet aan
stellingen met gelijkaardige opdrachten en verplichtingen. De voorafgaande toestemming van de procureur des Konings of van de onderzoeksrechter is vereist wanneer zulke mededelingen van aard zijn om een
vloed te hebben op lopende gerechtelijke dossiers. ». Art. 26.
de Franse tekst van artikel 25 van dezelfde wet worden de woorden « Sans préjudice des » vervangen door het woord « nonobstant », wordt het woord « Central » vervangen door het woord « central » en wordt het woord « Ministre » vervangen door het woord « ministre ». Art. 27.
artikel 28 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de Franse tekst, wordt het woord « Central » vervangen door het woord « central »;2° het woord «
trest » wordt vervangen door het woord «
terest ». HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 19 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003009297 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Wetboek van strafvordering, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
zake motorrijtuigen en het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten
strafzaken sluiten tot wijziging van het Wetboek van strafvordering, van de wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten9 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
zake motorrijtuigen Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 19 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003009297 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Wetboek van strafvordering, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
zake motorrijtuigen en het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten
strafzaken sluiten tot wijziging van het Wetboek van strafvordering Art. 28.Artikel 138, 6°ter, van het Wetboek van strafvordering,
gevoegd bij de wet van 11 juli 1994, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 6°ter. van de wanbedrijven omschreven
de artikelen 22, 23 en 26 van de wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten9 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
zake motorrijtuigen en van het rechtsmiddel bedoeld
artikel 21 § 4 van dezelfde wet,
geval van
beslagneming van deze voertuigen. ». Art. 29.Artikel 165, tweede lid, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 19 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003009297 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Wetboek van strafvordering, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
zake motorrijtuigen en het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten
strafzaken sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Wanneer het veroordelend vonnis de bijzondere verbeurdverklaring
houdt van zaken of sommen die zich bevinden of
te vorderen zijn buiten het Koninkrijk, maakt het openbaar ministerie een afschrift van de relevante stukken van het strafdossier over aan de Minister van Justitie. Hij licht het Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring daarvan
door toezending van kopie. ». Art. 30.Artikel 197bis, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 19 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003009297 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Wetboek van strafvordering, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
zake motorrijtuigen en het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten
strafzaken sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 197bis.- De vervolgingen tot
vordering van verbeurdverklaarde goederen, worden
naam van de procureur des Konings gedaan door de Domeinen, volgens de aanwijzingen van het Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring. De Domeinen verrichten de handelingen en stellen de vorderingen
, die vereist zijn ter
ning of ter vrijwaring van de rechten die het vonnis aan de Schatkist toekent. Voor het
stellen van een vordering
rechte wordt overleg gepleegd met het Centraal Orgaan. Wanneer het veroordelend vonnis de bijzondere verbeurdverklaring
houdt van zaken of sommen die zich bevinden of
te vorderen zijn buiten het Koninkrijk, maakt het openbaar ministerie een afschrift van de relevante stukken van het strafdossier over aan de Minister van Justitie. Hij licht het Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring daarvan
door toezending van een kopie. ». Art. 31.Artikel 376, tweede lid, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 19 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003009297 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Wetboek van strafvordering, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
zake motorrijtuigen en het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten
strafzaken sluiten, wordt vervangen als volgt : « Wanneer het veroordelend vonnis de bijzondere verbeurdverklaring
houdt van zaken of sommen die zich bevinden of
te vorderen zijn buiten het Koninkrijk, maakt het openbaar ministerie een afschrift van de relevante stukken van het strafdossier over aan de minister van Justitie. Hij licht het Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring daarvan
door toezending van een kopie. ». Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten9 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
zake motorrijtuigen Art. 32.Artikel 21 van de wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten9 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
zake motorrijtuigen, gewijzigd bij de wet van 19 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003009297 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Wetboek van strafvordering, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
zake motorrijtuigen en het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten
strafzaken sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 21.- § 1. Wanneer bewezen is dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig aanleiding kon geven ten tijde van het beslag, gedekt was door een verzekering die aan de bepalingen van deze wet voldoet of dat het voertuig daarvan wettelijk vrijgesteld was, en wanneer de eigenaar van het motorrijtuig geen overtreding van de artikelen 22, 23 of 26 ten laste wordt gelegd, wordt het beslag door het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter, het onderzoeksgerecht of het vonnisgerecht waarbij de zaak aanhangig is, opgeheven, tenzij de handhaving daarvan om een andere reden vereist is. § 2.
de andere gevallen kan het beslag slechts opgeheven worden nadat er een verzekeringsovereenkomst is afgesloten overeenkomstig deze wet en na de betaling van de beslag- en bewaringskosten voor het motorrijtuig. De opheffing van het beslag kan afhankelijk gemaakt worden van de betaling van een geldsom aan het Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring, met het oog op het vrijwaren van het herstel van de schade veroorzaakt door het voertuig. Het bedrag wordt vastgesteld door het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter, het onderzoeksgerecht of het vonnisgerecht waarbij de zaak aanhangig is. § 3. Wanneer het beslag langer duurt dan dertig dagen, kan de procureur des Konings, de onderzoeksrechter, het onderzoeksgerecht of het vonnisgerecht waarbij de zaak aanhangig is, de procedure toepassen die voorzien is
de artikelen 28octies en 61sexies van het Wetboek van strafvordering, behoudens voor wat betreft het rechtsmiddel vermeld
§ 4van het huidige artikel.
§ 4. Wanneer de
beslagneming gebeurde door de procureur des Konings
toepassing van deze wet, kunnen de personen aan wie van deze beslissing werd kennis gegeven krachtens artikel 28octies van het Wetboek van strafvordering, zich tot de politierechtbank wenden binnen de vijftien dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing. Deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen
dien een van deze personen
het buitenland verblijft. De zaak wordt aangebracht bij de politierechter door een verklaring gedaan op de griffie van de politierechtbank en
geschreven
een daartoe bestemd register. De procureur des Konings legt de stukken ter staving van zijn beslissing neer ter griffie. De politierechter doet
eerste en laatste aanleg uitspraak binnen de vijftien dagen na de neerlegging van de verklaring. De partijen en het openbaar ministerie worden gehoord. De griffier stelt de partijen en hun advocaten per faxpost of bij een ter post aangetekende brief, uiterlijk achtenveertig uur vooraf,
kennis van plaats, dag en uur van de zitting. De griffier maakt een kopie van het vonnis over aan het Centraal Orgaan voor de
beslagneming en de Verbeurdverklaring. § 5. Na afhouding door de Staat van de beslag- en bewaringskosten voor het motorrijtuig, vervangt de opbrengst van de vervreemding het
beslag genomen motorrijtuig. ». Art. 33.Artikel 24 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 24.- Bovendien kunnen de rechtbanken,
de gevallen bedoeld
artikel 22 : 1° voorgoed of voor een duur van ten minste acht dagen en van ten hoogste vijf jaar de vervallenverklaring uitspreken van het recht om een motorrijtuig te besturen. De bepalingen betreffende de vervallenverklaring van het recht tot sturen, vervat
de wetgeving op de politie van het wegverkeer, zijn van toepassing op de
het eerste lid bedoelde vervallenverklaring van het recht tot sturen; 2° onverminderd de rechten van de slachtoffers en van de rechtmatige eigenaar, de verbeurdverklaring van het voertuig bevelen.Er kan worden overgegaan tot de verbeurdverklaring
dien de eigenaar onbekend blijft. ». Art. 34.Artikel 25 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 25.- Bij veroordeling van de eigenaar van het motorrijtuig wegens overtreding van artikel 22 kunnen de rechtbanken bevelen dat de geldsom bedoeld
artikel 21, § 2, tweede lid, of de opbrengst van de vervreemding bedoeld
artikel 21, § 3, na aftrek van de beslag- en bewaringskosten voor het motorrijtuig, bestemd wordt voor de vergoeding van de door dat rijtuig veroorzaakte schade, met voorrang boven iedere andere schuldvordering. ». HOOFDSTUK III. - Wijziging van verschillende wettelijke bepalingen ter uniformisering van de uitvoeringsmodaliteiten van de opdrachten toevertrouwd aan de Justitiehuizen Afdeling 1. - Wijziging van het Strafwetboek Art. 35.
artikel 37quater van het Strafwetboek,
gevoegd door de wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/04/2002 pub. 07/05/2002 numac 2002009412 bron ministerie van justitie Wet tot
voering van de werkstraf als autonome straf
correctionele zaken en
politiezaken sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
worden de woorden « Ministerie van Justitie » vervangen door de woorden « FOD Justitie »;2° § 2 wordt als volgt aangevuld : « De Koning bepaalt de nadere regels
zake het beknopt voorlichtingsrapport en de maatschappelijke enquête. Deze rapporten en deze onderzoeken mogen alleen de pertinente elementen bevatten die van aard zijn de overheid die het verzoek tot de dienst van de justitiehuizen richtte
te lichten over de opportuniteit van de overwogen maatregel of straf. »; 3° de eerste zin van § 3, wordt als volgt vervangen : « Elke arrondissementele afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie stelt tweemaal per jaar een verslag op van bestaande activiteiten waaruit de werkstraf kan bestaan.»; 4° een § 4 wordt
gevoegd, luidende : « § 4.Op federaal en lokaal niveau worden overlegstructuren
zake de toepassing van de werkstraf opgericht. Deze overlegstructuren hebben tot taak de
stanties die betrokken zijn bij de uitvoering van de werkstraf, op regelmatige basis samen te brengen teneinde hun samenwerking te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels
zake de samenstelling en de werking van deze overlegstructuren. ». Art. 36.
artikel 37quinquies, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd door de wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/04/2002 pub. 07/05/2002 numac 2002009412 bron ministerie van justitie Wet tot
voering van de werkstraf als autonome straf
correctionele zaken en
politiezaken sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, eerste lid, worden de woorden « Ministerie van Justitie » vervangen door de woorden « FOD Justitie »;2°
§ 2
worden de woorden « afdeling van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie van het gerechtelijk arrondissement » vervangen door de woorden « bevoegde arrondissementele afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie »;3°
§ 2
worden de woorden « bij aangetekende brief en
voorkomend geval zijn raadsman bij gewone brief » vervangen door de woorden « bij gewone brief »;4°
§ 2
worden een tweede en derde lid
gevoegd, luidend als volgt : « De territoriale bevoegdheid van de probatiecommissie wordt bepaald door de verblijfplaats van de veroordeelde op het ogenblik van het
kracht van gewijsde gaan van het vonnis of arrest.
dien de betrokkene zijn verblijfplaats heeft buiten het grondgebied van het Rijk, is de territoriaal bevoegde probatiecommissie die van de plaats waar de veroordeling
eerste aanleg uitgesproken werd.
dien de commissie het
uitzonderlijke gevallen voor een tot een werkstraf veroordeelde persoon, die daartoe een gemotiveerde aanvraag
dient, aangewezen acht om de bevoegdheid over te dragen aan de probatiecommissie van zijn nieuwe verblijfplaats, neemt zij een gemotiveerde beslissing nadat die andere commissie binnen de twee maanden een eensluidend advies heeft uitgebracht. Voor een persoon zonder verblijfplaats
het Rijk kan volgens dezelfde procedure de bevoegdheid naar een andere probatiecommissie worden overgedragen, zonder dat het
dat geval de commissie van zijn nieuwe verblijfplaats moet zijn. »; 5° § 3, tweede lid, wordt als volgt vervangen : « De concrete
vulling van de werkstraf wordt vastgelegd
een door de veroordeelde te ondertekenen overeenkomst waarvan de justitieassistent hem een kopie overhandigt.De justitieassistent deelt eveneens een kopie van de ondertekende overeenkomst mee aan de probatiecommissie binnen de drie werkdagen. »; 6° § 4, derde lid, wordt als volgt vervangen : « Het verslag wordt bij gewone brief ter kennis gebracht van de veroordeelde, het openbaar ministerie en de justitieassistent.». Afdeling 2. - Wijziging van het Wetboek van strafvordering Art. 37.
artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, derde lid, wordt het woord « vorming » vervangen door het woord « opleiding »;2° § 1, vierde lid, wordt opgeheven;3° § 1bis wordt als volgt vervangen : « § 1bis.Wanneer de dader van het misdrijf
het kader van een bemiddeling
strafzaken
stemt met het voorstel van de procureur des Koning om een dienstverlening uit te voeren, deelt laatstgenoemde zijn beslissing ter uitvoering mee aan de afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de dader van het misdrijf, die onverwijld een justitieassistent aanwijst die wordt belast met de uitwerking en met de opvolging van de uitvoering van de dienstverlening. De justitieassistent bepaalt, na de dader van het misdrijf te hebben gehoord en rekening houdend met diens opmerkingen en lichamelijke en
tellectuele capaciteiten alsmede met de eventuele aanwijzingen van de procureur des Konings, de concrete
vulling van de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd, zulks onder toezicht van de procureur des Konings, die hierin te allen tijde preciseringen of wijzigingen kan aanbrengen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de dader van het misdrijf. De concrete
vulling van de dienstverlening wordt vastgelegd
een door de dader van het misdrijf te ondertekenen overeenkomst waarvan de justitieassistent hem een kopie overhandigt. De justitieassistent deelt eveneens een kopie van de ondertekende overeenkomst mee aan de procureur des Konings.
geval de dienstverlening niet of slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd, meldt de justitieassistent dit onverwijld aan de procureur des Konings.
dit geval kan de procureur des Konings de betrokkene oproepen, diens opmerkingen horen en het dossier naar de justitieassistent terugzenden, dan wel besluiten zijn optreden te beëindigen. »; 4°
§ 7
, eerste lid, worden de woorden « Ministerie van Justitie » vervangen door de woorden « FOD Justitie » en de woorden « op de uitvoering van hun opdracht » vervangen door de woorden « over de evolutie van het dossier »;5° een § 8 wordt
gevoegd, luidende : « § 8.Op federaal en lokaal niveau, worden overlegstructuren
zake de toepassing van dit artikel opgericht. Deze overlegstructuren hebben tot taak de
stanties die betrokken zijn bij de uitvoering van dit artikel, op regelmatige basis samen te brengen teneinde hun samenwerking te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels
zake de samenstelling en de werking van deze overlegstructuren. ». Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele feiten, vervangen door de wet van 1 juli 1964 Art. 38.Het opschrift van Hoofdstuk III van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, vervangen door de wet van 1 juli 1964, wordt aangevuld als volgt : « en de oprichting van overlegstructuren ». Art. 39.
Hoofdstuk III
van dezelfde wet wordt een artikel 13bis
gevoegd, luidende : « Art. 13bis.- Op federaal en lokaal niveau worden overlegstructuren
zake de toepassing van deze wet opgericht. Deze overlegstructuren hebben tot taak de
stanties die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet, op regelmatige basis samen te brengen teneinde hun samenwerking te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels
zake de samenstelling en de werking van deze overlegstructuren. ». Art. 40.
artikel 18 van dezelfde wet, wordt tussen het eerste en het tweede lid, het volgende lid gevoegd : « Hiertoe kan de commissie, ambtshalve of op het verzoek van de geïnterneerde of zijn advocaat, aan de arrondissementele afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie van de verblijfplaats van de geïnterneerde opdracht geven tot het opstellen van een beknopt voorlichtingsrapport of het uitvoeren van een maatschappelijke enquête. De Koning bepaalt de nadere regels
zake het beknopt voorlichtingsrapport en de maatschappelijke enquête. Deze rapporten en deze onderzoeken mogen alleen de pertinente elementen bevatten die van aard zijn de overheid die het verzoek tot de dienst van de justitiehuizen richtte
te lichten over de opportuniteit van de overwogen maatregel of straf. ». Art. 41.
artikel 19 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De beslissing tot
vrijheidstelling wordt uitvoerbaar na een termijn van vier dagen te rekenen van de uitspraak van de beslissing tot
vrijheidstelling.»; 2°
het tweede lid worden de woorden « Deze » vervangen door de woorden « De procureur des Konings ». Art. 42.
artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 7 mei 1999 en 28 november 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het vierde lid worden de woorden « alsook aan de justitieassistent die is aangeduid om de sociale voogdij te verzekeren »
gevoegd tussen de woorden « commissie » en « , binnen de maand »;2° het laatste lid wordt als volgt vervangen : «
het kader van deze voogdij, wordt de
vrijheidgestelde tevens onderworpen aan een sociale voogdij, die wordt uitgeoefend door de justitieassistent die hiertoe door de directeur van het Justitiehuis van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de
vrijheidgestelde wordt aangeduid.Deze voogdij maakt het mogelijk een sociale begeleiding te waarborgen die tot doel heeft recidive te voorkomen door de opvolging en het toezicht op de naleving van de voorwaarden. Deze justitieassistent brengt binnen een maand na de
vrijheidstelling verslag uit aan de commissie, en verder telkens als hij het nuttig acht of telkens als de commissie hem erom verzoekt, en ten minste om de zes maanden. Hij stelt,
voorkomend geval, de maatregelen voor die hij nodig acht. ». Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten8 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie Art. 43.
artikel 2 van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten8 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, vervangen bij de wet van 22 maart 1999 en gewijzigd bij de wetten van 7 mei 1999 en 28 maart 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, eerste lid, worden de woorden « een probatieassistent » vervangen door de woorden « de afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de verdachte »;2°
§ 1
, tweede lid, worden de woorden « een probatieassistent » vervangen door de woorden « de afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de beklaagde »;3°
§ 2
worden de woorden « een probatieassistent » vervangen door de woorden « de afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de delinquent ». Art. 44.Artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten, wordt als volgt vervangen : « Art. 9.- De verdachten en de veroordeelden aan wie een probatiemaatregel is opgelegd krachtens de artikelen 3 en 8, worden eveneens onderworpen aan een sociale begeleiding die wordt uitgeoefend door justitieassistenten van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie. Deze sociale begeleiding heeft tot doel recidive te voorkomen door de opvolging en het toezicht op de naleving van de voorwaarden. Op de tenuitvoerlegging van de probatiemaatregelen wordt toegezien door de probatiecommissie. ». Art. 45.
artikel 9bis, derde lid, van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000
zake
formaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de woorden « alsook aan de justitieassistent »
gevoegd tussen de woorden tussen de woorden « probatiecommissie » en « , binnen de maand ». Art. 46.
dezelfde wet wordt een artikel 10bis
gevoegd, luidende : « Art. 10bis.- Op federaal en lokaal niveau worden overlegstructuren
zake de toepassing van deze wet opgericht. Deze overlegstructuren hebben tot taak de
stanties die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet, op regelmatige basis samen te brengen teneinde hun samenwerking te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels
zake de samenstelling en de werking van deze overlegstructuren. ». Art. 47.
artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet 7 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het tweede lid, eerste zin, worden de woorden « van het Ministerie van Justitie, die de ambtenaar aanwijst » vervangen door de woorden « van de FOD Justitie, die de justitieassistent aanwijst »;2°
het tweede lid, tweede zin, wordt het woord « ambtenaar » vervangen door het woord « justitieassistent »;3°
het tweede lid, tweede zin, worden de woorden « een per post aangetekende brief, » vervangen door de woorden « bij gewone brief »;4° het derde lid wordt vervangen als volgt : « Binnen de maand na de aanwijzing van de justitieassistent, en verder telkens als deze het nuttig acht of telkens als de commissie hem erom verzoekt, en tenminste om de zes maanden, brengt hij verslag uit aan de probatiecommissie over de naleving van de voorwaarden.Hij stelt,
voorkomend geval, de maatregelen voor die hij nodig acht. ». Afdeling 5. - Wijziging van de wet 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis Art. 48.
artikel 35 van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten1 betreffende de voorlopige hechtenis, gewijzigd bij de wet van 28 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/11/2000 pub. 03/02/2001 numac 2001009035 bron ministerie van justitie Wet van 28 november 2000
zake
formaticacriminaliteit type wet prom. 28/11/2000 pub. 17/03/2001 numac 2001009048 bron ministerie van justitie Wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid : « Met het oog op de bepaling van de voorwaarden, kan de onderzoeksrechter de afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de betrokkene de opdracht geven een beknopt voorlichtingsrapport op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren.De Koning bepaalt de nadere regels
zake het beknopt voorlichtingsrapport en de maatschappelijke enquête. Deze rapporten en deze onderzoeken mogen alleen de pertinente elementen bevatten die van aard zijn de overheid die het verzoek tot de dienst van de justitiehuizen richtte
te lichten over de opportuniteit van de overwogen maatregel of straf. »; 2°
§ 6
, tweede lid, worden de woorden « en aan de justitieassistent van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie die met de ondersteuning en de controle is belast »
gevoegd tussen de woorden « aan het gerecht » en « , binnen de maand ». Art. 49.Artikel 38, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 7 mei 1999 en 28 november 2000, wordt als volgt vervangen : « Art. 38.- § 1. Voor hulp en voor nazicht betreffende het respecteren van de voorwaarden kan er een beroep gedaan worden op de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie. Het naleven van de verbodsvoorwaarden wordt door de politiediensten gecontroleerd.
het kader van het toezicht op de naleving van de voorwaarden stelt de justitieassistent van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie, die
dit kader is aangewezen, een verslag op ten laatste vijftien dagen voor het verstrijken van de termijn van de maatregel tot
vrijheidstelling onder voorwaarden. Op elk moment kan een tussentijds verslag worden opgesteld
dien de voorwaarden niet worden nageleefd of
dien zich een moeilijkheid met betrekking tot de naleving van de voorwaarden voordoet. ». Art. 50.
Titel I
, Hoofdstuk X, van dezelfde wet, word een artikel 38bis
gevoegd, luidende : « Art. 38bis.- Op federaal en lokaal niveau, worden overlegstructuren
zake de toepassing van deze wet opgericht. Deze overlegstructuren hebben tot taak de
stanties die betrokken zijn bij de uitvoering deze wet, op regelmatige basis samen te brengen teneinde hun samenwerking te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels
zake de samenstelling en de werking van deze overlegstructuren. ». Afdeling 6. - Wijziging van de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten2 houdende sociale bepalingen Art. 51.
artikel 69, 3°, eerste streepje, van de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten2 houdende sociale bepalingen, worden de woorden « werkstraf, »
gevoegd tussen de woorden « dienstverlening, » en « opleiding ». Afdeling 7. - Wijziging van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten2 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten
het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten Art. 52.
de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten2 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten
het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, word een Titel XIIbis
gevoegd, dat artikel 98bis omvat, luidende : « TITEL XIIbis. - Overlegstructuren Art. 98bis.- Op federaal en lokaal niveau, worden overlegstructuren
zake de toepassing van deze wet opgericht. Deze overlegstructuren hebben tot taak de
stanties die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet, op regelmatige basis samen te brengen teneinde hun samenwerking te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels
zake de samenstelling en de werking van deze overlegstructuren. ». HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten2 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten
het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten Art. 53.Artikel 3, § 4, tweede lid, van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten2 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten
het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, wordt aangevuld met de woorden « en aan het openbaar ministerie. ». Art. 54.
artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
, eerste en tweede lid, wordt het woord « dagen » telkens vervangen door het woord « werkdagen »;2°
§ 2
wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid
gevoegd, luidend als volgt : « De beslissing tot toekenning van een uitgaansvergunning of een penitentiair verlof wordt binnen vierentwintig uur meegedeeld aan de procureur des Konings van het arrondissement waar de uitgaansvergunning of het penitentiair verlof zal plaatsvinden.». Het vroegere derde lid van § 2, dat het vierde lid wordt, wordt aangevuld als volgt : « en,
voorkomend geval, van de voorwaarden die
zijn belang zijn opgelegd. »; 3° § 3, eerste lid, wordt aangevuld volgt : « Deze termijn om een nieuwe aanvraag
te dienen kan worden verkort op gemotiveerd advies van de directeur.»; 4°
§ 4
, eerste zin, worden de woorden « , en voor zover het advies van de directeur
zake de toekenning gunstig was, »
gevoegd tussen de woorden « termijn » en « wordt ». Art. 55.Artikel 14, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : «
de gevallen bedoeld
artikel 59, deelt de procureur des Konings zijn beslissing mee aan het openbaar ministerie en aan de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank. ». Art. 56.Artikel 17, § 2, van dezelfde wet, wordt aangevuld met het volgende lid : « De beslissing tot toekenning van een onderbreking van de strafuitvoering wordt binnen vierentwintig uur meegedeeld aan de procureur des Konings van het arrondissement waar de onderbreking van de strafuitvoering zal plaatsvinden. ». Art. 57.
artikel 30, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden « of arrest »
gevoegd tussen de woorden « vonnis » en « van veroordeling ». Art. 58.
artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt het zevende streepje als volgt vervangen : « -
voorkomend geval, het met redenen omkleed advies van een dienst of persoon die gespecialiseerd is
de diagnostische expertise van seksuele delinquenten;2°
de Nederlandse tekst van § 4 worden de woorden « aan de strafuitvoeringsrechtbank » vervangen door de woorden « aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank ». Art. 59.
artikel 32, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de komma na de woorden « hetzelfde Wetboek » wordt geschrapt;2° de woorden « dienst die
de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten is gespecialiseerd » worden vervangen door de woorden « dienst of persoon die gespecialiseerd is
de diagnostische expertise van seksuele delinquenten ». Art. 60.
artikel 33, § 1, van dezelfde wet worden de woorden « ,
voorkomend geval, »
gevoegd tussen de woorden « aan de veroordeelde en » en « de directeur ». Art. 61.
artikel 38 van dezelfde wet wordt het woord « zeven » vervangen door het woord « veertien ». Art. 62.
artikel 41 van dezelfde wet vervalt de komma na de woorden « hetzelfde Wetboek ». Art. 63.
artikel 54 van dezelfde wet wordt het woord « zeven » vervangen door het woord « veertien ». Art. 64.
artikel 60, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden « bij de artikelen 25 of 26 » vervangen door de woorden « door deze wet ». Art. 65.Artikel 61, § 2, eerste lid, van dezelfde wet wordt als volgt vervangen : « De veroordeelde wordt bij gerechtsbrief opgeroepen om binnen zeven dagen na de vaststelling van de onverenigbaarheid te verschijnen voor de strafuitvoeringsrechter of,
voorkomend geval, voor de strafuitvoeringsrechbank. De oproeping bij gerechtsbrief schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing tot toekenning van de desbetreffende strafuitvoeringsmodaliteit. ». Art. 66.Artikel 62, § 3, derde lid, van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 67.
artikel 63, § 2, van dezelfde wet worden de woorden « , de directeur en,
voorkomend geval, » vervangen door de woorden « en,
voorkomend geval, de directeur en ». Art. 68.
artikel 68 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, eerste lid, wordt als volgt aangevuld : « De behandeling van de zaak vindt plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank.Deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk vijftien dagen na de aanhangigmaking van de zaak door het openbaar ministerie bij de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank. »; 2°
§ 4wordt het woord « vijftien » vervangen door het woord « zeven ».
Art. 69.
artikel 70, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden « vijf dagen » vervangen door de woorden « zeven werkdagen ». Art. 70.
artikel 71, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden « De proeftijd is » vervangen door de woorden « Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 44, § 5 is de proeftijd ». Art. 71.
artikel 73 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
1° worden de woorden « onderbreking van de strafuitvoering » vervangen door de woorden « voorlopige
vrijheidstelling om medische redenen »;2°
2° worden de woorden « , of zijn vertegenwoordiger, »
gevoegd tussen de woorden « de veroordeelde » en «
stemt ». Art. 72.
artikel 74, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden « of zijn vertegenwoordiger, »
gevoegd tussen de woorden « van de veroordeelde, » en « door de strafuitvoeringsrechter ». Art. 73.
artikel 76 van dezelfe wet wordt het woord « 77 » vervangen door het woord « 79 ». Art. 74.Artikel 80 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « De verjaring van de straf loopt niet tijdens de voorlopige
vrijheidstelling om medische redenen. ». Art. 75.
artikel 87, § 2, eerste streepje, van dezelfde wet wordt het woord « 374bis » vervangen door het woord « 347bis ». Art. 76.Artikel 105 van dezelfde wet wordt als volgt vervangen : « Art. 105.-
artikel 20 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en
ternationale samenwerking Wet houdende
stemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot
stelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, gewijzigd bij de wetten van 5 maart 1998 en 7 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt als volgt vervangen : « De politiediensten houden toezicht op de veroordeelden die een strafuitvoeringsmodaliteit van de vrijheidsstraf genieten, op de veroordeelden die genieten van enige andere maatregel die de strafuitvoering schorst, op de veroordeelden
penitentiair verlof, op de veroordeelden tot een probatie-opschorting of een probatieuitstel alsook op de verdachten die
vrijheid gesteld of gelaten zijn overeenkomstig de wet betreffende de voorlopige hechtenis.»; 2° het tweede lid wordt als volgt vervangen : « Zij houden eveneens toezicht op de naleving van de hen daartoe meegedeelde voorwaarden die zijn opgelegd aan de veroordeelden die een strafuitvoeringsmodaliteit van de vrijheidsstraf genieten, aan de veroordeelden die genieten van enige andere maatregel die de strafuitvoering schorst, aan de veroordeelden
penitentiair verlof, aan de veroordeelden tot een probatie-opschorting of een probatieuitstel alsook aan de verdachten die
vrijheid gesteld of gelaten zijn overeenkomstig de wet betreffende de voorlopige hechtenis.». ». Art. 77.Artikel 107 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « De afwijzingsbeslissingen genomen door de commissies voor de voorwaardelijke
vrijheidsstelling,
overeenstemming met artikel 4, § 6, van de wet van 5 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, evenals de uitstelbeslissingen genomen door de personeelscolleges
overeenstemming met artikel 3, § 2, van dezelfde wet, blijven hun uitwerking behouden na de
werkingtreding van deze wet. ». Art. 78.De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking op dezelfde datum als de bepalingen die ze wijzigen. HOOFDSTUK V. - Wijziging van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten2 houdende oprichting van strafuitvoeringsrechtbanken Art. 79.
artikel 7 van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten2 houdende oprichting van strafuitvoeringsrechtbanken, wordt artikel 80bis, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen als volgt : « Bij verhindering van een rechter bij de strafuitvoeringsrechtbank, wijst de eerste voorzitter van het hof van beroep een werkend rechter bij de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep aan, die ermee
stemt, aan om hem te vervangen. ». Art. 80.Artikel 79 treedt
werking de dag waarop artikel 7 van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten2 houdende oprichting van de strafuitvoeringsrechtbanken,
werking treedt. HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek Afdeling 1. - Wijziging van de procedure betreffende de aanwijziging van de kandidaat-magistraat (derde weg) Art. 81.
artikel 191bis, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek,
gevoegd bij de wet van 7 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten0
de plaats van het vroegere artikel 191bis van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 15 juni 2001, dat vernietigd is bij arrest nr. 14/2003 van het Arbitragehof van 28 januari 2003, wordt tussen het tiende en het elfde lid het volgende lid
gevoegd : « De termijnen van de procedure worden geschorst van 15 juli tot 15 augustus. ». Afdeling 2. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek Art. 82.
artikel 259sexies van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wetten van 3 mei 2003, 17 mei 2006, 13 juni 2006 en 5 augustus 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, 4°, eerste lid, worden de woorden « uit de rechters
de rechtbank van eerste aanleg » vervangen door de woorden « uit de rechters of de toegevoegde rechters
de rechtbanken van eerste aanleg »;2°
§ 1
, 4°, vierde lid, worden de woorden « uit de rechters
de rechtbanken van eerste aanleg » vervangen door de woorden « uit de rechters of de toegevoegde rechters
de rechtbanken van eerste aanleg » en worden de woorden « tien jaar » vervangen door de woorden « vijf jaar »;3°
§ 1
, 5°, eerste lid, worden de woorden « en de toegevoegde substituten-procureurs des Konings »
gevoegd na de woorden « uit de substituten-procureurs des Konings »;4°
§ 1
, 5°, vierde lid, worden de woorden « en de toegevoegde substituten-procureurs des Konings »
gevoegd na de woorden « uit de substituten-procureurs des Konings » en worden de woorden « tien jaar » vervangen door de woorden « vijf jaar ». Art. 83.
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 326bis
gevoegd, luidende : « Art. 326bis.-
geval een substituut-procureur des Konings gespecialiseerd
strafuitvoeringszaken verhinderd is, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep een magistraat van een parket van de procureur des Konings van zijn rechtsgebied aan om hem te vervangen.
uitzonderlijke gevallen wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep, na het advies van de betrokken korpschefs te hebben
gewonnen, een magistraat van een parket van de procureur des Konings van zijn rechtsgebied aan die een voortgezette gespecialiseerde opleiding heeft gevolgd
strafuitvoeringszaken georganiseerd
het kader van de opleiding van magistraten bedoeld
artikel 259bis -9, § 2, om het ambt van substituut-procureur des Konings gespecialiseerd
strafuitvoeringszaken uit te oefenen voor een termijn van ten hoogste twee jaar.
dien nodig geeft de Minister van Justitie, met
achtneming van de wet op het gebruik der talen
gerechtszaken en na advies van de betrokken korpschefs en procureurs-generaal, opdracht aan een magistraat van het openbaar ministerie van een ander rechtsgebied die een voortgezette gespecialiseerde opleiding heeft gevolgd
strafuitvoeringszaken georganiseerd
het kader van de opleiding van magistraten bedoeld
artikel 259bis -9, § 2, om het ambt van substituut-procureur des Konings gespecialiseerd
strafuitvoeringszaken uit te oefenen. De aanwijzingen bedoeld
het eerste en tweede lid en de opdracht bedoeld
het derde lid kunnen slechts met toestemming van de magistraat worden gegeven.
geval de ontstentenis van deze toestemming kennelijk de continuïteit van de dienst
gevaar brengt, kunnen, na eensluidend bijkomend advies van de betrokken korpschefs hieromtrent, de procureur-generaal, voor de
het eerste en tweede lid bedoelde aanwijzingen en de Minister van Justitie, voor de
het derde lid bedoelde opdracht, zonder de toestemming van de betrokken magistraat, tot de aanwijzing of de opdracht besluiten. ». Art. 84.Artikel 83 treedt
werking op 1 februari
- Afdeling
- - Advocaat bij het Hof van Cassatie Art. 85.
artikel 478, tweede lid, van het hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/12/2005 pub. 16/12/2005 numac 2005009965 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de adoptie type wet prom. 06/12/2005 pub. 12/01/2006 numac 2005003869 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende eindregeling van de begroting van de diensten van algemeen bestuur van de Staat van het jaar 2003 type wet prom. 06/12/2005 pub. 21/12/2005 numac 2005014216 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de opmaak en financiering van actieplannen
zake verkeersveiligheid sluiten, worden de woorden «
geschreven staan » vervangen door de woorden «
geschreven geweest zijn ». Art. 86.Deze afdeling treedt
werking op 2 januari 2007. HOOFDSTUK VII. - Wijziging van de wetten van 8 april 1965 en 1 maart 2002
zake jeugddelinquentie, evenals van het Gerechtelijk Wetboek Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten0 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade Art. 87.
artikel 5 van de wet van 13 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten3 tot wijziging van de wetgeving betreffende de jeugdbescherming en het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, wordt artikel 29bis, eerste zin, van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten0 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, vervangen als volgt : « Art. 29bis.- Wanneer de jeugdrechtbank een als misdrijf omschreven feit waarvoor een minderjarige vervolgd werd, bewezen verklaart, kan ze, op vordering van het openbaar ministerie of ambtshalve, het volgen van een ouderstage bevelen aan de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over deze minderjarige,
dien ze zich duidelijk onverschillig opstellen tegenover het delinquent gedrag van deze laatste, en deze onverschilligheid bijdraagt tot de problemen van de minderjarige. ». Art. 88.
artikel 7, 2°, van dezelfde wet wordt artikel 37, § 2, tweede lid, eerste zin, van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten0 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, aangevuld met de woorden « verwezen uit hoofde van een als misdrijf omschreven feit ». Art. 89.
artikel 11 van dezelfde wet wordt artikel 45bis, eerste zin, van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten0 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, vervangen als volgt : « Art. 45bis.-
geval de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige die verklaart niet te ontkennen een als misdrijf omschreven feit te hebben gepleegd, zich duidelijk onverschillig opstellen tegenover het delinquent gedrag van deze laatste, en deze onverschilligheid bijdraagt tot de problemen van de minderjarige, kan de procureur des Konings hen voorstellen een ouderstage te volgen. ». Art. 90.
artikel 13 van dezelfde wet, wordt
de Franse tekst van artikel 45quater, § 2, tweede lid, van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten0 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, het woord « présumée » vervangen door het woord « soupçonnée d' ». Art. 91.
artikel 13 van dezelfde wet worden,
artikel 45quater, § 3, tweede lid, van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten0 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, de woorden « dader van een als misdrijf omschreven feit » vervangen door de woorden «
artikel 36, 4°, bedoelde persoon ». Art. 92.Artikel 37, § 2, eerste lid, 8°, van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke
vrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten0 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten3, wordt aangevuld als volgt : «
geval van plaatsing
een gesloten opvoedingsafdeling, geldt de procedure vermeld
artikel 52quater, derde tot en met zesde lid, negende en tiende lid,
zake het verlaten van de
stelling. ». Art. 93.
artikel 37, § 2quater, eerste lid, 4°, en 37, § 2quater, tweede lid, 5°, van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 13 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten3, worden,
de Franse tekst, de woorden « ont fait l'objet » vervangen door de woorden « font l'objet ». Art. 94.
artikel 48, § 2, laatste lid, van dezelfde wet, worden de woorden « overeenkomstig artikel 38 » vervangen door de woorden « overeenkomstig artikel 57bis ». Art. 95.
artikel 51, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten3, vervallen de woorden « alsmede alle mogelijke slachtoffers ». Art. 96.
artikel 52bis, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden « artikel 52quater, vierde lid » vervangen door de woorden « artikel 52quater, zevende en achtste lid ». Art. 97.
artikel 52ter, vierde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 15 mei en 13 juni 2006, vervallen de woorden « zijn advocaat en aan ». Art. 98.Artikel 52quater, derde lid, van dezelfde wet wordt vervangen door volgende leden : « Bovendien is het verlaten van de
stelling door de betrokkene onderworpen aan volgende voorwaarden : 1° het verlaten van de
stelling om te verschijnen voor de rechtbank, om redenen van medische noodzaak of om een begrafenis
België bij te wonen
geval van overlijden van een familielid tot en met de tweede graad, is niet ondergeschikt aan een toelating door de jeugdrechter of jeugdrechtbank.De
stelling
formeert de jeugdrechter of de jeugdrechtbank evenwel voorafgaandelijk per fax van elke uitstap
deze zin. De Koning kan bij
Ministerraad overlegd koninklijk besluit deze regel uitbreiden tot andere soorten uitstappen; 2° de soorten uitstappen die beschreven staan
het pedagogisch project dat de openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming aan de jeugdrechter of de jeugdrechtbank meedeelt met vermelding van de soorten omkadering per soort uitstap, kunnen worden verboden door de jeugdrechter of de jeugdrechtbank, bij gemotiveerde beslissing voor één of meer van de redenen genoemd
het vierde lid.Het verbod kan ook beperkt worden tot slechts enkele soorten activiteiten en kan verband houden met een onvoldoende omkadering; 3° voor het verlaten van de
stelling
het kader van activiteiten die niet uitdrukkelijk deel uitmaken van het pedagogisch project van de openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming, moet geval per geval een verzoek aan de jeugdrechter of de jeugdrechtbank worden gericht, waarin de voorziene soort omkadering nader wordt omschreven. De aanvraag gebeurt uiterlijk vijf werkdagen voor aanvang van de activiteit. De jeugdrechter of jeugdrechtbank doet uitspraak binnen de vier werkdagen. Een afschrift van het verzoek wordt onverwijld door de griffie aan het openbaar ministerie bezorgd. Van de beslissing van de jeugdrechter of de jeugdrechtbank wordt aan de openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming kennis gegeven per fax. Een afschrift van de beslissing wordt binnen de 24 uur door de griffie aan het openbaar ministerie bezorgd.
geval de jeugdrechter of de jeugdrechtbank verbiedt om de
stelling te verlaten, vermeldt hij de redenen van dit verbod die steunen op een of meer van volgende redenen : 1° de betrokkene geeft blijk van een gedrag dat voor hemzelf of voor anderen gevaarlijk is;2° er bestaan ernstige redenen om te vrezen dat de betrokkene,
dien hij opnieuw
vrijheid wordt gesteld, nieuwe misdaden of wanbedrijven pleegt, zich aan het gerecht onttrekt, bewijsmateriaal probeert te doen verdwijnen of tot een heimelijke verstandhouding komt met derden;3° het belang van een slachtoffer of zijn omgeving vereist dit verbod. De jeugdrechter of jeugdrechtbank kan de dienst slachtofferonthaal verzoeken om een slachtofferfiche op te stellen. Het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen een uitstap genoemd
lid 3, 2° of 3°, is opschortend gedurende vijftien dagen te rekenen vanaf de akte van hoger beroep. Hoger beroep tegen een uitstap genoemd
lid 3, 2°, moet worden
gesteld binnen een termijn van achtenveertig uren, die begint te lopen vanaf de mededeling van de beslissing van de jeugdrechter of de jeugdrechtbank om de jongere toe te vertrouwen aan een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming,
gesloten opvoedingsafdeling. Het openbaar ministerie brengt de betrokken openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming er onverwijld van op de hoogte. De jeugdrechter of jeugdrechtbank kan ten allen tijde, hetzij ambtshalve hetzij op vordering van het openbaar ministerie, de beslissing bedoeld
het derde lid, 2° en 3°, wijzigen. ». Art. 99.
artikel 58, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden « 52quater, zesde lid » vervangen door de woorden « 52quater, negende lid ». Art. 100.
artikel 60, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° na de eerste zin wordt de volgende zin
gevoegd : « De griffie bezorgt het openbaar ministerie onverwijld een afschrift van het verzoekschrift.»; 2° de tweede zin, die de derde zin wordt, wordt aangevuld met de woorden « , alsmede het openbaar ministerie
geval het erom verzoekt. ». Art. 101.
artikel 63quater van dezelfde wet worden de woorden « 52quater, zesde en zevende lid » vervangen door de woorden « 52quater, negende en tiende lid ». Art. 102.
artikel 89 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten3, worden de woorden « 71, 80, 81, 82, 85 en 86 » vervangen door de woorden « 71 en 85 ». Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten7 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd Art. 103.Artikel 6, § 2, van de wet van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten7 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, wordt aangevuld met volgende leden : « Een afschrift van het advies van de directie van het Centrum en van de toelating wordt na ontvangst onverwijld door de griffie aan het openbaar ministerie bezorgd. Het verlaten van de
stelling om te verschijnen voor de rechtbank, om redenen van medische noodzaak of om een begrafenis
België bij te wonen
geval van overlijden van een familielid tot en met de tweede graad, is niet ondergeschikt aan een toelating door de jeugdrechter of onderzoeksrechter. De Koning kan deze regel uitbreiden tot andere soorten uitstappen.
dien de jeugdrechtbank of de onderzoeksrechter weigert de gevraagde toelating tot het verlaten van het centrum te verstrekken, vermeldt zij of hij de redenen van dit verbod die steunen op een of meer van volgende elementen : 1° de betrokkene geeft blijk van een gedrag dat voor hemzelf of voor anderen gevaarlijk is;2° er bestaan ernstige redenen om te vrezen dat de betrokkene nieuwe als misdrijf omschreven feiten pleegt, zich aan het gerecht onttrekt, bewijsmateriaal probeert te doen verdwijnen of tot een heimelijke verstandhouding komt met derden;3° het belang van een slachtoffer of zijn omgeving vereist dit verbod. De jeugdrechtbank of de onderzoeksrechter kan de dienst slachtofferonthaal verzoeken om een slachtofferfiche op te stellen. ». Art. 104.
artikel 7 van dezelfde wet vervalt § 1 en wordt de
deling
paragrafen verlaten. Art. 105.Artikel 8, tweede lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « Het hoger beroep tegen een toelating om het centrum te verlaten is daarentegen opschortend, gedurende vijftien dagen te rekenen van de akte van hoger beroep. ». Afdeling 3. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek Art. 106.Artikel 144septies, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek,
gevoegd bij de wet van 13 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten3, wordt aangevuld als volgt : « 3° met
achtneming van de respectieve bevoegdheden, voorzien
permanent contact met de leidende ambtenaren van de diensten van de gemeenschappen belast met de uitvoering van de beslissingen houdende plaatsing. ». Afdeling 4. - Slotbepaling Art. 107.Dit artikel, evenals de artikelen 87, 88, 89, 95, 97, 100, 102, 104 en 106 treden
werking op 1 januari 2007. De artikelen 92, 96, 98, 99, 101, 103 en 105 treden
werking op 1 maart 2007. De Koning bepaalt de datum waarop artikel 94
werking treedt. HOOFDSTUK VII. - Wijziging van de wet van 7 juli 1969 tot vaststelling van de personeelsformatie van de arbeidshoven en -rechtbanken Art. 108.
de tabel die voorkomt
artikel 1 van de wet van 7 juli 1969 tot vaststelling van de personeelsformatie van de arbeidshoven en -rechtbanken, wordt de kolom met als opschrift « Klerken-griffiers », gewijzigd bij de wet van 12 januari 1993, vervangen als volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 109.Artikel 108 treedt
werking op 1 september 2007. TITEL III. - Binnenlandse Zaken HOOFDSTUK I. - Regeling van de overgang van de leden van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Art. 110.De vaste leden van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen worden op de datum bepaald
artikel 231 van de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van rechtswege benoemd als toegevoegd rechter
vreemdelingenzaken bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het mandaat van de plaatsvervangende bijzitters van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen eindigt van rechtswege op de
het eerste lid bepaalde datum. Art. 111.§ 1. Het administratief en sociaal statuut en de bezoldigingsregeling van de toegevoegde rechters
vreemdelingenzaken worden geregeld door de bepalingen, van toepassing op de vastbenoemde leden van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen daags voor de
werkingtreding van hun van rechtswege benoeming.
afwijking van het eerste lid, zijn op hen van toepassing de volgende bepalingen van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten6 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen,
gevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1 : 1° het artikel 39/29;2° de artikelen 39/34 tot 39/36;3° de artikelen 39/38 tot 39/44 met dien verstande dat de
artikel 39/38, § 1, eerste lid, bepaalde leeftijd die is welke is geregeld door hun oorspronkelijk administratief statuut;4° de artikelen 39/45 tot 39/50 met dien verstande dat de toegevoegde rechters die gedetacheerd zijn, niet meegerekend worden ter bepaling van het aantal bedoeld
artikel 39/49, zevende lid;5° de artikelen 39/52 en 39/
- §
- De toegevoegde rechter die ten minste elf jaar dienstanciënniteit heeft als hetzij vast lid van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, hetzij als toegevoegd rechter, hetzij
beide ambten samen genomen, geniet een weddentoelage van 1.487 euro op jaarbasis.
dien een navolgende periodieke evaluatie leidt tot de eindvermelding « onvoldoende », dan verliest hij deze toelage vanaf de eerste dag van de maand volgend op de kennisgeving van de definitieve beoordeling. Onverminderd de
het eerste lid bedoelde weddentoelage, geniet de toegevoegde rechter die ten minste zeven jaar dienstanciënniteit heeft
deze functie, op formeel gemotiveerd gunstig advies van de korpschef, en voorzover hij bij zijn periodieke beoordeling, niet de vermelding « onvoldoende » heeft gekregen, een verhoging van 1.487 euro.
dien een navolgende periodieke evaluatie leidt tot de eindvermelding « onvoldoende », dan verliest hij deze toelage vanaf de eerste dag van de maand volgend op de kennisgeving van de definitieve beoordeling. Art. 112.De toegevoegde rechters
vreemdelingenzaken behandelen de beroepen waarvan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op grond van artikel 39/2, § 1, van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten6 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen kennis kan nemen. Zij worden door de eerste voorzitter aangewezen voor een kamer waarvan zij deel uitmaken. Zij kunnen deze kamer wanneer zij zitting houdt met drie leden, niet voorzitten. De toegevoegde rechters maken deel uit van de algemene vergadering van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen doch kunnen die niet voorzitten.
afwijking van het derde lid, maken zij geen deel uit van de algemene vergadering van de Raad wanneer deze haar bevoegdheden uitoefent bedoeld
de artikelen 39/19, 39/20, 39/24, 39/25 en 39/40. Art. 113.Dit hoofdstuk treedt
werking op de door artikel 231 van de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bepaalde datum. HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten6 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen Art. 114.
artikel 39/18 de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten6 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen,
gevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de woorden « de kandidaat-vluchteling » vervangen door de woorden « de asielzoeker ». Art. 115.
artikel 39/24 van dezelfde wet,
gevoegd door de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de Franse tekst van § 2, derde lid, worden de woorden « les droits et mérites respectifs » vervangen door de woorden « les titres et mérites respectifs » en wordt het woord « évaluation » vervangen door het woord « appréciation »;2°
§ 2
, zesde lid, worden de woorden « de benoemingsprocedure » vervangen door de woorden « de procedure van aanwijzing »;3°
de Franse tekst van § 3, eerste lid, worden de woorden « mandat précédent » vervangen door de woorden « mandat écoulé »;4°
de Franse tekst van § 3, tweede lid, worden de woorden « doit être renouvelé » vervangen door de woorden « est renouvelé ». Art. 116.
de Franse tekst van artikel 39/27 van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, eerste lid, worden de woorden « le retard juridique » vervangen door de woorden « l'arriéré juridictionnel »;2°
§ 2
, eerste lid, 2°, eerste streepje, worden de woorden « affaires en suspens et de l'arriéré judiciaire » vervangen door de woorden « affaires pendantes et de l'arriéré juridictionnel »;3°
§ 2
, derde lid worden de woorden « rapports de fonctionnement » vervangen door de woorden « rapports d'activité ». Art. 117.
de Franse tekst van artikel 39/28 van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 4
, tweede lid, worden de woorden « envoi recommandé » vervangen door de woorden « lettre recommandée »;2°
§ 4
, derde lid, worden de woorden « réception de l'appel » vervangen door de woorden « réception du recours ». Art. 118.
artikel 39/29 van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke
vrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, worden de woorden « waarin hij » vervangen door de woorden « waarin de betrokkene »;2°
de Franse tekst van § 3, tweede lid, worden de woorden « n'est obtenue » vervangen door de woorden « n'est accordée »;3°
de Franse tekst van § 4, tweede lid, worden de woorden « la