Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering inzake de biologische productiemethode en de etikettering van biologische producten
Waar gaat deze regeling over?
Dit besluit regelt de biologische productiemethode en de etikettering van biologische producten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ter uitvoering van Europese verordeningen. Het stelt regels vast voor wie biologische producten produceert, verwerkt of verkoopt, en hoe de controle hierop georganiseerd wordt.
Voor wie: Marktdeelnemers die biologische producten produceren, bereiden, opslaan, invoeren of in de handel brengen; Controleorganen die de controles op biologische producten uitvoeren.
Termijnen:
- Controletaken worden toevertrouwd aan erkende privé-organen, die moeten voldoen aan specifieke erkenningsvoorwaarden, waaronder het controleren van minimum 25 in België gevestigde producenten gedurende 2 jaar.
In één oogopslag
- Land
- België
- Rechtsgebied
- Droit fiscal
- Artikelen
- 5
- Bron
- etaamb.openjustice.be
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De uitvoering van Europese verordeningen over biologische productie en etikettering.
- De voorwaarden voor het gebruik van aanduidingen die verwijzen naar de biologische productiemethode.
- De verplichting voor marktdeelnemers om zich te onderwerpen aan een controlesysteem.
- De erkenning en het toezicht op controleorganen voor biologische producten.
Voor wie geldt deze regeling?
- Marktdeelnemers die biologische producten produceren, bereiden, opslaan, invoeren of in de handel brengen.
- Controleorganen die de controles op biologische producten uitvoeren.
Wat zijn de kernpunten?
- Marktdeelnemers moeten een erkend controleorgaan voorafgaandelijk in kennis stellen en hun bedrijf onderwerpen aan een controlesysteem.
- Er zijn vrijstellingen van de controleplicht voor marktdeelnemers die rechtstreeks aan de consument voorverpakte of niet-voorverpakte biologische producten verkopen, onder bepaalde voorwaarden (bijvoorbeeld jaarlijkse aankoopwaarde van niet-voorverpakte producten minder dan 5.000 euro).
- Controletaken worden toevertrouwd aan erkende privé-organen, die moeten voldoen aan specifieke erkenningsvoorwaarden, waaronder het controleren van minimum 25 in België gevestigde producenten gedurende 2 jaar.
- De Dienst, belast met landbouw in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, houdt toezicht op deze controleorganen en kan hun erkenning intrekken.
Droit fiscal
Wettekst
Wettekst
3 DECEMBER 2009. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering inzake de biologische productiemethode en de etikettering van biologische producten De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/, gewijzigd door Verordening nr. 967/2008 van de Raad van 29 september 2008;
Gelet op verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten wat betreft de biologische productie, de etikettering en de controles, gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1254/2008 van de Raad van 15 december 2008;
Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, artikel 3, § 1, 1°, 2° et 6°, et 8, § 3, tweede lid, gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990, 5 februari 1999 en 1 maart 2007, en het koninklijk besluit van 22 februari 2001;
Gelet op het koninklijk besluit van 17 april 1992 betreffende de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen.
Gelet op het overleg tussen de gewesten en de federale overheid op 6 april 2009;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 23 maart 2009;
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting gegeven op 16 juni 2009;
Gelet op het advies nr. 46.757/3 van de Raad van State, gegeven op 16 juni 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voordracht van de Minister belast met Tewerkstelling, Economie, Wetenschappelijk Onderzoek bevoegd voor het Landbouwbeleid;
Na beraadslaging, Besluit :
Artikel 1
Onderhavig besluit stelt de bepalingen ter uitvoering vast van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91, gewijzigd door Verordening nr. 967/2008 van de Raad van 29 september 2008 (verder « verordening 834/2007 » genoemd) en zijn uitvoeringsreglementen
Art. 2
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° Minister : de minister bevoegd voor het landbouwbeleid 2° Dienst : de directie, belast met landbouw in het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;3° Verordening 889/2008 : Verordening (EG) nr.889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten wat betreft de biologische productie, de etikettering en de controles, gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1254/2008 van de Raad van 15 december 2008; 4° de verordeningen : verordening (EG) nr.834/2007 en zijn uitvoeringsreglementen; 5° controleorgaan : elk orgaan dat overeenkomstig de bepalingen van onderhavig besluit erkend is om de controles uit te voeren die in artikel 27 van Verordening 834/2007 voorzien zijn
Art. 3
§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 1 van Verordening 889/2008 mag de Regering in het geval van een biologisch product waarvoor gedetailleerde productiebepalingen noch door de Verordeningen noch door dit besluit worden vastgelegd, het gebruik van aanduidingen toelaten die verwijzen naar de biologische productiemethode, op voorwaarde dat de productiemethode conform is met de internationaal aanvaarde of erkende normen inzake biologische productie. § 2. Met toepassing van artikel 1, § 3, tweede lid van Verordening 834/2007, mogen aanduidingen die verwijzen naar de biologische productiemethode in de grootkeukensector alleen gebruikt worden op voorwaarde dat de grootkeukenverrichtingen en de tabel met forfaitaire retributies die van toepassing zijn op de controles van deze verrichtingen, de voorwaarden respecteren van een bestek dat de Minister goedkeurt Voor de toepassing van artikel 95, § 5 van Verordening 889/2008, mogen aanwijzingen die verwijzen naar de biologische productiemethode bij de commercialisering van voedermiddelen voor gezelschapsdieren alleen gebruikt worden op voorwaarde dat de verwerkingsverrichtingen die op deze voedermiddelen van toepassing zijn, de bepalingen respecteren van een bestek dat de Minister goedkeurt.
Art. 4
§ 1. Elke marktdeelnemer die biologische producten produceert, bereidt, opslaat of uit een derde land invoert om ze later in de handel te brengen, of elke marktdeelnemer die biologische producten in de handel brengt, is verplicht een erkend controleorgaan hiervan voorafgaandelijk in kennis te stellen overeenkomstig artikel 6 van dit belsuit en moet zijn bedrijf onderworpen aan het controlesysteem, vermeld in artikel 27 van Verordening 834/2007. § 2. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 § 2 van Verordening 834/2007, wordt vrijgesteld van de toepassing van deze paragraaf en van § 1 van dit artikel, de marktdeelnemer die rechtstreeks aan de consument of aan de eindgebruiker voorverpakte biologische producten verkoopt op voorwaarde dat deze marktdeelnemer geen biologische producten produceert, bereidt, opslaat tenzij in verband met zijn verkooppunt, en uit een derde land invoert en zijn activiteiten niet in onderaanneming aan een derde toevertrouwt. § 3 Overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 § 2 van Verordening 834/2007, wordt vrijgesteld van de toepassing van deze paragraaf en van § 1 van dit artikel, de marktdeelnemer die rechtstreeks aan de consument of aan de eindgebruiker niet-voorverpakte biologische producten verkoopt op voorwaarde dat hij geen biologische producten produceert, bereidt, opslaat tenzij in verband met zijn verkooppunt, en uit een derde land invoert of zijn activiteiten niet in onderaanneming aan een derde toevertrouwt en op voorwaarde dat de jaarlijkse aankoopwaarde van de biologische producten die niet-voorverpakt worden verkocht minder dan 5.000 euro bedraagt.
Elke marktdeelnemer die voldoet aan de voorwaarden voor de vrijstelling bedoeld in het eerste lid, moet dit officieel schriftelijk melden aan de Dienst of via de website « http://verkooppunten.bio.irisnet.be ». Hij verbindt zich ertoe de bepalingen van de Verordeningen en van dit besluit na te leven en de Dienst in te lichten zodra hij niet meer voldoet aan de voorwaarden van deze vrijstelling.
De Minister bevoegd met het landbouwbeleid, kan het URL veranderen. Art. 5.Met toepassing van artikel 27, 4, b), van Verordening 834/2007 woden de controletaken die uit de tenuitvoerlegging van de Verordeningen en dit besluit voortvloeien, over aan een of meer controleorganen toevertrouwd, met naleving van de voorwaarden van artikel 27 § 5 en volgende van Verordening 834/2007. Art. 6.De Minister wordt belast met de erkenning van de privé-organen die de controle moeten uitvoeren waaraan de marktdeelnemers bedoeld in artikel 4, § 1, van dit besluit worden onderworpen. Art. 7.Het privé-orgaan dat erkend wil worden zoals bedoeld in artikel 6, moet een erkenningsaanvraag indienen bij de Dienst.
De erkenningsaanvraag moet aantonen dat de aanvrager voldoet aan de verplichtingen opgelegd door Verordening 834/2007. De aanvrager moet ook het volgende verduidelijken : 1° de eventuele referenties en de nuttige ervaring die het privé-orgaan dat erkend wil worden, kan laten gelden in het kader van de controle van de biologische productiemethode op landbouwproducten;2° de installaties en uitrustingen waarover het privé-orgaan dat erkend wil worden in België beschikt, en die hem toelaten alle nuttige activiteiten in verband met de controle en certificering van biologische producten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uit te voeren;het privé-orgaan dat erkend wil worden, vermeldt specifiek de plaats(en) in België waar alle documenten betreffende de controles en certificering van biologische producten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ter inzage zullen liggen; 3° de identificatie van de fysieke persoon verantwoordelijk voor het geheel van de activiteiten van het privé-orgaan dat erkend wil worden;4° de identificatie van het personeel belast met de inspecties;5° de identificatie van minstens één inspecteur, technisch verantwoordelijke voor de controle-activiteiten;6° de verbintenis van het privé-orgaan dat erkend wil worden om minimum 25 in België gevestigde verschillende producenten te controleren gedurende een periode van 2 jaar vanaf de datum van de bekendmaking van zijn erkenning in het Belgisch Staatsblad ;7° het accreditatiecertificaat als bewijs dat het privé-orgaan dat erkend wil worden, voldoet aan de vereisten van de norm EN 45011 of ISO 65, in hun meest recente versie, voor de controles betreffende de biologische productiemethode van landbouwproducten.
Art. 8
§ 1. De Dienst wordt belast met het toezicht op de privé-organen die de controle moeten uitvoeren waaraan de marktdeelnemers bedoeld in artikel 4, § 1, van dit besluit worden onderworpen. De Minister voorziet daartoe een aantal richtlijnen die de toezichtsprocedure die hij heeft opgezet, omschrijft. § 2. De erkenning van een controleorgaan wordt ingetrokken wanneer het de erkenningsvoorwaarden bepaald in artikel 7 van dit besluit niet naleeft of wanneer niet voldaan is aan de vereisten bedoeld in artikel 27, § 9, d), van Verordening 834/2007 Wanneer, in toepassing van het eerste lid, de Dienst de intrekking van de erkenning van een controleorgaan moet voorstellen, stelt hij laatstgenoemende in kennis van de elementen die hem ten laste worden gelegd.
Vervolgens nodigt de Dienst het betrokken controleorgaan uit om in het kader van een verhoor zijn standpunt te laten gelden in verband met de elementen die hem ten laste worden gelegd.
Na onderzoek van het dossier, deelt de Dienst zijn met redenen omklede advies aan de Minister mee, op basis waarvan hij aan laatstgenoemde voorstelt, in voorkomend geval, om de erkenning van het betrokken controleorgaan in te trekken. § 3. In geval van tijdelijke of definitieve intrekking van de erkenning, moet het betrokken controleorgaan op zijn kosten zonder uitstel al zijn marktdeelnemers van de officiële beslissing verwittigen en hun aandacht vestigen op de dringende noodzaak zich in te schrijven bij een ander controleorgaan.
Elke erkenning of intrekking ervan wordt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bekendgemaakt. Art. 9.Onverminderd de bepalingen van de Verordeningen dienen de controleorganen de aanvullende controlevoorwaarden bepaald in bijlage 1 bij dit besluit toe te passen. Art. 10.De controleorganen leggen de sancties op met respect voor de modaliteiten en de tabel voor de sancties, vastgesteld in bijlage 2 van onderhavig besluit. Art. 11.Drempels en plafonds voor de vergoedingen betaald door de marktdeelnemers aan de controleorganen worden bepaald volgens de tabel omschreven in bijlage 3 bij dit besluit. Art. 12.De controleorganen treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke marktdeelnemer die de bepalingen van dit besluit naleeft en zijn bijdrage in de controlekosten betaalt, zeker is van toegang tot het controleregeling.
In het geval dat een marktdeelnemer van controleorgaan verandert, geeft het eerste controleorgaan onmiddellijk aan het volgende controleorgaan alle nodige gegevens over deze marktdeelnemer door voor de continuïteit van de activiteiten. Art. 13.Als een marktdeelnemer bedoeld in artikel 4, § 1, een beroep, een klacht of een betwisting aanhangig maakt bij een controleorgaan en wanneer na behandeling van dit dossier volgens de procedures vastgelegd overeenkomstig de norm EN 45011 of ISO 65 die door de organen die producten certificeren wordt gebruikt, de uitgesproken beslissing door de bedoelde marktdeelnemer wordt betwist, kan laatstgenoemde een administratief beroep indienen bij het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hij moet te dien einde zijn verweermiddelen indienen bij aangetekend schrijven gericht aan de adjunct-secretaris-generaal van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en dit binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de verzendingsdatum van het schrijven waarbij de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld hem ter kennis wordt gebracht.
Na onderzoek van de verweermiddelen van de betrokkene kan de Adjunct Secretaris Generaal of zijn vertegenwoordiger hem oproepen opdat hij inlichtingen zou kunnen verstrekken of bijkomende bewijsstukken overhandigen. Op dezelfde wijze kan de marktdeelnemer vragen om vóór de beslissing door de Adjunct Secretaris Generaal of zijn vertegenwoordiger gehoord te worden. Andere interveniënten kunnen eveneens uitgenodigd worden om bij het onderhoud aanwezig te zijn.
De Adjunct Secretaris Generaal neemt een beslissing die per aangetekend schrijven aan de betrokkene wordt meegedeeld.
Indien het Brussels Hoofdstedelijk Gewest expertisekosten betaalt en de betwiste beslissing wordt bevestigd, wordt een verzoek tot betaling van deze kosten gevoegd bij het aangetekend schrijven waarbij aan de betrokkene wordt gevraagd om deze kosten te betalen binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de verzendingsdatum van het schrijven. Art. 14.De toepassingsbepalingen van de verordeningen in de sector der planten en dieren worden respectievelijk in de bijlagen 4 en 5 bij onderhavig besluit vastgelegd.
De Dienst maakt een lijst op van producten die zijn toegelaten met toepassing van artikel 95, § 6 van Verordening 889/2008. Art. 15.§ 1. Naast de specifieke bepalingen van dit besluit, heeft de Dienst de rol van bevoegde autoriteit waarnaar wordt verwezen in artikel 29, in artikel 36, § 4 punt b) en in artikel 58, § 1 punt c) van Verordening 889/2008. § 2. In de gevallen vermeld in artikel 9 § 4, in artikel 18 § 1, in artikel 36 § 2 en § 3, in artikel 40 § 1 punt a) v), in artikel 40 § 1 punt b), in artikel 40 § 2, in artikel 47, in artikel 95 §§ 1 en 2 en in bijlage VIII, punt A opmerking (1) van Verordening 889/2008, neemt de Dienst een beslissing op basis van een dossier dat door het controleorgaan wordt overgemaakt en een voorstel van beslissing bevat. Art. 16.De Minister mag de bijlagen bij dit besluit wijzigen om ze aan de wijzigingen van de Verordeningen, aan de evolutie van de controletechnieken en aan de ontwikkeling van de biologische productiemethode aan te passen. Art. 17.De overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgelegd, vervolgd en gestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten.
De bepalingen van het koninklijk besluit van 15 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.
15/05/2001 pub.
26/07/2001 numac 2001016193 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de administratieve geldboeten, bedoeld bij artikel 8 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten sluiten betreffende de administratieve geldboeten, bedoeld in artikel 8 van genoemde wet, zijn ook van toepassing. Voor de toepassing van dit besluit, is de secretaris-generaal van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de aangewezen bevoegde ambtenaar en, bij verhindering, zijn plaatsvervanger. Art. 18.Het koninklijk besluit van 17 april 1992 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, wordt opgeheven. Art. 19.De Minister bevoegd voor het Landbouwbeleid is beslast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 3 december 2009.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Buitenlandse Handel en Wetenschappelijk Onderzoek, bevoegd voor het Landbouwbeleid, B. CEREXHE Bijlage 1. - Aanvullende voorwaarden inzake de controle van de biologische productiemethode Onverminderd de toepassing van de bepalingen van de Verordeningen bepaalt dit bestek de bijkomende voorschriften inzake de controle van de biologische productiemethode die de controleorganen overeenkomstig artikel 9 van dit besluit dienen toe te passen. HOOFDSTUK 1. - Bepalingen ter uitvoering van de wetgeving 1.1° Algemeen beginsel Voor de toepassing van artikel 11 van Verordening 834/2007 en van artikel 17 van Verordening 889/2008 wordt het bestaan van een onderscheiden bedrijf vastgesteld in overeenstemming met het gezamenlijk bestaan van een onderscheiden geografische entiteit in de zin van de wetgeving betreffende de identificatie en de registratie van de dieren (Sanitel), en van een onderscheiden juridische entiteit. 1.2° Melding van activiteit en aanvang van de inwerkingtreding van de controleregeling Met toepassing van artikel 28, § 3 van Verordening 834/2007, zijn de erkende controleorganen bevoegd voor de ontvangst van de meldingen vermeld in artikel 28 § 1 van deze Verordening.
De datum waarop de controleregeling een aanvang neemt, waarmee met name de omschakelingsperiode bij de producenten start, is vastgesteld op de dag waarop het controleorgaan de kennisgeving van de marktdeelnemer heeft ontvangen en diens verbintenis om zijn bedrijf aan de controleregeling te onderwerpen. Deze verbintenis wordt gematerialiseerd door de ondertekening van een contract tussen de marktdeelnemer en het controleorgaan. 1.3° Traceerbaarheid van de dierlijke producten. 1.3.1° Het controleorgaan dient een overeenkomst te sluiten met de organisatie die instaat voor het beheer van het Sanitel-systeem voor identificatie en registratie van de dieren, zodat men regelmatig kan beschikken over informatie in verband met de kudden en de dieren van de marktdeelnemers die gecontroleerd worden voor alle diersoorten waarvoor er een Sanitelsysteem operationeel is. 1.3.2° Het controleorgaan dient jaarlijks stalen te nemen van vlees of vleesproducten op minstens 5 % van de voor verhandeling geslachte, biologisch gefokte runderen en door middel van een DNA-onderzoek na te gaan of die stalen overeenstemmen met het haarstaal van de dieren dat door de producenten werd genomen in toepassing van dit besluit.
HOOFDSTUK 2. - Planning en uitvoering van de controles 2.1° Wanneer het controleorgaan de kennisgeving van een marktdeelnemer ontvangt, alsmede zijn verbintenis om zijn bedrijf aan de controleregeling te onderwerpen in de zin van punt 1.2° van onderhavige bijlage, voert het de eerste inspectie die bij de Verordening 834/2007 verplicht is, binnen maximum 30 dagen uit. 2.2° Naast de oorspronkelijke controle bedoeld in punt 2.1° worden de controles van de controleorganen in 4 aparte categorieën ingedeeld : a) Jaarlijkse fysieke hoofdcontrole zoals omschreven en verplicht gemaakt door artikel 65, § 1 van Verordening 889/2008;b) Bijkomende controle naast de jaarlijkse fysieke hoofdcontrole noodzakelijk gemaakt wanneer laatstgenoemde controle niet volledig uitgevoerd kan worden tijdens één bezoek;c) Verscherpte controle uitgevoerd in het kader van de toepassing van de tabel voor de sancties die in hoofdstuk 4 van deze bijlage omschreven is;d) Steekproefcontrole zoals omschreven in artikel 65, § 4 van Verordening 889/2008.
De controles vermeld in de punten a) en b) dekken de volledige activiteit van de marktdeelnemer. 2.3° Het controleorgaan voert een aantal steekproefcontroles uit waarvan het aantal gelijk is aan of hoger dan 60 % van het aantal marktdeelnemers onderworpen aan de controle.
Het minimum aantal uit te voeren steekproefcontroles wordt berekend in vergelijking met de toestand op 31 december van het vorige jaar. 2.4° Het controleorgaan legt een procedure ter goedkeuring voor aan de Dienst tot vastlegging van de planning van de controles en de keuze van de marktdeelnemers die de controles moeten ondergaan op basis van een algemene evaluatie van het risico van het niet-naleven van de Verordeningen of van dit besluit. 2.5° Wanneer er onregelmatigheid wordt vermoed, is het controleorgaan ertoe gehouden om binnen de kortst mogelijke termijn een controle uit te voeren bij de betrokken marktdeelnemer. 2.6° De steekproefcontroles kunnen gedeeltelijke controles zijn bedoeld om een beperkt aantal punten na te gaan.
In dit geval past het controleorgaan de controles aan volgens het specifieke karakter van de marktdeelnemer en de inhoud van zijn dossier. 2.7° Voor de toepassing van artikel 67, § 1 punt b) van Verordening 889/2008 op de bereidingseenheden waar ook niet-biologische producten worden verwerkt, verpakt of opgeslagen, overhandigt de marktdeelnemer de plannings voor de biologische productie vooraf aan zijn controleorgaan. HOOFDSTUK 3. - Planning, uitvoering en interpretatie van de analyses 3.1° Voor de toepassing van artikel 65, § 2 van Verordening 889/2008, neemt het controleorgaan voor elke nieuwe productie-eenheid dat kennis geeft van zijn omschakeling naar de biologische productiemethode, een staal van de bodem, van een plantaardig of dierlijk product en voert een analyse uit om de mogelijke aanwezigheid van residuen of van verontreinigende stoffen op te sporen. 3.2° Het controleorgaan voert bij de markdeelnemers die niet in punt 3.1° voorkomen, een aantal routine-analyses uit gelijk aan of hoger dan 60 % van alle marktdeelnemers. 3.3° Bij iedere marktdeelnemer die aan de controle onderworpen is, moet het controleorgaan een productanalyse uitvoeren als men een onregelmatigheid vermoedt. 3.4° Het controleorgaan legt een procedure ter goedkeuring voor aan de Dienst tot vastlegging van de planning van de monsternemingen, de keuze van de marktdeelnemers en van de producten die de analyses moeten ondergaan alsook de aard van de gezochte producten, op basis van een algemene evaluatie van het risico van het niet-naleven van de Verordeningen of van dit besluit. 3.5° De analyses uitgevoerd op plantaardige en dierlijke producten zijn gericht op het ongeoorloofde gebruik van verboden producten, met inbegrip van het gebruik van genetisch gemodificeerde organen of producten die hiervan zijn afgeleid, alsook de eventuele aanwezigheid van residuen van vermoede milieuvervuiling. 3.6° De analyse van plantenstalen die bij de producenten worden genomen heeft o.a. betrekking op herbiciden, fungiciden, insecticiden, acariciden, slakkendodende middelen, bactericiden, rodenticiden, afweermiddelen, kiemremmende stoffen, groeiregelaars, rijpingsvertragers en -versnellers. 3.7° Naast de in het vorige punt bedoelde producten heeft de analyse van de plantenstalen genomen bij bereiders en invoerders ook betrekking op de voedingsadditieven, kleurstoffen, aroma's, smaakverbeteraars, bewaarstoffen, dragers, solventen en andere technologische hulpstoffen. 3.8° De analyses verricht op dierlijke producten hebben o.a. betrekking op de chemisch gesynthetiseerde allopatische diergeneeskundige middelen, antibiotica, pijnstillers, coccidiostatica, de groei- of productiebevorderende stoffen, additieven, bewaarmiddelen en andere technologische hulpstoffen zoals nitraten en sorbaten in melk, de nitrieten, nitraten, sulfieten, fosfaten en glutamaten in vlees en vleesproducten. 3.9° Het gebruik van fytofarmaceutische producten die de voorwaarden van artikel 5 van Verordening 889/2008 niet naleven, wordt als verboden beschouwd zodra het ontdekte residupeil voor een bepaalde pesticide anderhalve maal hoger is dan de bepalingsgrens zoals gedefinieerd in artikel 3, § 2 punt f) van Verordening (EEG) nr.396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, behalve indien de marktdeelnemer, tot voldoening van het controleorgaan, kan aantonen dat de gevonden residus het resultaat zijn van een verontreiniging ten gevolge van een factor die losstaat van de eisen van de biologische productiemethode.
De bepalingsgrens die in aanmerking moet worden genomen, hangt af van de analysemethode van het laboratorium dat de analyse uitvoert en deze methode wordt bekrachtigd door een accreditatie van dit laboratorium volgens de norm EN 17025.
Het resultaat van bijkomende analyses in een laboratorium is een onderzoeksmiddel om de gegrondheid van de argumenten na te gaan. Het controleorgaan bestudeert deze gevallen grondig samen met de Dienst. HOOFDSTUK 4. - Tabel voor de sancties 4.1° Naast de toepassing van de bepalingen vastgelegd in artikel 30 van Verordening 834/2007 en in artikel 91, § 2 van Verordening 889/2008, past het controleorgaan een of meer van de volgende sancties toe als ze een onregelmatigheid of een inbreuk vaststelt :
Sancties Toepassing Opmerkingen Gewone opmerking De gewone opmerking wordt gebruikt voor kleine onregelmatigheden of voor duidelijk onvrijwillige gebreken door de marktdeelnemer.
Vraag om verbetering Bij de vraag om verbetering wordt aangegeven welke onregelmatigheid er is vastgesteld, welke verbetering er wordt verwacht en binnen welke termijn.
Waarschuwing De waarschuwing wordt aangevuld met de vermelding van de sanctie die zal worden toegepast indien de marktdeelnemer er geen rekening mee houdt. Op een vraag om verbetering die niet binnen de gestelde termijn in acht wordt genomen volgt altijd een waarschuwing. Een waarschuwing wordt systematisch gevolgd door een verscherpte controle.
Verscherpte controle De kosten voor verscherpte controle worden gedragen door de marktdeelnemer.
Declasseringen en schorsingen Declassering perceel Declassering van een perceel of deel van een bepaald perceel voor een bepaalde duur.
Declassering lot Definitieve declassering van een bepaald deel van de productie.
Schorsing product Verbod voor een bepaalde duur aan de marktdeelnemer opgelegd om een bepaald soort producten met verwijzing naar de biologische productiemethode op de markt te brengen.
Totale schorsing Verbod voor een bepaalde duur aan de marktdeelnemer opgelegd om alle producten met verwijzing naar de biologische productiemethode op de markt te brengen.
4.2° Het controleorgaan past de tabel van de sancties van bijlage 2 toe aan de hand van de concrete onregelmatigheden en inbreuken die worden vastgesteld. 4.3° Wanneer artikel 30, § 1, tweede lid van Verordening 834/2007 wordt toegepast, deelt het controleorgaan aan de Dienst een volledig dossier mee inzake de vastgestelde overtreding om over een toepassingsperiode van de voorgestelde maatregel overeen te komen. HOOFDSTUK 5. - Gegevens die aan de Dienst moeten worden verstrekt 5.1° Tabel van de vergoedingen. 5.1.1° Het controleorgaan moet de tabel van de vergoedingen die voor de marktdeelnemers van toepassing zijn en die overeenkomstig bijlage 3 bij dit besluit opgesteld is, aan de Dienst overhandigen. Verder moet het elke wijziging aan deze tabel meedelen vóór de datum waarop deze in werking treedt. 5.2° Jaarlijks te bezorgen gegevens. 5.2.1° Lijst van marktdeelnemers die aan de controle onderworpen zijn.
Overeenkomstig artikel 28, § 5 van Verordening 834/2007, wordt de lijst van de marktdeelnemers voor geïnteresseerde derde partijen beschikbaar gemaakt op de website van het controleorgaan. 5.2.2° Jaarverslag.
Het jaarverslag bedoeld in artikel 27, § 14 van Verordening 834/2007 bevat minimum : 1° de informatie gevraagd door de Europese Commissie;2° de aanvullende statistische gegevens in verband met de productie- en de bereidingsmiddelen van biologische producten alsook in verband met de hoeveelheid biologische eindproducten, meer bepaald voor elke marktdeelnemer : a) De identificatie van de marktdeelnemer (eventueel producentnummer, naam van het bedrijf, naam van de verantwoordelijke, gegevens);b) De activiteiten van de marktdeelnemer, zowel de biologische als de niet-biologische (de hoofdactiviteit wordt onderscheiden van de bijkomende activiteiten door de NACE-codes, de datum van de eerste melding, de datum van de certificering en desgevallend de datum van de stopzetting van de biologische activiteiten);c) De aankoopomzet van de bereiders, verpakkingsbedrijven, verdelers, importeurs en verkooppunten;d) Het aantal gehouden dieren per soort, het kuddenummer, de datum van de melding van de activiteit en de datum van certificering;e) Het gewastype per meegedeeld perceel, de oppervlakte ervan, de datum van de eerste melding en de datum van certificering van het perceel; f) De datum, het controletype zoals gedefinieerd in punt 2.2° van onderhavige bijlage, en de naam van de controleur die de controle heeft uitgevoerd; g) De aard, datum en duur van de sancties, met uitzondering van de opmerkingen, volgens de tabel van hoofdstuk 4 van onderhavige bijlage;h) De genomen monsters (datum van monsterneming, monstertype, nummer van het monster, identificatie van de gevonden producten en overeenstemming van het monster);i) De aard van de toegestane afwijkingen, alsook de bepaling van de Verordeningen of van onderhavig besluit dat deze voorziet, de datum waarop de afwijking werd toegestaan en geldigheidsduur van elk van de afwijkingen;j) De gegevens die worden opgelegd door artikel 54, § 1, tweede lid van Verordening 889/2008 betreffende de afwijkingen voor conventioneel zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen. 5.2.3° Gegevens i.v.m. de steun aan de biologische landbouw.
Het controleorgaan moet de Dienst een aantal gegevens bezorgen i.v.m. de door hem gecontroleerde producenten. De aard van deze gegevens wordt door de Dienst bepaald op grond van de reglementaire vereisten van de verschillende steunregelingen die onder de bevoegdheid van de betaalorganen vallen. 5.3° Onmiddellijk te verstrekken gegevens. 5.3.1° Als het controleorgaan een onregelmatigheid of een inbreuk vaststelt bij een aan de controle onderworpen marktdeelnemer, en ziet dat die onregelmatigheid of die inbreuk gevolgen kan hebben voor marktdeelnemers die aan de controle van een andere controleorgaan onderworpen zijn, dan brengt het de Dienst onverwijld op de hoogte. 5.3.2° Als het controleorgaan aan een marktdeelnemer een declassering- of schorsingsanctie oplegt bedoeld in hoofdstuk 4 van deze bijlage, dan brengt het onverwijld de Dienst daarvan op de hoogte.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Brussels Hoofdstedelijk Regering van 3 december 2009 inzake de productiemethode en etikettering van biologische producten.
Brussel, 3 december 2009.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Buitenlandse Handel en Wetenschappelijk Onderzoek, bevoegd voor het Landbouwbeleid, B. CEREXHE Bijlage II. - Tabel van de sancties die van toepassing zijn op de marktdeelnemers Onderhavige bijlage stelt de tabel van de sancties vast die van toepassing zijn op de marktdeelnemers aan de hand van de concrete onregelmatigheden en inbreuken die worden vastgesteld. De tabel van de sancties geldt onverminderd de regels en normen die in de Verordeningen en dit besluit zijn gedefinieerd. HOOFDSTUK 1. - Bepalingen ter uitvoering van de sancties 1.1° Bij onregelmatigheden of inbreuken die in dit hoofdstuk worden vermeld, past het controleorgaan op zijn minst de sancties toe die worden gedefinieerd in hoofdstuk 2 van onderhavige bijlage. 1.2° Afhankelijk van het concrete geval waarmee het wordt geconfronteerd, spreekt het controleorgaan een zwaardere dan de theoretisch geplande sanctie uit indien het oordeelt dat de inbreuk of de cumul van meerdere inbreuken dit verantwoordt. Het beslist, indien nodig, om een declassering of schorsing uit te spreken boven op de sanctie die moet worden genomen krachtens de hoger uiteengezette tabel van de sancties.
Indien een buitengewone context de versoepeling van de geplande sanctie voor een bepaalde marktdeelnemer rechtvaardigt, deelt het controleorgaan de elementen die een afwijking op de tabel van de sancties verantwoorden en een voorstel van sanctie mee aan de Dienst. 1.3° De sancties worden opklimmend toegepast, in de chronologische volgorde van de opeenvolgende vaststellingen van het betrokken type inbreuk, waarbij elke vaststelling tot de overeenstemmende sanctie leidt, afhankelijk van de antecedenten van de marktdeelnemer.
Wanneer een eerste sanctie wordt gevolgd door de vereiste verbetering vanwege de marktdeelnemer binnen de termijn die het controleorgaan oplegt, wordt deze sanctie niet meer in aanmerking genomen in de gradatie van de sancties zolang eenzelfde inbreuk niet opnieuw werd vastgesteld binnen een termijn van 24 maanden. 1.4° Bij inbreuk of onregelmatigheid kan het bestaan van verzachtende omstandigheden in aanmerking worden genomen in de gevallen die in de tabel van de sancties worden voorzien, wanneer de marktdeelnemer duidelijk te goeder trouw is en/of wanneer hij niet verantwoordelijk is voor de inbreuk die door de actie van een derde wordt veroorzaakt. 1.5° Om de eis van artikel 30 van Verordening 834/2007 te respecteren bij verandering van controleorgaan door een marktdeelnemer, houdt het nieuwe controleorgaan op basis van de gegevens die met toepassing van artikel 12, tweede lid van onderhavig besluit werden uitgewisseld, rekening met de sancties die het vroegere controleorgaan toepaste 1.6° De op te leggen sancties worden gedefinieerd in de tabel van de sancties in punt 4.1° van bijlage 1 van dit besluit.
De afkortingen die in de tabel in hoofdstuk 2 van onderhavige bijlage worden gebruikt, hebben volgende betekenis : GO gewone opmerking Vv vraag om verbetering of vraag om verbetering met schriftelijke verbintenis W waarschuwing VC verscherpte controle DP declassering of het niet certificeren van het betrokken perceel DL declassering of het niet certificeren van het betrokken lot SP schorsing of niet certificering van het betrokken product SB schorsing bedrijf of niet certificering VO heropstart of verlenging omschakeling HOOFDSTUK 2. - Tabel van de sancties 1. Algemene inbreuken Sanctie Sanction 1.Infractions générales 1000 Weigering van de controle SB ST 1000 Refus de contrôle 1005 Weigering om het controleverslag (of elk ander document) te contrasigneren Vv/W/SB DA/A/ST 1005 Refus de contre-signer le rapport de contrôle (ou autre document) 1010 Weigering van de toegang tot de voorraadboekhouding en/of de financiële boekhouding SB ST 1010 Refus d'accès à la comptabilité matière et/ou financière 1020 Weigering van de bemonstering met het oog op analyse SB ST 1020 Refus de prélèvement en vue d'analyse 1025 Boekhouding, voorraadboekhouding of andere elementen niet beschikbaar GO/Vv /W/SB RS/DA/A /ST 1025 Comptabilité, comptabilité matière ou autres éléments non disponibles 1030 Boekhouding, voorraadboekhouding of andere elementen niet controleerbaar :
1030 Comptabilité, comptabilité matière ou autres éléments non contrôlables
1050 Séparation insuffisante entre produits biologiques et non biologiques
1060 Utilisation d'O.G.M. ou de produits obtenus à partir d'O.G.M. ou par des OGM
1090 Procédure de réception des ingrédients, produits ou animaux non respectée
Vv/W/SP DA/A/SP 1120 Communication tardive ou absence de communication concernant un produit suspecté de ne pas répondre aux exigences du R. 834/2007 et de ses règlements d'application.
2000 Production sur une même exploitation de variétés identiques en biologique ou en conversion et en non-biologique
2020 Carnet de culture
2040 Utilisation de matériel de reproduction non biologique sans autorisation alors que :
2050 Utilisation de matériel de reproduction traité
2070 Utilisation d'un engrais/amendement du sol non autorisé à l'annexe I du R. 889/2008
2080 Utilisation d'effluents d'élevage sur l'exploitation supérieure à 170 kg d'azote par ha et par an :
2100 Utilisation d'un pesticide de l'annexe II du R.889/2008
2110 Utilisation d'un pesticide non autorisé à l'annexe II du R. 889/2008
2120 Utilisation de substrats non autorisés pour la production de champignons
3100 Présence sur une même exploitation d'animaux élevés selon le mode de production biologique et d'animaux de la même espèce non élevés selon ce mode de production
3115 Présence sur un même pâturage d'animaux élevés selon le mode de production biologique et d'animaux d'une autre espèce, non élevés selon ce mode de production
3120 Carnet d'élevage de l'exploitation
3140 Absence de prélèvement d'un échantillon de poils d'un bovin à la naissance ou à la commercialisation ou absence de transmission de cet échantillon à l'Association régionale de Santé et d'Identification animales :
3200 Non-respect de la durée de la période de conversion
3300 Utilisation d'une race provoquant un nombre de césariennes supérieur au pourcentage maximal toléré sur l'année
3330 Introduction d'animaux provenant d'élevages non biologiques alors que des animaux biologiques sont disponibles
3340 Introduction d'animaux provenant d'élevages non biologique ayant dépassé l'âge maximal ou après sevrage
3350 Introduction de femelles non nullipares provenant d'élevages non biologiques
3430 Présence et/ou utilisation d'aliments conventionnels non autorisés
3440 Utilisation d'une proportion d'aliments conventionnels sur une période de 12 mois
3445 Utilisation de plus de 25 % d'aliments conventionnels dans la ration journalière (en terme de matière sèche)
3455 Utilisation de matières premières d'origine animale autres que celles autorisées
3550 Niet-naleving van de voorziene wachttijd binnen de biologische productiemethode tussen de laatste toediening van allopathische geneesmiddelen en de productie van biologische producten :
3550 Non-respect du délai d'attente bio entre la dernière administration de médicaments allopathiques et la production de produits biologiques
3615 Aanbinden van dieren zonder toestemming van de dienst GO/Vv/W /DL RS/DA/A /DL 3615 Maintien non autorisé d'animaux à l'attache 3620 Geen regelmatige lichaamsbeweging of toegang tot weidegronden, uitlopen in de open lucht of bewegingsgebieden voor de dieren die met de toestemming van de dienst worden aangebonden GO/GO /GO Vv W/DL RS/RS/RS /DA/ A/DL 3620 Absence de pratique régulière d'exercice ou d'accès à des pâturages, parcours ou aires d'exercices extérieurs pour des animaux maintenus à l'attache avec autorisation du Service 3625 Het houden van dieren in een groep waarvan de omvang niet afgestemd is op de ontwikkelingsfase of op de behoeften die met het gedrag samenhangen GO/Vv/ W/DL RS/DA/ A/DL 3625 Détention d'animaux dans un groupe de taille inadaptée au stade de développement ou aux besoins comportementaux 3630 Het houden van dieren op basis van een dieet dat kan leiden tot anemie Vv/W/DL DA/A/DL 3630 Maintien d'animaux à un régime risquant de favoriser l'anémie 3635 Niet-naleving van de minimumleeftijd bij het slachten van pluimvee of gebruik van een pluimveeras dat niet erkend is als een traaggroeiend ras Vv/W/DL DA/A/DL 3635 Non-respect de l'âge minimal d'abattage des volailles ou utilisation d'une race de volaille non reconnue comme race à croissance lente 3640 Vervoer van dieren dat niet aangepast is om de stress te beperken of gebruik van een elektrisch dwangmiddel voor het in- of uitladen van de dieren Vv/W/DL DA/A/DL 3640 Transport d'animaux inadapté pour limiter le stress ou utilisation de stimulation électrique pour l'embarquement ou le débarquement des animaux 3645 Toediening van allopathische kalmeringsmiddelen voor en tijdens het vervoer van dieren DL DL 3645 Utilisation de calmants allopathiques avant et pendant le transport d'animaux 3650 Slachting die niet afgestemd is op het beperken van de stress Vv/W/DL DA/A/DL 3650 Abattage inadapté pour réduire le stress ou toute souffrance 3655 Broeien van slakken zonder inachtneming van een vasttijd van ten minste 5 dagen W/DL/SP A/DL/SP 3655 Echaudage des escargots sans mise à jeun préalable d'une durée minimale de 5 jours 3660 Broeien van slakken met behulp van zout of azijn Vv/W/DL /SP DA/A/DL /SP 3660 Echaudage des escargots avec utilisation de sel ou de vinaigre 3665 Dieren, groepen van dieren of dierlijke producten die niet, foutief of ontoereikend geïdentificeerd zijn :
3665 Animaux, lots d'animaux ou produits animaux non identifiés ou portant une identification erronée ou inadéquate
3700 Densité annuelle de peuplement excessive ou importation d'effluents provoquant une utilisation d'effluents sur l'exploitation ou sur l'ensemble des exploitations contractantes à cet effet, supérieure à 170 kg d'azote/ha/ an
3800 Bâtiment d'élevage inadapté, soit par rapport aux besoins physiologiques et éthologiques des animaux, soit en matière de chauffage, d'isolation, de ventilation, d'aération, ou d'éclairage naturel
3806 Densité excessive de peuplement dans les bâtiments
3808 Parcours extérieur
3810 Densité excessive de peuplement sur les pâturages et autres herbages entraînant le piétinement du sol et la surexploitation de la végétation
3826 Caillebotis ou grilles dépassant la moitié (mammifères) ou deux-tiers (volailles) de la surface du sol d'un bâtiment d'élevage
3828 Aire de couchage des animaux non conforme
3830 Veaux âgés de plus d'une semaine détenus en boxe individuel
3856 Pluimvee dat opgesloten is zonder toegang tot een met gras bezaaide uitloopruimte in de open lucht terwijl de omstandigheden dat wel mogelijk maken :
3856 Volailles détenues sans accès à un parcours extérieur enherbé alors que les conditions le permettent
3858 Volailles détenues pendant plus d'un tiers de leur vie sans accès à un parcours extérieur
4000 Utilisation d'un ingrédient d'origine agricole non biologique et non autorisé à l'annexe IX du R. 889/2008
4071 Absence de procédure ou procédure incomplète pour :
4072 Absence d'enregistrement ou enregistrement incomplet pour les opérations de
4080 Dans une unité ou des produits biologiques et non biologiques sont transformés ou stockés,
4090 Préparation sous-traitée auprès d'un façonnier non contrôlé
4100 Vente comme produits biologiques de produits importés de pays tiers sans autorisation
5020 Utilisation d'ingrédients conventionnels non autorisés dans la liste positive
DL/SP DL/SP 5030 Utilisation de matières premières d'origine animale non autorisées à l'annexe V.2 du R.889/2008 5040 Gebruik van producten die niet zijn toegestaan volgens bilage V.3 en VI van Verordening 889/2008 W + DL/SP A + DL/SP 5040 Utilisation de produits non autorisés aux annexes V.3 et VI du R. 889/2008 6. Etikettering - Verhandeling 6.Etiquetage - Commercialisation 6000 Etikettering of verhandeling van een conventioneel product of een product 6000 Etiquetage ou commercialisation d'un produit conventionnel ou d'un produit a) verzachtende omstandigheden VC + DL/SB CR + DL/ST
6030 Etiquetage ou commercialisation d'un produit issu de conversion sous forme de produit multi-ingrédient
6040 Etiquetage ou commercialisation d'un produit déclassé avec référence au mode de production biologique
6050 Etiquetage ou commercialisation d'un produit sans certification, avec référence au mode de production biologique
6080 Commercialisation d'un produit biologique sans approbation préalable de l'étiquetage
6110 Commercialisation d'un animal avec la référence au mode de production biologique
7100 Réception par un opérateur non contrôlé d'un produit biologique importé
8000 Commercialisation de produits conventionnels dans le présentoir « bio »
Brussel, 3 december 2009.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Buitenlandse Handel en Wetenschappelijk Onderzoek, bevoegd voor het Landbouwbeleid, B. CEREXHE Bijlage III. - Vergoedingen betaald door de marktdeelnemers aan het controleorgaan Onverminderd de toepassing van de bepalingen van de Verordeningen, bepaalt deze tabel de minimum- en maximumgrenzen van de vergoedingen die marktdeelnemers aan de controleorganen dienen te betalen overeenkomstig artikel 11 van onderhavig besluit. 1° Producenten. 1.1° Om de controlekosten te dekken, met inbegrip van de kosten voor verplaatsing en analyses, bepaalt het controleorgaan het rooster van de jaarlijkse vergoedingen die de producenten verschuldigd zijn naar rato van het hieronder weergegeven puntensysteem :
In aanmerking genomen elementen Aantal Punten/ Nombre de points Eléments pris en considération Basisbedrag voor een productie-eenheid 1670 Montant de base pour une unité de production Per derde bedrijf dat moet worden gecontroleerd (loonwerk : de goederen blijven eigendom van de producent) 2030 Par entreprise tierce à contrôler (travail à façon : la marchandise reste la propriété du producteur) Per ha natuurreservaat (**) 20,4 Par ha de réserve naturelle (**) Per ha kerstbomen 280 Par ha de sapins de Noël Per ha groententeelt (*) 825 Par ha de maraîchage (*) Per ha grove groententeelt (*) 460 Par ha de maraîchage en plein champs (*) Per ha akkerbouw (*) 81 Par ha de grande culture (*) Per ha weide, groenbemesting of braakgrond 61 Par ha de prairie, engrais verts ou jachère Per ha laagstammig fruit 410 Par ha de culture fruitière basses tiges Per ha hoogstammig fruit 280 Par ha de culture fruitière hautes tiges Per ha onverwarmde serre of tunnel 2460 Par ha de serre froide ou tunnel Per ha verwarmde serre 4950 Par ha de serre chauffée Per ha champignons 16500 Par ha de champignons Per rund van minder dan 1 jaar 6,3 Par bovin de moins d'1 an Per rund van 1 tot 2 jaar 9,5 Par bovin d'1 à 2 ans Per rund van meer dan 2 jaar 12,4 Par bovin de plus de 2 ans Per zoogkoe 21 Par vache allaitante Per melkkoe 30 Par vache laitière Per marktklaar varken 4,7 Par porc commercialisé Per zeug of varkensbeer 30 Par truie ou verrat Per marktklaar lam 2 Par agneau commercialisé Per zogende ooi 4,5 Par brebis allaitante Per melkgeit- of -ooi 7,7 Par chèvre ou brebis laitière Per zogende merrie/ hengst 21 Par jument allaitante/étalon Per melkgevende merrie 30 Par jument laitière Per 10 marktklare vleeskippen 3,4 Par 10 poulets de chair commercialisés Per 10 legkippen 10,2 Par 10 poules pondeuses Per 10 marktklare kalkoenen 6,8 Par 10 dindes commercialisées Per 10 marktklare eenden 6,8 Par 10 canards commercialisés Per marktklare struisvogel 4,7 Par autruche commercialisée Per fokstruisvogel 15,1 Par autruche reproductrice Per konijnenvoedster 6,1 Par lapine mère Per marktklaar spieshert 5 Par daguet commercialisé Per wijfjes- of mannetjeshert 15,1 Par biche ou cerf Per 100 marktklare consumptieslakken 3 Par 100 escargots commercialisés (*) op basis van een door de Dienst vastgestelde lijst van de gewassen (**) sites die onder een bijzonder beschermingsstatuut staan in de zin van de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.
12/07/1973 pub.
24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud of het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 oktober 2000 betreffende de instandhouding van de natuurlijke habitats en van de wilde fauna en flora. 1.2° Naast die controles op derden, is het minimumaantal punten voor een bedrijf vastgesteld op 2 500 punten. 2° Bedrijven voor bereiding, verpakking en invoer. 2.1° Om de controlekosten te dekken, met inbegrip van de kosten voor verplaatsing en analyses, bepaalt het controleorgaan het rooster van de jaarlijkse vergoedingen die de bereiders en invoerders verschuldigd zijn naar rato van het hieronder weergegeven puntensysteem :
In aanmerking genomen elementen Aantal Punten/ Nombre de points Eléments pris en considération Basisbedrag voor de verwerking of de invoer : - exclusief voorbehouden aan de biologische productie - ook gebruikt voor conventionele producten 1 790 2 200 Montant de base pour l'unité de transformation ou d'importation : - réservée exclusivement à la production biologique - utilisée aussi pour la production conventionnelle Per bijkomende vestiging : - exclusief voorbehouden aan de biologische productie - ook gebruikt voor conventionele producten 1 200 1 470 Par site supplémentaire : - réservé exclusivement à la production biologique - utilisé aussi pour la production conventionnelle Volgens het gebruikte soort ingrediënt : - uitsluitend biologisch - biologisch en conventioneel 120 147 Par type d'ingrédient utilisé : - uniquement en qualité biologique - en qualités biologique et conventionnelle Per afgewerkt biologisch eindproduct : - uitsluitend biologisch - biologisch en conventioneel 180 220 Par type de produit fini biologique commercialisé : - uniquement en qualité biologique - en qualités biologique et conventionnelle Per schijf van 5 000 EUR van de JBO (*) beneden 1 250 000 EUR 145,6 Par tranche de 5 000 euros du CAB (*) en-dessous de 1 250 000 euros Per schijf van 5 000 EUR van de JBO (*) begrepen tussen 1 250 000 EUR en 6 250 000 EUR 72,8 Par tranche de 5 000 euros du CAB (*) comprise entre 1 250 000 euros et 6 250 000 euros Per schijf van 5 000 EUR van de JBO (*) begrepen tussen 6 250 000 EUR en 15 000 000 EUR 43,7 Par tranche de 5 000 euros du CAB (*) comprise entre 6 250 000 euros et 15 000 000 euros Per schijf van 5 000 EUR van de JBO (*) begrepen tussen 15 000 000 EUR en 25 000 000 EUR 25,4 Par tranche de 5 000 euros du CAB (*) comprise entre 15 000 000 euros et 25 000 000 euros Per schijf van 5 000 EUR van de JBO (*) boven 25 000 000 EUR 14,6 Par tranche de 5 000 euros du CAB (*) au-dessus de 25 000 000 euros Per aanvraag van een invoervergunning in het raam van de Verordening of van dit besluit 4 800 Par demande d'autorisation d'importation dans le cadre du Règlement ou du présent arrêté (*) Onder JBO verstaat men de jaarlijkse omzet voor activiteiten in de biologische productie. (*) Par CAB, on entend le chiffre d'affaire annuel relatif aux activités dans le secteur biologique.
2.2° Voor bedrijven die zich beperken tot het kopen van verpakte biologische producten om de verpakking ervan te wijzigen (verpakkingsbedrijven), wordt de JBO voor berekening van de punten verminderd tot 65 % van zijn waarde.
Voor bedrijven die zich ertoe beperken biologische producten in niet-gesloten verpakking of bulk te ontvangen en ze aldus op de markt brengen wordt de JBO voor de berekening van de punten verminderd tot 50 % van zijn waarde.
Voor bedrijven die zich ertoe beperken verpakte biologische producten te kopen en er een etiket met hun eigen naam op plakken, wordt de JBO voor de berekening van de punten verminderd tot 25 % van zijn waarde.
Voor bedrijven die zich ertoe beperken biologische producten in gesloten verpakking te ontvangen en ze aldus op de markt brengen zonder de verpakking of het etiket te wijzigen, wordt de JBO voor de berekening van de punten teruggebracht tot 15 % van zijn waarde.
Voor de invoerders wordt de JBO voor de berekening van de punten verminderd tot 25 % van zijn waarde. 2.3° Buiten de aanvragen van een invoervergunning wordt het minimum aantal punten van een bedrijf vastgesteld op 6000 punten. Deze minimumdrempel kan in de volgende gevallen evenwel nog worden verminderd : - voor de bedrijven die hun activiteit opstarten (nieuw BTW-nr.), kan die drempel worden verlaagd tot 4450 punten tijdens de eerste twee jaar; - voor de bedrijven die de goederen verwerken zonder daar eigenaar van te zijn (maakloonwerkers) kan die drempel worden verlaagd tot 4 450 punten als de JBO begrepen is tussen 12 500 EUR en 100 000 EUR en tot 3 450 punten als de JBO minder is dan 12 500 EUR; - voor bakkerijen met een JBO lager dan 12 500 EUR kan die drempel worden verlaagd tot 2 075 punten. 3° Verkooppunten. 3.1° Om de controlekosten te dekken, met inbegrip van de kosten voor dienstreizen, bepaalt het controleorgaan het rooster van de jaarlijkse vergoedingen die de marktdeelnemers die verantwoordelijk zijn voor het in de handel brengen van biologische producten aan de consumenten of de eindgebruiker verschuldigd zijn naar rato van het hieronder weergegeven puntensysteem :
Jaarlijkse aankoopwaarde van de biologische producten die onder een niet-voorverpakte vorm worden verkocht Aantal Punten/ Nombre de points Chiffre annuel d'achat des produits biologiques destinés à être vendus sous une forme non-préemballée Minder dan 15 000 euro 2 000 Inférieur à 15 000 euros Tussen 15 000 en 60 000 euro 2 592 Compris entre 15 000 et 60 000 euros Tussen 60 001 en 100 000 euro 3 313 Compris entre 60 001 et 100 000 euros Meer dan 100 000 euro 4 034 Supérieur à 100 000 euros 3.2° In afwijking van punt 3.1, wordt het hiernavermelde puntensysteem toegepast op marktdeelnemers die bij de consument of de eindgebruiker niet-voorverpakte biologische producten in de handel brengen en die niet onder dezelfde vorm identieke producten in de handel brengen die niet in de Verordening of dit besluit worden geregeld :
Jaarlijkse aankoopwaarde van de biologische producten die onder een niet-voorverpakte vorm worden verkocht Aantal Punten/ Nombre de points Chiffre annuel d'achat des produits biologiques destinés à être vendus sous une forme non-préemballée Minder dan 15 000 euro 1 665 Inférieur à 15 000 euros Tussen 15 000 en 60 000 euro 2 163 Compris entre 15 000 et 60 000 euros Tussen 60 001 en 100 000 euro 2 764 Compris entre 60 001 et 100 000 euros Meer dan 100 000 euro 3 364 Supérieur à 100 000 euros 3.3° De marktdeelnemers die verantwoordelijk zijn voor het in de handel brengen van biologische producten bij de consument of de eindgebruiker en die eveneens een activiteit als producent en/of als bedrijf voor bereiding, verpakking en invoer van biologische producten uitoefenen, betalen de vergoeding die overeenkomstig punten 1° en 2° van dit besluit wordt bepaald. Er wordt geen verhoging van deze vergoeding toegepast i.v.m. het in de handel brengen en dit, voor zover de jaarlijkse aankoopwaarde van de biologische producten die onder een niet-voorverpakte vorm worden verkocht, minder dan 5 000 euro bedraagt.
Als de jaarlijkse aankoopwaarde van de biologische producten die onder een niet-voorverpakte vorm worden verkocht 5000 euro of meer bedraagt, wordt de waarde van de jaarlijkse vergoeding die verschuldigd is voor het in de handel brengen, vastgelegd door toepassing van de punten 3.1° of 3.2°, met een aftrek van 472 punten van de bepaalde bedragen. 4° Minima en maxima van de vergoedingen. De vergoedingen zonder BTW die het controleorgaan de marktdeelnemers aanrekent is gelijk aan het totale aantal punten van het bedrijf, vermenigvuldigd met een coëfficiënt begrepen tussen de volgende minimale en maximale grenzen (deze coëfficiënt kan afzonderlijk worden vastgelegd, enerzijds voor de producenten, en anderzijds voor de bereidings- en verpakkingsbedrijven en de invoerders) : - minimale vergoeding : coëfficiënt 0,121 euro; - maximale vergoeding : coëfficiënt 0,184 euro. 5° Verscherpte controles. De kosten voor verscherpte controles uitgeoefend met name bij toepassing van hoofdstuk 4 van dit bestek, vermeld in bijlage I bij dit besluit, worden door de controleorganen aan de marktdeelnemer aangerekend op basis van de volgende minimum- en maximumgrenzen (mogelijke analysekosten niet meegerekend) :
Vergoeding/Redevance (per half uur controle/par euro heure de contrôle) In het bedrijf Dans l'entreprise In het kantoor/En bureau Minimum 30 euro 20 euro Maximum 45 euro 30 euro 6° Indexering. De bedragen bedoeld in de punten 4° en 5° worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari op basis van de gezondheidsindex van december van het voorgaande jaar ten opzichte van deze van december 2007.
Deze indexering geldt niet voor de berekening van de vergoeding bedoeld in punt 4° op basis van het aantal punten dat aan de hand van de JBO in punt 2° van onderhavige bijlage wordt vastgelegd.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Brussels Hoofdstedelijk Regering van 3 december 2009 inzake de productiemethode en etikettering van biologische producten Brussel, 3 december 2009.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Buitenlandse Handel en Wetenschappelijk Onderzoek, bevoegd voor het Landbouwbeleid, B. CEREXHE Bijlage IV. - Bepalingen ter uitvoering van de verordeningen in de sector der planten HOOFDSTUK 1. - De databank van zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen, verkregen volgens de biologische productiemethode 1.1° De Dienst wordt als bevoegde autoriteit aangeduid voor de toepassing van de artikelen 48 tot 50 van Verordening 889/2008, Hij is dan ook belast met het beheer van de databank. Hij kan een orgaan aanduiden dat het computerbeheer van de databank moet verzekeren. 1.2° Structuur van de databank van zaaizaad voor aardappelen en pootaardappelen 1.2.1° De plantsoorten worden onderverdeeld in groepen variëteiten (verder « subgroepen » genoemd), die het werkstramien van de databank vormen.
De variëteiten onder biologische vorm worden in de databank geregistreerd en kunnen op schaal van de subgroep worden geraadpleegd. 1.2.2° Voor de toepassing van artikel 45, § 8 van Verordening 889/2008 definieert de Dienst, in overleg met bevoegde autoriteit van de andere Gewesten, de subgroepen van de plantsoorten, alsook de graad van beschikbaarheid onder biologische vorm van zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen volgens de indeling, gedefinieerd in punt 1.2.3° van onderhavige bijlage. 1.2.3° De subgroepen van de plantsoorten worden onderverdeeld in drie niveaus, gedefinieerd volgens de graad van beschikbaarheid onder biologische vorm van zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen : a) Niveau 1 : Het teeltmateriaal van de subgroepen die in dit niveau zijn opgenomen, is in voldoende hoeveelheid beschikbaar onder biologische vorm op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.Er kan geen andere afwijking, dan deze die wordt verantwoord door een van de doelstellingen van artikel 45, § 5 punt d) van Verordening 889/2008, voor de betrokken variëteiten worden toegekend. b) Niveau 2 : Er is onvoldoende biologisch teeltmateriaal beschikbaar voor de variëteiten van de subgroepen die bij dit niveau worden ingedeeld.Er moet een voorafgaande toelating worden gevraagd voor het gebruik van niet-biologisch teeltmateriaal, volgens de modaliteiten gedefinieerd in hoofdstuk 2 van onderhavige bijlage. c) Niveau 3 : Dit niveau omvat alle subgroepen waarvoor er weinig of geen zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen onder biologische vorm op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat.De betrokken variëteiten worden gemeld volgens de modaliteiten gedefinieerd in hoofdstuk 3 van onderhavige bijlage. 1.2.4° Een samenvatting van de variëteiten die in de databank worden vermeld, wordt on-line gezet en bijgewerkt door de beheerder van de databank.
Het controleorgaan beantwoordt de gerichte vragen om informatie over de beschikbaarheden die het ontvangt. HOOFDSTUK 2. - Toekenningsmodaliteiten van de gebruiksvergunning van niet-biologisch zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen 2.1° Verwerkingsmodaliteiten van de vergunningsaanvragen 2.1.1° Met toepassing van artikel 45, § 4 van Verordening 889/2008 kent het controleorgaan de gebruiksvergunningen voor niet-biologisch zaaizaden of plantaardig teeltmateriaal toe met naleving van de eisen van de Verordeningen en van onderhavig besluit. 2.1.2° Het controleorgaan analyseert de aanvraag van een gebruiksvergunning voor zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen die het ontvangt op schaal van de subgroep waarvan de betrokken variëteit deel uitmaakt en rekening houdend met de informatie van de databank vermeld in punt 1.2° van onderhavige bijlage. 2.1.3° Overeenkomstig artikel 45, § 6 van Verordening 889/2008 wordt de vergunning toegekend voor de zaaidatum, dat betekent : - vanaf 1 december voor de variëteiten die in de lente of de zomer van het volgende jaar worden gezaaid; - vanaf 1 augustus voor de variëteiten die in de herfst of de winter worden gezaaid; - vanaf 1 december van het vorige jaar voor de variëteiten die het hele jaar door worden gezaaid. 2.2° Verantwoording van de vergunningsaanvragen 2.2.1° Voor de toepassing van artikel 45, § 5 van Verordening 889/2008, kent het controleorgaan de vergunning om niet-biologisch zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen te gebruiken, toe voor variëteiten van een subgroep die in beschikbaarheidsniveau 2 is ondergebracht en waarvoor het gebruik van niet-biologisch zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen om volgende redenen gerechtvaardigd is :
Code Afwijking voorzien door art. 45, § 5 (van Verordening 889/2008) Ingeroepen verantwoording Vereiste documentatie 5.A Van de door de gebruiker gevraagde soort is geen enkele variëteit geregistreerd in de databank 5.B.1 Indien geen leverancier het materiaal vóór het zaaien of planten kan leveren, terwijl de gebruiker het zaaizaad of de pootaardappelen wel tijdig heeft besteld.
De producent heeft tijdig contact opgenomen met alle in de databank geregistreerde leveranciers die het gezochte ras aanbieden, maar geen enkele onder hen kon het biologische teeltmateriaal voor de zaai- of planttijd leveren.
Of gevraagde hoeveelheid > beschikbare hoeveelheid : bij het bezoek van het controleorgaan moet de producent het bewijs leveren van de door hem ondernomen stappen (met vermelding van de data waarop hij contact heeft opgenomen) Of gevraagde hoeveelheid 5.B.2 De producent heeft zijn bestelling al bij een leverancier geplaatst, maar inmiddels bevindt de leverancier zich in de onmogelijkheid te leveren.
Bij het bezoek van het controleorgaan moet de producent het bewijs leveren van de bestelling.
5.B.3 De producent heeft zijn bestelling geplaatst bij een leverancier, die hem vervolgens zaaizaad of pootgoed levert dat duidelijk kwaliteitsgebreken vertoont.
5.B.4 De producent heeft contact opgenomen met alle in de databank geregistreerde leveranciers van het gevraagde ras, maar geen van hen kan communiceren in een taal die de producent beheerst.
5.C.0 Indien de door de gebruiker gevraagde variëteit niet in de databank is geregistreerd. De gebruiker kan aantonen dat geen van de geregistreerde alternatieven van dezelfde subgroep geschikt is en dat de vergunning uiterst belangrijk is voor zijn productie.
Geen enkele variëteit die in de subgroep geregistreerd is, is geschikt voor de gebruiker.
5.C.1.1 De variëteit wordt gevraagd door een klant De producent heeft een kopie van het productiecontract, of bij gebrek van een attest van de klant dat bij het bezoek van het controleorgaan wordt voorgelegd.
5.C.1.2 De gevraagde variëteit bezit een specifiek technisch of technologisch kenmerk De aanvraag van een afwijking verduidelijkt het gezocht kenmerk en de reden om dit kenmerk te kiezen.
5.C.2 De gevraagde variëteit bezit een grote weerstand of tolerantie tegen een ziekte.
De aanvraag van een afwijking verduidelijkt de naam van de ziekte in kwestie.
5.C.3 De gebruiker wil de economische of agronomische risico's verdelen.
De producent verdeelt zijn productie billijk tussen de biologische en de conventionele variëteiten voor de gevraagde soort EN ten minste een variëteit wordt onder biologische vorm gebruikt.
5.C.4.1 De gevraagde variëteit is aangepast aan de streek.
De aanvraag van een afwijking verduidelijkt de specifieke aanpassing aan de betrokken streek.
5.C.4.2.a De beschikbare variëteiten zijn weinig of niet gekend in België.
5.C.4.2.b Geen of onvoldoende ervaring met de biologische productiemethode voor de variëteiten die in de databank staan.
5.C.4.3 De gevraagde variëteit is weinig gekend en wordt gevraagd voor een kleinschalige test.
De test wordt uitgevoerd op een oppervlakte van minder dan 5 % van de totale oppervlakte die de betrokken soort op het bedrijf inneemt.
5.C.5 De variëteit is beschikbaar onder een zaadvorm die niet geschikt is.
De aanvraag van een afwijking verduidelijkt de reden waarom de beschikbare zaadvorm niet geschikt is en welke vorm dan gewenst is.
5.D.1 De variëteit wordt gebruikt in onderzoek, voor tests in kleinschalige veldproeven of voor instandhouding, waarmee de Dienst heeft ingestemd.
De variëteit wordt gebruikt in onderzoek, voor tests in kleinschalige veldproeven.
Enkel aanvragen van een afwijking betreffende testen die werden gerealiseerd door of voor rekening van officiële onderzoekcentra, zijn ontvankelijk.
5.D.2 De variëteit is bestemd voor de instandhouding van de variëteit.
Enkel aanvragen voor afwijking van officiële onderzoekcentra, zijn ontvankelijk.
5.A Aucune variété de l'espèce que l'utilisateur veut obtenir n'est enregistrée dans la base de données 5.B.1 Aucun fournisseur n'est en mesure de livrer les semences ou plants de pommes de terre avant le semis ou la plantation alors que l'utilisateur les a commandés en temps utile.
Le producteur a contacté, en temps utile, tous les fournisseurs enregistrés dans la base de données proposant la variété recherchée mais aucun d'entre eux n'est capable de livrer le matériel de reproduction biologique avant le semis ou la plantation dans les quantités demandées.
Soit quantité demandée > quantité disponible : Le producteur doit pouvoir fournir la preuve de ses démarches (mentionnant les dates de contact) lors de la visite de l'organisme de contrôle.
Soit quantités demandées 5.B.2 Le producteur a passé sa commande auprès d'un fournisseur mais entre temps le fournisseur se trouve dans l'incapacité de le livrer.
Le producteur doit pouvoir fournir une preuve de commande lors de la visite de l'organisme de contrôle.
5.B.3 Le producteur a passé sa commande auprès d'un fournisseur qui lui livre des semences/plants présentant des problèmes manifestes de qualité 5.B.4 Le producteur a contacté tous les fournisseurs enregistrés dans la base de données proposant la variété recherchée mais aucun d'entre eux n'est capable de communiquer dans une langue connue du producteur.
5.C.0 La variété que l'utilisateur veut obtenir n'est pas enregistrée dans la base de données. L'utilisateur est en mesure de démontrer qu'aucune variété enregistrée dans le même sous groupe d'espèce n'est appropriée et que l'autorisation est très importante pour sa production.
Aucune variété n'est enregistrée dans le sous-groupe qui intéresse l'utilisateur.
5.C.1.1 La variété est demandée par un client Le producteur dispose d'une copie du contrat de production ou, à défaut, une attestation du client qui sera présentée lors de la visite de l'organisme de contrôle.
5.C.1.2 La variété demandée présente une caractéristique technique ou technologique particulière.
La demande de dérogation précise la caractéristique recherchée et la raison du choix de cette caractéristique.
5.C.2 La variété demandée présente une plus grande résistance ou tolérance à une maladie.
La demande de dérogation précise le nom de la maladie en question.
5.C.3 L'utilisateur veut répartir les risques économiques ou agronomiques Le producteur répartit équitablement sa production entre les variétés utilisées sous forme bio et conventionnelle pour l'espèce demandée ET au moins une variété est utilisée sous forme biologique.
5.C.4.1 La variété demandée est adaptée à la région.
La demande de dérogation précise la particularité d'adaptation à la région concernée.
5.C.4.2.a Les variétés disponibles sont peu ou pas connues en Belgique.
5.C.4.2.b Absence ou expérience insuffisante en mode de production biologique avec les variétés disponibles dans la base de données.
5.C.4.3 La variété demandée est peu connue et est demandée à titre d'essai à très petite échelle.
L'essai est réalisé sur une superficie dont la taille est inférieure à 5 % de la superficie totale occupée par l'espèce concernée sur l'exploitation.
5.C.5 La variété est disponible sous une forme de semence qui ne convient pas.
La demande de dérogation précise la raison pour laquelle la forme de semence disponible ne convient pas et la forme souhaitée.
5.D.1 La variété demandée est utilisée à des fins de recherches, d'analyse dans le cadre d'essais à petite échelle sur le terrain ou à des fins de conservation avec l'accord du Service.
La variété est destinée à la recherche et à l'analyse d'essais à petite échelle sur le terrain.
Seules les demandes de dérogation concernant des essais réalisés par ou pour le compte de centres de recherche officiels sont recevables.
5.D.2 La variété est destinée à la conservation de la variété.
Seules les demandes de dérogation des centres de recherche officiels son recevables.
2.2.2° Wanneer een aanvraag van een afwijking wordt gerechtvaardigd door de codes 5.D.1 en 5.D.2 van de tabel onder punt 2.2.1° van onderhavige bijlage, neemt de Dienst een beslissing op basis van een dossier dat het controleorgaan overmaakt. 2.2.3° Het controleorgaan overhandigt de Dienst, voor eindadvies, elke vergunningsaanvraag die steunt op een verantwoording die niet in punt 2.2.1° staat, maar kan worden gelijkgesteld met een van de gevallen vermeld in artikel 45, § 5 van Verordening 889/2008, samen met een voorstel van beslissing. Indien de Dienst niet reageert binnen de twee werkdagen na de ontvangst van de aanvraag, wordt hij verondersteld een positief advies uit te brengen. 2.3° Bijzonder geval van de vermengingen als veevoer 2.3.1° Een vermenging van voedergewassen met variëteiten onder niet-biologische vorm mag enkel worden gebruikt indien de producent voor elk van de niet-biologische variëteiten de vereiste vergunningen heeft gekregen volgens de modaliteiten van deze bijlage. 2.3.2° De Dienst stelt een lijst op van de handelsnamen van vermengingen waarvoor een algemene afwijking voor een bepaald seizoen kan worden toegekend. Enkel vermengingen die ten minste een variëteit onder biologische vorm bevatten, komen in aanmerking.