Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Programmawet

Kort samengevat

Deze wet regelt diverse sociale bepalingen, voornamelijk gericht op de gezondheidszorg, met specifieke aanpassingen betreffende geneesmiddelen en heffingen. Het doel is om de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen te wijzigen en heffingen op de omzet van geneesmiddelen vast te stellen.

Wat het regelt

  • De vermindering van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor de aflevering van biologische geneesmiddelen in ziekenhuizen.
  • De prijzen en vergoedingsbasissen van biologische geneesmiddelen.
  • De regels voor "goedkoop voorschrijven" van geneesmiddelen.
  • De heffingen op de omzet van geneesmiddelen en een bijdrage op marketing voor het jaar 2017.

Wie het aanbelangt

  • Ziekenhuizen en ziekenhuisapotheken die biologische geneesmiddelen afleveren.
  • Zorgverleners die geneesmiddelen voorschrijven.
  • Bedrijven die geneesmiddelen produceren en verkopen (betreffende omzetheffingen en marketingbijdragen).

Kernpunten

  • De tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor biologische geneesmiddelen, afgeleverd door een ziekenhuisapotheek, wordt met 10% verminderd vanaf 1 januari 2017.
  • Ziekenhuizen mogen deze vermindering niet ten laste leggen van de patiënten.
  • De prijzen en vergoedingsbasissen van bepaalde biologische geneesmiddelen worden op 1 juli 2017 en vervolgens halfjaarlijks met 10% verminderd.
  • Voor 2017 wordt de heffing op de omzet vastgesteld op 6,73% van de gerealiseerde omzet, met een voorschot van 6,73% van de omzet van 2016.
  • De percentages voor de weesheffing voor 2017 zijn 0% voor een omzet tot 1,5 miljoen euro, 3% voor een omzet tussen 1,5 en 3 miljoen euro, en 5% voor een omzet groter dan 3 miljoen euro.
Wettekst
Wettekst

wet (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet

artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7. Bij het vaststellen van de financiële verantwoordelijkheid vanaf het dienstjaar 2017 wordt aan de globale begrotingsdoelstelling het bedrag toegevoegd van de inkomsten die daadwerkelijk aan het Instituut worden gestort in uitvoering van de compensatieregels

artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7.". Art. 14.In artikel 202, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 30 december 2001, 27 december 2006 en 22 juni 2016, wordt tussen het derde en vierde lid een lid ingevoegd, luidende : "Vanaf het dienstjaar 2017 wordt voor de toepassing van het tweede lid het gedeelte dat betrekking heeft op de begrotingsdoelstelling van de verzekering voor geneeskundige verzorging, bedoeld in artikel 40, § 1, verhoogd met de geraamde bedragen die ter compensatie aan het Instituut verschuldigd zijn in uitvoering van de compensatieregels

artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7.". Art. 15.In artikel 202, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 31 januari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het tweede en derde lid worden twee leden ingevoegd, luidende : "Voor het dienstjaar 2016 wordt aan de globale begrotingsdoelstelling het verschil toegevoegd tussen enerzijds het bedrag van de inkomsten die daadwerkelijk aan het Instituut worden gestort in uitvoering van de compensatieregels

artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7, en anderzijds het bedrag van de geraamde inkomsten zoals opgenomen in de initiële begroting 2016 in uitvoering van de compensatieregels

artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7. Vanaf het dienstjaar 2017 wordt aan de globale begrotingsdoelstelling het bedrag toegevoegd van de inkomsten die daadwerkelijk aan het Instituut worden gestort in uitvoering van de compensatieregels

artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7."; 2° in het derde en vierde lid worden de woorden "overeenkomstig, § 1, vierde lid", vervangen door de woorden "overeenkomstig § 1, laatste lid". Afdeling 5 - Indexmassa honorariasectoren Art. 16.In afwijking van artikel 6 van het koninklijk besluit van 8 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten8 tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten voor de indexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging wordt de indexering van de honoraria, de toelagen, de tegemoetkomingen en de andere bedragen die door de Koning in toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden vastgesteld, voor het jaar 2017 begrensd tot 0,83%. Afdeling 6 - Maximumfactuur Art. 17.In artikel 37octies, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 28 juni 2013, worden de woorden "verminderd met een door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad vast te stellen bedrag" vervangen door de woorden "verminderd met 100 euro". Art. 18.In artikel 37undecies, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "verminderd met een door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad vast te stellen bedrag" vervangen door de woorden "verminderd met 100 euro";2° in het tweede lid worden de woorden "evenwel verminderd met het bedrag vastgesteld overeenkomstige artikel 37octies, § 2, eerste lid," vervangen door de woorden "verminderd met 100 euro". Art. 19.Artikel 37quaterdecies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/2002 pub. 04/07/2002 numac 2002022382 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2. Alle bedragen met betrekking tot de persoonlijke aandelen

artikelen 37octies en 37undecies, worden vanaf 1 januari 2016 gekoppeld aan de spilindex 101,02 (basis 2013=100) van de consumptieprijzen. Nadien worden ze op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer waartegen de sociale voorzieningen op die datum worden uitbetaald.". Afdeling 7 - Gegevensstroom facturatie naar de FOD Financiën Art. 20.In artikel 53 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juli 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "Bij toepassing van de derdebetalersregeling, en" opgeheven; 2° paragraaf 4, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin : "In geval van overdracht van facturatiegegevens door middel van een elektronisch netwerk, deelt het Instituut aan de bevoegde dienst van de FOD Financiën overeenkomstig de nadere uitvoeringsregels vastgesteld bij of krachtens het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de gegevens mee met betrekking tot de bedragen medegedeeld aan de verzekeringsinstellingen door de zorgverleners alsook de gegevens met betrekking tot de bedragen die de verzekeringsinstellingen, in voorkomend geval, betaald hebben aan deze laatsten.". Art. 21.Artikel 20 heeft uitwerking met ingang van 1 juli

  1. Afdeling 8 - Honorarium apothekers Art. 22.In het koninklijk besluit van 16 maart 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken sluiten1 tot vaststelling van de honoraria voor de aflevering van een vergoedbare farmaceutische specialiteit in een voor het publiek opengestelde apotheek worden opgeheven : 1° artikel 4, 3° ;2° artikel
  2. Art. 23.Deze afdeling treedt in werking op 1 januari
  3. Afdeling 9 - Bewarende maatregelen in het kader van de ziekenhuishervorming Art. 24.In titel III van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten1 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen wordt een hoofdstuk I/1 ingevoegd, luidende : "Hoofdstuk I/
  4. Bewarende maatregelen". Art. 25.In hoofdstuk I/1, ingevoegd bij artikel 24, wordt een artikel 62/1 ingevoegd, luidende : "Art. 62/1.Tot de door de Koning te bepalen datum en uiterlijk tot de eerste bijeenroeping van de nieuw verkozen Kamer van volksvertegenwoordigers na de eerstvolgende federale verkiezingen, mag het op het ogenblik van de bekendmaking van dit artikel aantal bestaande, erkende en in gebruik genomen bedden in diensten van algemene en psychiatrische ziekenhuizen, per soort van dienst en per ziekenhuis, niet worden verhoogd. De Koning kan in toepassing van het eerste lid een afzonderlijke datum bepalen voor de algemene ziekenhuizen, voor de psychiatrische ziekenhuizen, voor de verschillende soorten diensten binnen deze ziekenhuizen, evenals voor de transfer van bedden tussen ziekenhuizen.". Art. 26.In hetzelfde hoofdstuk I/1 wordt een artikel 62/2 ingevoegd, luidende : "Art. 62/2.Tot de door de Koning te bepalen datum en uiterlijk tot de eerste bijeenroeping van de nieuw verkozen Kamer van volksvertegenwoordigers na de eerstvolgende federale verkiezingen, mogen het op het ogenblik van de bekendmaking van dit artikel aantal erkende ziekenhuisfuncties, ziekenhuisafdelingen, ziekenhuisdiensten, medische diensten, medisch-technische diensten zorgprogramma's evenals het aantal in gebruik genomen en uitgebate zware medische apparaten niet worden verhoogd. Dat verbod op een verhoging van de aantallen geldt zowel op het niveau van het Rijk als op het niveau van het ziekenhuis. De Koning kan in toepassing van het eerste lid een afzonderlijke datum bepalen voor elke in het eerste lid bedoelde categorie evenals voor elke ziekenhuisfunctie, elke ziekenhuisafdeling, elke medische dienst, elke medisch-technische dienst, elk zorgprogramma en elk zwaar medisch apparaat.". Art. 27.Deze afdeling treedt in werking de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. In afwijking van het eerste lid treden artikelen 25 en 26 in werking op 1 maart 2017 ten aanzien van bedden, ziekenhuisfuncties, ziekenhuisafdelingen, ziekenhuisdiensten, medische diensten, medisch-technische diensten, zorgprogramma's en zware medische apparaten, die erkend werden tijdens een periode van zes maanden voorafgaand aan de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, maar waarvoor nog geen toelating voor ingebruikneming of uitbating werd verleend voor de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK 2 - Wijzigingen van de wet van 5 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten5 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong Art. 28.In artikel 7bis van de wet van 5 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten5 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong, ingevoegd bij de wet van 27 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid toegevoegd, luidende : "De in het eerste lid bedoelde subsidiëring wordt gestort door middel van een voorschot en een saldo.Per instelling bedraagt het voorschot 80 % van het gemiddelde van de subsidies ontvangen door deze instelling voor de laatste drie afgesloten boekjaren. Voor een instelling die nog geen subsidies ontving gedurende drie afgesloten boekjaren bedraagt het voorschot 80 % van het gemiddelde van de subsidies uitbetaald aan alle instellingen gedurende de laatste drie afgesloten boekjaren. Het saldo wordt gestort, volgens de door de Koning vastgestelde voorwaarden, na voorlegging van de bewijsstukken. De betaling van het saldo sluit het boekjaar van de jaarlijkse subsidie af."; 2° het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt aangevuld met de volgende zin : "Indien bij afsluiting van het in het tweede lid bedoelde boekjaar de op grond van de vorige zin door de Staat gestorte middelen te hoog bleken te zijn, vloeit het verschil terug naar de Schatkist.". Art. 29.Dit hoofdstuk treedt in werking op 31 december
  5. HOOFDSTUK 3 - Sociale fraude - Schoonmaaksector Art. 30.In de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten9 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 2016,wordt een artikel 2/2 ingevoegd, luidende : "Art. 2/2.De toepassing van de wet wordt uitgebreid naar de personen die activiteiten uitoefenen die ressorteren onder het toepassingsgebied van het paritair comité voor de schoonmaak, behalve indien die personen kunnen aantonen dat ze niet gewoonlijk en hoofdzakelijk werken voor één enkele cocontractant en hun activiteiten uitoefenen met eigen materiaal en factureren voor eigen rekening.". HOOFDSTUK 4 - RIZIV - Verlenging van de wachttijd in de uitkeringsverzekering voor de werknemers Afdeling 1 - Wijziging van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen Art. 31.In artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen wordt, na de eerste zin, die eindigt met de woorden "en op de moederschapsverzekering.", de volgende zin ingevoegd : "In geval van beëindiging van de arbeidsverhouding na 31 december 2016, worden deze bijdragen berekend over een periode van twaalf maanden.". Afdeling 2 - Wijziging van de wet van 6 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/02/2003 pub. 27/02/2003 numac 2003007066 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en houdende sociale bepalingen sluiten houdende sociale bepalingen voor militairen die terugkeren naar het burgerleven Art. 32.In artikel 16, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 6 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/02/2003 pub. 27/02/2003 numac 2003007066 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en houdende sociale bepalingen sluiten houdende sociale bepalingen voor militairen die terugkeren naar het burgerleven wordt, na de eerste zin, die eindigt met de woorden "en op de moederschapsverzekering.", de volgende zin ingevoegd : "In geval van ontslag wegens een terugkeer naar het burgerleven om enige reden na 31 december 2016, worden deze bijdragen berekend over een periode van twaalf maanden.". Afdeling 3 - Slotbepalingen Art. 33.Als de beëindiging van de arbeidsverhouding bedoeld in artikel 7 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen of het ontslag wegens een terugkeer naar het burgerleven om enige reden bedoeld in artikel 14 van de wet van 6 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/02/2003 pub. 27/02/2003 numac 2003007066 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en houdende sociale bepalingen sluiten houdende sociale bepalingen voor militairen die terugkeren naar het burgerleven, plaatsvindt in de periode vanaf 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016 en voor zover de betrokkene na 31 december 2016 een recht opent op de prestaties bedoeld in titel IV van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de werkgevers- en werknemersbijdragen geacht te zijn gestort voor een welbepaald tijdvak voorafgaandelijk aan de in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, van de voormelde wet van 20 juli 1991 of de in artikel 16, § 1, eerste lid, 2°, van de voormelde wet van 6 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/02/2003 pub. 27/02/2003 numac 2003007066 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en houdende sociale bepalingen sluiten bedoelde periode teneinde betrokkene recht te geven op de voormelde prestaties. Voor de toepassing van het eerste lid stemt het tijdvak, waarvoor de werkgevers- en werknemersbijdragen worden geacht te zijn gestort, overeen met de duur van de periode die aanvat op 1 juli 2016 en eindigt hetzij op de dag van de beëindiging van de arbeidsverhouding, hetzij op de dag van het ontslag wegens een terugkeer naar het burgerleven om enige reden. Dit tijdvak mag geenszins de duur overtreffen van de arbeidsverhouding van de ontslagen persoon of de werkelijke dienstperiode van de ontslagen militair, waarbij rekening moet worden gehouden met de periode van zes maanden waarvoor de verschuldigde werkgevers- en werknemersbijdragen berekend zijn geweest. Art. 34.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari
  6. HOOFDSTUK 5 - Wijziging van hoofdstuk VI van Titel XI van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten2 houdende diverse bepalingen (I) betreffende de sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen verschuldigd in de stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag, op aanvullende vergoedingen bij bepaalde socialezekerheidsuitkeringen en op uitkeringen voor invaliditeit Art. 35.In artikel 118 van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten2 houdende diverse bepalingen (I), laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 juni 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) er wordt een paragraaf 2quinquies ingevoegd, luidende : " § 2quinquies.Voor de werklozen met bedrijfstoeslag van wie de opzegging of de verbreking van de arbeidsovereenkomst betekend werd na 31 oktober 2016 en van wie de werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 1 januari 2017 ingaat, bedraagt, in afwijking van de §§ 2bis en 2quater en van artikel 124ter, het percentage van de werkgeversbijdrage bedoeld in § 1 : 1° 142,50 % voor de werkloze met bedrijfstoeslag die bij aanvang van de werkloosheid met bedrijfstoeslag de leeftijd van 55 jaar niet heeft bereikt;2° 75,00 % voor de werkloze met bedrijfstoeslag die bij aanvang van de werkloosheid met bedrijfstoeslag minstens 55 jaar is en de leeftijd van 58 jaar niet heeft bereikt;3° 75,00 % voor de werkloze met bedrijfstoeslag die bij aanvang van de werkloosheid met bedrijfstoeslag minstens 58 jaar is en de leeftijd van 60 jaar niet heeft bereikt;4° 37,50 % voor de werkloze met bedrijfstoeslag die bij aanvang van de werkloosheid met bedrijfstoeslag minstens 60 jaar is en de leeftijd van 62 jaar niet heeft bereikt; 5° 31,25 % voor de andere werklozen met bedrijfstoeslag."; b) er wordt een paragraaf 3/2 ingevoegd, luidende : " § 3/2.Voor de werklozen met bedrijfstoeslag die tewerkgesteld waren bij sociale werkplaatsen, als bedoeld in het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 14 juli 1998 inzake sociale werkplaatsen, of door werkgevers die behoren tot de non-profitsector, als bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken sluiten0 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector, en van wie de bedrijfstoeslag voor het eerst wordt toegekend vanaf 1 januari 2017 als gevolg van een opzegging of een verbreking van de arbeidsovereenkomst betekend na 31 oktober 2016, bedraagt, in afwijking van de §§ 2ter en 3/1 en van artikel 124ter, het percentage van de bijzondere werkgeversbijdrage : 1° 48,11 % voor elke maand waarin de werkloze met bedrijfstoeslag de leeftijd van 55 jaar niet heeft bereikt;2° 43,04 % voor elke maand waarin de werkloze met bedrijfstoeslag minstens 55 jaar is en de leeftijd van 58 jaar niet heeft bereikt;3° 27,86 % voor elke maand waarin de werkloze met bedrijfstoeslag minstens 58 jaar is en de leeftijd van 60 jaar niet heeft bereikt;4° 12,38 % voor elke maand waarin de werkloze met bedrijfstoeslag minstens 60 jaar is en de leeftijd van 62 jaar niet heeft bereikt; 5° 10,00 % voor de andere werklozen met bedrijfstoeslag."; c) in paragraaf 4 worden de woorden "

§§ 2t

er, 3 en 3/1" vervangen door de woorden "

§§ 2ter, 3, 3/1 en 3/2.".

Art. 36.In artikel 120 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door het koninklijk besluit van 19 juni 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  1. a)er wordt een paragraaf 3/2 ingevoegd, luidende : " § 3/2.Voor de aanvullende vergoedingen voor de eerste keer toegekend vanaf 1 januari 2017 als gevolg van een opzegging of een verbreking van de arbeidsovereenkomst betekend na 31 oktober 2016 of van elke andere beëindiging van de arbeidsovereenkomst na deze datum, bedraagt, in afwijking van §§ 3 en 3/1 en van artikel 124ter, het percentage van de bijzondere werkgeversbijdrage bedoeld in § 1 : 1° 150,00 % voor elke gerechtigde die bij de aanvang van de uitkering bedoeld in artikel 114, 3°,
  2. a)of b), de leeftijd van 52 jaar niet heeft bereikt;2° 142,50 % voor elke gerechtigde die bij de aanvang van de uitkering bedoeld in artikel 114, 3°,
  3. a)of b), minstens 52 jaar is en de leeftijd van 55 jaar niet heeft bereikt;3° 75,00 % voor elke gerechtigde die bij de aanvang van de uitkering bedoeld in artikel 114, 3°,
  4. a)of b), minstens 55 jaar is en de leeftijd van 58 jaar niet heeft bereikt;4° 75,00 % voor elke gerechtigde die bij de aanvang van de uitkering bedoeld in artikel 114, 3°,
  5. a)of b), minstens 58 jaar is en de leeftijd van 60 jaar niet heeft bereikt;5° 58,24 % voor elke gerechtigde die bij de aanvang van de uitkering bedoeld in artikel 114, 3°,
  6. a)of b), minstens 60 jaar is en de leeftijd van 62 jaar niet heeft bereikt; 6° 48,53 % voor de andere gerechtigden op de aanvullende vergoeding.";
  7. b)er wordt een paragraaf 4/2 ingevoegd, luidende : " § 4/2.Voor de aanvullende vergoedingen toegekend in de non-profitsector bedoeld in artikel 1, 1° en 2° van het koninklijk besluit van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken sluiten0 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector of in de sociale werkplaatsen bedoeld in het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 14 juli 1998 inzake sociale werkplaatsen en wanneer deze vergoeding voor de eerste keer wordt toegekend vanaf 1 januari 2017 als gevolg van een opzegging of een verbreking van de arbeidsovereenkomst betekend na 31 oktober 2016 of naar aanleiding van elke andere beëindiging van de arbeidsovereenkomst na deze datum, bedraagt, in afwijking van de §§ 4 en 4/1 en van artikel 124ter, het percentage van de bijzondere werkgeversbijdrage : 1° 50,63 % voor elke maand waarin de gerechtigde de leeftijd van 52 jaar niet heeft bereikt;2° 48,11 % voor elke maand waarin de gerechtigde minstens 52 jaar is en de leeftijd van 55 jaar niet heeft bereikt;3° 43,04 % voor elke maand waarin de gerechtigde minstens 55 jaar is en de leeftijd van 58 jaar niet heeft bereikt;4° 27,86 % voor elke maand waarin de gerechtigde minstens 58 jaar is en de leeftijd van 60 jaar niet heeft bereikt;5° 12,38 % voor elke maand waarin de gerechtigde minstens 60 jaar is en de leeftijd van 62 jaar niet heeft bereikt; 6° 10,00 % voor de andere gerechtigden op de aanvullende vergoeding.";
  8. c)in paragraaf 5 worden de woorden "

§§ 4

en 4/1" vervangen door de woorden "

§§ 4, 4/1 en 4/2.".

Art. 37.In artikel 124 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "bedoeld in artikel 118, §§ 2, 2bis, 2ter, 2quater, 3 en 3/1, in artikel 120, §§ 2, 3, 3bis, 4 en 4/1 en in artikel 122, §§ 1 en 2" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 118, §§ 2, 2bis, 2ter, 2quater, 2quinquies, 3, 3/1 en 3/2, in artikel 120, §§ 2, 3, 3/1, 3/2, 4, 4/1 en 4/2, in artikel 122, §§ 1 en 2 en in artikel 124ter";2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "bedoeld in artikel 118, §§ 2bis en 2quater, verlagen" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 118, §§ 2bis, 2ter, 2quater, en 2quinquies, en in artikel 124ter, aanpassen";3° in paragraaf 3 worden de woorden "van artikel 118, §§ 2, 2bis, 2quater en 3 of van artikel 120, §§ 2, 3 en 3/1" vervangen door de woorden "van artikel 118, §§ 2, 2bis, 2quater, 2quinquies, en 3, van artikel 120, §§ 2, 3, 3/1 en 3/2, of van artikel 124ter,". Art. 38.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2017. TITEL 3 - Diverse bepalingen HOOFDSTUK 1 - Opheffing van het Belgisch Fonds voor de Voedselzekerheid Art. 39.In artikel 22 van de wet van 19 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2002 pub. 04/05/2002 numac 2002014105 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij sluiten tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij, gewijzigd bij de wet van 19 januari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten0, wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Art. 22.In het beheerscontract worden de nadere regels voor de berekening en betaling van de monopolierente, de bijzondere bijdragen en het percentage van de winst voor belastingen vastgesteld dat jaarlijks wordt voorafgenomen en welke bestemd wordt voor de financiering van interventies voor hulpverlening aan en voedselzekerheid in ontwikkelingslanden en voor de doeleinden van openbaar nut, die worden bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en voor de jaarlijkse dotatie, waarvan het bedrag wordt bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, die wordt toegekend aan de Nationale Kas voor Rampenschade en aan de Koning Boudewijnstichting.". Art. 40.Artikel 2 van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt opgeheven. Art. 41.In de tabel gevoegd bij dezelfde wet wordt de rubriek 14-2 - Belgisch Fonds voor de Voedselzekerheid (BFVZ), ingevoegd bij de wet van 19 juni 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten3, opgeheven. Art. 42.Opgeheven worden : 1° de wet van 19 januari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten0 tot opheffing van de wet van 9 februari 1999 tot oprichting van het Belgisch Overlevingsfonds en tot oprichting van een Belgisch Fonds voor de Voedselzekerheid, gewijzigd bij de wetten van 19 juni 2011 en 28 juni 2013;2° de wet van 19 juni 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten3 houdende uitvoering en wijziging van de wet van 19 januari 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten0 tot opheffing van de wet van 9 februari 1999 tot oprichting van het Belgisch Overlevingsfonds en tot oprichting van een Belgisch Fonds voor Voedselzekerheid. Art. 43.§ 1. De projecten en programma's van het Belgisch Fonds voor de Voedselzekerheid die nog lopende zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen die voor die datum van toepassing waren totdat het bedrag dat in het ministerieel besluit of de toewijzingsovereenkomst is vermeld, integraal werd besteed. § 2. Een eindevaluatie van de in paragraaf 1 bedoelde programma's zal worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Art. 44.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2017. HOOFDSTUK 2 - Wijzigingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wat het bevel tot betalen betreft, van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten houdende fiscale en andere bepalingen, wat de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden betreft, en van de wet van 14 april 2014 houdende diverse bepalingen Afdeling 1 - Wijzigingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 Art. 45.Hoofdstuk II/1 van Titel V van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, ingevoegd bij de wet van 22 april 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten7, wordt vervangen als volgt : "Hoofdstuk II/1. Bevel tot betalen Art. 65/1.§ 1. Wanneer zowel de in artikel 65, § 1, bedoelde som als de in artikel 216bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de bepaalde termijn worden betaald, kan de procureur des Konings aan de overtreder een bevel geven tot betalen van de op deze overtreding toepasselijke geldsom, verhoogd met 35 % en desgevallend met de bijdrage voor het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders. De betaling moet gebeuren binnen een termijn van dertig dagen volgend op de dag van ontvangst van het bevel. Dit bevel wordt per aangetekende zending of per gerechtsbrief verstuurd aan de overtreder en bevat ten minste : 1° de dagtekening;2° de ten laste gelegde feiten en de geschonden wetsbepalingen;3° de datum, het tijdstip en de plaats van de overtreding;4° de identiteit van de overtreder;5° het nummer van het proces-verbaal;6° het bedrag van de te betalen geldsom;7° de dag waarop de som uiterlijk moet worden betaald;8° de wijze waarop en de termijn waarbinnen het beroep kan worden ingesteld, alsook de bevoegde politierechtbank. Het bevel tot betalen wordt geacht te zijn ontvangen de derde werkdag na de dag van de afgifte van de aangetekende zending of gerechtsbrief aan de post. § 2. De overtreder of diens advocaat kan binnen de dertig dagen volgend op de dag van ontvangst van het bevel tot betalen beroep aantekenen bij de bevoegde politierechtbank. Het beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift dat neergelegd wordt op de griffie van de bevoegde politierechtbank of bij een aangetekende zending of via elektronische post die aan de griffie worden verzonden. In die laatste gevallen geldt de datum van verzending van de aangetekende zending of van de elektronische post als datum waarop het verzoekschrift werd ingediend. Het verzoekschrift wordt met redenen omkleed en houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft. Op straffe van onontvankelijkheid vermeldt het verzoekschrift het nummer van het proces-verbaal. Het verzoekschrift wordt ingeschreven in het daartoe bestemde register. De verjaring van de strafvordering wordt geschorst vanaf de dag dat het verzoekschrift wordt ingediend, tot de dag dat het definitief vonnis wordt gewezen. De overtreder wordt binnen een termijn van dertig dagen vanaf de inschrijving in het daartoe bestemde register door de griffier per gerechtsbrief of per aangetekende zending opgeroepen om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt. De griffier zendt een kopie van het verzoekschrift over aan de procureur des Konings en deelt hem de datum van de zitting mee. Indien het beroep ontvankelijk wordt verklaard, wordt het bevel tot betalen als niet bestaande beschouwd. § 3. Minstens om de drie maanden of op verzoek van de procureur des Konings deelt de griffier hem een lijst mee met de bevelen tot betalen waarvoor de overtreder de opgelegde geldsom niet binnen de gestelde termijn heeft betaald en waarvoor de overtreder geen beroep heeft aangetekend of het aangetekende beroep onontvankelijk is verklaard. § 4. De procureur des Konings of de door hem aangestelde parketjurist, verklaart de in paragraaf 3 bedoelde lijsten met de bevelen tot betalen uitvoerbaar. Deze lijsten vormen de uitvoerbare titel. De gegevens op deze lijsten die door de procureur des Konings of onder zijn toezicht, op een gepaste informatiedrager worden geregistreerd en bewaard, evenals hun leesbare weergave, hebben dezelfde bewijskracht als de originele gegevens. § 5. De procureur des Konings geeft opdracht aan de administratie, die binnen de Federale Overheidsdienst Financiën bevoegd is voor de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen om de geldsommen opgenomen in de in paragraaf 3 bedoelde lijst in te vorderen, volgens de regels van toepassing op de gedwongen tenuitvoerlegging van strafrechtelijke geldboeten, met inbegrip van het vereenvoudigd derdenbeslag bedoeld in artikel 101 van het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken. § 6. De invordering gebeurt op basis van een uittreksel uit de in paragraaf 3 bedoelde lijst, opgemaakt door de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de invordering. De overhandiging door deze ambtenaren aan de gerechtsdeurwaarder van een uittreksel, met vermelding van de datum van uitvoerbaarverklaring van de lijst, geldt als volmacht voor alle tenuitvoerleggingen. § 7. De Koning kan de wijze regelen waarop men dient te handelen voor het opmaken en de kennisgeving van de lijsten, de betalingen en de kwijtschriften. § 8. Als de overtreder aantoont dat hij geen kennis heeft kunnen nemen van het bevel tot betalen binnen de in paragraaf 2 bedoelde termijn om beroep in te dienen, kan hij dit beroep alsnog indienen binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de dag waarop hij van dit bevel kennis heeft gekregen of volgend op de eerste daad van invordering van de geldsom door of op vervolging van de bevoegde administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën. De in paragraaf 2 bedoelde bepalingen zijn van toepassing. In dat geval is de verjaring van de strafvordering geschorst vanaf de dag waarop het bevel tot betalen van rechtswege uitvoerbaar is geworden tot de dag waarop de overtreder het beroep indient. § 9. De artikelen 49 en 96 van het Strafwetboek en de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten houdende fiscale en andere bepalingen gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004, zijn op deze procedure van toepassing. § 10. Wanneer de administratie die binnen de Federale Overheidsdienst Financiën bevoegd is voor de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, de in paragraaf 1 bedoelde geldsom niet kan invorderen binnen een termijn van drie jaar na de ontvangst van de lijst met bevelen tot betalen, deelt zij dit mee aan de procureur des Konings. De procureur des Konings beveelt onverwijld de schorsing van het recht tot sturen in hoofde van de overtreder van een motorvoertuig en deelt dit mee aan de overtreder. Deze schorsing van het recht tot sturen bedraagt :

  1. a)acht dagen wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met hoogstens 20 km/per uur en hoogstens 10 km/per uur in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, en voor de overtredingen van de eerste graad bedoeld in artikel 29, §§ 1 en 2;
  2. b)vijftien dagen wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 20 km/per uur en hoogstens 30 km/per uur en met meer dan 10 km/per uur en hoogstens 20 km/per uur in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, en voor overtredingen van de tweede graad bedoeld in artikel 29, §§ 1 en 2;
  3. c)één maand wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 30 km/per uur en hoogstens 40 km/per uur en met meer dan 20 km/per uur en hoogstens 30 km/per uur in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, in geval van overtreding van artikel 34, § 2, en voor overtredingen van de derde graad bedoeld in artikel 29, §§ 1 en 2. Elk schorsing gaat in de vijfde dag na die waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de overtreder heeft gedaan. Zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen zijn in deze termijn niet inbegrepen. Indien er lastens de veroordeelde meerdere schorsingen zijn, kan het openbaar ministerie deze na de kennisgeving opeenvolgend laten ingaan. De Koning bepaalt de formaliteiten die moeten worden vervuld met betrekking tot de uitvoering van de schorsing van het recht tot sturen. Indien de overtreder inmiddels toch het geheel of een deel van de oorspronkelijke onmiddellijke inning of van de minnelijke schikking betaalt, zal er geen schorsing van het recht tot sturen worden uitgevoerd.". Art. 46.In dezelfde wet wordt een artikel 68/1 ingevoegd, luidende : "Art. 68/1.De invordering bedoeld in artikel 65/1, § 3, verjaart door verloop van vijf jaar te rekenen van de dag waarop het bevel tot betalen van rechtswege uitvoerbaar is geworden.". Afdeling 2 - Wijziging van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten houdende fiscale en andere bepalingen, wat de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden betreft Art. 47.In artikel 29, tweede lid, van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten houdende fiscale en andere bepalingen, wat de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden betreft, wordt na de eerste zin, de volgende zin ingevoegd : "Elk door de procureur des Konings gegeven bevel tot betalen, overeenkomstig artikel 65/1 van de wet van 16 maart 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten betreffende de politie over het wegverkeer, aangaande feiten strafbaar gesteld met een correctionele hoofdstraf van minimum 26 euro, wordt verhoogd met dezelfde bijdrage tot het fonds.". Afdeling 3 - Wijzigingen van de wet van 14 april 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten5 houdende diverse bepalingen Art. 48.In artikel 6, 11°, van de wet van 14 april 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten5 houdende diverse bepalingen worden de woorden "de schorsing van het recht tot sturen," ingevoegd tussen de woorden "verval van het recht tot sturen," en de woorden "de onmiddellijke intrekking". Art. 49.In artikel 8, § 3, 5°, a), van dezelfde wet worden de woorden "de schorsingen van het recht tot sturen," ingevoegd tussen de woorden "vervallenverklaringen van het recht tot sturen," en de woorden "de maatregelen die een einde stellen aan het verval van het recht tot sturen". Afdeling 4 - Inwerkingtreding Art. 50.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 juli 2017. HOOFDSTUK 3 - Verbetering van de invordering van douane- en accijnsschulden en penale boeten Art. 51.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt er verstaan onder geldsommen : 1° alle vaststaande en uitvoerbare douane- en accijnsschulden;2° alle geldsommen die werden opgelegd in een uitvoerbaar geworden bevel tot betalen zoals bedoeld in artikel 65/1, § 1, van de wet van 16 maart 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten betreffende de politie over het wegverkeer of in een in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke beslissing. Art. 52.Indien tijdens een controle op de openbare weg door ambtenaren van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen, de niet-betaling wordt vastgesteld van de in artikel 51 bedoelde geldsommen ten laste van de eigenaar van het voertuig of lastens de persoon die als titularis van het kenteken van het voertuig wordt vermeld, moet de bestuurder de geldsommen in handen van deze ambtenaren betalen op het ogenblik van de vaststelling. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd om de identiteit van de bestuurder van het voertuig vast te stellen, met het oog op de doelstellingen van dit hoofdstuk. Art. 53.In geval van niet-betaling van de in artikel 51 bedoelde geldsommen kan het voertuig door de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen in beslag worden genomen. Het bericht van inbeslagneming wordt binnen de twee werkdagen verstuurd naar het adres van de titularis, vermeld op het kentekenbewijs. Indien de bestuurder de titularis van het kenteken is, kan het bericht van inbeslagneming hem onmiddellijk worden overhandigd. Het bericht van inbeslagneming wordt geacht door de titularis van het kenteken van het voertuig te zijn ontvangen de derde werkdag na de verzending ervan. De titularis van het kenteken van het voertuig is gehouden het bericht van inbeslagneming onverwijld aan de eigenaar van het voertuig over te maken en is tegenover die eigenaar aansprakelijk voor elke schade veroorzaakt door het niet of het niet tijdig voldoen van die verplichting. Het bericht van inbeslagneming stemt overeen met het model in bijlage en wordt in een origineel en een kopie opgesteld. Het voertuig wordt in beslag genomen op kosten en risico van de eigenaar of de persoon die als titularis van het kenteken van het voertuig wordt vermeld. De inbeslagneming wordt ten vroegste opgeheven op de dag van volledige betaling van de in artikel 51 bedoelde geldsommen, verhoogd met de kosten van inbeslagname waaronder de takelingskosten en de stallingskosten van het voertuig, aan de bevoegde ontvanger. Art. 54.Indien de geldsommen en kosten niet binnen de tien werkdagen na de datum van overhandiging of ontvangst van het bericht van inbeslagneming worden betaald aan de bevoegde ontvanger, kan deze ontvanger laten overgaan tot de verkoop van het voertuig. Art. 55.De toerekening bij de opbrengst van de verkoop van het voertuig gebeurt eerst op de douaneschulden, daarna op de verkoopkosten en de kosten van de inbeslagneming, vervolgens op de accijnsschulden en ten slotte op de in artikel 51, 2°, bedoelde geldsommen, onverminderd de toepassing van artikel 49, tweede lid, van het Strafwetboek en van artikel 29, laatste lid, van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten houdende fiscale en andere bepalingen. Een eventueel overschot wordt terugbetaald aan de titularis van het kenteken van het voertuig of aan de voormalige eigenaar van het voertuig. Art. 56.De wet van 17 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten0 houdende betere inning van penale boeten wordt opgeheven. Art. 57.Indien er voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, met toepassing van artikel 2, § 2, van de wet van 17 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten0 houdende betere inning van penale boeten, een voertuig is geïmmobiliseerd, wordt de procedure afgehandeld overeenkomstig de bepalingen die van toepassing waren op het ogenblik van deze immobilisering. Art. 58.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2017. HOOFDSTUK 4 - Wijziging van de wet van 5 maart 1952Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten7 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten Art. 59.In artikel 1, eerste en tweede lid, van de wet van 5 maart 1952Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten7 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, wordt het woord "vijftig" vervangen door het woord "zeventig". Art. 60.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2017. HOOFDSTUK 5 - Wijzigingen van de wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/12/2005 pub. 16/12/2005 numac 2005009965 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de adoptie type wet prom. 06/12/2005 pub. 22/12/2005 numac 2005009964 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de faillissementswet van 8 augustus 1997 met betrekking tot de procedure van verificatie van schuldvorderingen type wet prom. 06/12/2005 pub. 21/12/2005 numac 2005014216 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid sluiten betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid en de wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 61.Het opschrift van de wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/12/2005 pub. 16/12/2005 numac 2005009965 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de adoptie type wet prom. 06/12/2005 pub. 22/12/2005 numac 2005009964 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de faillissementswet van 8 augustus 1997 met betrekking tot de procedure van verificatie van schuldvorderingen type wet prom. 06/12/2005 pub. 21/12/2005 numac 2005014216 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid sluiten betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid wordt vervangen als volgt : "Wet betreffende de verdeling van een deel van de federale ontvangsten inzake verkeersveiligheid". Art. 62.In dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk I vervangen als volgt : "Algemene bepaling". Art. 63.In dezelfde wet wordt het hoofdstuk II, dat de artikelen 2 tot 8 bevat, gewijzigd bij de wetten van 8 juni 2008, 23 december 2009, 6 januari 2014 en 25 april 2014, vervangen als volgt : "Hoofdstuk II. De definitie en de verdeling van een deel van de federale ontvangsten inzake verkeersveiligheid. Art. 2.Voor de toepassing van deze wet, wordt verstaan onder "federale ontvangsten inzake verkeersveiligheid" : de per kalenderjaar geïnde ontvangsten van de penale geldboeten en de bevelen tot betalen inzake verkeer, van de sommen tegen betaling met eventueel verval van de strafvordering, zoals bepaald bij de gecoördineerde wet van 16 maart 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1968 pub. 21/10/1998 numac 1998000446 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer . - Duitse vertaling De hi(...) - de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 oktober (...) sluiten betreffende de politie over het wegverkeer en van de geldsommen bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering behalve deze bedoeld in artikel 2bis van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten. Art. 3.Een deel van de federale ontvangsten inzake verkeersveiligheid, genaamd "jaarlijks bedrag", wordt, onverminderd artikel 6, 2°, in het daarop volgende begrotingsjaar ingeschreven als limitatief krediet in de algemene uitgavenbegroting volgens de verdeling en nadere regels bepaald bij deze wet. Dit jaarlijks bedrag wordt als volgt berekend : 1° de federale ontvangsten inzake verkeersveiligheid voor een jaar X worden vermeerderd met 181 100 000 euro en verminderd met het bedrag van diezelfde ontvangsten in 2002;2° het bedrag van 181 100 000 euro is gekoppeld aan de gemiddelde consumentenprijsindex die op 31 december 2011 werd bereikt en wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan de gemiddelde jaarlijkse consumentenprijsindex van het voorgaande jaar;3° het bedrag van deze ontvangsten in 2002 is gekoppeld aan de gemiddelde consumentenprijsindex die op 31 december 2002 werd bereikt en wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan de gemiddelde jaarlijkse consumentenprijsindex van het voorgaande jaar;4° vanaf het begrotingsjaar 2018, kan de Koning, op voorstel van de ministers van Mobiliteit, Justitie en Binnenlandse Zaken, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het jaarlijks bedrag verminderen met een bedrag gelijk aan maximaal de meerontvangsten van de betrokken federale ontvangsten inzake verkeersveiligheid ten aanzien van de federale ontvangsten inzake verkeersveiligheid van het jaar 2016. Art. 4.Het jaarlijks bedrag wordt als volgt verdeeld : 1° een bedrag dat gelijk is aan 5 % van het jaarlijks bedrag wordt aan de Federale Overheidsdienst Justitie toegewezen.Dit bedrag wordt gebruikt om de uitvoering van de alternatieve maatregelen of straffen die betrekking hebben op de verbetering van de verkeersveiligheid, te financieren. Dat bedrag wordt ook gebruikt ter financiering van het bij Justitie beheerde deel van het afhandelingsproces enkel met het oog op een optimale inning van de verkeersboetes. Dit bedrag wordt zowel op het niveau van de vastleggingen als op het niveau van de vereffeningen ingeschreven onder begrotingssectie 12 van de algemene uitgavenbegroting; 2° een bedrag van 300 000 euro wordt aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer toegekend voor de opvolging en verbetering van het strafrechtelijk beleid inzake verkeersveiligheid.Dit bedrag wordt zowel op het niveau van de vastleggingen als op het niveau van de vereffeningen ingeschreven onder begrotingssectie 33 van de algemene uitgavenbegroting; 3° een bedrag van 13 000 000 euro, voor de "gemeenschappelijke projecten", wordt aan de geïntegreerde politie toegekend om projecten te financieren die een meer doeltreffende vaststelling van de verkeersinbreuken mogelijk maken, die een vlottere afhandeling en snellere inning van de boetes beogen en die de verwerving van gestandaardiseerd materiaal via gemeenschappelijke aankopen ondersteunen.Deze projecten worden voorbereid en uitgevoerd door de federale politie en de Vaste Commissie van de Lokale Politie, bedoeld in artikel 91 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. Voor de projecten met gerechtelijke finaliteit moet het advies van het College van procureurs-generaal voorafgaandelijk worden ingewonnen. Dit bedrag wordt zowel op het niveau van de vastleggingen als op het niveau van de vereffeningen ingeschreven onder begrotingssectie 17 van de algemene uitgavenbegroting; 4° een bedrag van 500 000 euro wordt aan de Vaste Commissie van de Lokale Politie toegekend om de coördinatie en het behartigen van de belangen en behoeften van de lokale politie te financieren in het kader van de uitvoering van de verschillende projecten inzake verkeersveiligheid.Dit bedrag wordt zowel op het niveau van de vastleggingen als op het niveau van de vereffeningen ingeschreven onder begrotingssectie 13 van de algemene uitgavenbegroting; 5° het overige deel is het deel dat aan de politiezones en aan de federale politie wordt toegewezen ter ondersteuning van de uitvoering van de prioriteiten van het veiligheidsbeleid waaronder die inzake verkeer. De bedragen bedoeld in 2°, 3° en 4° zijn gekoppeld aan de gemiddelde jaarlijkse consumentenprijsindex bereikt op 31 december 2016 en worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de gemiddelde jaarlijkse consumentenprijsindex van het voorgaande jaar. Art. 5.Indien het jaarlijks bedrag bedoeld in artikel 3, lager is dan de som van de bedragen bedoeld in artikel 4, eerste lid, 1° tot 4°, wordt het als volgt verdeeld : 1° 5 % wordt toegekend aan de Federale Overheidsdienst Justitie;2° 2,09 % wordt toegekend aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;3° 89,49 % wordt toegekend voor de gemeenschappelijke projecten;4° 3,42 % wordt toegekend aan de Vaste Commissie van de Lokale Politie. Art. 6.Het bedrag bedoeld in artikel 4, eerste lid, 5°, wordt als volgt verdeeld onder de politiezones en de federale politie : 1° de eerste schijf komt overeen met de bedragen, jaarlijks geïndexeerd op basis van de gemiddelde jaarlijkse consumentenprijsindex van het voorgaande jaar, die aan elke politiezone en aan de federale politie worden toegewezen en die zij in 2007 hebben ontvangen.In voorkomend geval, indien het in artikel 4, eerste lid, 5°, bedoelde bedrag lager is dan het in artikel 4, eerste lid, 5°, bedoelde bedrag dat in 2007 aan elke zone en de federale politie werd toegewezen, wordt het bedrag onder deze laatstgenoemden evenredig verdeeld volgens de toegewezen middelen van 2007. Het aan de federale politie toegekende bedrag wordt zowel op het niveau van de vastleggingen als op het niveau van de vereffeningen ingeschreven onder begrotingssectie 17 van de algemene uitgavenbegroting. Het aan de politiezones toegekende bedrag wordt zowel op het niveau van de vastleggingen als op het niveau van de vereffeningen ingeschreven onder begrotingssectie 17 van de algemene uitgavenbegroting, onder de basisallocaties die voor de lokale politiezones bestemd zijn. De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken maakt in het Belgisch Staatsblad de aan de lokale politiezones toegekende bedragen, bekend. De vereffening van dit bedrag geschiedt ten laatste op 30 juli van het betrokken begrotingsjaar; 2° de tweede schijf komt overeen met de eventuele meerontvangsten ten opzichte van de in 1° bedoelde schijf en wordt als volgt verdeeld : - het aan de federale politie toegewezen bedrag is gelijk aan 5 % van deze meerontvangsten; - het overige deel dat voor de lokale politiezones is bestemd, wordt eerst verdeeld onder de gewesten op basis van de lokalisering van de vaststelling van de overtredingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten. Na deze gewestelijke verdeling wordt de verdeling aan elke politiezone gerealiseerd op basis van de volgende criteria : 1° de categorisering van de lokale politiezones in vijf groepen naargelang van het organiek politiekader;2° de daling van het aantal verkeersslachtoffers en/of verkeersongevallen met gekwetsten of doden op de wegen die onder de bevoegdheid van de lokale politiezone staan;3° het aantal kilometers van de wegen waarvoor de lokale politiezone bevoegd is. De nadere regels voor de verdeling van het in de bepaling onder 2°, tweede streepje, bedoelde overige deel dat aan lokale politiezones wordt toegewezen, worden bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. De bedragen die hieruit voortvloeien, worden in het vierde begrotingsjaar volgend op het jaar van ontvangst van die bedragen, zowel op het niveau van de vastleggingen als op het niveau van de vereffeningen ingeschreven onder begrotingssectie 17 van de algemene uitgavenbegroting. De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken maakt in het Belgisch Staatsblad de aan de lokale politiezones toegekende bedragen, bekend. De vereffening van die bedragen geschiedt ten laatste op 31 maart van het betrokken begrotingsjaar.". Art. 64.In dezelfde wet wordt het hoofdstuk IV, dat het artikel 12 bevat, opgeheven. Art. 65.In rubriek 17-1 van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in rubriek "Aard van de toegewezen ontvangsten", wordt punt b opgeheven;2° in rubriek "Aard van de toegestane uitgaven" worden de woorden "met inbegrip van, mits een specifieke opvolging, de uitgaven verbonden aan de uitvoering van de actieplannen inzake verkeersveiligheid

wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/12/2005 pub. 16/12/2005 numac 2005009965 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de adoptie type wet prom. 06/12/2005 pub. 22/12/2005 numac 2005009964 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de faillissementswet van 8 augustus 1997 met betrekking tot de procedure van verificatie van schuldvorderingen type wet prom. 06/12/2005 pub. 21/12/2005 numac 2005014216 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid sluiten betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid" opgeheven. Art. 66.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016. TITEL 4 - Fiscale bepalingen HOOFDSTUK 1 - Tankkaarten en andere brandstofkosten Art. 67.In artikel 198, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  1. a)in de bepaling onder 9° worden de woorden "ten belope van 17 %.van het in artikel 36, § 2, bedoelde voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een ter beschikking gesteld voertuig;" vervangen door de woorden "die, al dan niet kosteloos, voor persoonlijk gebruik ter beschikking zijn gesteld, ten belope van 17 %. van het bedrag zoals bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot negende lid;";
  2. b)tussen de bepalingen onder 9° en 10°, wordt een bepaling onder 9° bis ingevoegd, luidende : 9° bis in afwijking van de bepaling onder 9°, de kosten van in artikel 65 bedoelde voertuigen die, al dan niet kosteloos, voor persoonlijk gebruik ter beschikking zijn gesteld, ten belope van 40 %.van het bedrag zoals bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot negende lid, wanneer de brandstofkosten verbonden met dit persoonlijk gebruik geheel of gedeeltelijk door de vennootschap ten laste zijn genomen;". Art. 68.In artikel 207, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten1, wordt het woord ", 9° bis" ingevoegd tussen de woorden "artikel 198, § 1, 9° " en de woorden "en 12° ". Art. 69.In artikel 223, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  3. a)de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt : "4° een bedrag gelijk aan 17 %.van het bedrag zoals bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot negende lid, wanneer in artikel 65 bedoelde voertuigen, al dan niet kosteloos, voor persoonlijk gebruik ter beschikking zijn gesteld;";
  4. b)de bepaling onder 5°, opgeheven bij de wet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten2, wordt hersteld als volgt : "5° in afwijking van de bepaling onder 4°, een bedrag gelijk aan 40 %. van het bedrag zoals bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot negende lid, wanneer in artikel 65 bedoelde voertuigen, al dan niet kosteloos, voor persoonlijk gebruik ter beschikking zijn gesteld en wanneer de brandstofkosten verbonden met dit persoonlijk gebruik geheel of gedeeltelijk door de rechtspersoon ten laste zijn genomen.". Art. 70.In artikel 225, tweede lid, 5°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten3 en gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten0, worden de woorden "artikel 223, eerste lid, 4°, " vervangen door de woorden "artikel 223, eerste lid, 4° en 5°, ". Art. 71.In artikel 234, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  5. a)de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt : "6° op een bedrag gelijk aan 17 %.van het bedrag zoals bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot negende lid, wanneer in artikel 65 bedoelde voertuigen, al dan niet kosteloos, voor persoonlijk gebruik ter beschikking zijn gesteld;";
  6. b)het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende : "7° in afwijking van de bepaling onder 6°, op een bedrag gelijk aan 40 %.van het bedrag zoals bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, eerste tot negende lid, wanneer in artikel 65 bedoelde voertuigen, al dan niet kosteloos, voor persoonlijk gebruik ter beschikking zijn gesteld en wanneer de brandstofkosten verbonden met dit persoonlijk gebruik geheel of gedeeltelijk door de rechtspersoon ten laste zijn genomen.". Art. 72.In artikel 247, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten4, worden de woorden "het in artikel 234, eerste lid, 6°, vermelde bedrag gelijk aan 17 %. van het voordeel van alle aard;'' vervangen door de woorden "de in artikel 234, eerste lid, 6° en 7°, bedoelde bedragen;". Art. 73.De artikelen 67 tot 72 treden in werking vanaf 1 januari 2017 en zijn van toepassing vanaf diezelfde datum. HOOFDSTUK 2 - Speculatiebelasting Art. 74.In artikel 87, eerste lid, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, worden de woorden "en 90, eerste lid, 6°, 9° en 13°, " vervangen door de woorden "en 90, eerste lid, 6° en 9°, ". Art. 75.In artikel 88, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, worden de woorden "en 90, eerste lid, 6° en 9° en 13°, " vervangen door de woorden "en 90, eerste lid, 6° en 9°, ". Art. 76.In artikel 90 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten6 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 1 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 13° wordt opgeheven;2° het vierde en vijfde lid worden opgeheven. Art. 77.In artikel 95, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, worden de woorden "in artikel 90, eerste lid, 9° en 13°, " vervangen door de woorden "in artikel 90, eerste lid, 9°, ". Art. 78.In artikel 96 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden "de artikelen 90, eerste lid, 9° en 13°, 94 en 95" vervangen door de woorden "de artikelen 90, eerste lid, 9°, 94 en 95";2° in het tweede lid, worden de woorden "van artikel 90, eerste lid, 9° en 13°, " vervangen door de woorden "van artikel 90, eerste lid, 9°, ". Art. 79.Artikel 96/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, wordt opgeheven. Art. 80.In artikel 102 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, worden het tweede, het derde en het vierde lid opgeheven. Art. 81.In artikel 14533, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten6 en gewijzigd bij de wetten van 8 mei 2014 en 26 december 2015, worden de woorden "de artikelen 171 en 171/1" vervangen door de woorden "artikel 171". Art. 82.In artikel 171, 1°, a, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, worden de woorden "artikel 90, eerste lid, 1°, 9°, eerste streepje, 12° en 13°, " vervangen door de woorden "artikel 90, eerste lid, 1°, 9°, eerste streepje, en 12°, ". Art. 83.Artikel 171/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, wordt opgeheven. Art. 84.In artikel 172, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 8 mei 2014 en 26 december 2015, worden de woorden "in de artikelen 171 en 171/1" vervangen door de woorden "in artikel 171". Art. 85.In artikel 178/1, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, worden de woorden "en 90, eerste lid, 6°, 9° en 13°, " vervangen door de woorden "en 90, eerste lid, 6° en 9°, ". Art. 86.In artikel 228, § 2, 9°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin worden de woorden "in artikel 90, eerste lid, 1° tot 13°, " vervangen door de woorden "in artikel 90, eerste lid, 1° tot 12°, ";2° de bepaling onder
  7. l)wordt opgeheven. Art. 87.Artikel 261, 2° ter, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, wordt opgeheven. Art. 88.Artikel 267, achtste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, wordt opgeheven. Art. 89.Artikel 269, § 1, 9°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, wordt opgeheven. Art. 90.In artikel 313, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, worden de woorden "de in artikel 90, eerste lid, 6°, 9°, 11° en 13°, vermelde" vervangen door de woorden "de in artikel 90, eerste lid, 6°, 9° en 11°, vermelde". Art. 91.In artikel 466, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten6 en aangevuld bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten6, worden de woorden ", en op diverse inkomsten als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 13°, "opgeheven. Art. 92.De artikelen 74 tot 91 treden in werking op 1 januari 2017 en zijn van toepassing op de meerwaarden die zijn gerealiseerd vanaf 1 januari 2017. HOOFDSTUK 3 - Roerende voorheffing Art. 93.In artikel 171 van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten7 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 3° worden de woorden "27 %." vervangen door de woorden "30 %." en worden de woorden "3° quinquies tot 3° septies" vervangen door de woorden "3° quater tot 3° septies"; 2° in de bepaling onder 3° septies worden de woorden "17 %." vervangen door de woorden "20 %.". Art. 94.In artikel 269, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001003614 bron ministerie van financien Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro sluiten7 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "27 %." vervangen door de woorden "30 %." en worden de woorden "onder 2°, 4°, 8° en 9° " vervangen door de woorden "onder 2° tot 4° en 8° "; 2° in de bepaling onder 8° worden de woorden "17 %." vervangen door de woorden "20 %.". Art. 95.De artikelen 93, 1°, en 94, 1°, treden in werking op 1 januari 2017 en zijn van toepassing op de vanaf 1 januari 2017 betaalde of toegekende inkomsten. De artikelen 93, 2°, en 94, 2°, treden in werking op 1 januari 2017 en zijn van toepassing op de liquidatiereserves die zijn aangelegd voor een belastbaar tijdperk dat ten vroegste verbonden is met het aanslagjaar 2018. HOOFDSTUK 4 - Interne meerwaarden Art. 96.In artikel 18 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 januari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de woorden : "of overeenkomstig de bepalingen van het vennootschapsrecht dat van toepassing is op de buitenlandse vennootschap";2° in het eerste lid, 2° bis, worden de woorden "of overeenkomstig de bepalingen van het vennootschapsrecht dat van toepassing is op de buitenlandse vennootschap" ingevoegd tussen de woorden "Wetboek van vennootschappen" en de worden "die van toepassing zijn op statutenwijzigingen"; 3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "Voor de toepassing van het eerste lid, 2° en 2° bis, ingeval van verrichtingen gedaan door een buitenlandse vennootschap, dient het begrip gestort kapitaal overeenkomstig artikel 2, § 1, 6°, begrepen te worden in de zin van de bepalingen van dit Wetboek betreffende de vennootschapsbelasting.". Art. 97.In artikel 184, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten6, wordt het woord "ofwel" ingevoegd tussen de woorden "waarvoor de meerwaarden" en de woorden "zijn vrijgesteld krachtens" en worden de woorden "ofwel niet belastbaar zijn overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, of artikel 228, § 2, 9°, h," ingevoegd tussen de woorden "bepaald in artikel 192, "en de woorden "is het gestort kapitaal". Art. 98.Artikel 198, § 2, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 juni 2012, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : "Voor de toepassing van § 1, 7°, ingeval van verrichtingen gedaan door een buitenlandse vennootschap, dient het begrip gestort kapitaal overeenkomstig artikel 2, § 1, 6°, begrepen te worden in de zin van de bepalingen van dit Wetboek betreffende de vennootschapsbelasting.". Art. 99.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2017. Artikel 97 is van toepassing voor inbrengen die plaatsvinden vanaf 1 januari 2017. HOOFDSTUK 5 - Stelsel dat voorziet in de terugvordering van staatssteun die betrekking heeft op de belasting van de in artikel 185, § 2, b, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde overwinst Afdeling 1 - Definities Art. 100.De definities die zijn opgenomen in de artikelen 2 en 229 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en in de artikelen 5 tot 11 van het Wetboek van vennootschappen zijn op dit hoofdstuk van toepassing. Verder moet voor de toepassing van dit hoofdstuk worden verstaan onder : - steun : het niet belasten door de Belgische Staat in de in artikel 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners, van een gedeelte van de overwinst die in hoofde van de verkrijgers werd gegenereerd in uitvoering van artikel 185, § 2, b, van hetzelfde Wetboek, in voorkomend geval in samenhang met artikel 235, 2°, van dat Wetboek, op grond waarvan de voorafgaande beslissingen, zoals

beslissing SA.37667 van de Europese Commissie, ten gunste van binnenlandse vennootschappen of Belgische inrichtingen werden gegeven; - terug te vorderen steun : het bedrag aan steun, dat aan de Belgische Staat moet worden terugbetaald door de verkrijger van de steun, en dat voor elk belastbaar tijdperk gelijk is aan het verschil tussen de belasting die werd betaald in toepassing van de aan de verkrijger van de steun op basis van artikel 185, § 2, b, van hetzelfde Wetboek, gegeven voorafgaande beslissing, en de belasting die zou zijn betaald geweest in het geval deze beslissing niet zou hebben bestaan vermeerderd met de op dit bedrag samengestelde interesten, die zijn gedefinieerd op de hieronder vermelde wijze en zijn berekend tot de datum waarop de steun wordt terugbetaald; - verkrijger van de steun : de binnenlandse vennootschap of Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap, die deel uitmaakt van een groep van verbonden vennootschappen die een voorafgaande beslissing gevraagd en verkregen heeft op basis van artikel 185, § 2, b, van hetzelfde Wetboek, en waarvoor effectief een eenzijdige aanpassing is toegepast op de daadwerkelijk in haar boekhouding geboekte winst teneinde haar belastbare winst te bepalen in het kader van het algemeen stelsel van de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners in België; - groep : de groep van verbonden vennootschappen waartoe de verkrijger van de steun behoort; - interesten : interesten op de bedragen aan niet gestorte belasting berekend overeenkomstig hoofdstuk V van de verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van verordening (EU) 2015/1589 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, (hierna verordening (EG) nr. 794/2004). Afdeling 2 - Bepaling van het bedrag aan terug te vorderen steun Art. 101.Het bedrag aan terug te vorderen steun wordt vastgesteld per belastbaar tijdperk en dit voor elk belastbaar tijdperk vanaf het belastbaar tijdperk waarvoor de terug te vorderen steun voor de eerste keer werd toegekend tot en met het belastbaar tijdperk dat verbonden is met het aanslagjaar 2015. Voor het bepalen van de steun die overeenstemt met het bedrag aan belasting dat niet werd gestort ten gevolge van het geheel van de op basis van artikel 185, § 2, b, van hetzelfde Wetboek, gegeven voorafgaande beslissingen, wordt de berekening van de belasting voor elk betrokken belastbaar tijdperk opnieuw uitgevoerd naar gelang het geval, door toepassing van de bepalingen van titel III, hoofdstukken 2 en 3, of de artikelen 233, 235, 2°, 236 tot 240, 242, 246, en de artikelen 276 tot 296, 304 en 463bis van hetzelfde Wetboek, zoals deze bepalingen bestonden voor het aanslagjaar dat verbonden is met het desbetreffende belastbare tijdperk, waarbij geen rekening wordt gehouden met de voorafgaande beslissingen die overeenkomstig artikel 185, § 2, b, van hetzelfde Wetboek, de belasting van de overwinst hebben toegekend, en waarbij in voorkomend geval enkel rekening wordt gehouden met de vanuit het vorige belastbaar tijdperk overgedragen aftrekbare elementen die voortvloeien uit de krachtens dit artikel opnieuw uitgevoerde berekening van de belasting die betrekking heeft op het vorige belastbaar tijdperk. Voor het bepalen van het verkregen bedrag aan steun kan desgevallend worden rekening gehouden met door de verkrijger van de steun bewezen concrete elementen wat betreft het toevoegen van in België vrijgestelde bedragen aan het belastbaar inkomen op het niveau van andere buitenlandse verbonden vennootschappen in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen, en andere elementen met betrekking tot buitenlandse belastingheffingen die van aard zijn het daadwerkelijk verkregen netto voordeel te corrigeren, en dit voor zover het in aanmerking nemen van deze elementen geschiedt conform de bedoelde beslissing van 11 januari 2016 van de Europese Commissie. De vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen

artikelen 218 en 246, eerste lid, 1°, en tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is niet van toepassing op de in het derde lid bedoelde berekening. Het bedrag aan niet gestorte belasting voor een belastbaar tijdperk wordt bepaald door het verschil te nemen tussen, enerzijds, het saldo dat resulteert uit de herberekening van de belasting overeenkomstig de voorgaande leden en, anderzijds, de oorspronkelijk verschuldigde belasting, vastgesteld na verrekening van de verrekenbare sommen in toepassing van de artikelen 276 tot 296 en 304 van hetzelfde Wetboek, zonder evenwel rekening te houden met de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen bedoeld in artikelen 218 en 246, eerste lid, 1°, en tweede lid, van hetzelfde Wetboek. Voor het bepalen van het gedeelte van de terug te vorderen steun dat in toepassing van de artikelen 104 en 111 overeenstemt met het bedrag van de interesten, wordt het deel van de terug te vorderen steun dat overeenstemt met het bedrag aan niet-gestorte belasting dat overeenkomstig de voorgaande leden per belastbaar tijdperk werd vastgesteld, verondersteld te zijn toegekend vanaf 20 december van het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd dat verbonden is met het betreffende belastbaar tijdperk of vanaf de door de Koning bepaalde datum die wordt geacht overeen te stemmen met 20 december in de gevallen bedoeld in artikel 167, tweede lid, van hetzelfde Wetboek. Art. 102.Op vraag van de verkrijger van de steun, kunnen de in de artikelen 199 tot 206 bedoelde aftrekken en de in de artikelen 292, 292bis en 294, van hetzelfde Wetboek bedoelde sommen waarop de verkrijger van de steun geen aanspraak heeft gemaakt in zijn aangiften van de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners die betrekking hebben op de in artikel 101 bedoelde belastbare tijdperken, alsnog worden toegepast op de belastbare winst van deze belastbare tijdperken, die wordt vastgesteld voor de uitvoering van de in artikel 101, tweede lid bedoelde berekening, voor zover alle vereiste voorwaarden en rechtvaardigingen geleverd worden. Art. 103.De terug te vorderen steun wordt gelijkgesteld naar gelang het geval met de vennootschapsbelasting of met de belasting niet-inwoners en de bedragen die krachtens dit hoofdstuk worden terugbetaald vormen, wat het gedeelte betreft dat betrekking heeft op de belastingen, met uitsluiting van het gedeelte dat betrekking heeft op de in de artikelen 104 en 111 bedoelde interesten, geen aftrekbare beroepskosten in de zin van de artikelen 49, 198, eerste lid, 1°, en 235, 2°, van hetzelfde Wetboek. In afwijking van de artikelen 199 tot 207, 235, 2°, 236 tot 240bis en 360 tot 364 van hetzelfde Wetboek, worden voor de bepaling van de belastbare winsten van de verkrijger van de steun van het belastbaar tijdperk dat verbonden is met het aanslagjaar 2016 en de daaropvolgende belastbare tijdperken, de aftrekbare elementen van de overeenkomstig artikel 101 vastgestelde belastbare winst van het belastbaar tijdperk dat verbonden is met het aanslagjaar 2015 of met een vorig aanslagjaar die niet konden worden afgetrokken en die, ten gevolge van de afwezigheid van winsten of het onvoldoende aanwezig zijn ervan worden overgedragen naar een volgende belastbaar tijdperk, aangepast alsof de overwinst nooit zou zijn vrijgesteld geweest in uitvoering van de voorafgaande beslissingen die overeenkomstig artikel 185, § 2, b, van hetzelfde Wetboek aan elke verkrijger werden toegekend. Uit het oogpunt van de Rijkscomptabiliteit, wordt de terug te vorderen steun gelijkgesteld, naargelang het geval, met de vennootschapsbelasting of met de belasting van niet-inwoners ten name van de in artikel 227, 2°, van hetzelfde Wetboek, vermelde belastingplichtigen. Afdeling 3 - Vestiging van terug te vorderen steun en rechtsmiddelen Art. 104.De Federale Overheidsdienst Financiën gaat, overeenkomstig de artikelen 298 tot 303 van hetzelfde Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen bepalingen, over tot de inkohiering van de in artikel 101, tweede tot vijfde lid, bedoelde bedragen en de interest berekend vanaf de in artikel 101 bedoelde datum waarop de steun werd toegekend tot op de datum van de inkohiering. In het geval het bedrag aan terug te vorderen steun op een definitieve en onherroepelijke wijze vóór de datum van de inkohiering is betaald in het kader van de uitvoering van een kantonnementovereenkomst gesloten tussen de verkrijger van de steun en de door de Federale Overheidsdienst Financiën met het oog hierop aangestelde ontvanger, wordt het ingekohierde bedrag aan interesten berekend vanaf de in artikel 101 bedoelde datum tot op de datum van deze betaling en wordt het bedrag dat reeds werd betaald overeenkomstig de voormelde overeenkomst met wederzijds akkoord tussen de partijen verrekend op het ingekohierde bedrag. Een eventueel overschot wordt terugbetaald. Het toepasselijke interesttarief is het tarief dat van toepassing was op de datum waarop de terug te vorderen steun wordt verondersteld aan de genieter van de steun te zijn toegekend. Dit tarief wordt bepaald overeenkomstig hoofdstuk V van de verordening (EG) nr. 794/2004. Art. 105.In de eventualiteit dat een vennootschap overgenomen of gesplitst wordt in het kader van een fusie, een verrichting gelijkaardig aan een fusie of een splitsing

artikelen 671 tot 677 van het Wetboek van vennootschappen, of van een gelijkaardige verrichting in buitenlands vennootschapsrecht, wordt de inkohiering van de terug te vorderen steun verkregen door de overgenomen of gesplitste vennootschap, tot en met de voornoemde verrichting, gevestigd in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschappen, zelfs op het moment dat de overgenomen of gesplitste vennootschap niet meer bestaat als rechtspersoon. Art. 106.De bepalingen van titel VII, hoofdstuk VII, met uitzondering van artikel 373, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zijn van toepassing op de ingediende verhalen tegen het in toepassing van dit hoofdstuk bepaalde bedrag van terug te vorderen steun. De artikelen 355 en 356 van hetzelfde Wetboek zijn eveneens van toepassing op dit hoofdstuk. Afdeling 4 - Invordering van de terug te vorderen steun Art. 107.Met uitzondering van de artikelen 298, § 2, tweede en derde lid, en 399bis zijn de bepalingen van hetzelfde Wetboek inzake de invordering van toepassing, behalve indien er bij dit hoofdstuk wordt van afgeweken. Art. 108.De terug te vorderen steun, ingekohierd op naam van de verkrijger van de steun, wordt lastens hem ingevorderd. Het kohier is uitvoerbaar ten opzichte van de leden van de groep die er niet zijn in opgenomen in de mate waarin ze gehouden zijn de terug te vorderen steun te betalen krachtens het voornoemde besluit van de Commissie. Art. 109.In afwijking van de artikelen 409 tot 411 van hetzelfde Wetboek, moet, in geval van betwisting, het totaal van het ingekohierde bedrag van de betwiste terug te vorderen steun betaald worden overeenkomstig artikel

  1. Art. 110.In afwijking van artikel 413 van hetzelfde Wetboek moet de ingekohierde terug te vorderen steun onmiddellijk voor zijn totaliteit worden voldaan. Art. 111.In afwijking van afdeling V van titel VII, hoofdstuk VIII, van hetzelfde Wetboek, zijn de interesten verschuldigd en worden ze berekend op het ingekohierde bedrag aan terug te vorderen steun overeenkomstig artikel 11 van verordening (EG) nr. 794/
  2. Deze interesten kunnen niet het voorwerp zijn van een vrijstelling voor het geheel of voor een deel ervan. Het toepasselijke interesttarief is het tarief dat van toepassing was op de datum waarop de terug te vorderen steun wordt verondersteld aan de verkrijger van de steun te zijn toegekend. Dit tarief wordt bepaald overeenkomstig artikel 9 van de verordening (EG) nr. 794/
  3. Art. 112.In het geval de terugbetaalde steun is teruggegeven door de Staat in uitvoering van een uitspraak van het Gerecht of van het Hof van Justitie van de Europese Unie die volledig kracht van gewijsde heeft verkregen wordt in afwijking van afdeling V van titel VII, hoofdstuk VIII, van hetzelfde Wetboek, een moratoriuminterest toegekend aan hetzelfde tarief als datgene bepaald overeenkomstig hoofdstuk V van verordening (EG) nr. 794/2004, en berekend op het bedrag dat werd betaald, vanaf de datum van de betaling van dit bedrag tot de effectieve terugbetaling ervan. Art. 113.Bij gebrek aan betaling overeenkomstig artikel 110, kan een waarborg gevorderd worden van elke schuldenaar van de terug te vorderen steun met toepassing van artikel 420 van hetzelfde Wetboek. Art. 114.Wat de rechten en voorrechten van de Schatkist betreft, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstuk IX, van hetzelfde Wetboek, van toepassing voor de invordering van het ingekohierde bedrag van de terug te vorderen steun, met inbegrip van de in artikel 111 bedoelde interest. Het voorrecht bezwaart eveneens de inkomsten en roerende goederen van leden van de groep die niet in het kohier zijn opgenomen in de mate waarin zij gehouden zijn tot betaling van de terug te vorderen steun overeenkomstig artikel
  4. Wat de ranginname van het in het tweede lid bedoelde voorrecht betreft, wordt de terug te vorderen steun gelijkgesteld met de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners. Art. 115.Het ingekohierde bedrag van de terug te vorderen steun, evenals de interesten bedoeld in artikel 111, worden gewaarborgd door een wettelijke hypotheek op alle aan de belastingschuldige toebehorende goederen, die in België gelegen en daarvoor vatbaar zijn. De hypotheek bezwaart eveneens de goederen toebehorend aan de leden van de groep die niet opgenomen zijn in het kohier in de mate waarin zij gehouden zijn tot het betalen van de terug te vorderen steun. Art. 116.In overeenstemming met artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zijn de artikelen 443bis en 443ter van hetzelfde Wetboek niet van toepassing. Art. 117.De terug te vorderen steun wordt gelijkgesteld met de vennootschapsbelasting en de belasting van niet-inwoners wat de toepassing betreft van internationale instrumenten die voorzien in wederzijdse bijstand bij invordering. Afdeling 5 - Diverse bepalingen Art. 118.De in uitvoering van dit hoofdstuk terug te vorderen steun wordt teruggegeven in uitvoering van een uitspraak van het Gerecht waartegen geen tijdig beroep is ingesteld en die volledig kracht van gewijsde heeft verkregen, of van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarop het Gerecht of het Hof zich uitspreekt over een vernietigingsberoep dat betrekking heeft op de beslissing van de Europese Commissie van 11 januari 2016 betreffende het stelsel van staatssteun inzake de vrijstelling van overwinst SA.37667 (2015/C) (ex 2015/NN) en de vernietiging hiervan beveelt. In dit geval maken de in uitvoering van dit hoofdstuk ingekohierde bedragen van de terug te vorderen steun, die worden ingevorderd tussen de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en de datum van uitspraak van het in het eerste lid bedoelde arrest, het voorwerp uit van een ambtshalve ontheffing, en de bedragen die effectief zijn ingevorderd en betaald op basis van de in uitvoering van dit hoofdstuk ingekohierde bedragen worden integraal terugbetaald binnen 12 maanden na de uitspraak van het vernoemde arrest. De interesten op de ontheven en terugbetaalde bedragen zijn verschuldigd, zoals bepaald conform artikel
  5. De krachtens dit artikel terugbetaalde bedragen vormen, wat het gedeelte betreft dat betrekking heeft op de belastingen, met uitsluiting van het gedeelte dat betrekking heeft op de in de artikelen 104, 111 en 112 bedoelde interesten, geen belastbare winsten in de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners, in de mate dat sommen die ten laste werden genomen, met het oog op de terugbetaling van de terug te vorderen steun, in uitvoering van dit hoofdstuk niet werden beschouwd als aftrekbare beroepskosten in de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners. In het geval op basis van dit artikel de ontheffing plaatsvindt, worden de in artikel 103, tweede lid, bedoelde aanpassingen vernietigd, ten belope van de overwinst die in aanmerking werd genomen voor de ontheffing van de belasting. Afdeling 6 - Inwerkingtreding Art. 119.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOFDSTUK 6 - Belasting over de toegevoegde waarde Art. 120.Tabel B van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten4, wordt aangevuld met een rubriek XI, luidende : "XI. Huisvesting in het kader van het sociaal beleid - Privé-initiatief §
  6. Het verlaagd tarief van 12 %. is van toepassing op de leveringen van de nagenoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek, en op de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek, van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid : 1° de privéwoningen die worden verhuurd aan navolgende publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen en die door hen worden bestemd om te worden verhuurd : a) de provincies, de autonome provinciebedrijven en de provinciale extern verzelfstandigde agentschappen;b) de intercommunales en andere intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de gemeenten, de autonome gemeentebedrijven en de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen;c) de intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;d) de gemengde holdingmaatschappijen waarin de overheid een meerderheid heeft;e) de sociale verhuurkantoren;f) de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en de door hen erkende maatschappijen voor sociale huisvesting;g) het Vlaams Woningfonds, het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest;h) andere publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen met sociaal oogmerk die door de bevoegde overheid zijn erkend;2° de woningcomplexen die worden verhuurd aan de personen bedoeld in rubriek X, § 1, A, punt d). Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden : 1° degene die een privéwoning, een woningcomplex of een zakelijk recht hierop verkrijgt in omstandigheden waarbij de belasting opeisbaar wordt, moet : a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 17 van het Wetboek, bij het controlekantoor belast met de belasting over de toegevoegde waarde in het ambtsgebied waar hij zijn woonplaats of maatschappelijke zetel heeft, een verklaring indienen in de vorm bepaald door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, dat in het kader van het sociaal beleid deze privéwoning of dit woningcomplex bestemd is om te worden verhuurd aan een in het eerste lid, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon;deze verklaring moet eveneens worden ondertekend door laatstgenoemde; b) aan de vervreemder een kopie van de verklaring

bepaling onder

  1. a)overhandigen;
  2. c)een voor eensluidend verklaard afschrift van het verhuurcontract gesloten met een in het eerste lid, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon voorleggen bij het controlekantoor

bepaling onder a), binnen de maand vanaf de ondertekening van het contract;2° de door de vervreemder uitgereikte factuur en het dubbel dat hij moet bewaren moet de datum en het referentienummer vermelden van de verklaring alsook de aanduiding van het controlekantoor

bepaling onder 1°, a);3° uiterlijk de laatste werkdag van de maand die volgt op de maand waarin de factuur met toepassing van het verlaagd tarief van 12 %. werd uitgereikt, moet de vervreemder een kopie van deze factuur toesturen naar het controlekantoor waaronder hij ressorteert. § 2. Het verlaagd tarief van 12 %. is van toepassing op het werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en op de gelijkgestelde handelingen bedoeld in rubriek XXXI, § 3, 3° tot en met 6°, van tabel A, met betrekking tot de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde privéwoningen en woningcomplexen, wanneer zij na de uitvoering van de werken, bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid. Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden : 1° de bouwheer die een privéwoning of een woningcomplex opricht of laat oprichten of voor wie werken in onroerende staat worden verricht die tot voorwerp hebben de gehele of gedeeltelijke omvorming van een gebouw tot één of meer privéwoningen onder omstandigheden die de belasting opeisbaar maken, moet : a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22bis van het Wetboek, bij het controlekantoor belast met de belasting over de toegevoegde waarde in het ambtsgebied waar hij zijn woonplaats of maatschappelijke zetel heeft, een verklaring indienen in de vorm bepaald door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, dat in het kader van het sociaal beleid deze privéwoning of dit woningcomplex bestemd is om te worden verhuurd aan een in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon;deze verklaring moet eveneens worden ondertekend door laatstgenoemde; b) aan de dienstverrichter een kopie van de verklaring

bepaling onder

  1. a)overhandigen;
  2. c)een voor eensluidend verklaard afschrift van het verhuurcontract gesloten met een in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon, voorleggen bij het controlekantoor

bepaling onder a), binnen de maand vanaf de ondertekening van het contract;2° de eigenaar of de hoofdhuurder van een privéwoning of een woningcomplex voor wie andere werken in onroerende staat dan

bepaling onder 1° worden verricht, is ertoe gehouden een voor eensluidend verklaard afschrift van het verhuurcontract dat in het kader van het sociaal beleid werd gesloten, te overh

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.