Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Omgevingsplan gemeente Oost Gelre (Oost Gelre)

Waar gaat deze regeling over?

Dit Omgevingsplan van de gemeente Oost Gelre definieert diverse begrippen die relevant zijn voor de ruimtelijke ordening en activiteiten binnen de gemeente. Het legt vast wat onder specifieke termen wordt verstaan, zoals verschillende soorten woningen, bedrijven en bouwwerken.

Voor wie: Bewoners en ondernemers in de gemeente Oost Gelre die te maken hebben met bouwactiviteiten, bedrijfsvoering of het gebruik van percelen; Iedereen die de regels van het Omgevingsplan van de gemeente Oost Gelre moet interpreteren en toepassen.

Termijnen:

  • "Bestaand(e)" bouwwerken zijn legaal aanwezig of legaal in uitvoering; een gesloopt gebouw wordt na 1 jaar zonder vergunning voor een nieuw bouwwerk niet meer als bestaand gezien.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Vastgoed- en bouwrecht
Artikelen
1 052
Bron
cvdr.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • Definities van diverse soorten bedrijven, zoals een "aan huis verbonden bedrijf", "agrarisch bedrijf" en "bierbrouwerij".
  • Definities van verschillende woningtypen, waaronder "aaneengebouwde woning", "afhankelijke woonruimte" en "gestapelde woning".
  • Definities van bouwwerken en gebieden, zoals "bijbehorend(e) bouwwerk(en)", "achtererfgebied" en "bebouwde kom".
  • Definities van activiteiten en waarden, zoals "detailhandel", "evenement(en)" en "archeologische waarde".

Voor wie geldt deze regeling?

  • Bewoners en ondernemers in de gemeente Oost Gelre die te maken hebben met bouwactiviteiten, bedrijfsvoering of het gebruik van percelen.
  • Iedereen die de regels van het Omgevingsplan van de gemeente Oost Gelre moet interpreteren en toepassen.

Wat zijn de kernpunten?

  • Een "aan huis verbonden bedrijf" of "beroep" moet voornamelijk door de bewoner(s) worden uitgeoefend, waarbij de woonfunctie van de woning in overwegende mate behouden blijft.
  • "Detailhandel" is enkel toegestaan op expliciet in het omgevingsplan bepaalde locaties, of als ondergeschikt onderdeel van een onderneming.
  • "Bestaand(e)" bouwwerken zijn legaal aanwezig of legaal in uitvoering; een gesloopt gebouw wordt na 1 jaar zonder vergunning voor een nieuw bouwwerk niet meer als bestaand gezien.
  • Een "chalet" is een gebouw met een lichte constructie, bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf, met een maximale oppervlakte van 55 m².

Vastgoed- en bouwrecht

8

Vastgoed- en bouwrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (1052)
  1. Artikel 1.1
  2. Artikel 1.2
  3. Artikel 1.3
  4. Artikel 1.4
  5. Artikel 1.5
  6. Artikel 1.6
  7. Artikel 1.7
  8. Artikel 1.8
  9. Artikel 1.9
  10. Artikel 1.10
  11. Artikel 1.11
  12. Artikel 1.12
  13. Artikel 1.13
  14. Artikel 1.14
  15. Artikel 1.15
  16. Artikel 1.16
  17. Artikel 1.17
  18. Artikel 2.1
  19. Artikel 2.2
  20. Artikel 3.1
  21. Artikel 3.2
  22. Artikel 3.3
  23. Artikel 3.4
  24. Artikel 3.5
  25. Artikel 3.6
  26. Artikel 3.7
  27. Artikel 3.8
  28. Artikel 3.9
  29. Artikel 3.10
  30. Artikel 3.11
  31. Artikel 3.12
  32. Artikel 3.13
  33. Artikel 3.14
  34. Artikel 3.15
  35. Artikel 4.1
  36. Artikel 4.2
  37. Artikel 4.3
  38. Artikel 4.4
  39. Artikel 4.5
  40. Artikel 4.6
  41. Artikel 4.7
  42. Artikel 4.8
  43. Artikel 4.9
  44. Artikel 4.10
  45. Artikel 4.11
  46. Artikel 4.12
  47. Artikel 4.13
  48. Artikel 4.14
  49. Artikel 4.15
  50. Artikel 4.16
  51. Artikel 4.17
  52. Artikel 4.18
  53. Artikel 4.19
  54. Artikel 4.20
  55. Artikel 4.21
  56. Artikel 4.22
  57. Artikel 4.23
  58. Artikel 4.24
  59. Artikel 4.25
  60. Artikel 4.26
  61. Artikel 4.27
  62. Artikel 4.28
  63. Artikel 4.29
  64. Artikel 4.30
  65. Artikel 4.31
  66. Artikel 5.1
  67. Artikel 5.2
  68. Artikel 5.3
  69. Artikel 5.4
  70. Artikel 5.5
  71. Artikel 5.6
  72. Artikel 5.7
  73. Artikel 5.8
  74. Artikel 5.9
  75. Artikel 5.10
  76. Artikel 5.11
  77. Artikel 5.12
  78. Artikel 5.13
  79. Artikel 5.14
  80. Artikel 5.15
  81. Artikel 5.16
  82. Artikel 5.17
  83. Artikel 5.18
  84. Artikel 5.19
  85. Artikel 5.20
  86. Artikel 5.21
  87. Artikel 5.22
  88. Artikel 5.23
  89. Artikel 5.24
  90. Artikel 5.25
  91. Artikel 5.26
  92. Artikel 5.27
  93. Artikel 5.28
  94. Artikel 5.29
  95. Artikel 5.30
  96. Artikel 5.31
  97. Artikel 5.32
  98. Artikel 5.33
  99. Artikel 5.34
  100. Artikel 5.35
  101. Artikel 5.36
  102. Artikel 5.37
  103. Artikel 5.38
  104. Artikel 5.39
  105. Artikel 5.40
  106. Artikel 5.41
  107. Artikel 5.42
  108. Artikel 5.43
  109. Artikel 5.44
  110. Artikel 5.45
  111. Artikel 5.46
  112. Artikel 5.47
  113. Artikel 5.48
  114. Artikel 5.49
  115. Artikel 5.50
  116. Artikel 5.51
  117. Artikel 5.52
  118. Artikel 5.53
  119. Artikel 5.54
  120. Artikel 5.55
  121. Artikel 5.56
  122. Artikel 5.57
  123. Artikel 5.58
  124. Artikel 5.59
  125. Artikel 5.60
  126. Artikel 5.61
  127. Artikel 5.62
  128. Artikel 5.63
  129. Artikel 5.64
  130. Artikel 5.65
  131. Artikel 5.66
  132. Artikel 5.67
  133. Artikel 5.68
  134. Artikel 5.69
  135. Artikel 5.70
  136. Artikel 5.71
  137. Artikel 5.72
  138. Artikel 5.73
  139. Artikel 5.74
  140. Artikel 5.75
  141. Artikel 5.76
  142. Artikel 5.77
  143. Artikel 5.78
  144. Artikel 5.79
  145. Artikel 5.80
  146. Artikel 5.81
  147. Artikel 5.82
  148. Artikel 5.83
  149. Artikel 5.84
  150. Artikel 5.85
  151. Artikel 5.86
  152. Artikel 5.87
  153. Artikel 5.88
  154. Artikel 5.89
  155. Artikel 5.90
  156. Artikel 5.91
  157. Artikel 5.92
  158. Artikel 5.93
  159. Artikel 5.94
  160. Artikel 5.95
  161. Artikel 5.96
  162. Artikel 5.97
  163. Artikel 5.98
  164. Artikel 5.99
  165. Artikel 5.100
  166. Artikel 5.101
  167. Artikel 5.102
  168. Artikel 5.103
  169. Artikel 5.104
  170. Artikel 5.105
  171. Artikel 5.106
  172. Artikel 5.107
  173. Artikel 5.108
  174. Artikel 5.109
  175. Artikel 5.110
  176. Artikel 5.111
  177. Artikel 5.112
  178. Artikel 5.113
  179. Artikel 5.114
  180. Artikel 5.115
  181. Artikel 5.116
  182. Artikel 5.117
  183. Artikel 5.118
  184. Artikel 5.119
  185. Artikel 5.120
  186. Artikel 5.121
  187. Artikel 5.122
  188. Artikel 5.123
  189. Artikel 5.124
  190. Artikel 5.125
  191. Artikel 5.126
  192. Artikel 5.127
  193. Artikel 5.128
  194. Artikel 5.129
  195. Artikel 5.130
  196. Artikel 5.131
  197. Artikel 5.132
  198. Artikel 5.133
  199. Artikel 5.134
  200. Artikel 5.135
  201. Artikel 5.136
  202. Artikel 5.137
  203. Artikel 5.138
  204. Artikel 5.139
  205. Artikel 5.140
  206. Artikel 5.141
  207. Artikel 5.142
  208. Artikel 5.143
  209. Artikel 5.144
  210. Artikel 5.145
  211. Artikel 5.146
  212. Artikel 5.147
  213. Artikel 5.148
  214. Artikel 5.149
  215. Artikel 5.150
  216. Artikel 5.151
  217. Artikel 5.152
  218. Artikel 5.153
  219. Artikel 5.154
  220. Artikel 5.155
  221. Artikel 5.156
  222. Artikel 5.157
  223. Artikel 5.158
  224. Artikel 5.159
  225. Artikel 5.160
  226. Artikel 5.161
  227. Artikel 5.162
  228. Artikel 5.163
  229. Artikel 5.164
  230. Artikel 5.165
  231. Artikel 5.166
  232. Artikel 5.167
  233. Artikel 5.168
  234. Artikel 5.169
  235. Artikel 5.170
  236. Artikel 5.171
  237. Artikel 5.172
  238. Artikel 5.173
  239. Artikel 5.174
  240. Artikel 5.175
  241. Artikel 5.176
  242. Artikel 5.177
  243. Artikel 5.178
  244. Artikel 5.179
  245. Artikel 6.1
  246. Artikel 6.2
  247. Artikel 6.3
  248. Artikel 6.4
  249. Artikel 6.5
  250. Artikel 6.6
  251. Artikel 6.7
  252. Artikel 6.8
  253. Artikel 6.9
  254. Artikel 6.10
  255. Artikel 6.11
  256. Artikel 6.12
  257. Artikel 6.13
  258. Artikel 6.14
  259. Artikel 6.15
  260. Artikel 6.16
  261. Artikel 6.17
  262. Artikel 6.18
  263. Artikel 6.19
  264. Artikel 6.20
  265. Artikel 6.21
  266. Artikel 6.22
  267. Artikel 6.23
  268. Artikel 6.24
  269. Artikel 6.25
  270. Artikel 6.26
  271. Artikel 6.27
  272. Artikel 6.28
  273. Artikel 6.29
  274. Artikel 6.30
  275. Artikel 6.31
  276. Artikel 6.32
  277. Artikel 6.33
  278. Artikel 6.34
  279. Artikel 6.35
  280. Artikel 6.36
  281. Artikel 6.37
  282. Artikel 6.38
  283. Artikel 6.39
  284. Artikel 6.40
  285. Artikel 6.41
  286. Artikel 6.42
  287. Artikel 6.43
  288. Artikel 6.44
  289. Artikel 6.45
  290. Artikel 6.46
  291. Artikel 6.47
  292. Artikel 6.48
  293. Artikel 6.49
  294. Artikel 6.50
  295. Artikel 6.51
  296. Artikel 6.52
  297. Artikel 6.53
  298. Artikel 6.54
  299. Artikel 6.55
  300. Artikel 6.56
  301. Artikel 6.57
  302. Artikel 6.58
  303. Artikel 6.59
  304. Artikel 6.60
  305. Artikel 6.61
  306. Artikel 6.62
  307. Artikel 6.63
  308. Artikel 6.64
  309. Artikel 6.65
  310. Artikel 6.66
  311. Artikel 6.67
  312. Artikel 6.68
  313. Artikel 6.69
  314. Artikel 6.70
  315. Artikel 6.71
  316. Artikel 6.72
  317. Artikel 6.73
  318. Artikel 6.74
  319. Artikel 6.75
  320. Artikel 6.76
  321. Artikel 6.77
  322. Artikel 6.78
  323. Artikel 6.79
  324. Artikel 6.80
  325. Artikel 6.81
  326. Artikel 6.82
  327. Artikel 6.83
  328. Artikel 6.84
  329. Artikel 6.85
  330. Artikel 6.86
  331. Artikel 6.87
  332. Artikel 6.88
  333. Artikel 6.89
  334. Artikel 6.90
  335. Artikel 6.91
  336. Artikel 6.92
  337. Artikel 6.93
  338. Artikel 6.94
  339. Artikel 6.95
  340. Artikel 6.96
  341. Artikel 6.97
  342. Artikel 6.98
  343. Artikel 6.99
  344. Artikel 6.100
  345. Artikel 6.101
  346. Artikel 6.102
  347. Artikel 6.103
  348. Artikel 6.104
  349. Artikel 6.105
  350. Artikel 6.106
  351. Artikel 6.107
  352. Artikel 6.108
  353. Artikel 6.109
  354. Artikel 6.110
  355. Artikel 6.111
  356. Artikel 6.112
  357. Artikel 6.113
  358. Artikel 6.114
  359. Artikel 6.115
  360. Artikel 6.116
  361. Artikel 6.117
  362. Artikel 6.118
  363. Artikel 6.119
  364. Artikel 6.120
  365. Artikel 6.121
  366. Artikel 6.122
  367. Artikel 6.123
  368. Artikel 6.124
  369. Artikel 6.125
  370. Artikel 6.126
  371. Artikel 6.127
  372. Artikel 6.128
  373. Artikel 6.129
  374. Artikel 6.130
  375. Artikel 6.131
  376. Artikel 6.132
  377. Artikel 6.133
  378. Artikel 6.134
  379. Artikel 6.135
  380. Artikel 6.136
  381. Artikel 6.137
  382. Artikel 6.138
  383. Artikel 6.139
  384. Artikel 6.140
  385. Artikel 6.141
  386. Artikel 6.142
  387. Artikel 6.143
  388. Artikel 6.144
  389. Artikel 6.145
  390. Artikel 6.146
  391. Artikel 6.147
  392. Artikel 6.148
  393. Artikel 6.149
  394. Artikel 6.150
  395. Artikel 6.151
  396. Artikel 6.152
  397. Artikel 6.153
  398. Artikel 6.154
  399. Artikel 6.155
  400. Artikel 6.156
  401. Artikel 6.157
  402. Artikel 6.158
  403. Artikel 6.159
  404. Artikel 6.160
  405. Artikel 6.161
  406. Artikel 6.162
  407. Artikel 6.163
  408. Artikel 6.164
  409. Artikel 6.165
  410. Artikel 6.166
  411. Artikel 6.167
  412. Artikel 6.168
  413. Artikel 6.169
  414. Artikel 6.170
  415. Artikel 6.171
  416. Artikel 6.172
  417. Artikel 6.173
  418. Artikel 6.174
  419. Artikel 6.175
  420. Artikel 6.176
  421. Artikel 6.177
  422. Artikel 6.178
  423. Artikel 6.179
  424. Artikel 6.180
  425. Artikel 6.181
  426. Artikel 6.182
  427. Artikel 6.183
  428. Artikel 6.184
  429. Artikel 6.185
  430. Artikel 6.186
  431. Artikel 6.187
  432. Artikel 6.188
  433. Artikel 6.189
  434. Artikel 6.190
  435. Artikel 6.191
  436. Artikel 6.192
  437. Artikel 6.193
  438. Artikel 6.194
  439. Artikel 6.195
  440. Artikel 6.196
  441. Artikel 6.197
  442. Artikel 6.198
  443. Artikel 6.199
  444. Artikel 6.200
  445. Artikel 6.201
  446. Artikel 6.202
  447. Artikel 6.203
  448. Artikel 6.204
  449. Artikel 6.205
  450. Artikel 6.206
  451. Artikel 6.207
  452. Artikel 6.208
  453. Artikel 6.209
  454. Artikel 6.210
  455. Artikel 6.211
  456. Artikel 6.212
  457. Artikel 6.213
  458. Artikel 6.214
  459. Artikel 6.215
  460. Artikel 6.216
  461. Artikel 6.217
  462. Artikel 6.218
  463. Artikel 6.219
  464. Artikel 6.220
  465. Artikel 6.221
  466. Artikel 6.222
  467. Artikel 6.223
  468. Artikel 6.224
  469. Artikel 6.225
  470. Artikel 6.226
  471. Artikel 6.227
  472. Artikel 6.228
  473. Artikel 6.229
  474. Artikel 6.230
  475. Artikel 6.231
  476. Artikel 6.232
  477. Artikel 6.233
  478. Artikel 6.234
  479. Artikel 6.235
  480. Artikel 6.236
  481. Artikel 7.1
  482. Artikel 7.2
  483. Artikel 7.3
  484. Artikel 7.4
  485. Artikel 7.5
  486. Artikel 7.6
  487. Artikel 7.7
  488. Artikel 7.8
  489. Artikel 7.9
  490. Artikel 7.10
  491. Artikel 7.11
  492. Artikel 7.12
  493. Artikel 7.13
  494. Artikel 7.14
  495. Artikel 7.15
  496. Artikel 7.16
  497. Artikel 7.17
  498. Artikel 7.18
  499. Artikel 7.19
  500. Artikel 7.20
  501. Artikel 7.21
  502. Artikel 7.22
  503. Artikel 7.23
  504. Artikel 7.24
  505. Artikel 7.25
  506. Artikel 7.26
  507. Artikel 7.27
  508. Artikel 7.28
  509. Artikel 7.29
  510. Artikel 7.30
  511. Artikel 7.31
  512. Artikel 7.32
  513. Artikel 7.33
  514. Artikel 7.34
  515. Artikel 7.35
  516. Artikel 7.36
  517. Artikel 7.37
  518. Artikel 7.38
  519. Artikel 7.39
  520. Artikel 7.40
  521. Artikel 7.41
  522. Artikel 7.42
  523. Artikel 7.43
  524. Artikel 7.44
  525. Artikel 7.45
  526. Artikel 7.46
  527. Artikel 7.47
  528. Artikel 7.48
  529. Artikel 7.49
  530. Artikel 7.50
  531. Artikel 7.51
  532. Artikel 7.52
  533. Artikel 7.53
  534. Artikel 7.54
  535. Artikel 7.55
  536. Artikel 7.56
  537. Artikel 7.57
  538. Artikel 7.58
  539. Artikel 7.59
  540. Artikel 7.60
  541. Artikel 7.61
  542. Artikel 7.62
  543. Artikel 7.63
  544. Artikel 7.64
  545. Artikel 7.65
  546. Artikel 7.66
  547. Artikel 7.67
  548. Artikel 7.68
  549. Artikel 7.69
  550. Artikel 7.70
  551. Artikel 7.71
  552. Artikel 7.72
  553. Artikel 7.73
  554. Artikel 7.74
  555. Artikel 7.75
  556. Artikel 7.76
  557. Artikel 7.77
  558. Artikel 7.78
  559. Artikel 7.79
  560. Artikel 7.80
  561. Artikel 7.81
  562. Artikel 7.82
  563. Artikel 7.83
  564. Artikel 7.84
  565. Artikel 7.85
  566. Artikel 7.86
  567. Artikel 7.87
  568. Artikel 7.88
  569. Artikel 7.89
  570. Artikel 7.90
  571. Artikel 7.91
  572. Artikel 7.92
  573. Artikel 7.93
  574. Artikel 7.94
  575. Artikel 7.95
  576. Artikel 7.96
  577. Artikel 7.97
  578. Artikel 7.98
  579. Artikel 7.99
  580. Artikel 7.100
  581. Artikel 7.101
  582. Artikel 7.102
  583. Artikel 7.103
  584. Artikel 7.104
  585. Artikel 7.105
  586. Artikel 7.106
  587. Artikel 7.107
  588. Artikel 7.108
  589. Artikel 7.109
  590. Artikel 7.110
  591. Artikel 7.111
  592. Artikel 7.112
  593. Artikel 7.113
  594. Artikel 7.114
  595. Artikel 7.115
  596. Artikel 7.116
  597. Artikel 7.117
  598. Artikel 7.118
  599. Artikel 7.119
  600. Artikel 7.120
  601. Artikel 7.121
  602. Artikel 7.122
  603. Artikel 7.123
  604. Artikel 7.124
  605. Artikel 7.125
  606. Artikel 7.126
  607. Artikel 7.127
  608. Artikel 7.128
  609. Artikel 7.129
  610. Artikel 7.130
  611. Artikel 7.131
  612. Artikel 7.132
  613. Artikel 7.133
  614. Artikel 7.134
  615. Artikel 7.135
  616. Artikel 7.136
  617. Artikel 7.137
  618. Artikel 7.138
  619. Artikel 7.139
  620. Artikel 7.140
  621. Artikel 7.141
  622. Artikel 7.142
  623. Artikel 7.143
  624. Artikel 7.144
  625. Artikel 7.145
  626. Artikel 7.146
  627. Artikel 7.147
  628. Artikel 7.148
  629. Artikel 7.149
  630. Artikel 7.150
  631. Artikel 7.151
  632. Artikel 7.152
  633. Artikel 7.153
  634. Artikel 7.154
  635. Artikel 7.155
  636. Artikel 7.156
  637. Artikel 7.157
  638. Artikel 7.158
  639. Artikel 7.159
  640. Artikel 7.160
  641. Artikel 7.161
  642. Artikel 7.162
  643. Artikel 7.163
  644. Artikel 7.164
  645. Artikel 7.165
  646. Artikel 7.166
  647. Artikel 7.167
  648. Artikel 7.168
  649. Artikel 7.169
  650. Artikel 7.170
  651. Artikel 7.171
  652. Artikel 7.172
  653. Artikel 7.173
  654. Artikel 7.174
  655. Artikel 7.175
  656. Artikel 7.176
  657. Artikel 7.177
  658. Artikel 7.178
  659. Artikel 7.179
  660. Artikel 7.180
  661. Artikel 7.181
  662. Artikel 7.182
  663. Artikel 7.183
  664. Artikel 7.184
  665. Artikel 7.185
  666. Artikel 7.186
  667. Artikel 7.187
  668. Artikel 7.188
  669. Artikel 7.189
  670. Artikel 7.190
  671. Artikel 7.191
  672. Artikel 7.192
  673. Artikel 7.193
  674. Artikel 7.194
  675. Artikel 7.195
  676. Artikel 7.196
  677. Artikel 7.197
  678. Artikel 7.198
  679. Artikel 7.199
  680. Artikel 7.200
  681. Artikel 7.201
  682. Artikel 7.202
  683. Artikel 7.203
  684. Artikel 7.204
  685. Artikel 7.205
  686. Artikel 7.206
  687. Artikel 7.207
  688. Artikel 7.208
  689. Artikel 7.209
  690. Artikel 7.210
  691. Artikel 7.211
  692. Artikel 7.212
  693. Artikel 7.213
  694. Artikel 7.214
  695. Artikel 8.1
  696. Artikel 8.2
  697. Artikel 8.3
  698. Artikel 8.4
  699. Artikel 8.5
  700. Artikel 8.6
  701. Artikel 8.7
  702. Artikel 8.8
  703. Artikel 8.9
  704. Artikel 8.10
  705. Artikel 8.11
  706. Artikel 8.12
  707. Artikel 8.13
  708. Artikel 8.14
  709. Artikel 8.15
  710. Artikel 8.16
  711. Artikel 8.17
  712. Artikel 8.18
  713. Artikel 8.19
  714. Artikel 8.20
  715. Artikel 8.21
  716. Artikel 8.22
  717. Artikel 8.23
  718. Artikel 8.24
  719. Artikel 8.25
  720. Artikel 8.26
  721. Artikel 8.27
  722. Artikel 9.1
  723. Artikel 9.2
  724. Artikel 9.3
  725. Artikel 9.4
  726. Artikel 9.5
  727. Artikel 10.1
  728. Artikel 10.2
  729. Artikel 10.3
  730. Artikel 10.4
  731. Artikel 10.5
  732. Artikel 10.6
  733. Artikel 10.7
  734. Artikel 10.8
  735. Artikel 10.9
  736. Artikel 10.10
  737. Artikel 10.11
  738. Artikel 10.12
  739. Artikel 10.13
  740. Artikel 10.14
  741. Artikel 11.1
  742. Artikel 12.1
  743. Artikel 12.2
  744. Artikel 12.3
  745. Artikel 12.4
  746. Artikel 12.5
  747. Artikel 12.6
  748. Artikel 12.7
  749. Artikel 12.8
  750. Artikel 13.1
  751. Artikel 13.2
  752. Artikel 13.3
  753. Artikel 13.4
  754. Artikel 13.5
  755. Artikel 13.6
  756. Artikel 13.7
  757. Artikel 13.8
  758. Artikel 21.1
  759. Artikel 22.1
  760. Artikel 22.2
  761. Artikel 22.3
  762. Artikel 22.4
  763. Artikel 22.5
  764. Artikel 22.6
  765. Artikel 22.7
  766. Artikel 22.8
  767. Artikel 22.9
  768. Artikel 22.10
  769. Artikel 22.11
  770. Artikel 22.12
  771. Artikel 22.13
  772. Artikel 22.14
  773. Artikel 22.15
  774. Artikel 22.16
  775. Artikel 22.17
  776. Artikel 22.18
  777. Artikel 22.19
  778. Artikel 22.20
  779. Artikel 22.21
  780. Artikel 22.22
  781. Artikel 22.23
  782. Artikel 22.24
  783. Artikel 22.25
  784. Artikel 22.26
  785. Artikel 22.27
  786. Artikel 22.28
  787. Artikel 22.29
  788. Artikel 22.30
  789. Artikel 22.31
  790. Artikel 22.32
  791. Artikel 22.33
  792. Artikel 22.34
  793. Artikel 22.35
  794. Artikel 22.36
  795. Artikel 22.37
  796. Artikel 22.38
  797. Artikel 22.39
  798. Artikel 22.40
  799. Artikel 22.41
  800. Artikel 22.42
  801. Artikel 22.43
  802. Artikel 22.44
  803. Artikel 22.45
  804. Artikel 22.46
  805. Artikel 22.47
  806. Artikel 22.48
  807. Artikel 22.49
  808. Artikel 22.50
  809. Artikel 22.51
  810. Artikel 22.52
  811. Artikel 22.53
  812. Artikel 22.54
  813. Artikel 22.55
  814. Artikel 22.56
  815. Artikel 22.57
  816. Artikel 22.58
  817. Artikel 22.59
  818. Artikel 22.60
  819. Artikel 22.61
  820. Artikel 22.62
  821. Artikel 22.63
  822. Artikel 22.64
  823. Artikel 22.65
  824. Artikel 22.66
  825. Artikel 22.67
  826. Artikel 22.68
  827. Artikel 22.69
  828. Artikel 22.70
  829. Artikel 22.71
  830. Artikel 22.72
  831. Artikel 22.73
  832. Artikel 22.74
  833. Artikel 22.75
  834. Artikel 22.76
  835. Artikel 22.77
  836. Artikel 22.78
  837. Artikel 22.79
  838. Artikel 22.80
  839. Artikel 22.81
  840. Artikel 22.82
  841. Artikel 22.83
  842. Artikel 22.84
  843. Artikel 22.85
  844. Artikel 22.86
  845. Artikel 22.87
  846. Artikel 22.88
  847. Artikel 22.89
  848. Artikel 22.90
  849. Artikel 22.91
  850. Artikel 22.92
  851. Artikel 22.93
  852. Artikel 22.94
  853. Artikel 22.95
  854. Artikel 22.96
  855. Artikel 22.97
  856. Artikel 22.98
  857. Artikel 22.99
  858. Artikel 22.100
  859. Artikel 22.101
  860. Artikel 22.102
  861. Artikel 22.103
  862. Artikel 22.104
  863. Artikel 22.105
  864. Artikel 22.106
  865. Artikel 22.107
  866. Artikel 22.108
  867. Artikel 22.109
  868. Artikel 22.110
  869. Artikel 22.111
  870. Artikel 22.112
  871. Artikel 22.113
  872. Artikel 22.114
  873. Artikel 22.115
  874. Artikel 22.116
  875. Artikel 22.117
  876. Artikel 22.118
  877. Artikel 22.119
  878. Artikel 22.120
  879. Artikel 22.121
  880. Artikel 22.122
  881. Artikel 22.123
  882. Artikel 22.124
  883. Artikel 22.125
  884. Artikel 22.126
  885. Artikel 22.127
  886. Artikel 22.128
  887. Artikel 22.129
  888. Artikel 22.130
  889. Artikel 22.131
  890. Artikel 22.132
  891. Artikel 22.133
  892. Artikel 22.134
  893. Artikel 22.135
  894. Artikel 22.136
  895. Artikel 22.137
  896. Artikel 22.138
  897. Artikel 22.139
  898. Artikel 22.140
  899. Artikel 22.141
  900. Artikel 22.142
  901. Artikel 22.143
  902. Artikel 22.144
  903. Artikel 22.145
  904. Artikel 22.146
  905. Artikel 22.147
  906. Artikel 22.148
  907. Artikel 22.149
  908. Artikel 22.150
  909. Artikel 22.151
  910. Artikel 22.152
  911. Artikel 22.153
  912. Artikel 22.154
  913. Artikel 22.155
  914. Artikel 22.156
  915. Artikel 22.157
  916. Artikel 22.158
  917. Artikel 22.159
  918. Artikel 22.160
  919. Artikel 22.161
  920. Artikel 22.162
  921. Artikel 22.163
  922. Artikel 22.164
  923. Artikel 22.165
  924. Artikel 22.166
  925. Artikel 22.167
  926. Artikel 22.168
  927. Artikel 22.169
  928. Artikel 22.170
  929. Artikel 22.171
  930. Artikel 22.172
  931. Artikel 22.173
  932. Artikel 22.174
  933. Artikel 22.175
  934. Artikel 22.176
  935. Artikel 22.177
  936. Artikel 22.178
  937. Artikel 22.179
  938. Artikel 22.180
  939. Artikel 22.181
  940. Artikel 22.182
  941. Artikel 22.183
  942. Artikel 22.184
  943. Artikel 22.185
  944. Artikel 22.186
  945. Artikel 22.187
  946. Artikel 22.188
  947. Artikel 22.189
  948. Artikel 22.190
  949. Artikel 22.191
  950. Artikel 22.192
  951. Artikel 22.193
  952. Artikel 22.194
  953. Artikel 22.195
  954. Artikel 22.196
  955. Artikel 22.197
  956. Artikel 22.198
  957. Artikel 22.199
  958. Artikel 22.200
  959. Artikel 22.201
  960. Artikel 22.202
  961. Artikel 22.203
  962. Artikel 22.204
  963. Artikel 22.205
  964. Artikel 22.206
  965. Artikel 22.207
  966. Artikel 22.208
  967. Artikel 22.209
  968. Artikel 22.210
  969. Artikel 22.211
  970. Artikel 22.212
  971. Artikel 22.213
  972. Artikel 22.214
  973. Artikel 22.215
  974. Artikel 22.216
  975. Artikel 22.217
  976. Artikel 22.218
  977. Artikel 22.219
  978. Artikel 22.220
  979. Artikel 22.221
  980. Artikel 22.222
  981. Artikel 22.223
  982. Artikel 22.224
  983. Artikel 22.225
  984. Artikel 22.226
  985. Artikel 22.227
  986. Artikel 22.228
  987. Artikel 22.229
  988. Artikel 22.230
  989. Artikel 22.231
  990. Artikel 22.232
  991. Artikel 22.233
  992. Artikel 22.234
  993. Artikel 22.235
  994. Artikel 22.236
  995. Artikel 22.237
  996. Artikel 22.238
  997. Artikel 22.239
  998. Artikel 22.240
  999. Artikel 22.241
  1000. Artikel 22.242
  1001. Artikel 22.243
  1002. Artikel 22.244
  1003. Artikel 22.245
  1004. Artikel 22.246
  1005. Artikel 22.247
  1006. Artikel 22.248
  1007. Artikel 22.249
  1008. Artikel 22.250
  1009. Artikel 22.251
  1010. Artikel 22.252
  1011. Artikel 22.253
  1012. Artikel 22.254
  1013. Artikel 22.255
  1014. Artikel 22.256
  1015. Artikel 22.257
  1016. Artikel 22.258
  1017. Artikel 22.259
  1018. Artikel 22.260
  1019. Artikel 22.261
  1020. Artikel 22.262
  1021. Artikel 22.263
  1022. Artikel 22.264
  1023. Artikel 22.265
  1024. Artikel 22.266
  1025. Artikel 22.267
  1026. Artikel 22.268
  1027. Artikel 22.269
  1028. Artikel 22.270
  1029. Artikel 22.271
  1030. Artikel 22.272
  1031. Artikel 22.273
  1032. Artikel 22.274
  1033. Artikel 22.275
  1034. Artikel 22.276
  1035. Artikel 22.277
  1036. Artikel 22.278
  1037. Artikel 22.279
  1038. Artikel 22.280
  1039. Artikel 22.281
  1040. Artikel 22.282
  1041. Artikel 22.283
  1042. Artikel 22.284
  1043. Artikel 22.285
  1044. Artikel 22.286
  1045. Artikel 22.287
  1046. Artikel 22.288
  1047. Artikel 22.289
  1048. Artikel 22.290
  1049. Artikel 22.291
  1050. Artikel 22.292
  1051. Artikel 22.293
  1052. Artikel 23.1

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696464 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1586/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2025-10-30 2025-10-30 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696464/nld@2025-12-13 /join/id/proces/gm1586/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm1586/2024/proceduree9a5c41b85dd47649beb654388b16fec /join/id/proces/gm1586/2024/procedure334901bce7bd42a296440abeb17c6e17 /join/id/proces/gm1586/2025/procedure5e49a79ff7e74f9cae1600b765f64b23 /join/id/proces/gm1586/2025/procedure6a4b3f7b6e45482a9f32a3436db494ce 2025-12-13 2025-12-16 2025-12-13 2025-12-16 2025-12-13 2025-12-16 /akn/nl/act/gm1586/2020/omgevingsplan/nld@2025-10-28;13113697 /akn/nl/act/gm1586/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm1586/2020/omgevingsplan/nld@2025-10-28;13113697 /join/id/stop/work_019 5 Omgevingsplan gemeente Oost Gelre

Hoofdstuk 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Afdeling 1.1

Definities

Artikel 1.1Begripsbepalingen

aan huis verbonden bedrijf het uitsluitend door de bewoner(s) van een woning verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, die in een woning en/of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is. Detailhandel, uitgezonderd verkoop via internet en voor zover behorend bij het aan huis verbonden bedrijf, wordt niet onder het aan huis verbonden bedrijf verstaan; aan huis verbonden beroep een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, dat uitsluitend door de bewoner(s) in een woning en/of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is. Detailhandel, uitgezonderd verkoop via internet en voor zover behorend bij het aan huis verbonden beroep, wordt niet onder het aan huis verbonden beroep verstaan; aaneengebouwde woning Een grondgebonden woning die onderdeel uitmaakt van een blok van minimaal drie woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gebouwd zijn. aangebouwd(e) bijbehorend(e) bouwwerk(en) Uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar tegenaan gebouwd gebouw. Een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is rechtstreeks toegankelijk vanuit het hoofdgebouw; aansluitafstand afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt. aansluitleiding Het particulier riool, het aansluitpunt en de perceelaansluitleiding tezamen. aansluitpunt 1. Bij gemengde en gescheiden rioolstelsels het punt, gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt aangesloten.2. bij een drukriool het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op de pompput. achtererfgebied Erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen, waarbij als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel toegestane activiteiten of als het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, voor het leggen van deze lijn bepalend is het hoofdgebouw, de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied.

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen (functies), binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld. afhankelijke woonruimte Een deel van een woning, of een woonunit, die qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning, waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. archeologische waarde Een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden.

AS SIKB 2000 AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018. atelier Een werkruimte voor een kunstenaar. bebouwde kom Het op grond van dit Omgevingsplan in hoofdstuk 5 aangewezen werkingsgebied bebouwde kom. bebouwing Één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. bebouwingsgebied Achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijke hoofdgebouw. bebouwingspercentage Een percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. bedrijf/bedrijven Een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, produceren, bewerken/herstellen, installeren en verhandelen van goederen. Detailhandel is enkel toegestaan op locaties waar dit in dit omgevingsplan expliciet is bepaald. Als in dit omgevingsplan de toegestane vorm van detailhandel niet nader is vastgelegd, is detailhandel enkel toegestaan als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop en/of levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen. bedrijfsgebouwen Gebouwen die dienen voor de uitoefening van een bedrijf of bedrijfsactiviteit, inclusief bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij de woning. bedrijfsverzamelgebouw een gebouw dat dient om verschillende bedrijven in te huisvesten. bedrijfswoning(en) een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de op grond van dit omgevingsplan toegestane gebruik van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; bestaand(e) Onder bestaand(e) in de zin van de dit Omgevingsplan wordt verstaan: a.

Een bouwwerk dat legaal aanwezig of legaal in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een verleende omgevingsvergunning. Indien een gebouw wordt gesloopt, wordt het niet meer als bestaand gezien als er na een periode van 1 jaar na aanvang van de sloop geen vergunning is verleend voor een nieuw bouwwerk binnen de bestaande contour en/of als het bouwwerk niet conform die verleende vergunning wordt (af)gebouwd. b.

Legale gebruiksactiviteiten. bierbrouwerij een bedrijf gericht op het produceren van bier. bijbehorend(e) bouwwerk(en) Uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak. bouwgrens De grens van het bouwperceel; bouwgrens De grens van een bouwvlak; bouwlaag Een al dan niet doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder en zolder. bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel. bouwvlak(ken) Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

BRL SIKB 2000 BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013.

BRL SIKB 7000 BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5,19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015. bromfiets Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994. bronneringswater grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand. chalet(s) een gebouw, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een kampeermiddel of stacaravan, dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf, waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben en geen grotere oppervlakte heeft dan 55 m²; daghoreca Horeca dat is gericht op het overdag van 7:00 uur tot 23:00 uur verstrekken van dranken en etenswaren aan bezoekers. destillaten dranken met een hoog alcoholpercentage (zoals whiskey, brandewijn). Verkregen door een proces van destilleren. destilleerderij een bedrijf waar door middel van het destillatieproces sterke dranken wordt geproduceerd. detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. dienstverlening Het bedrijfsmatig verlenen van op publiek gerichte diensten, niet zijnde detailhandel, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. distributienet voor warmte collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater. drainagewater Water dat wordt afgevoerd via een stelsel van waterdoorlatende buizen die in de bodem zijn aangebracht. erf Bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt. evenement(en) een voor het publiek toegankelijke activiteit zijnde een kortdurende (een of enkele dagen durende) manifestatie. extensieve dagrecreatie Extensieve vorm van dagrecreatie, zoals wandelen, fietsen, vissen, picknicken en paardrijden, inclusief naar de aard en omvang daartoe behorende voorzieningen, zoals picknicktafels en informatieborden, waarbij de recreatievorm geen specifiek beslag legt op de ruimte. galerie (culturele) voorziening ten behoeve van het tentoonstellen en het verkopen van kunst.

gebouw(en) Bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. gebruiksactiviteiten Activiteiten die plaats vinden een bepaalde locatie met uitzondering van incidentele activiteiten. gebruiksgerichte paardenhouderij Paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden, het geven van instructie aan derden, het trainen van paarden en uitbrengen in de sport, verhuur van diensten met behulp van paarden, de in- en verkoop van paarden, menhal en wedstrijden ten behoeve van de hippische sport. geliberaliseerde woning(en) voor middenhuur Geliberaliseerde woningen voor middenhuur als bedoel in het Besluit kwaliteit leefomgeving. gemeentelijk monument Een als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: a. zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;b. terrein, dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder a; gemeentelijke monumentenlijst De lijst waarop zijn geregistreerd de in overeenstemming met dit omgevingsplan als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen die van algemeen belang zijn wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; gestapelde woning Een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat al dan niet met de daarbij behorende bergingen. geurgevoelig gebouw a. gebouw: 1. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of b. geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd; gezoneerd industrieterrein industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. grondgebonden agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden bedrijven zijn landbouwbedrijven die niet zijn aan te merken als intensieve veehouderijbedrijven waaronder in ieder geval worden verstaan: akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn geplant. Melkveebedrijven zijn ook grondgebonden.

grondroerder degene, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid leiding of graafwerkzaamheden worden verricht. grondwal een ophoging van zand en/of klei met een beeldbepalende, veiligheids- en/of geluidsafschermende functie, dan wel voor het creëren van een bassin.

Grondwater Water dat van nature in de bodem aanwezig is, alsmede vrijkomend grondwater bij drainage, oppompen of andere vormen van onttrekkingen.

Grootschalige detailhandel detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen, of vanwege de gevoerde formule, een groot oppervlak nodig heeft, zoals de verkoop van meubels, woninginrichtingartikelen, bouwmarkten, tuincentra en handel in auto's en boten en detailhandel die uit veiligheidsoverwegingen niet in winkelgebieden kunnen worden gevestigd; hakhout Een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; handelsreclame Iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; hoofdgebouw(en) Gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is. horeca een bedrijf of instelling zoals opgenomen in de bij deze regels behorende Lijst van horeca-activiteiten, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of mee te nemen waren worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt; houtopstand hakhout, een houtwal of een of meer bomen; intensieve veehouderij agrarisch bedrijf òf deel van een agrarisch bedrijf waar tenminste 250 m2 aan bedrijfsvloeroppervlakte aanwezig is dat gebruikt wordt voor het houden van vee, pluimvee en nertsen, waarbij dit houden van vee geheel of nagenoeg geheel plaatsvindt in gebouwen. Het biologisch houden van dieren conform een regeling krachtens artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet en het houden van melkrundvee, schapen of paarden, wordt niet aangemerkt als intensieve veehouderij. inwoning twee huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meer voorzieningen of (verblijfs-)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs-)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn;

ISO 11423-1 ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997. jaargemiddelde magneetveld het jaargemiddelde magneetveld berekend op 1 meter boven het maaiveld, conform de 'Handreiking voor het bereken van de breedte van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen van het RIVM' 25 juni 2009, versie 3.0. kamerbewoning Het gebruik van een hoofdgebouw door meer dan twee onzelfstandige huishoudens. kampeermiddelen Tenten, tentwagens, toercaravans en kampeerauto's of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. kanto(o)r(en) Gebruiksfunctie voor de uitoefening van administratieve, boekhoudkundige c.q. financiële, organisatorische en/of zakelijke dienstverlening - niet zijnde detailhandel - al dan niet met een (publiekgerichte) baliefunctie; landbouwhuisdieren met geuremissiefactor landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:a. varkens, kippen, schapen of geiten; enb. als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1°. rundvee tot 24 maanden; 2°. kalkoenen; 3°. eenden; of4°. parelhoenders; landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld. levensloopbestendige woning(en) Een woning die in bouwkundige zin zodanig is ingericht dat een bewoner zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen in elke levensfase, met en zonder beperkingen. maatschappelijke voorzieningen Educatieve, sociale, medische, culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening alsmede soortgelijke voorzieningen, of een combinatie daarvan. magneetveldbeoordelingsplichtig object bij magneetveldgevoelige objecten behorende erven, schoolpleinen en speelplaatsen; en gebouwen en bijbehorende terreinen voor cultuur, horeca sport, entertainment, educatie, verblijfs- en dagrecreatie, logiesverstrekking, kerkgebouwen, buurt- en clubhuizen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, klinieken, dagverblijven. magneetveldzone het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. manegebedrijf Gebruiksgerichte paardenhouderij, bestaande uit één of meerdere binnenrijbanen dat is gericht op het bieden van paardrijdmogelijkheden en het geven van instructie aan derden met gebruik van paarden in eigendom van het bedrijf.

mantelzorg Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. motorvoertuig(en) Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

NEN 5725 NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017.

NEN 5740 NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016.

NEN 6090 NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017.

NEN 6578 NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011.

NEN 6589 NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010.

NEN 6600-1 NEN 6600-1:2019 : Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019.

NEN 6633 NEN 6633:2007: Water en (zuiverings)slib - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (CZV), versie 2007.

NEN 6965 NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaireabsorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005.

NEN 6966 NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006.

NEN-EN 858-1/A1 NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004.

NEN-EN 858-2 NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003.

NEN-EN 872 NEN-EN 872:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen - Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005.

NEN-EN 1825-1 NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006.

NEN-EN 1825-2 NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002.

NEN-EN 1899-1 NEN-EN 1899-1:1998: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BODn) - Deel 1: Verdunningsen entmethode met toevoeging van allylthioureum, versie 1998.

NEN-EN 12566-1 NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties kleiner dan 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016.

NEN-EN 12673 NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999.

NEN-EN 16693 NEN-EN 16693:2015: Water - Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografiemassaspectrometrie (GC-MS), versie 2015.

NEN-EN-ISO 2813 NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014.

NEN-EN-ISO 5667-3 NEN-EN-ISO 5667-3:2018 : Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018.

NEN-EN-ISO 5815-1:

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;

NEN-EN-ISO 5815-2:

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.

NEN-EN-ISO 9377-2 NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000.

NEN-EN-ISO 9562 NEN-EN-ISO 9562:2004: Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004.

NEN-EN-ISO 10301 NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997.

NEN-EN-ISO 10523 NEN-EN-ISO 10523:2012: Water - Bepaling van de pH, versie 2012.

NEN-EN-ISO 11885 NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009.

NEN-EN-ISO 12846 NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012.

NEN-EN-ISO 14403-1 NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012.

NEN-EN-ISO 14403-2 NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012.

NEN-EN-ISO 15587-1 NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002.

NEN-EN-ISO 15587-2 NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002.

NEN-EN-ISO 15680 NEN-EN-ISO 15680:2003: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003.

NEN-EN-ISO 15682 NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001.

NEN-EN-ISO 15913 NEN-EN-ISO 15913:2003: Water - Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003.

NEN-EN-ISO 15923-1 NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013.

NEN-EN-ISO 17294-2 NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;

NEN-EN-ISO 17852 NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008.

NEN-EN-ISO 17993 NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004.

NEN-ISO 15705 NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003. netbeheerder de rechtspersoon die is aangewezen als beheerder van een net of netwerk voor levering van elektriciteit, gas of water. nettovloeroppervlakte (nvo) De som van de oppervlakten van de tot een gebouw behorende binnenruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de begrenzende opgaande scheidingsconstructies van de afzonderlijke ruimten, een en ander conform NEN 2580:2007. nevenactiviteit(en) Een activiteit/activiteiten van beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft. nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d. ondergeschikte detailhandel Detailhandel die qua oppervlakte en qua functie onderschikt is aan de hoofdactiviteit van een niet detailhandelsbedrijf of voorziening. ondersteunende horeca horeca die onlosmakelijk is verbonden met het werkingsgebied en functie van een perceel en daaraan ondersteunend is, en dus niet geldt voor zelfstandige feesten, partijen en soortgelijke activiteiten. Een bedrijfskantine met een horeca functie voor het eigen personeel valt hier niet onder. onzelfstandige kantoorfunctie een kantoorfunctie die ondergeschikt is aan - en ten dienste staat van - de productiefunctie van een bedrijf. openbaar riool Het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in eigendom en beheer is voor inzameling en transport van afvalwater, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen en werken en installaties van overeenkomstige aard, met uitzondering van de aansluitleidingen. openbare dienstverlening het door of namens de overheid verlenen van diensten met een (semi-) openbaar karakter. overkapping(en) Een bouwwerk voorzien van een gesloten dak, ondersteund door palen of kolommen, eventueel gedeeltelijk omsloten door wanden die niet tot de constructie behoren; paardenbak Een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen.

particulier riool De binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te sluiten perceel gelegen binnen, buiten- of terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt. peil Gemiddelde hoogte van aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein. perceelaansluitleiding Het riool en voorzieningen die deel uit maken van dit riool, tussen het openbaar riool en het aansluitpunt, in beheer bij de gemeente. pre-mantelzorgwoning(en) Zelfstandige wooneenheid binnen de bestaande bebouwing of in een woonunit, die kan worden aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk (bij de hoofdwoning), waar tijdelijke huisvesting plaatsvindt van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon in de toekomst mantelzorg gaat ontvangen van een bewoner van de hoofdwoning. productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. rechthebbende (enkel relevant voor rioolaansluitingen) 1. de eigenaar of zakelijk gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op het openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden. 2. De rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van de onder 1 bedoelde personen. reclamemast grote verlichte reclamezuil die al van veraf gezien kan worden, voorzien van één of meerdere reclamevlakken. risicovolle activiteiten activiteiten als bedoeld in Bijlage VII van het Bkl. seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. small House een volwaardige en vrijstaande woning van lichte materialen met een bruto vloeroppervlak van maximaal 70 vierkante meter, maximaal 1 bouwlaag en een maximale bouwhoogte van 4 meter, met aansluiting op nutsvoorzieningen. sociale huurwoning(en) Sociale huurwoning als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Sociale koopwoning(en) Sociale koopwoning als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving. spoedeisende werkzaamheden reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net is opgetreden. standplaats(en) Onder standplaats wordt verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats in de zin van lid 1 wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement waarvoor de burgemeester een vergunning heeft verleend c. een standplaats voor een woonwagen. straatmeubilair Bij de openbare weg behorende bouwwerken. straatpeil a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. teelt ondersteunende voorzieningen Voorziening in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met planaardige teelten wordt gebruikt om de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden te laten plaatsvinden. Onder teel ondersteunende voorzieningen worden geen kassen, tunnelkassen of soortgelijke voorzieningen verstaan; tiny house Een kleine, volwaardige en vrijstaande woning met een vloeroppervlak van maximaal 50 vierkante meter, met een zo een klein mogelijke ecologische voetafdruk zonder rioolaansluiting en nutsvoorzieningen. twee-aaneen gebouwde woning Een grondgebonden woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gebouwd zijn. uitbouw Een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, bouwkundig bestaande uit een "lichte" constructie met een overwegend transparante uitstraling. vellen onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. vergader- en congresfaciliteiten voorzieningen ten behoeve van het bedrijfsmatig organiseren van vergaderingen en congressen. volumineuze detailhandel Detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, in de vorm van detailhandel in auto's, boten, caravans, keukens en sanitair en naar de aard daarmee gelijk te stellen artikelen. Onder volumineuze detailhandel worden bouwmarkten, tuincentra en supermarkten niet verstaan.

voorgevel De naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.

Voormalige bedrijfswoning(en) Een woning die eerder functioneel verbonden was met een activiteit en waarvan het gebruik niet langer in relatie staat met die activiteit. warmteplan besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen. waterbodem Bodem van een oppervlaktewaterlichaam waarvan het beheer van de waterkwaliteit bij het rijk of het waterschap berust. watergang Een werk, al dan niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren en toe te voeren, de boven water gelegen taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede verstaan. weg(en) Alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin gelegen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. wijkgebouw Activiteitencentrum voor de bewoners van een buurt of openbaar gebouw in een woonkern dat dienst doet als centrum voor maatschappelijk activiteiten in en voor de buurt wonen Het gebruik maken van een woning voor woonactiviteiten/doeleinden.

Woning met een functionele binding Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, die een functionele binding heeft met het op grond van dit omgevingsplan toegestane gebruik van het gebouw of het terrein. woning(en) Onder woning wordt verstaan een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen, bij gebouwen met meerdere woningen, eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten; woonwagen(s) Een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst. woonwagenstandplaats Een kavel die is bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten. zone Een geometrisch bepaald vlak dat onderdeel uitmaakt van een werkingsgebied bestaande uit 1 of meerdere zones. zijerf Het deel van het bouwperceel gelegen tussen het achtererfgebied en het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied aan de zijkant van een hoofdgebouw(en). zonnepaneel/zonnepanelen Een apparaat dat zonlicht omzet in elektriciteit. zorgwoning Een woning die gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoner(s) met een geïndiceerde zorgbehoefte.

Afdeling 1.2

Werkingsgebied

Artikel 1.2Werkingsgebied

De voorschriften van dit hoofdstuk zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Algemene bepalingen Hoofdstuk 1 '.

Afdeling 1.3

Algemene bepalingen Hoofdstuk 1 en meet- en rekenbepalingen

Paragraaf 1.3.1

Algemene bepalingen Hoofdstuk 1

Artikel 1.3Anti-dubbeltel bepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 1.4Wettelijke bepalingen

1.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij de Omgevingswet, en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling zijn ook van toepassing op dit omgevingsplan.

2.

Voor zover er sprake is van strijd met de begripsbepalingen in dit omgevingsplan en de in het eerste lid van dit artikel genoemde begripsbepalingen, gelden de bepalingen van dit omgevingsplan.

Paragraaf 1.3.2

Meet- en rekenbepalingen

Artikel 1.5Algemene bepaling

Bij toepassing van de regels van dit omgevingsplan wordt gemeten conform het bepaalde in deze afdeling.

Artikel 1.6Bovenkant spoorstaaf

Als bovenkant spoorstaaf geldt: de hoogte van de bovenkant van de laagst gesitueerde spoorstaaf;

Artikel 1.7Breedte van een bouwwerk

Als breedte van een bouwwerk geldt: van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingslijn, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte;

Artikel 1.8Breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk

Voor de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk geldt: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren;

Artikel 1.9Afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

Als afstand tot de zijdelingse perceelsgrens geldt: de kortste afstand tussen de zijdelingse bouwperceelgrenzen en enig punt van de op dat bouwperceel voorkomende bouwwerken;

Artikel 1.10Hoogte van een bouwwerk

Voor het bepalen van de (bouw)hoogte van een bouwwerk geldt: a. voor een bouwwerk, waarvan een gevel direct aan de (openbare) weg(en) grenst: vanaf de hoogte van de kruin van de weg(en) ter plaatse van de aan de weg(en) grenzende gevel tot aan het hoogste punt van een gebouw(en) of van een bouwwerk, geen gebouw(en) zijnde, b.

Voor de hoogtebepaling worden ondergeschikte bouwonderdelen op gebouw(en), zoals schoorstenen, technische installaties, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, waaronder schijnkappen, met een maximum hoogte van 2 meter niet meegerekend. Voor ondergeschikte bouwdelen geldt dat de hoogte maximaal de hoogte mag zijn die gelijk is aan de afstand van dat bouwdeel tot de dakrand. c. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg(en) grenst: vanaf het aansluitend afgewerkt terrein tot aan het hoogste punt van een gebouw(en) of van een bouwwerk, geen gebouw(en) zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, waaronder schijnkappen met een maximum van 2 meter;

Artikel 1.11Dakhelling

Als de dakhelling geldt: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

Artikel 1.12Goothoogte van een bouwwerk

Als goothoogte van een bouwwerk geldt: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

Artikel 1.13(Bouw)hoogte van een windturbine

Als (bouw)hoogte van een windturbine geldt: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

Artikel 1.14Inhoud van een bouwwerk

Als inhoud van een bouwwerk geldt: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Ontbreekt aan een zijde een gevel en/of scheidingsmuur, dan geldt voor die zijde de dakrand, loodrecht naar beneden geprojecteerd als gevel.

Artikel 1.15Oppervlakte van een bouwwerk

Als oppervlakte van een bouwwerk geldt: tussen de buitenwerkse gevels en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Ontbreekt aan een zijde een gevel en/of scheidingsmuur, dan geldt voor die zijde de dakrand, loodrecht naar beneden geprojecteerd als gevel.

Artikel 1.16Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouw(en) worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de afwijking niet meer dan 0,5 m bedraagt. Indien een bouwdeel meer dan 0,5 meter afwijkt, is het bouwdeel niet ondergeschikt en wordt deze in zijn geheel meegerekend bij oppervlakte, hoogte, breedte, etc.

Artikel 1.17Wijze van meten

1.

Voor de toepassing van dit omgevingsplan worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks.

2.

Voor de toepassing van het eerste, lid aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

Hoofdstuk 2

Doelen en omgevingswaarden

Afdeling 2.1

Werkingsgebied

Artikel 2.1Werkingsgebied

De voorschriften van dit hoofdstuk zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Doelen en omgevingswaarden '.

Afdeling 2.2

Doel omgevingsplan

Artikel 2.2Doelen omgevingsplan

een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de gezondheid; het beschermen van het milieu; het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; het behoud van cultureel erfgoed en evenementen het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; de bescherming van natuur; de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; het tegengaan van klimaatverandering; het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; het beheren van infrastructuur;het beheren van watersystemen; het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; het beheren van natuurlijke hulpbronnen; het beheren van natuurgebieden;het gebruiken van bouwwerken; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; het realiseren van een gemeentelijk natuurnetwerk; het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; het bieden van voldoende fysieke en milieuruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; het bieden van voldoende woonruimte; het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; het doelmatig beheren van afvalstoffen; het beschermen van grondgebonden veehouderij als drager van het landschap;het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderij; het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven; het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap;het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing;

het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; het behouden en waar mogelijk versterken van het natuurdoeltype overstromingsgrasland; het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; het behouden van een klimaatbestendig watersysteem; het realiseren van een suburbaan woonmilieu in een groen-blauwe setting; het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; het realiseren van een woongebied dat goed ontsloten is met openbaar vervoer; het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; het realiseren van een veilig woongebied; het realiseren van een energieneutraal woongebied; het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied.

Afdeling 2.3

Verplichte omgevingswaarden

Afdeling 2.4

Facultatieve omgevingswaarden

Hoofdstuk 3

Gebiedsaanwijzingen algemeen

Afdeling 3.1

Werkingsgebied

Artikel 3.1Werkingsgebied

De voorschriften in dit hoofdstuk zijn, tenzij anders aangegeven, van toepassing in het werkingsgebied ' Gebiedsaanwijzingen algemeen '.

Afdeling 3.2

Algemene locatievoorschriften

Artikel 3.2Bebouwde kom

De bebouwde kommen zoals aangegeven in het werkingsgebied ‘ Bebouwde kom ‘ .

Artikel 3.3Buiten de bebouwde kom

Het gebied buiten de bebouwde kommen zoals aangegeven in het werkingsgebied ‘ Buiten de bebouwde kom ‘.

Artikel 3.4Bebouwingscontour geur

Ter plaatse van het werkingsgebied " Bebouwingscontour geur ", ligt de bebouwingscontour geur als bedoeld in dit omgevingsplan.

Artikel 3.5Bebouwingscontour jacht

Ter plaatse van het werkingsgebied " Bebouwingscontour jacht", ligt de bebouwingscontour jacht als bedoeld in dit omgevingsplan.

Artikel 3.6Bebouwingscontour houtkap

Ter plaatse van het werkingsgebied " Bebouwingscontour houtkap ", ligt de Bebouwingscontour houtkap als bedoeld in dit omgevingsplan.

Artikel 3.7Attentiegebied bijzondere bomen

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Attentiegebied bijzondere bomen ‘ zijn bedoeld voor bescherming en behoud van bijzondere bomen.

Artikel 3.8Groeilocatie voor bomen

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Groeilocatie voor bomen ‘ zijn bedoeld als groeilocatie voor 1 of meer bomen.

Artikel 3.9Achtererfgebied

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Achtererfgebied ', liggen de achtererfgebieden zoals bedoeld in dit omgevingsplan.

Artikel 3.10Attentiegebied gemeentelijke monumenten

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Attentiegebied gemeentelijke monumenten ‘ zijn bedoeld voor bescherming en behoud van gemeentelijke monumenten.

Artikel 3.11Attentiegebied rijksmonumenten

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Attentiegebied rijksmonumenten ‘ zijn bedoeld voor bescherming en behoud van rijksmonumenten.

Artikel 3.12Bodemfunctieklasse landbouw/natuur

Ter plaatse van het werkingsgebied " Bodemfunctieklasse landbouw/natuur " liggen gronden met de bodemfunctieklasse landbouw/natuur.

Artikel 3.13Bodemfunctieklasse wonen

Ter plaatse van het werkingsgebied " Bodemfunctieklasse wonen " liggen gronden met de bodemfunctieklasse wonen.

Artikel 3.14Bodemfunctieklasse industrie

Ter plaatse van het werkingsgebied " Bodemfunctieklasse industrie" liggen gronden met de bodemfunctieklasse industrie.

Artikel 3.15Karakteristieke bouwwerken

Ter plaatse van het werkingsgebied " Karakteristiek " liggen karakteristieke bouwwerken.

Hoofdstuk 4

Voorschriften voor diverse onderwerpen

Afdeling 4.1

Algemene voorschriften activiteiten

Artikel 4.1Werkingsgebied

De voorschriften in deze afdeling zijn, tenzij anders aangegeven, van toepassing in de het werkingsgebied ' Algemene voorschriften activiteiten '.

Artikel 4.2Maatwerkvoorschriften

1.

Het college van burgemeester en wethouders kan voor de volgende onderwerpen maatwerkvoorschriften stellen en/of voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning: a.

Energiebesparing bij milieubelastende activiteiten. b.

Geluid bij milieubelastende activiteiten. c.

Trillingen bij milieubelastende activiteiten. d.

Geur bij milieubelastende activiteiten. e.

Afval- en hemelwaterbeheer bij milieubelastende activiteiten. f.

Bodembescherming bij milieubelastende activiteiten. g.

Lichthinder bij milieubelastende activiteiten. h.

Externe veiligheid bij opslag en gebruik van gevaarlijke stoffen. i.

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen. j.

Activiteiten die betrekking hebben op gemeentelijke monumenten. k.

Bouwactiviteiten op een bodemgevoelige locatie. l.

Stofhinder bij milieubelastende activiteiten.

2.

Bij maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in de hoofdstukken 5, 6, 7, 8, 9 en 10 van dit omgevingsplan.

3.

Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing voor zover de Omgevingswet en de daarop gebaseerde rijks- en provinciale regels het stellen van vergunning- en/of maatwerkvoorschriften door het college uitsluiten.

Afdeling 4.2

Voorschriften m.b.t. diverse onderwerpen

Paragraaf 4.2.1

Werkingsgebied

Artikel 4.3Werkingsgebied

De voorschriften in deze afdeling zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Voorschriften m.b.t. diverse onderwerpen ' .

Paragraaf 4.2.2

Voorschriften voor het wijzigen van de inrichting van de weg

Artikel 4.4(omgeving)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

1.

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg(en) aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg(en) te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg(en) .

2.

De vergunning in het eerste lid kan worden geweigerd: a.

In het belang van de openbare orde; b.

In het belang van de openbare veiligheid, waaronder de verkeersveiligheid c.

In het belang van de volksgezondheid; d.

In het belang van de bescherming van het milieu 3.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak.

4.

Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Gelderse Wegenverordening, de Waterschap keur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastruturen.

Artikel 4.5Vergunning voor het aanleggen van kabels

1.

Het is verboden zonder of in afwijking van het door het college verleende omgevingsvergunning en zonder afstemming van voorgenomen werkzaamheden met overige netbeheerder, kabels en/of leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in stand te houden, te wijzigen, te verplaatsen of op te ruimen. De vergunningplicht van dit artikel geldt niet voor zover deze op grond van de Telecommunicatiewet niet noodzakelijk is.

2.

In het geval van spoedeisende werkzaamheden, volstaat een melding bij voorkeur voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. Deze melding moet uiterlijk binnen één werkdag na de uitvoering gemotiveerd worden gedaan aan het college.

Artikel 4.6Het verleggen van netten

1.

De netbeheerder is verplicht op verzoek van het college (aanwijzing) over te gaan tot het nemen van maatregelen voor kabels en leidingen ten dienste van zijn netwerk, waaronder het verplaatsen, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouw(en) of de uitvoering van werken door of vanwege de gemeente of een derde.

2.

Voor het nemen van maatregelen wat betreft kabels en/of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen in of op openbare gronden en niet vallend onder de Telecommunicatiewet, waaronder het verplaatsen op verzoek van de gemeente of het anderszins nemen van maatregelen over in of op openbare rond aanwezige kabels en/of leidingen, kan het college nadere regels vaststellen.

3.

Na een verzoek tot het nemen van maatregelen gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over tot de uitvoering, maar niet later dan twaalf (12) weken na de datum van ontvangst van het verzoek.

4.

Een aanwijzingsbesluit op verzoek van een derde geschiedt niet voordat deze derde zich jegens de gemeente akkoord tot het betalen van de uit het aanwijzingsbesluit voortvloeiende compensatie op basis van dit artikel.

5.

Voor zover de aanwijzing geschiedt op verzoek van een derde, is deze derde verplicht de kosten van de door de gemeente betaalde nadeelcompensatie aan de gemeente te vergoeden.

6.

De derde is in een situatie als bedoeld in het vijfde lid belanghebbende bij een besluit tot toekenning van nadeelcompensatie.

Artikel 4.7Breekverbod

1.

Indien er sprake is van extreme weersomstandigheden is het college bevoegd een breekverbod in te stellen. Of er sprake is van extreme weersomstandigheden is naar oordeel van het college.

2.

Tijdens het breekverbod is het verboden breek- en graafwerkzaamheden uit te voeren.

3.

Het breekverbod is niet van toepassing in geval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing en waarvan uitstel niet mogelijk is.

4.

Het college zal de betrokken grondroerder tijdig of in ieder geval één dag voor de beëindiging van het breekverbod over de beëindiging van het verbod informeren.

5.

De betrokken grondroerder worden schriftelijk over de beëindiging van het breekverbod geïnformeerd.

Artikel 4.8Niet-openbare kabels en leidingen

1.

Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van niet-openbare kabels en leidingen in openbare wegen of wateren is het bepaalde in dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing.

2.

Het opnemen van het bepaalde in eerste houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente Oost Gelre met betrekking tot niet-openbare kabels en leidingen.

Artikel 4.9Maken, veranderen van een uitweg

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg(en) of verandering te brengen in een bestaand(e) uitweg naar de weg(en) .

2.

De vergunning, het eerste lid kan worden geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg(en) ; b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. e. in het belang van het doelmatig beheer van de weg(en) ;

3.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Gelderse wegenverordening.

Paragraaf 4.2.3

Voorschriften over het maken van Handelsreclame

Artikel 4.10Het maken van handelsreclame

1.

Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg(en) zichtbaar is.

2.

Het verbod, zoals genoemd in het eerste lid ,geldt niet voor onverlichte: a. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg(en) ; b. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid; c. opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:i. een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;ii. het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd; d. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.

3.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits: a. van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het college; b. het college niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; c. deze opschriften of aankondigingen betrekking hebben op evenementen en niet langer dan 31 dagen worden geplaatst.

4.

Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken.

5.

Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien de handelsreclame , hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. in het belang van de verkeersveiligheid; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

6.

Burgemeester en wethouders kunnen categorieën van handelsreclame aanwijzen waarvoor het verbod uit het eerste lid niet van toepassing is.

Paragraaf 4.2.4

Voorschriften over kamperen buiten kampeerterreinen

Artikel 4.11Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

1.

Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een terrein waar op grond van dit omgevingsplan het plaatsen van kampeermiddelen is toegestaan.

2.

Het verbod, zoals bedoeld in het eerste lid ,geldt niet voor het tijdelijk plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een erf behorende bij een woning.

3.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod zoals bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4.12Aanwijzing kampeerplaatsen

Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel 4.11 eerste lid niet geldt. Het college kan daarbij nadere regels stellen.

Paragraaf 4.2.5

Voorschriften over het innemen van standplaatsen

Artikel 4.13standplaatsvergunning en weigeringsgronden

1.

Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats(en) in te nemen of te hebben.

2.

Het college weigert de vergunning, in het eerste lid, als de locatie op grond van dit omgevingsplan niet gebruikt mag worden voor het innemen van standplaats(en) .

3.

De vergunning, in het eerste lid, kan voorts worden geweigerd: a. indien de standplaats(en) hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats(en) voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. c.

In het belang van de openbare orde; d.

In het belang van de openbare veiligheid; e.

In het belang van de volksgezondheid; f.

In het belang van de bescherming van het milieu 4.

Afval(water) dat vrijkomt bij de exploitatie van een standplaats dient door de standplaatshouder ingezameld en meegenomen te worden. Tenzij dit in de vergunning expliciet is opgenomen, is het verboden om afvalwater van een standplaats te lozen in een straatkolk.

Artikel 4.14Toestemming rechthebbende

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is ingenomen.

Paragraaf 4.2.6

Voorschriften over Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden

Artikel 4.15Crossterreinen

1.

Het is verboden op enig terrein, geen weg(en) zijnde, met een motorvoertuig(en) of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig(en) of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

2.

Het verbod van eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

Artikel 4.16Beperking verkeer in natuurgebieden

1.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig(en), een bromfiets, een fiets of een paard.

2.

Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek.

3.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuig(en) , bromfiets , fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in eerste bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. dan de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in eerste bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

4.

Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing: a. op weg(en) die gelegen zijn binnen de in eerste bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening aangewezen gebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen.

5.

Het college kan ontheffing verlenen van het in eerste lid gestelde verbod.

Paragraaf 4.2.7

Voorschriften over het stoken van vuur

Artikel 4.17Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

1.

Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

2.

Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod uit eerste niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden.

3.

Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen.

4.

De ontheffing, in het derde lid kan worden geweigerd: a. In het belang van de openbare orde; b. In het belang van de openbare veiligheid; c. In het belang van de volksgezondheid; d. In het belang van de bescherming van het milieu 5.

Het college kan perioden aanwijzen waarin de uitzonderingen van het tweede lid niet van toepassing zijn en de reeds verleende ontheffingen van het derde lid niet van kracht zijn.

Afdeling 4.3

Boom of beplanting onderhouden of weghalen

Paragraaf 4.3.1

Werkingsgebied

Artikel 4.18Werkingsgebied

De voorschriften in deze afdeling zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Boom of beplanting onderhouden of weghalen '

Paragraaf 4.3.2

Algemene bepalingen

Artikel 4.19Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over de werkzaamheid ' Boom of beplanting onderhouden of weghalen ' en de activiteit ' Boom kappen of houtopstand vellen '.

Artikel 4.20Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. Het beschermen van de gezonde en vitale leefomgeving. b. Het beschermen van landschappelijke en cultuurhistorische elementen. c. Het beschermen van de biodiversiteit. d. Het beschermen van bijzondere bomen.

Artikel 4.21Werkingsgebieden

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied " Bebouwingscontour houtkap ", ligt de Bebouwingscontour houtkap als bedoeld in dit omgevingsplan.

2.

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Attentiegebied bijzondere bomen ‘ zijn bedoeld voor bescherming en behoud van bijzondere bomen.

3.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Erven en tuinen ‘ liggen de erven en tuinen buiten de ‘ Bebouwingscontour houtkap ‘ als bedoeld in dit omgevingsplan.

4.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ 20 meter contour houtkap ‘ ligt de 20 meter contour die van belang is voor de beoordeling of voor het vellen van een houtopstand rondom een woning in het buitengebied een vergunning nodig is.

Artikel 4.22Verbodsbepaling

Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een houtopstand te vellen of te doen vellen.

Artikel 4.23Aanwijzing bijzondere houtopstanden

1.

Houtopstanden die vallen in het ' Attentiegebied Bijzondere bomen ' zijn houtopstanden die behouden dienen te blijven vanwege één of meer van de in 4.26 genoemde waarden.

2.

Vergunningen voor het vellen of doen vellen van aangewezen houtopstanden worden enkel verleend wanneer er, naar het oordeel van het college, sprake is van omstandigheden die maken dat het behoud van de houtopstand redelijkerwijs niet opweegt tegen het belang dat gemoeid is met de velling van de houtopstand.

Artikel 4.24Afbakening

1.

Het bepaalde in deze afdeling is niet van toepassing op een houtopstand welke onderdeel uitmaakt van een houtopstand die een grotere oppervlakte grond beslaan dan 10 are of bestaan uit een rijbeplanting die 21 of meer bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.

2.

Het verbod van artikel 4.22 geldt niet voor: a. houtstanden en activiteiten als bedoeld in artikel 11.111 lid 2 sub c. tot en met i van het Besluit activiteiten leefomgeving. b. een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet; c. solitaire bomen met een dwarsdoorsnede kleiner dan 20 centimeter, op 1.30 meter hoogte.

Artikel 4.25Aanvraag vergunning

De vergunning, zoals bedoeld in artikel 4.22, moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beslissen.

Artikel 4.26Weigeringsgronden

De vergunning, zoals bedoeld in 4.22 kan worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

Artikel 4.27Bijzondere vergunningsvoorschriften

1.

Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden her plant.

2.

Wordt een voorschrift als bedoeld in eerste gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.

3.

Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment dat de bezwaartermijn is verstreken.

4.

Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere situaties bepalen dat derde lid niet van toepassing is.

Artikel 4.28Her plant-/instandhoudingsplicht

1.

Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.

2.

Wordt een verplichting als bedoeld in eerste opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.

3.

Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

4.

Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met derdel id van 4.28 is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Paragraaf 4.3.3

Houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap

Artikel 4.29Werkingsgebied bijzondere houtopstanden

Het verbod van 4.22 geldt binnen de ‘ Bebouwingscontour houtkap ‘, enkel voor houtopstanden die op grond van 4.23 zijn aangewezen als bijzondere houtopstand. De houtopstanden bevinden zich op locaties met het werkingsgebied ‘ Attentiegebied Bijzondere bomen ‘.

Paragraaf 4.3.4

Houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap

Artikel 4.30Uitzondering verbod buiten de bebouwingscontour houtkap

Het verbod van 4.22 geldt buiten de ‘ Bebouwingscontour houtkap ‘ niet voor houtopstanden die zijn gelegen op een ‘ erf of tuin ’ én binnen de ‘ 20 meter contour houtkap ‘ én voor zover de houtopstand op grond van 4.23 niet is aangewezen als ‘ bijzondere houtopstand ‘.

Paragraaf 4.3.5

Afstand tot de grenslijn van bomen

Artikel 4.31Afstanden tot grenslijn

Artikel 5:42 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat bomen op 2 meter van de grenslijn moeten worden geplaatst en heesters en heggen op een halve meter. Hiervan kan bij verordening worden afgeweken. Op grond van dit omgevingsplan geldt een minimale afstand voor bomen van 0,5 meter te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom tot aan de grenslijn en voor heesters en heggen 0 meter. Deze uitzondering is slechts van toepassing op bomen, heesters en heggen die zijn geplaatst op gronden die in eigendom zijn van de gemeente danwel gronden die in eigendom waren van de gemeente op het moment dat de bomen, heester en heggen werden geplaatst.

Hoofdstuk 5

Gebruiksvoorschriften

Afdeling 5.1

Gebruiksvoorschriften algemeen

Paragraaf 5.1.1

Werkingsgebied

Artikel 5.1Werkingsgebied

De voorschriften in deze afdeling zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Gebruiksvoorschriften algemeen '.

Paragraaf 5.1.2

Algemene bepalingen gebruik

Artikel 5.2Algemene bepalingen

1.

In hoofdstuk 5 zijn diverse specifiek omschreven functies opgenomen. Als een functie meerdere toegestane gebruiksactiviteiten impliceert, terwijl er voor die impliciete gebruiksactiviteiten een specifiek omschreven functie is opgenomen in dit omgevingsplan, dan is die specifiek omschreven functie enkel toegestaan als die ook van toepassing is verklaard op het werkingsgebied waarop de gebruiksactiviteiten impliciet zijn toegestaan.

2.

Het gebruik van gronden voor de volgende functies is, behoudens in de situatie dat dit voor een bepaalde locatie expliciet is toegestaan op grond van het bepaalde in 5 van dit omgevingsplan, in ieder geval niet toegestaan: a. staan- of ligplaats voor onderkomens; b. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen of onderdelen daarvan; c. al dan niet tijdelijke buitenopslag voor gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen daarvan, indien deze opslag hoger is dan 3 meter of gelegen is voor de voorgevel aan de wegzijde; d. stortplaats voor puin, mest- of afvalstoffen; e. seksinrichting of ten behoeve van prostitutie doeleinden; f. opslag van vuurwerk.

Artikel 5.3Gebruik bouwwerken voor wonen

Het gebruik van gronden voor de functie wonen is enkel toegestaan in woningen en op locaties waaraan op grond van hoofdstuk 5 van dit omgevingsplan een woonfunctie is gegeven.

Artikel 5.4Aan huis verbonden beroep

Tenzij dit op grond van de bepalingen van hoofdstuk 5 is uitgesloten voor een bepaalde locatie, is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep in woningen en bedrijfswoning(en) en bijbehorend(e) bouwwerk(en) toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning en 100% van de vloeroppervlakte van de bijbehorend(e) bouwwerk(en) mag worden gebruikt met een gezamenlijk maximum van 50 m². Ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

Artikel 5.5Toegestane voorzieningen bij functies

Bij functies welke genoemd zijn in Hoofdstuk 5 op een bepaalde locatie, zijn in ieder geval de volgende bij die functies behorende voorzieningen toegestaan: a. parkeervoorzieningen; b. toegangswegen, in- en uitritten; c. verhardingen; d. wateren en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; e. groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. erven en tuinen. h. speelvoorzieningen

Paragraaf 5.1.3

Vergunningplichten gebruik

Artikel 5.6Vergunningplicht aan huis gebonden bedrijf

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woning(en) en bijbehorend(e) bouwwerk(en) bij de woning(en) (mede) te gebruiken voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf.

2.

De in eerste genoemde vergunning kan worden verleend als: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en maximaal 30% beslaat van de totale nettovloeroppervlakte (nvo) van de woning en bijbehorend(e) bouwwerk(en) tot een maximum van 50 m²; b. slechts bedrijf/bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot de categorie 1 van de als bijlage bijgevoegde ' Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven'; c. geen detailhandel plaatsvindt, behoudens een beperkte verkoop -als ondergeschikte nevenactiviteit(en)- van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis verbonden bedrijf; d. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de verkeersafwikkeling, danwel niet onevenredig veel extra verkeer aantrekt; e. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de leefomgeving; f. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

Artikel 5.7Vergunningplicht locaties met het werkingsgebied Kamperen

1.

Het is verboden een terrein voor kamperen in gebruik te nemen zonder omgevingsvergunning. Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verboden die betrekking hebben op: a. landschappelijke inpassing; b. sanitaire voorzieningen; c. aantal kampeermiddelen; d. aard en omvang van de kampeermiddelen; e. parkeer- en verkeersvoorzieningen; f. de periode waarin kampeermiddelen mogen worden geplaatst; g. afstanden tot omliggende functies en gebouwen.

Artikel 5.8Vergunningplicht locaties met het werkingsgebied Pre-mantelzorgwoningen

1.

Het is verboden een pre-mantelzorgwoning(en) in gebruik te nemen zonder omgevingsvergunning. De vergunning is persoonsgebonden en tijdelijk.

2.

De omgevingsvergunning kan alleen verleend worden als aanvragers in voldoende mate aantonen dat ze bereid en in staat zijn, wanneer nodig, mantelzorg te verlenen.

Afdeling 5.2

Gebruiksvoorschriften functie gerelateerd

Paragraaf 5.2.1

Locaties met de functies Agrarisch

Artikel 5.9Locaties met het werkingsgebied Agrarisch - bedrijfsperceel

1.

Op locaties met het werkingsgebied ' Agrarisch - bedrijfsperceel ', zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. agrarische voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het agrarisch bedrijf; c. het houden van dieren en telen van gewassen; d. het gebruik van gronden voor natuur-, water- en landschapselementen; e. opslag die geschiedt in het kader van de normale agrarische bedrijfsvoering; f. paardenbak met een maximale grootte van 800 m²; g. extensieve dagrecreatie ; h. verkoop van ter plaatse vervaardigde/geproduceerde goederen zoals vlees, eieren, graan bij een agrarisch bedrijf tot een maximum van 50 m2 van de bestaande bedrijfsgebouwen.

2.

Tot een strijdig gebruik binnen het werkingsgebied ‘ Agrarisch - bedrijfsperceel ‘ wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk voor het houden van dieren.

Artikel 5.10Locaties met het werkingsgebied Agrarisch - landbouwgrond

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Agrarisch - landbouwgrond ' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. het gebruik van gronden voor het telen van gewassen; b. het gebruik van gronden voor het weiden van dieren; c. het gebruik van gronden voor natuur-, water- en landschapselementen; d. wegen en paden ten behoeve van de agrarische functie en ten behoeve van extensieve dagrecreatie; e. extensieve dagrecreatie.

Artikel 5.11Locaties met het werkingsgebied Intensieve veehouderij

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Agrarisch - bedrijfsperceel ‘ is intensieve veehouderij toegestaan op locaties met het werkingsgebied ' Intensieve veehouderij ' met dien verstande dat niet meer dan 1 hectare van het bouwvlak(ken) gebruikt mag worden ten behoeve van de intensieve veehouderij. Indien de bestaand(e) oppervlakte meer bedraagt, is deze bestaand(e) oppervlakte toegestaan.

Artikel 5.12Locaties met het werkingsgebied Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Intensieve veehouderij ‘ mag in afwijking van het bepaalde in artikel 5.11 de oppervlakte van intensieve veehouderij ter plaatse van het werkingsgebied ' Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied ' niet meer bedragen dan de bestaand(e) oppervlakte.

Artikel 5.13Locaties met het werkingsgebied Paardenhouderij

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Agrarisch - bedrijfsperceel ‘ is een gebruiksgerichte paardenhouderij toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Paardenhouderij ’.

Artikel 5.14Locaties met het werkingsgebied Broederij

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Agrarisch - bedrijfsperceel ‘ is een broederij toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Broederij ’,

Artikel 5.15Locaties met het werkingsgebied Glastuinbouw

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Agrarisch - bedrijfsperceel ‘ is glastuinbouw toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Glastuinbouw ’,

Artikel 5.16Locaties met het werkingsgebied Paardenbak

Op locaties met het werkingsgebied ' Paardenbak ' zijn paardenbakken toegestaan.

Paragraaf 5.2.2

Locaties met de functie Archeologie

Artikel 5.17Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologisch waardevol gebied 1

De locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Waarde - archeologisch waardevol gebied 1 ' hebben tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.

Artikel 5.18Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologisch waardevol gebied 2

De locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Waarde - archeologisch waardevol gebied 2 ' hebben tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.

Artikel 5.19Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 1

De locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 1 ' hebben tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.

Artikel 5.20Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 2

De locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 2 ' hebben tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.

Artikel 5.21Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologische verwachtingsgebied 3

De locaties ter plaatse van het werkingsgebied' Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 3 ' hebben, tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.

Artikel 5.22Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologische verwachtingsgebied 4

De locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 4 ' hebben, tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem.

Paragraaf 5.2.3

Locaties met de functies Bedrijf Subparagraaf 5.2.3.1 Locaties met de functies Bedrijf

Artikel 5.23Locaties met het werkingsgebied Bedrijf

1.

Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf ‘, zijn bedrijf/bedrijven met uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. wanneer bedrijfsactiviteiten zijn gekoppeld aan een werkingsgebied met een ‘ Bedrijf met een categorie ‘, zijn de in de desbetreffende categorie(ën) genoemde bedrijven toegestaan; b. wanneer bedrijfsactiviteiten zijn gekoppeld aan een werkingsgebied inhoudende een ‘ Specifieke vorm van bedrijf ‘, zijn enkel de bij die specifieke vorm van bedrijf opgenomen bedrijven toegestaan. Als er meerdere werkingsgebieden met meerdere (categorieën van) bedrijven zijn toegestaan op die locatie, dan zijn ook die bedrijven en/of bedrijfscategorieën toegestaan; c. voor zover er geen werkingsgebied ‘ Categorie van bedrijfsactiviteiten ’ of een ‘ Specifieke vorm van bedrijf ’ aan een locatie is gekoppeld, zijn uitsluitend bedrijf/bedrijven behorend tot de categorie 1 en 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

2.

Het bevoegd gezag kan, in afwijkking van het eerste lid onder c bij een omgevingsvergunning toestaan dat op locaties met het werkingsgebied ' Bedrijf ' bedrijfsactiviteiten van categorie 3.1 of 3.2 mogen worden uitgevoerd, mits deze activiteiten naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijfsactiviteiten van categorie 1 en 2, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige bedrijf/bedrijven . De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting ontstaat van: a. het straat en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.

Op locaties ter plaatse van het werkingsgebieden ‘ Bedrijf ‘ wordt onder strijdig gebruik verstaan: a. een al dan niet tijdelijk buitenopslag van goederen en materialen indien deze opslag hoger is dan 3 meter of gelegen voor de voorgevel aan de wegzijde; b. het gebruik van gebouwen voor zelfstandige kantoren, met uitzondering van bestaand(e) kantoren; c. bewoning van gebouwen, met uitzondering van bedrijfswoningen.

4.

Het bepaalde in dit artikel (5.23) is ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' niet van toepassing als hiervan in een ander artikel in deze paragraaf (5.2.3) wordt afgeweken.

5.

De volgende bij bedrijfsactiviteiten behorende voorzieningen zijn toegestaan in het werkingsgebied ' Bedrijf ': a. onzelfstandige kantoorfunctie , mits deze niet meer dan 30% van het brutovloeroppervlak bedraagt; b. productiegebonden detailhandel , met uitzondering van voedings- en genotmiddelen, mits maximaal 10% van de brutovloeroppervlakte van het bedrijf/bedrijven gebruikt wordt voor productiegebonden detailhandel tot een maximum van 100 m².

Subparagraaf 5.2.3.2 Categorieën van bedrijven

Artikel 5.24Locaties met het werkingsgebied Bedrijf van categorie 1

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf van categorie 1 ' zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

Artikel 5.25Locaties met het werkingsgebied Bedrijf tot en met categorie 2

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf tot en met categorie 2 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

Artikel 5.26Locaties met het werkingsgebied Bedrijf tot en met categorie 3.1

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf tot en met categorie 3.1 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 3.1 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

Artikel 5.27Locaties met het werkingsgebied Bedrijf tot en met categorie 3.2

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf tot en met categorie 3.2 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 3.2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

Artikel 5.28Locaties met het werkingsgebied Bedrijf tot en met categorie 4.1

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf tot en met categorie 4.1 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 4.1 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

Artikel 5.29Locaties met het werkingsgebied Bedrijf tot en met categorie 4.2

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf tot en met categorie 4.2 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 4.2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

Artikel 5.30Locaties met het werkingsgebied Bedrijf van categorie 3.1

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf van categorie 3.1 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 3.1 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

Artikel 5.31Locaties met het werkingsgebied Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 3.2

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 3.2 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 3.2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

Artikel 5.32Locaties met het werkingsgebied Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 4.1

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 4.1 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 4.1 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

Artikel 5.33Locaties met het werkingsgebied Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 4.2

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 4.2 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 4.2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan.

Artikel 5.34Locaties met het werkingsgebied Den Sliem Zuid

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn bedrijf/bedrijven met een hindercontour ten aanzien van geur en stof op grond van de als bijlage bij dit plan opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten welke groter is dan 200 m, zijn ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Den Sliem Zuid ‘ niet toegestaan.

Artikel 5.35Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - geluidzoneringsplichtig bedrijf

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ zijn geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - geluidzoneringsplichtig bedrijf ’.

Subparagraaf 5.2.3.3 Locaties voor specifieke bedrijven

Artikel 5.36Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - afvalrecycling en -brengstation

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' is een afvalrecycling en -brengstation toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - afvalrecycling en -brengstation ’.

Artikel 5.37Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - puinbreker

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is een puinbreker toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - puinbreker ’.

Artikel 5.38Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – betonwarenfabriek

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is een betonwarenfabriek toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - betonwarenfabriek ’.

Artikel 5.39Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – handel in en reparatie van auto’s

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is handel in en reparatie van auto’s toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - handel in en reparatie van auto’s '.

Artikel 5.40Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – aannemingsbedrijf

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is een aannemingsbedrijf toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - aannemingsbedrijf ’, mits de brutovloeroppervlakte van de werkplaats niet meer dan 1.000 m² bedraagt.

Artikel 5.41Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – metaalbewerkingsbedrijf

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' is een metaalbewerkingsbedrijf toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - metaalbewerkingsbedrijf ’.

Artikel 5.42Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – brandweerkazernes en/of gemeentewerven

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn uitsluitend brandweerkazernes en/of gemeentewerven toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - brandweerkazernes en/of gemeentewerven ’.

Artikel 5.43Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – maatschappelijke voorzieningen

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn maatschappelijke voorzieningen toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - maatschappelijke voorzieningen ’.

Artikel 5.44Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – handel in zand en grind

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is handel in zand en grind behorend tot categorie 1 tot en met 3.2 van de in bijlageopgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - handel in zand en grind ’.

Artikel 5.45Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – opslag van klein chemisch afval

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is opslag van klein chemisch afval toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag van klein chemisch afval ’.

Artikel 5.46

Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – handel in automaterialen en gereedschappen Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is handel in automaterialen en gereedschappen uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - handel in automaterialen en gereedschappen ’.

Artikel 5.47Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – verkoop van hout en bouwmaterialen

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf ‘ is verkoop van hout en bouwmaterialen toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - verkoop van hout en bouwmaterialen ’.

Artikel 5.48Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - bestaand

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf ‘ met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - bestaand ’ zijn uitsluitende bestaande bedrijven toegestaan.

Artikel 5.49Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - buitenterrein

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - buitenterrein ‘ is een buitenterrein ten behoeve van opslag en parkeren voor het aanwezige bedrijf/bedrijven toegestaan. Met dien verstande dat de buitenopslag van goederen en materialen niet hoger mag zijn dan 3 meter.

Artikel 5.50Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - leerverwerking

Op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf ‘ is ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - leerverwerking ’ uitsluitend een Leerbewerking- en leerverwerkingsbedrijven toegestaan. Een leerbewerking- en leerverwerkingsbedrijf is enkel toegestaan op deze locatie.

Artikel 5.51Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - risicovolle activiteiten

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf ‘ zijn risicovolle activiteiten als bedoeld in Bijlage VII van het Bkl uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - risicovolle activiteiten ’.

Artikel 5.52Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - opslag

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' is buitenopslag van puin, zand, grond en hout uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag ’, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de hoogte van buitenopslag mag niet meer dan 10 meter bedragen; b. niet meer dan 80% van de zone mag gebruikt worden voor buitenopslag.

2.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag ‘ mag in aanvulling op het bepaalde in het eerste lid de maximale hellingshoek van buiten opslag niet meer bedragen dan 30 graden.

Artikel 5.53Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - opslag - 1

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' is op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag - 1 ‘ is buitenopslag ten behoeve van het ter plaatse aanwezige bedrijf/bedrijven toegestaan dat afwijkt van artikel 5.23 derde lid .

Artikel 5.54Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - opslag - emballage kleding

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf‘ is emballage van kleding in combinatie met een aan deze functies gelieerd multifunctioneel gebruik van de gebouw(en) uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag - emballage kleding ’.

2.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' is op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag - emballage kleding ‘ bedraagt het in eerste genoemde multifunctionele gebruik van de gebouwen maximaal 3000 m².

Artikel 5.55Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - recycling afval en schroot

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf ' is recycling en handel in afval en schroot uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - recycling afval en schroot '.

Artikel 5.56Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - nevenactiviteit

Op locaties met het werkingsgebied ' Specifieke vorm van bedrijf - nevenactiviteit ' zijn nevenactiviteit(en) toegestaan welke zijn genoemd in de bijlage Indicatieve bedrijvenlijst nevenactiviteiten, met dien verstande dat: a. de oppervlakte van de nevenactiviteit(en) , inclusief de oppervlakte voor aan huis verbonden beroep en ondersteunende horeca , niet meer mag bedragen dan 350 m2 van de gebouwen welke feitelijk aanwezig waren op 27 april 2006; b. buitenopslag en -uitstalling niet is toegestaan.

Paragraaf 5.2.4

Locaties met de functies Bijzondere gebiedsaanduidingen

Artikel 5.57Locaties met het werkingsgebied Gemaal

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Gemaal ‘ zijn gronden, naast de in andere werkingsgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de nabijheid van een rioolgemaal.

2.

Ongeacht het bepaalde in andere werkingsgebieden zijn ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Gemaal ‘ geen nieuwe beperkt kwetsbare gebouw(en) en locaties, kwetsbare gebouw(en) en locaties en zeer kwetsbare gebouw(en) toegestaan.

3.

In afwijking van het bepaald in tweede lid kunnen ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Gemaal ‘ (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan middels een omgevingsvergunning, mits, gelet op de hinder die afkomstig is van het gemaal, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.

4.

Een rioolgemaal is toegestaan ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Gemaal ’.

Artikel 5.58Locaties met het werkingsgebied Leiding - brandstof

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - brandstof ‘ zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van brandstofleidingen, met de daarbij behorende: a. voorzieningen; b. leidingzone; c. veiligheidszone.

Artikel 5.59Locaties met het werkingsgebied Leiding - gas

1.

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - gas ‘ zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van gastransportleidingen en bijbehorende activiteiten.

2.

Het is verboden om ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - gas ‘ het gebruik van een bestaand bouwwerk te wijzigen van beperkt kwetsbaar gebouw in het gebruik als kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw.

Artikel 5.60Locaties met het werkingsgebied Gasdruk meet- enregelstation

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Gasdruk meet- en regelstation ‘ zijn bestemd voor Gasdruk meet- en regelstations.

Artikel 5.61Locaties met het werkingsgebied Leiding - hoogspanningsverbindingen

1.

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen ’ zijn bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van hoogspanningsleidingen; b. het tegengaan van een te hoge magneetveldbelasting op magneetveldgevoelige en magneetveldbeoordelingsplichtig object.

Artikel 5.62Locaties met het werkingsgebied Leiding - Hoogspanningsverbindingen - 1

1.

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen - 1 ’ zijn bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van hoogspanningsleidingen; b. het tegengaan van een te hoge magneetveldbelasting op magneetveldgevoelige en magneetveldbeoordelingsplichtig object.

Artikel 5.63

Locaties met het werkingsgebied Leiding - hoogspanningsverbindingen en Leiding - hoogspanningsverbindingen - 1 1.

Onder een strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen ‘ en het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen - 1 ’ wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van bouwwerken als drager van reclame-uitingen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken binnen de magneetveldzone van een hoogspanningsleiding als magneetveld gevoelig object dan wel magneetveldbeoordelingsplichtig object, met uitzondering van bestaand(e) gebruik.

2.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen ‘ en het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen - 1 ’ kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in eerste lid voor het gebruik van magneetveldbeoordelingsplichtig object in de magneetveldzone, mits: a. het aannemelijk is dat in of op het magneetveldbeoordelingsplichtig object binnen de magneetzone niet vaker dan 14 uur per dag kinderen tot 16 jaar verblijven; dan wel b. het een magneetveldbeoordelingsplichtig object betreft in de vorm van een erf bij een (bedrijfs)woning dat zodanig groot is en gelegen is op een zodanige locatie dat, gelet op de overblijvende speelmogelijkheden op het erf buiten de magneetveldzone, de magneetveldzone over het erf geen onevenredige beperking van de gebruiksmogelijkheden van het perceel met zich meebrengt; c. in geen geval mag ter plaatse van het magneetveldbeoordelingsplichtig object het jaargemiddelde magneetveld hoger zijn dan 100 microtesla.

Artikel 5.64Locaties met het werkingsgebied Leiding - ondergrondse hoogspanningsverbindingen

1.

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - ondergrondse hoogspanningsverbindingen ’ zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoogspanningsleidingen.

Artikel 5.65Locaties met een werkingsgebied Leidingstrook

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leidingstrook ‘ zijn kabels en leidingen toegestaan.

Artikel 5.66Locaties met het werkingsgebied Leiding - riool

1.

Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - riool ‘ zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van hoofdrioolleidingen.

Artikel 5.67Locaties met het werkingsgebied Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied ‘ zijn gronden, naast de in andere werkgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van de grondkwaliteit, met de daarbij behorende voorzieningen.

Artikel 5.68Locaties met het werkingsgebied Veiligheidszone

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Veiligheidszone ‘ zijn gronden, naast de in andere werkingsgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van het woon en leefklimaat in verband met de externe veiligheidsrisico’s van een activiteit als bedoeld in artikel 5.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 5.69Locaties met het werkingsgebied Veiligheidszone - cng

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Veiligheidszone - cng ‘ zijn gronden, naast de in andere werkingsgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de nabijheid van een CNG-installatie.

Artikel 5.70Locaties met het werkingsgebied Veiligheidszone - lpg

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Veiligheidszone - lpg ‘ zijn gronden, naast de in andere werkingsgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de nabijheid van een LPG-installatie.

Artikel 5.71Locaties ten behoeve van de Veiligheidszone - gas

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Gas - brand aandachtsgebied ' ligt het brand aandachtsgebied rondom gasinstallaties en gasleidingen.

2.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Gas - explosie aandachtsgebied ' ligt het explosie aandachtsgebied rondom gasinstallaties en gasleidingen.

Artikel 5.72Locaties met het werkingsgebied Veiligheidszone - waterstof

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Veiligheidszone - waterstof ‘ zijn gronden, naast de in andere werkingsgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de nabijheid van een waterstof-installatie.

Artikel 5.73Locaties met het werkingsgebied Vrijwaringszone - radar

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Vrijwaringszone - radar ‘ zijn de gronden, mede bedoeld voor de bescherming van een radarzone.

Artikel 5.74Locaties met het werkingsgebied Vrijwaringszone - molenbiotoop

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Vrijwaringszone - molenbiotoop ' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van een molenbiotoop.

Paragraaf 5.2.5

Locaties met de functies Cultuur Subparagraaf 5.2.5.1 Locaties met het werkingsgebied Cultuur - theater

Artikel 5.75Locaties met het werkingsgebied Cultuur - tentoonstelling

Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Cultuur - tentoonstelling ' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. atelier en galerie; b. museum.

Artikel 5.76Locaties met het werkingsgebied Cultuur - theater

Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Cultuur - theater ' zijn theaters toegestaan:

Artikel 5.77Locaties met het werkingsgebied Cultuur - bioscoop

Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Cultuur - bioscoop ' zijn bioscopen toegestaan:

Paragraaf 5.2.6

Locaties met de functies Detailhandel

Artikel 5.78Locaties met het werkingsgebied Detailhandel

Op locaties met het werkingsgebied ' Detailhandel ' is detailhandel toegestaan.

Artikel 5.79Locaties met een werkingsgebied Detailhandel - grootschalig

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Detailhandel ‘ is grootschalige detailhandel uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Detailhandel - grootschalig ’.

Artikel 5.80Locaties met het werkingsgebied Detailhandel - supermarkt

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Detailhandel ‘ is detailhandel in in de vorm van een supermarkt uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Detailhandel - supermarkt ‘.

Artikel 5.81Locaties met het werkingsgebied Detailhandel - tuincentrum

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Detailhandel ‘ is een tuincentrum uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Detailhandel - tuincentrum ‘.

Artikel 5.82Locaties met het werkingsgebied Detailhandel - volumineus

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Detailhandel ' is volumineuze detailhandel uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ' Detailhandel - volumineus '.

Artikel 5.83Locaties met het werkingsgebied Ondergeschikte detailhandel

Op locaties met het werkingsgebied ' Ondergeschikte detailhandel ' is ondergeschikte detailhandel toegestaan. Onder ondergeschikte detailhandel valt in ieder geval niet: a. de situatie dat meer dan 10% van de aanwezig gebouw(en)op een bouwperceel voor ondergeschikte detailhandel wordt gebruikt; of b. de situatie dat meer dan 50 m² voor ondergeschikte detailhandel wordt gebruikt.

Artikel 5.84Locaties met het werkingsgebied Kringloopwinkel

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Kringloopwinkel ‘ zijn kringloopwinkels toegestaan.

Artikel 5.85Locaties met het werkingsgebied Slijterij

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Slijterij ' is een slijterij toegestaan.

Paragraaf 5.2.7

Locaties met de functies Dienstverlening

Artikel 5.86Locaties met het werkingsgebied Dienstverlening

Op locaties met het werkingsgebied ' Dienstverlening ', is het gebruik van gronden ten behoeve van dienstverlening toegestaan.

Artikel 5.87Locaties met het werkingsgebied Dienstverlening - bestaand

Op locaties met het werkingsgebied ‘ Dienstverlening - bestaand ‘ is uitsluitend de bestaand(e) dienstverlening toegestaan.

Paragraaf 5.2.8

Locaties met de functie Evenement

Artikel 5.88Locaties met het werkingsgebied Evenementen

Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen ' zijn gebruiksactiviteiten in de vorm van evenementen toegestaan.

Artikel 5.89Locaties met het werkingsgebied Maximale duur evenementen

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen maximaal 10 dagen ' mag het gebruik van de gronden voor evenementen inclusief het opbouwen en afbreken maximaal 10 dagen bedragen.

2.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen maximaal 15 dagen ' mag het gebruik van de gronden voor evenementen inclusief het opbouwen en afbreken maximaal 15 dagen bedragen.

3.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen maximaal 20 dagen ' mag het gebruik van de gronden voor evenementen inclusief het opbouwen en afbreken maximaal 20 dagen bedragen.

4.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen maximaal 30 dagen ' mag het gebruik van de gronden voor evenementen inclusief het opbouwen en afbreken maximaal 30 dagen bedragen.

5.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen maximaal 45 dagen ' mag het gebruik van de gronden voor evenementen inclusief het opbouwen en afbreken maximaal 45 dagen bedragen.

Artikel 5.90Locaties met het werkingsgebied Maximaal aantal bezoekers evenementen

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal bezoekers evenement 1.000 ' geldt dat het maximale aantal bezoekers van een evenement per dag 1.000 bedraagt.

2.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal bezoekers evenement 5.000 ' geldt dat het maximale aantal bezoekers van een evenement per dag 5.000 bedraagt.

3.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal bezoekers evenement 15.000 ' geldt dat het maximale aantal bezoekers van een evenement per dag 15.000 bedraagt.

4.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal bezoekers evenement 80.000 ' geldt dat het maximale aantal bezoekers van een evenement per dag 80.000 bedraagt.

Artikel 5.91Locaties met het werkingsgebied Maximaal aantal evenementen

1.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal evenementen 3 ' geldt dat het maximale aantal evenementen per jaar 3 bedraagt.

2.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal evenementen 5 ' geldt dat het maximale aantal evenementen per jaar 5 bedraagt.

3.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal evenementen 6 ' geldt dat het maximale aantal evenementen per jaar 6 bedraagt.

4.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal evenementen 8 ' geldt dat het maximale aantal evenementen per jaar 8 bedraagt.

5.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal evenementen 12 ' geldt dat het maximale aantal evenementen per jaar 12 bedraagt.

Paragraaf 5.2.9

Locaties met de functies Groen

Artikel 5.92Locaties met het werkingsgebied Groen

Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Groen ' zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten en voorzieningen toegestaan: a. groenvoorzieningen; b. nutsvoorzieningen c. bruggen en straatmeubilair; d. voet- en fietspaden; e. waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen; f. bijenstallen; g. (dag)recreatieve mogelijkheden in de openlucht; h. geluidswallen en geluidschermen; i. kunstobjecten; j. toegangswegen.

Artikel 5.93Locaties met het werkingsgebied Groen - dierenverblijf

Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Groen - dierenverblijf ‘ zijn voorzieningen in de vorm van dierenverblijven toegestaan.

Artikel 5.94Locaties met het werkingsgebied Groen - kleinschalig agrarisch gebruik

Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Groen - kleinschalig agrarisch gebruik ' zijn kleinschalige agrarische activiteiten toegestaan

Artikel 5.95Locaties met het werkingsgebied Groen - volkstuinen

Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Groen - volkstuinen ' zijn volkstuinen toegestaan.

Paragraaf 5.2.10

Locaties met de functies Horeca

Artikel 5.96Locaties met het werkingsgebied Horeca - 1

Op locaties met het werkingsgebied ‘ Horeca - 1 ’ zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan met de daarbij behorende terrassen: a. automatiek; b. broodjeszaak; c. cafetaria; d. croissanterie; e. koffiebar; f. lunchroom; g. ijssalon; h. snackbar; i. tearoom; j. traiteur; k. bistro; l. restaurant; m. hotel; n. pizzeria.

Artikel 5.97Locaties met het werkingsgebied Horeca - 2

Op locaties met het werkingsgebied ‘ Horeca - 2 ’ zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan met de daarbij behorende terrassen: a. bar; b. bierhuis; c. biljartcentrum; d. café; e. proeflokaal; f. zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek- en dansevenementen). g. vergader- en congresfaciliteiten

Artikel 5.98Locaties met het werkingsgebied Horeca - 3

Op locaties met het werkingsgebied ‘ Horeca - 3 ’ zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan met de daarbij behorende terrassen: a. dancing; b. discotheek; c. nachtclub; d. partycentrum (met regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek/dansevenementen).

Artikel 5.99Locaties met het werkingsgebied Ondersteunende horeca

1.

Op locaties met het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca ' is ondersteunende horeca toegestaan enkel ten behoeve van de andere functies die op die locatie zijn toegestaan op grond van dit omgevingsplan.

2.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca - 40 m2 ' is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum oppervlakte van 40 m².

3.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca - 100 m2 ' is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum oppervlakte van 100 m².

4.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca - 150 m2 ' is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum oppervlakte van 150 m².

5.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca - 250 m2 ' is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum oppervlakte van 250 m².

6.

Ter plaatse van het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca - 350 m2 ' is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum oppervlakte van 350 m².

Artikel 5.100Locaties met het werkingsgebied Daghoreca

Op locaties met het werkingsgebied ' Daghoreca ' is daghoreca toegestaan.

Paragraaf 5.2.11

Locaties met de functies Kantoor

Artikel 5.101Locaties met het werkingsgebied Kantoor

Op locaties met het werkingsgebied ' Kantoor ', zijn kanto(o)r(en) toegestaan.

Paragraaf 5.2.12

Locaties met de functies Landschapswaarden

Artikel 5.102Locaties met het werkingsgebied Gelders natuurnetwerk

1.

Ter plaatse van her werkingsgebied ‘ Gelders natuurnetwerk ‘ zijn de gronden bedoeld voor bescherming, behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van ecologische waarden en kenmerken, alsmede het voorkomen van significante effecten op kernkwaliteiten en omgevingscondities die aan realisering van het GNN in de weg staan.

2.

Onder strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Gelders natuurnetwerk ‘ wordt in ieder geval gerekend: a. kleinschalig kamperen.

Artikel 5.103Locaties met het werkingsgebied Openheid

1.

Ter plaatse van de locaties met het werkingsgebied ' Openheid ' zijn de gronden bedoeld voor het behoud en herstel van “openheid” in het landschap.

2.

Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Openheid‘ zijn de volgende gebruiksactiviteiten verboden: a. boomkwekerijen, alsmede het telen van struiken en heesters; b. inrichten en gebruiken van gronden voor paardenbakken.

Artikel 5.104Locaties met het werkingsgebied Waterstaat - waterberging

Gronden ter plaatse van de locaties met het werkingsgebied ‘ Waterstaat - waterberging ‘ hebben als functie waterberging.

Artikel 5.105Locaties met het werkingsgebied Groene ontwikkelingszone

1.

Ter plaatse van de locaties met het werkingsgebied ‘ Groene ontwikkelingszone ‘ zijn de gronden bedoeld voor de bescherming, behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van: a. de ecologische kenmerken, alsmede het voorkomen van significante effecten op kernkwaliteiten en omgevingscondities die de realisatie van de groene ontwikkelingszone in de weg staan; b. landbouwgebieden met natuurwaarden en landbouwgebieden met een hoge dichtheid aan natuur- en boselementen.

2.

Onder een strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Groene ontwikkelingszone ‘ wordt in ieder geval verstaan: a. kleinschalig kamperen.

Artikel 5.106Locaties met het werkingsgebied Natte natuur

1.

Ter plaatse van de locaties met het werkingsgebied ‘ Natte natuur ‘ zijn de gronden bedoeld voor de bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kernmerken van waterafhankelijke natuurgebieden 2.

Onder strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Natte natuur ‘ wordt in ieder geval gerekend: a. kleinschalig kamperen.

Artikel 5.107Locaties met het werkingsgebied Landschapswaarden - 1 (agrarisch met waarden)

Gronden ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Landschapswaarden - 1 ‘ zijn bestemd voor de instandhouding van landschappelijke en natuurwaarden. Hieronder wordt begrepen de instandhouding van de landschappelijke- en natuurwaarden behorend tot de volgende landschapstyperingen: a. landbouwgronden met cultuurhistorisch bepaalde kleinschalige akkercomplexen, waaronder begrepen de Vragender es en Lievelder es, het natte en oude heide- en broekontginningenlandschap rond het Vragender Veld, Lievelder Veld en het Zwolsche Veld en het kampenlandschap rond Zwolle en rond Harreveld; b. landbouwgronden met een oorspronkelijke kavelstructuur (strokenverkaveling), ontsloten via kronkelende weg(en) en gescheiden van andere kavels door middel van wallen of singels met opgaande eiken en hakhout van berk, els en eik en rijbeplanting in los plantverband van zomereik, soms beuk, berk of andere soorten als wilg of populier; c. landbouwgronden grenzend aan waterafhankelijke natuurgebieden, waarbij het agrarisch gebruik van de gronden niet mag leiden tot veranderingen in de grondwatersituatie, oppervlaktewaterpeilen en waterkwaliteit; d. (kleinschalige) hoogteverschillen, zoals steilranden (oude essen) en het terras en terrasrand Aalten–Eibergen; e. de grotere open ruimtes, ter plaatse van het werkingsgebied ' Openheid '; f. kleinschalige besloten ruimtes; g. rustige omstandigheden en onverharde weg(en); h. beplantingselementen zoals houtwallen, houtsingels, hagen, bosjes, boomgroepen, solitaire monumentale en waardevolle bomen, weg(en)- en erfbeplanting; i. de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied ‘Korenburgerveen’ alsmede bouwwerken ten behoeve van onderhoud en beheer en het behouden en versterken van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van het Nationaal Landschap Winterswijk.

Artikel 5.108Locaties met het werkingsgebied Landschapswaarden - 2 (agrarisch)

Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.