Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Omgevingsplan gemeente Noordoostpolder (Noordoostpolder)

Waar gaat deze regeling over?

Dit Omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder regelt het gebruik van gronden en bouwwerken binnen de gemeente, met als doel het waarborgen van een veilige en gezonde leefomgeving. Het stelt regels voor activiteiten en wijst specifieke gebieden aan met bepaalde waarden of beperkingen.

Voor wie: Iedereen die een activiteit verricht of een bouwwerk of open erf/terrein gebruikt binnen de gemeente Noordoostpolder; Eigenaren of bevoegden die voorzieningen treffen aan open erven of terreinen.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Vastgoed- en bouwrecht
Artikelen
548
Bron
cvdr.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • De definities van begrippen die in dit omgevingsplan worden gebruikt, inclusief aanvullende definities uit diverse landelijke besluiten en regelingen.
  • De aanwijzing van gebieden met specifieke waarden, zoals archeologisch waardevolle gebieden, belemmeringenzones voor rioolpersleidingen en hoogspanningsverbindingen, en ecologisch waardevolle gebieden.
  • Regels voor het lozen van hemelwater en grondwater in het openbare vuilwaterriool in aangewezen gebieden.
  • Algemene regels voor het gebruik van gronden en bouwwerken, inclusief specifieke zorgplichten voor veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Iedereen die een activiteit verricht of een bouwwerk of open erf/terrein gebruikt binnen de gemeente Noordoostpolder.
  • Eigenaren of bevoegden die voorzieningen treffen aan open erven of terreinen.

Wat zijn de kernpunten?

  • Activiteiten die niet expliciet zijn toegestaan in Hoofdstuk 6 zijn verboden.
  • Degene die een bouwwerk of open erf/terrein gebruikt, moet maatregelen treffen om gevaar voor gezondheid of veiligheid en overlast of hinder te voorkomen.
  • Een woning mag niet bewoond worden door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte, en een woonwagen niet door meer dan één persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte, tenzij het opvang van asielzoekers betreft.
  • Brandgevaarlijke stoffen zijn op open erven of terreinen nabij bouwwerken niet toegestaan, tenzij de hoeveelheden de in Tabel 6.1 genoemde maxima niet overschrijden (totale toegestane hoeveelheid 100 kg of liter) en de stoffen deugdelijk zijn verpakt en gebruikt.

Vastgoed- en bouwrecht

8

Vastgoed- en bouwrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (548)
  1. Artikel 1.1
  2. Artikel 1.2
  3. Artikel 4.1
  4. Artikel 4.2
  5. Artikel 4.3
  6. Artikel 4.4
  7. Artikel 4.5
  8. Artikel 5.1
  9. Artikel 5.2
  10. Artikel 5.3
  11. Artikel 6.1
  12. Artikel 6.2
  13. Artikel 6.3
  14. Artikel 6.4
  15. Artikel 6.5
  16. Artikel 6.6
  17. Artikel 6.7
  18. Artikel 6.8
  19. Artikel 6.9
  20. Artikel 6.10
  21. Artikel 6.11
  22. Artikel 6.12
  23. Artikel 6.13
  24. Artikel 6.14
  25. Artikel 6.15
  26. Artikel 6.16
  27. Artikel 6.17
  28. Artikel 6.18
  29. Artikel 6.19
  30. Artikel 6.20
  31. Artikel 6.21
  32. Artikel 6.22
  33. Artikel 6.23
  34. Artikel 6.24
  35. Artikel 6.25
  36. Artikel 6.26
  37. Artikel 6.27
  38. Artikel 6.28
  39. Artikel 6.29
  40. Artikel 6.30
  41. Artikel 6.31
  42. Artikel 6.32
  43. Artikel 6.33
  44. Artikel 6.34
  45. Artikel 6.35
  46. Artikel 6.36
  47. Artikel 6.37
  48. Artikel 6.38
  49. Artikel 6.39
  50. Artikel 6.40
  51. Artikel 6.41
  52. Artikel 6.42
  53. Artikel 6.43
  54. Artikel 6.44
  55. Artikel 6.45
  56. Artikel 6.46
  57. Artikel 6.47
  58. Artikel 6.48
  59. Artikel 6.49
  60. Artikel 6.50
  61. Artikel 6.51
  62. Artikel 6.52
  63. Artikel 6.53
  64. Artikel 6.54
  65. Artikel 6.55
  66. Artikel 6.56
  67. Artikel 6.57
  68. Artikel 6.58
  69. Artikel 6.59
  70. Artikel 6.60
  71. Artikel 6.61
  72. Artikel 6.62
  73. Artikel 6.63
  74. Artikel 6.64
  75. Artikel 6.65
  76. Artikel 6.66
  77. Artikel 6.67
  78. Artikel 6.68
  79. Artikel 6.69
  80. Artikel 6.70
  81. Artikel 6.71
  82. Artikel 6.72
  83. Artikel 6.73
  84. Artikel 6.74
  85. Artikel 6.75
  86. Artikel 6.76
  87. Artikel 6.77
  88. Artikel 6.78
  89. Artikel 6.79
  90. Artikel 6.80
  91. Artikel 6.81
  92. Artikel 6.82
  93. Artikel 6.83
  94. Artikel 6.84
  95. Artikel 6.85
  96. Artikel 6.86
  97. Artikel 6.87
  98. Artikel 6.88
  99. Artikel 6.89
  100. Artikel 6.90
  101. Artikel 6.91
  102. Artikel 6.92
  103. Artikel 6.93
  104. Artikel 6.94
  105. Artikel 6.95
  106. Artikel 6.96
  107. Artikel 6.97
  108. Artikel 6.98
  109. Artikel 6.99
  110. Artikel 6.100
  111. Artikel 6.101
  112. Artikel 6.102
  113. Artikel 6.103
  114. Artikel 6.104
  115. Artikel 6.105
  116. Artikel 6.106
  117. Artikel 6.107
  118. Artikel 6.108
  119. Artikel 6.109
  120. Artikel 6.110
  121. Artikel 6.111
  122. Artikel 6.112
  123. Artikel 6.113
  124. Artikel 6.114
  125. Artikel 6.115
  126. Artikel 6.116
  127. Artikel 6.117
  128. Artikel 6.118
  129. Artikel 6.119
  130. Artikel 7.1
  131. Artikel 7.2
  132. Artikel 7.3
  133. Artikel 7.4
  134. Artikel 7.5
  135. Artikel 7.6
  136. Artikel 7.7
  137. Artikel 7.8
  138. Artikel 7.9
  139. Artikel 7.10
  140. Artikel 7.11
  141. Artikel 7.12
  142. Artikel 7.13
  143. Artikel 7.14
  144. Artikel 7.15
  145. Artikel 7.16
  146. Artikel 7.17
  147. Artikel 7.18
  148. Artikel 7.19
  149. Artikel 7.20
  150. Artikel 7.21
  151. Artikel 7.22
  152. Artikel 7.23
  153. Artikel 7.24
  154. Artikel 7.25
  155. Artikel 7.26
  156. Artikel 7.27
  157. Artikel 7.28
  158. Artikel 7.29
  159. Artikel 7.30
  160. Artikel 7.31
  161. Artikel 7.32
  162. Artikel 7.33
  163. Artikel 7.34
  164. Artikel 7.35
  165. Artikel 7.36
  166. Artikel 7.37
  167. Artikel 7.38
  168. Artikel 7.39
  169. Artikel 7.40
  170. Artikel 7.41
  171. Artikel 7.42
  172. Artikel 7.43
  173. Artikel 7.44
  174. Artikel 7.45
  175. Artikel 7.46
  176. Artikel 7.47
  177. Artikel 7.48
  178. Artikel 7.49
  179. Artikel 7.50
  180. Artikel 7.51
  181. Artikel 7.52
  182. Artikel 7.53
  183. Artikel 7.54
  184. Artikel 7.55
  185. Artikel 7.56
  186. Artikel 7.57
  187. Artikel 7.58
  188. Artikel 7.59
  189. Artikel 7.60
  190. Artikel 7.61
  191. Artikel 7.62
  192. Artikel 7.63
  193. Artikel 7.64
  194. Artikel 7.65
  195. Artikel 7.66
  196. Artikel 7.67
  197. Artikel 7.68
  198. Artikel 7.69
  199. Artikel 7.70
  200. Artikel 7.71
  201. Artikel 7.72
  202. Artikel 7.73
  203. Artikel 7.74
  204. Artikel 7.75
  205. Artikel 7.76
  206. Artikel 7.77
  207. Artikel 7.78
  208. Artikel 7.79
  209. Artikel 7.80
  210. Artikel 7.81
  211. Artikel 7.82
  212. Artikel 9.1
  213. Artikel 9.2
  214. Artikel 9.3
  215. Artikel 9.4
  216. Artikel 9.5
  217. Artikel 9.6
  218. Artikel 9.7
  219. Artikel 9.8
  220. Artikel 9.9
  221. Artikel 9.10
  222. Artikel 9.11
  223. Artikel 9.12
  224. Artikel 9.13
  225. Artikel 9.14
  226. Artikel 9.15
  227. Artikel 9.16
  228. Artikel 9.17
  229. Artikel 9.18
  230. Artikel 9.19
  231. Artikel 9.20
  232. Artikel 9.21
  233. Artikel 9.22
  234. Artikel 9.23
  235. Artikel 9.24
  236. Artikel 9.25
  237. Artikel 9.26
  238. Artikel 9.27
  239. Artikel 9.28
  240. Artikel 9.29
  241. Artikel 9.30
  242. Artikel 9.31
  243. Artikel 22.1
  244. Artikel 22.2
  245. Artikel 22.3
  246. Artikel 22.4
  247. Artikel 22.5
  248. Artikel 22.6
  249. Artikel 22.7
  250. Artikel 22.8
  251. Artikel 22.9
  252. Artikel 22.10
  253. Artikel 22.11
  254. Artikel 22.12
  255. Artikel 22.13
  256. Artikel 22.14
  257. Artikel 22.15
  258. Artikel 22.16
  259. Artikel 22.17
  260. Artikel 22.18
  261. Artikel 22.19
  262. Artikel 22.20
  263. Artikel 22.21
  264. Artikel 22.22
  265. Artikel 22.23
  266. Artikel 22.24
  267. Artikel 22.25
  268. Artikel 22.26
  269. Artikel 22.27
  270. Artikel 22.28
  271. Artikel 22.29
  272. Artikel 22.30
  273. Artikel 22.31
  274. Artikel 22.32
  275. Artikel 22.33
  276. Artikel 22.34
  277. Artikel 22.35
  278. Artikel 22.36
  279. Artikel 22.37
  280. Artikel 22.38
  281. Artikel 22.39
  282. Artikel 22.40
  283. Artikel 22.41
  284. Artikel 22.42
  285. Artikel 22.43
  286. Artikel 22.44
  287. Artikel 22.45
  288. Artikel 22.46
  289. Artikel 22.47
  290. Artikel 22.48
  291. Artikel 22.49
  292. Artikel 22.50
  293. Artikel 22.51
  294. Artikel 22.52
  295. Artikel 22.53
  296. Artikel 22.54
  297. Artikel 22.55
  298. Artikel 22.56
  299. Artikel 22.57
  300. Artikel 22.58
  301. Artikel 22.59
  302. Artikel 22.60
  303. Artikel 22.61
  304. Artikel 22.62
  305. Artikel 22.63
  306. Artikel 22.64
  307. Artikel 22.65
  308. Artikel 22.66
  309. Artikel 22.67
  310. Artikel 22.68
  311. Artikel 22.69
  312. Artikel 22.70
  313. Artikel 22.71
  314. Artikel 22.72
  315. Artikel 22.73
  316. Artikel 22.74
  317. Artikel 22.75
  318. Artikel 22.76
  319. Artikel 22.77
  320. Artikel 22.78
  321. Artikel 22.79
  322. Artikel 22.80
  323. Artikel 22.81
  324. Artikel 22.82
  325. Artikel 22.83
  326. Artikel 22.84
  327. Artikel 22.85
  328. Artikel 22.86
  329. Artikel 22.87
  330. Artikel 22.88
  331. Artikel 22.89
  332. Artikel 22.90
  333. Artikel 22.91
  334. Artikel 22.92
  335. Artikel 22.93
  336. Artikel 22.94
  337. Artikel 22.95
  338. Artikel 22.96
  339. Artikel 22.97
  340. Artikel 22.98
  341. Artikel 22.99
  342. Artikel 22.100
  343. Artikel 22.101
  344. Artikel 22.102
  345. Artikel 22.103
  346. Artikel 22.104
  347. Artikel 22.105
  348. Artikel 22.106
  349. Artikel 22.107
  350. Artikel 22.108
  351. Artikel 22.109
  352. Artikel 22.110
  353. Artikel 22.111
  354. Artikel 22.112
  355. Artikel 22.113
  356. Artikel 22.114
  357. Artikel 22.115
  358. Artikel 22.116
  359. Artikel 22.117
  360. Artikel 22.118
  361. Artikel 22.119
  362. Artikel 22.120
  363. Artikel 22.121
  364. Artikel 22.122
  365. Artikel 22.123
  366. Artikel 22.124
  367. Artikel 22.125
  368. Artikel 22.126
  369. Artikel 22.127
  370. Artikel 22.128
  371. Artikel 22.129
  372. Artikel 22.130
  373. Artikel 22.131
  374. Artikel 22.132
  375. Artikel 22.133
  376. Artikel 22.134
  377. Artikel 22.135
  378. Artikel 22.136
  379. Artikel 22.137
  380. Artikel 22.138
  381. Artikel 22.139
  382. Artikel 22.140
  383. Artikel 22.141
  384. Artikel 22.142
  385. Artikel 22.143
  386. Artikel 22.144
  387. Artikel 22.145
  388. Artikel 22.146
  389. Artikel 22.147
  390. Artikel 22.148
  391. Artikel 22.149
  392. Artikel 22.150
  393. Artikel 22.151
  394. Artikel 22.152
  395. Artikel 22.153
  396. Artikel 22.154
  397. Artikel 22.155
  398. Artikel 22.156
  399. Artikel 22.157
  400. Artikel 22.158
  401. Artikel 22.159
  402. Artikel 22.160
  403. Artikel 22.161
  404. Artikel 22.162
  405. Artikel 22.163
  406. Artikel 22.164
  407. Artikel 22.165
  408. Artikel 22.166
  409. Artikel 22.167
  410. Artikel 22.168
  411. Artikel 22.169
  412. Artikel 22.170
  413. Artikel 22.171
  414. Artikel 22.172
  415. Artikel 22.173
  416. Artikel 22.174
  417. Artikel 22.175
  418. Artikel 22.176
  419. Artikel 22.177
  420. Artikel 22.178
  421. Artikel 22.179
  422. Artikel 22.180
  423. Artikel 22.181
  424. Artikel 22.182
  425. Artikel 22.183
  426. Artikel 22.184
  427. Artikel 22.185
  428. Artikel 22.186
  429. Artikel 22.187
  430. Artikel 22.188
  431. Artikel 22.189
  432. Artikel 22.190
  433. Artikel 22.191
  434. Artikel 22.192
  435. Artikel 22.193
  436. Artikel 22.194
  437. Artikel 22.195
  438. Artikel 22.196
  439. Artikel 22.197
  440. Artikel 22.198
  441. Artikel 22.199
  442. Artikel 22.200
  443. Artikel 22.201
  444. Artikel 22.202
  445. Artikel 22.203
  446. Artikel 22.204
  447. Artikel 22.205
  448. Artikel 22.206
  449. Artikel 22.207
  450. Artikel 22.208
  451. Artikel 22.209
  452. Artikel 22.210
  453. Artikel 22.211
  454. Artikel 22.212
  455. Artikel 22.213
  456. Artikel 22.214
  457. Artikel 22.215
  458. Artikel 22.216
  459. Artikel 22.217
  460. Artikel 22.218
  461. Artikel 22.219
  462. Artikel 22.220
  463. Artikel 22.221
  464. Artikel 22.222
  465. Artikel 22.223
  466. Artikel 22.224
  467. Artikel 22.225
  468. Artikel 22.226
  469. Artikel 22.227
  470. Artikel 22.228
  471. Artikel 22.229
  472. Artikel 22.230
  473. Artikel 22.231
  474. Artikel 22.232
  475. Artikel 22.233
  476. Artikel 22.234
  477. Artikel 22.235
  478. Artikel 22.236
  479. Artikel 22.237
  480. Artikel 22.238
  481. Artikel 22.239
  482. Artikel 22.240
  483. Artikel 22.241
  484. Artikel 22.242
  485. Artikel 22.243
  486. Artikel 22.244
  487. Artikel 22.245
  488. Artikel 22.246
  489. Artikel 22.247
  490. Artikel 22.248
  491. Artikel 22.249
  492. Artikel 22.250
  493. Artikel 22.251
  494. Artikel 22.252
  495. Artikel 22.253
  496. Artikel 22.254
  497. Artikel 22.255
  498. Artikel 22.256
  499. Artikel 22.257
  500. Artikel 22.258
  501. Artikel 22.259
  502. Artikel 22.260
  503. Artikel 22.261
  504. Artikel 22.262
  505. Artikel 22.263
  506. Artikel 22.264
  507. Artikel 22.265
  508. Artikel 22.266
  509. Artikel 22.267
  510. Artikel 22.268
  511. Artikel 22.269
  512. Artikel 22.270
  513. Artikel 22.271
  514. Artikel 22.272
  515. Artikel 22.273
  516. Artikel 22.274
  517. Artikel 22.275
  518. Artikel 22.276
  519. Artikel 22.277
  520. Artikel 22.278
  521. Artikel 22.279
  522. Artikel 22.280
  523. Artikel 22.281
  524. Artikel 22.282
  525. Artikel 22.283
  526. Artikel 22.284
  527. Artikel 22.285
  528. Artikel 22.286
  529. Artikel 22.287
  530. Artikel 22.288
  531. Artikel 22.289
  532. Artikel 22.290
  533. Artikel 22.291
  534. Artikel 22.292
  535. Artikel 22.293
  536. Artikel 22.294
  537. Artikel 22.295
  538. Artikel 22.296
  539. Artikel 22.297
  540. Artikel 22.298
  541. Artikel 22.299
  542. Artikel 22.300
  543. Artikel 22.301
  544. Artikel 22.302
  545. Artikel 23.1
  546. Artikel 23.2
  547. Artikel 23.3
  548. Artikel 24.1

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696204 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0171/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2025-12-24 2025-12-24 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696204/nld@2026-01-27 /join/id/proces/gm0171/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0171/2024/proceduread01abbdbde74d7ebd67acaa900739f1 /join/id/proces/gm0171/2025/procedurecfbb1f324d6e46cbb709b995dfc45c17 2026-01-27 2026-01-29 2026-01-27 2026-01-29 2026-01-27 2026-01-29 /akn/nl/act/gm0171/2020/omgevingsplan/nld@2025-12-10;13081945 /akn/nl/act/gm0171/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0171/2020/omgevingsplan/nld@2025-12-10;13081945 /join/id/stop/work_019 3 Omgevingsplan gemeente Noordoostpolder

Hoofdstuk 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1Begripsbepalingen

1.

Voor dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen in bijlage II.

2.

Voor dit omgevingsplan gelden ook de begripsbepalingen uit: a. bijlage l bij de Omgevingswet; b. bijlage l bij het Besluit activiteiten leefomgeving; c. bijlage l bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. bijlage l bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; e. bijlage l bij het Omgevingsbesluit; f. bijlage l bij de Omgevingsregeling.

Artikel 1.2Toepasbare regels artikel 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving

Dit artikel bevat geen juridische regels. Het zorgt voor het mogelijk maken van dienstverlening in het Digitaal Stelsel Omgevingswet op van Rijkswege toestemmingsvrije activiteiten. De juridische regels zijn te vinden in artikel 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving.

Hoofdstuk 2

Doelen

Hoofdstuk 3

Programma's

Hoofdstuk 4

Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

Afdeling 4.1

Beperkingengebieden

Paragraaf 4.1.1

Cultureel erfgoed

Artikel 4.1Archeologisch waardevol gebied – aanwijzing

De locatie archeologisch waardevol gebied - aanwijzing is aangewezen als archeologisch waardevol gebied.

Paragraaf 4.1.2

Kabels en leidingen

Artikel 4.2Belemmeringenzone rioolpersleiding – aanwijzing

De locatie belemmeringzone rioolpersleiding – aanwijzing is aangewezen als belemmeringenzone rioolpersleiding.

Artikel 4.3Belemmeringenzone hoogspanningsverbinding bovengronds – aanwijzing

De locatie belemmeringzone hoogspanningsverbinding bovengronds - aanwijzing is aangewezen als belemmeringenzone hoogspanningsverbinding bovengronds.

Paragraaf 4.1.3

Landschapswaarden

Artikel 4.4Ecologisch waardevol gebied - aanwijzing

De locatie ecologisch waardevol gebied - aanwijzing is aangewezen als ecologische waardevol gebied.

Paragraaf 4.1.4

Hemelwater en grondwater afvoer

Artikel 4.5Hemelwater en grondwater afvoer - aanwijzing

De locatie hemelwater en grondwaterafvoer gebied - aanwijzing is aangewezen als gebied waarin het verboden is om hemelwater en grondwater te lozen in het openbare vuilwaterriool zoals bedoeld in artikel 3.3.1 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder.

Hoofdstuk 5

Activiteiten algemeen

Afdeling 5.1

Algemeen

Artikel 5.1Normadressaat

Aan de regels in dit omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 5.2Maatwerkvoorschiften [22.4]

1.

Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.

2.

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7.

Afdeling 5.2

Inperking vanwege externe veiligheid

Artikel 5.3Inperking vanwege externe veiligheid [22.39, onder c]

Artikel 6.94 en artikel 7.64 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht op een locatie binnen een afstand als bedoeld in: a. artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is; b. artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; c. artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; d. artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; e. artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; f. artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; g. artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; h. artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; i. artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; j. artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; k. artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; l. artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of m. artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.

Hoofdstuk 6

Gebruiksactiviteiten

Afdeling 6.1

Algemene gebruiksregels

Paragraaf 6.1.1

Regels voor alle gebruiksactiviteiten

Artikel 6.1Toepassingsbereik

1.

Hoofdstuk 6 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken.

2.

De regels in hoofdstuk 6 gelden binnen transitiefase Noordoostpolder.

3.

Gebruiksactiviteiten anders dan toegestaan in hoofdstuk 6 zijn verboden.

Artikel 6.2Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk [22.18]

1.

Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 6.3Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen [22.20]

1.

De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2.

Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

3.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.

Artikel 6.4Overbewoning woonruimte [22.16]

1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan één persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

Artikel 6.5Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk [22.17 en 22.21]

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk of een open terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel 6.6Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken [22.19]

1.

Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 6.1 aanwezig.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 6.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:

1.de verpakking tegen normale behandeling bestand is;
2.de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

4.

Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

5.

In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.

Tabel 6.1 Brandgevaarlijke stoffen ADR-klasse1 Omschrijving Verpakkingsgroep Toegestane maximum hoeveelheid 2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen) n.v.t.

50 kg 3 Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton II 25 liter 3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten III 50 liter 4.1, 4.2, 4.3 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide II en III 50 kg 5.1 Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide II en III 50 liter 5.2 Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide n.v.t.

1 liter 1 Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende hetinternationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).

Artikel 6.7Ondergeschikt bijbehorend gebruik bij gebruiksactiviteiten - toegestaan

Als ondergeschikt bijbehorend gebruik bij de ter plaatse in hoofdstuk 6 toegestane gebruiksactiviteiten zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan: a. groenvoorzieningen; b. nutsvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. kunstwerken; f. speelvoorzieningen; g. kunstobjecten; h. ontsluitingswegen en paden.

Afdeling 6.2

Openbaar nut activiteiten

Paragraaf 6.2.1

Openbaar nut activiteiten Subparagraaf 6.2.1.1 Openbaar nut activiteiten - toegestaan

Artikel 6.8Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'openbaar nut activiteiten'.

2.

Onder 'openbaar nut activiteiten' wordt verstaan: Het exploiteren van een voorziening ten dienste van een bedrijf, zoals bijvoorbeeld een zend-/ontvangstinstallatie, of een gas- en elektriciteitsbedrijf, dat opereert in een sector die beschouwd wordt van openbaar nut te zijn omdat het belangrijke producten of diensten ten nutte van het publiek levert. Daaronder niet begrepen gasdrukregel- en meetstations.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor openbaar nut activiteiten - toegestaan.

Artikel 6.9Openbaar nut activiteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'openbaar nut activiteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.2.2

Openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding Subparagraaf 6.2.2.1 Openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding - toegestaan

Artikel 6.10Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding'.

2.

Onder 'openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding' wordt verstaan: het exploiteren en beheren van een hoogspanningsverbinding.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.3.

Artikel 6.11Openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding - toegestaan

Het gebruik voor 'openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding' is toegestaan.

Paragraaf 6.2.3

Openbaar nut activiteiten rioolpersleiding Subparagraaf 6.2.3.1 Openbaar nut activiteiten rioolpersleiding - toegestaan

Artikel 6.12Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'openbaar nut activiteiten rioolpersleiding'.

2.

Onder 'openbaar nut activiteiten rioolpersleiding' wordt verstaan: het exploiteren en beheren van een rioolpersleiding.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.2.

Artikel 6.13Openbaar nut activiteiten rioolpersleiding - toegestaan

Het gebruik voor 'openbaar nut activiteiten rioolpersleiding' is toegestaan.

Afdeling 6.3

Agrarische activiteiten

Paragraaf 6.3.1

Agrarische activiteiten grondgebonden Subparagraaf 6.3.1.1 Agrarische activiteit grondgebonden - toegestaan

Artikel 6.14Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'agrarische activiteiten grondgebonden'.

2.

Onder 'agrarische activiteiten grondgebonden' wordt verstaan: het uitoefenen van grondgebonden bedrijvigheid geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waterhuishoudkundige voorzieningen, sloten en watergangen, extensieve openluchtrecreatie (zoals fiets- en voetpaden) en kavelpaden.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor agrarische activiteit grondgebonden - toegestaan.

Artikel 6.15Agrarische activiteit grondgebonden - toegestaan

Het gebruik voor 'agrarische activiteit grondgebonden' is toegestaan.

Afdeling 6.4

Bedrijfsactiviteiten

Paragraaf 6.4.1

Algemene regels bedrijfsactiviteiten Subparagraaf 6.4.1.1 Bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten Subsubparagraaf 6.4.1.1.1 Bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten - toegestaan

Artikel 6.16Toepassingsbereik

1.

Deze subsubparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten'.

2.

Onder 'bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van kantooractiviteiten uitsluitend ondergeschikt aan en ten behoeve van een ter plaatse in afdeling 6.4 toegestane bedrijfsactiviteit, mits de oppervlakte van die kantooractiviteiten niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van het bijbehorende bedrijf.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten - toegestaan.

Artikel 6.17Bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten' is toegestaan.

Subparagraaf 6.4.1.2 Bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie Subsubparagraaf 6.4.1.2.1 Bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie - vergunningplicht

Artikel 6.18Toepassingsbereik

1.

Deze subsubparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie'.

2.

Onder 'bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie' wordt verstaan: het uitoefenen van een bedrijf dat niet genoemd is in de Staat van bedrijfsactiviteiten of die volgens de Staat van bedrijfsactiviteiten van een hogere categorie is dan toegestaan in paragraaf 6.4.2 tot en met 6.4.5.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor Bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie - vergunningplicht.

Artikel 6.19Bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie - vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken te gebruiken voor 'bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie'.

Artikel 6.20Bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.19 wordt alleen verleend als: a. het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de reeds toegestane categorie; b. het geen vuurwerkbedrijf betreft; c. er geen ovenevenredige aantasting plaatsvindt van:

1.het straat- en bebouwingsbeeld;
2.de milieusituatie;
3.de verkeersveiligheid;
4.de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
5.de sociale veiligheid;
6.de externe veiligheid. d. er op basis van het 'Parkeerbeleid 2025' of de daarop volgende versies van het parkeerbeleid, voldoende parkeergelegenheid is.

Paragraaf 6.4.2

Bedrijfsactiviteiten 1 Subparagraaf 6.4.2.1 Bedrijfsactiviteiten 1 - toegestaan

Artikel 6.21Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten 1'.

2.

Onder 'bedrijfsactiviteiten 1' wordt verstaan: het uitoefenen van een bedrijf genoemd in de categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten 1 - toegestaan.

Artikel 6.22Bedrijfsactiviteiten 1 - toegestaan

Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten 1' is toegestaan.

Paragraaf 6.4.3

Bedrijfsactiviteiten 2 Subparagraaf 6.4.3.1 Bedrijfsactiviteiten 2 - toegestaan

Artikel 6.23Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten 2'.

2.

Onder 'bedrijfsactiviteiten 2' wordt verstaan: het uitoefenen van een bedrijf genoemd in de categorie 2 van Staat van bedrijfsactiviteiten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten 2 - toegestaan.

Artikel 6.24

Bedrijfsactiviteiten 2 - toegestaan.

Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten 2' is toegestaan.

Paragraaf 6.4.4

Bedrijfsactiviteiten 3.1 Subparagraaf 6.4.4.1 Bedrijfsactiviteiten 3.1 - toegestaan

Artikel 6.25Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten 3.1'.

2.

Onder 'bedrijfsactiviteiten 3.1' wordt verstaan: het uitoefenen van een bedrijf genoemd in de categorie 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten 3.1 - toegestaan.

Artikel 6.26Bedrijfsactiviteiten 3.1 - toegestaan

Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten 3.1' is toegestaan.

Paragraaf 6.4.5

Bedrijfsactiviteiten 3.2 Subparagraaf 6.4.5.1 Bedrijfsactiviteiten 3.2 - toegestaan

Artikel 6.27Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten 3.2'.

2.

Onder 'bedrijfsactiviteiten 3.2' wordt verstaan: het uitoefenen van een bedrijf genoemd in de categorie 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten 3.2 - toegestaan.

Artikel 6.28Bedrijfsactiviteiten 3.2 - toegestaan

Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten 3.2' is toegestaan.

Paragraaf 6.4.6

Bedrijfsactiviteiten jachtbouw Subparagraaf 6.4.6.1 Bedrijfsactiviteiten jachtbouw - toegestaan

Artikel 6.29Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten jachtbouw'.

2.

Onder 'bedrijfsactiviteiten jachtbouw' wordt verstaan: het vervaardigen en repareren van houten, kunststof en metalen schepen kleiner dan 25 m.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten jachtbouw - toegestaan.

Artikel 6.30Bedrijfsactiviteiten jachtbouw - toegestaan

Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten jachtbouw' is toegestaan.

Afdeling 6.5

Detailhandelsactiviteiten

Paragraaf 6.5.1

Detailhandelsactiviteiten Subparagraaf 6.5.1.1 Detailhandelsactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.31Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder 'detailhandelsactiviteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel, hieronder niet begrepen het te koop aanbieden van een motorbrandstoffen.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.32Detailhandelsactiviteiten algemeen - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.5.2

Detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering Subparagraaf 6.5.2.1 Detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering - toegestaan

Artikel 6.33Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering'.

2.

Onder 'detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel in wooninrichtingsartikelen en/of stofferingen.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering - toegestaan.

Artikel 6.34Detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering - toegestaan

Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering' is toegestaan.

Paragraaf 6.5.3

Detailhandelsactiviteiten productiegebonden Subparagraaf 6.5.3.1 Detailhandelsactiviteiten productiegebonden - toegestaan

Artikel 6.35Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten productiegebonden';

2.

Onder 'detailhandelsactiviteiten productiegebonden' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsactiviteit ondergeschikt is aan de op grond van afdeling 6.4 toegedeelde productieactiviteit;

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten productiegebonden - toegestaan.

Artikel 6.36Detailhandelsactiviteiten productiegebonden - toegestaan

Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten productiegebonden' is toegestaan.

Paragraaf 6.5.4

Detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen Subparagraaf 6.5.4.1 Detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen - toegestaan

Artikel 6.37Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen';

2.

Onder 'detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel uitsluitend in auto's, boten, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen;

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen - toegestaan.

Artikel 6.38Detailhandelsactiviteiten in ABC goederen - toegestaan

Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen' is toegestaan.

Paragraaf 6.5.5

Detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen Subparagraaf 6.5.5.1 Detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen - toegestaan

Artikel 6.39Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen';

2.

Onder 'detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel uitsluitend in brand- en explosiegevaarlijke stoffen, mits dit geen onevenredig gevaar en/of hinder oplevert voor de directe omgeving. Hieronder niet begrepen het te koop aanbieden van een motorbrandstoffen.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen - toegestaan.

Artikel 6.40Detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen - toegestaan

Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke' stoffen is toegestaan.

Paragraaf 6.5.6

Detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen Subparagraaf 6.5.6.1 Detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen - toegestaan

Artikel 6.41Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen'.

2.

Onder 'detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel in uitsluitend motorbrandstoffen en daarbij behorende producten. Hieronder niet begrepen lpg.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen - toegestaan.

Artikel 6.42Detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen - toegestaan

Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen' is toegestaan.

Paragraaf 6.5.7

Detailhandelsactiviteiten watersportbeurs Subparagraaf 6.5.7.1 Detailhandelsactiviteiten watersportbeurs - toegestaan

Artikel 6.43Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten watersportbeurs'.

2.

Onder 'detailhandelsactiviteiten watersportbeurs' wordt verstaan: het houden van een watersportbeurs met de bijbehorende detailhandel in aan watersport gerelateerde producten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten watersportbeurs - toegestaan.

Artikel 6.44Detailhandelsactiviteiten watersportbeurs - toegestaan

Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten watersportbeurs' is toegestaan.

Afdeling 6.6

Dienstverlenende activiteiten

Paragraaf 6.6.1

Dienstverlenende activiteiten Subparagraaf 6.6.1.1 Dienstverlenende activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.45Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'dienstverlenende activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder 'dienstverlenende activiteiten' wordt verstaan: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij, het publiek rechtstreeks al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor dienstverlenende activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.46Dienstverlenende activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'dienstverlenende activiteiten ' is toegestaan.

Afdeling 6.7

Horeca activiteiten

Paragraaf 6.7.1

Horeca 1 activiteiten Subparagraaf 6.7.1.1 Horeca 1 activiteiten - toegestaan

Artikel 6.47Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'horeca 1 activiteiten'.

2.

Onder 'horeca 1 activiteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van een onderneming die gericht is op het bieden van logies (hotelactiviteit) en het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse (restaurantactiviteit) met daarbij behorende terrassen. Hieronder niet begrepen een erotisch getinte vermaaksactiviteit.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor horeca 1 activiteiten - toegestaan.

Artikel 6.48Horeca 1 activiteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'horeca 1 activiteiten' is toegestaan.

Subparagraaf 6.7.1.2 Horeca 1 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.49Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'horeca 1 activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder 'horeca 1 activiteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van een onderneming die gericht is op het bieden van logies (hotelactiviteit) en het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse (restaurantactiviteit) met daarbij behorende terrassen. Hieronder niet begrepen een erotisch getinte vermaaksactiviteit.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor horeca 1 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.50Horeca 1 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'horeca 1 activiteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.7.2

Horeca 2 activiteiten Subparagraaf 6.7.2.1 Horeca 2 activiteiten - toegestaan

Artikel 6.51Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'horeca 2 activiteiten'.

2.

Onder horeca 2 activiteiten wordt verstaan: het uitoefenen van een onderneming die gericht is op het ter plaatse verstrekken van dranken met daarbij behorende terrassen. Hieronder niet begrepen een erotisch getinte vermaaksactiviteit.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor horeca 2 activiteiten - toegestaan.

Artikel 6.52Horeca 2 activiteiten - toegestaan

Het gebruik voor horeca 2 activiteiten is toegestaan.

Subparagraaf 6.7.2.2 Horeca 2 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.53Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'horeca 2 activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder 'horeca 2 activiteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van een onderneming die gericht is op het ter plaatse verstrekken van dranken met daarbij behorende terrassen. Hieronder niet begrepen een erotisch getinte vermaaksactiviteit.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor horeca 2 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.54Horeca 2 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'horeca 2 activiteiten' is toegestaan.

Afdeling 6.8

Maatschappelijke activiteiten

Paragraaf 6.8.1

Woonzorgactiviteiten Subparagraaf 6.8.1.1 Woonzorgactiviteiten - toegestaan

Artikel 6.55Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'woonzorgactiviteiten'.

2.

Onder 'woonzorgactiviteiten' wordt verstaan: het aanbieden en gebruiken van zorggerelateerde woonvormen voor bewoners en begeleiders.

3.

De regels van de subparagraaf gelden voor woonzorgactiviteiten - toegestaan.

Artikel 6.56Woonzorgactiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'woonzorgactiviteiten' is toegestaan.

Subparagraaf 6.8.1.2 Woonzorgactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.57Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'woonzorgactiviteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder 'woonzorgactiviteiten' wordt verstaan: het aanbieden en gebruiken van zorggerelateerde woonvormen voor bewoners en begeleiders.

3.

De regels van de subparagraaf gelden voor woonzorgactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.58Woonzorgactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'woonzorgactiviteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.8.2

Medische activiteiten Subparagraaf 6.8.2.1 Medische activiteiten - toegestaan

Artikel 6.59Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'medische activiteiten'.

2.

Onder medische activiteiten wordt verstaan: het verlenen van medische en paramedische diensten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor medische activiteiten - toegestaan.

Artikel 6.60Medische activiteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'medische activiteiten' is toegestaan Subparagraaf 6.8.2.2 Medische activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.61Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'medische activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder 'medische activiteiten' wordt verstaan: het verlenen van medische en paramedische diensten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor medische activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.62Medische activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'medische activiteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.8.3

Sociale activiteiten Subparagraaf 6.8.3.1 Sociale activiteiten - toegestaan

Artikel 6.63Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'sociale activiteiten'.

2.

Onder 'sociale activiteiten' wordt verstaan: het verlenen van sociale diensten. Daaronder niet begrepen een seksinrichting.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor sociale activiteiten - toegestaan.

Artikel 6.64Sociale activiteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'sociale activiteiten' is toegestaan.

Subparagraaf 6.8.3.2 Sociale activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.65Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'sociale activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder 'sociale activiteiten' wordt verstaan: het verlenen van sociale diensten. Daaronder niet begrepen een seksinrichting.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor sociale activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.66Sociale activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'sociale activiteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.8.4

Opvangactiviteiten Subparagraaf 6.8.4.1 Opvangactiviteiten - toegestaan

Artikel 6.67Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'opvangactiviteiten'.

2.

Onder 'opvangactiviteiten' worden verstaan: het opvangen van personen, hieronder in ieder geval begrepen kinderopvang en dagbesteding.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor opvangactiviteiten - toegestaan.

Artikel 6.68Opvangactiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'opvangactiviteiten' is toegestaan.

Subparagraaf 6.8.4.2 Opvang activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.69Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'opvangactiviteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder 'opvangactiviteiten' worden verstaan: het opvangen van personen, hieronder in ieder geval begrepen kinderopvang en dagbesteding.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor opvangactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.70Opvangactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'opvangactiviteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.8.5

Educatieve activiteiten Subparagraaf 6.8.5.1 Educatieve activiteiten - toegestaan

Artikel 6.71Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'educatieve activiteiten'.

2.

Onder 'educatieve activiteiten' worden verstaan: het verlenen van educatieve diensten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor educatieve activiteiten - toegestaan.

Artikel 6.72Educatieve activiteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'educatieve activiteiten' is toegestaan.

Subparagraaf 6.8.5.2 Educatieve activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.73Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'educatieve activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder educatieve activiteiten worden verstaan: het verlenen van educatieve diensten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor educatieve activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.74Educatieve activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'educatieve activiteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.8.6

Culturele activiteiten Subparagraaf 6.8.6.1 Culturele activiteiten - toegestaan

Artikel 6.75Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'culturele activiteiten'.

2.

Onder 'culturele activiteiten wordt verstaan: het verlenen van culturele diensten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor culturele activiteiten - toegestaan.

Artikel 6.76Culturele activiteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'culturele activiteiten' is toegestaan.

Subparagraaf 6.8.6.2 Culturele activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.77Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'culturele activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder 'culturele activiteiten' wordt verstaan: het verlenen van culturele diensten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor culturele activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.78Culturele activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'culturele activiteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.8.7

Religieuze activiteiten Subparagraaf 6.8.7.1 Religieuze activiteiten - toegestaan

Artikel 6.79Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'religieuze activiteiten'.

2.

Onder religieuze activiteiten wordt verstaan: het houden van religieuze diensten en bijeenkomsten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor religieuze activiteiten - toegestaan.

Artikel 6.80Religieuze activiteiten toegestaan

Het gebruik voor 'religieuze' activiteiten is toegestaan.

Subparagraaf 6.8.7.2 Religieuze activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.81Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'religieuze activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder 'religieuze activiteiten' wordt verstaan: het houden van religieuze diensten en bijeenkomsten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor religieuze activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.82Religieuze activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'religieuze activiteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.8.8

Begraafplaats activiteiten Subparagraaf 6.8.8.1 Begraafplaats activiteiten - toegestaan

Artikel 6.83Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'begraafplaats activiteiten'.

2.

Onder 'begraafplaats activiteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van bij begraafplaats passende activiteiten, hieronder begrepen in ieder geval het houden van uitvaarten, begraven, bijzetten van urnen, het uitstrooien van as en het gedenken van overledenen.

3.

De regels van de subparagraaf gelden voor begraafplaats activiteiten - toegestaan.

Artikel 6.84Begraafplaats activiteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'begraafplaats activiteiten' is toegestaan.

Afdeling 6.9

Sportactiviteiten

Paragraaf 6.9.1

Sportactiviteiten Subparagraaf 6.9.1.1 Sportactiviteiten - toegestaan

Artikel 6.85Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'sportactiviteiten'.

2.

Onder 'sportactiviteiten' algemeen wordt verstaan: sporten en spelen, met het daarbij behorende gebruik van een sportkantine, het in stand houden van geluidwerende voorzieningen en het houden van kleinschalige evenementen. Met dien verstande dat gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren zijn uitgesloten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor sportactiviteiten - toegestaan.

Artikel 6.86Sportactiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'sportactiviteiten' is toegestaan.

Afdeling 6.10

Recreatieve activiteiten

Paragraaf 6.10.1

Volkstuinactiviteiten Subparagraaf 6.10.1.1 Volkstuinactiviteiten - toegestaan

Artikel 6.87Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'volkstuinactiviteiten'.

2.

Onder 'volkstuinactiviteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van niet-bedrijfsmatige tuinbouw.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor volkstuinactiviteiten - toegestaan.

Artikel 6.88Volkstuinactiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'volkstuinactiviteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.10.2

Extensieve openluchtrecreatieve activiteiten Subparagraaf 6.10.2.1 Extensieve openluchtrecreatieve activiteiten - toegestaan

Artikel 6.89Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'extensieve openluchtrecreatieve activiteiten';

2.

Onder 'extensieve openluchtrecreatieve activiteiten' wordt verstaan: het recreëren in de open lucht waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte. Hieronder in ieder geval begrepen wandel-, ruiter- en fietspaden.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor extensieve openluchtrecreatie activiteiten - toegestaan.

Artikel 6.90Extensieve openluchtrecreatieve activiteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'extensieve openluchtrecreatieve activiteiten' is toegestaan.

Afdeling 6.11

Woonactiviteiten

Paragraaf 6.11.1

Algemene regels woonactiviteiten Subparagraaf 6.11.1.1 Ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten Subsubparagraaf 6.11.1.1.1 Ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten - toegestaan

Artikel 6.91Toepassingsbereik

1.

Deze subsubparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten'.

2.

Onder 'ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten' wordt verstaan: a. de uitoefening van een beroep op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonactiviteit blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonactiviteit in overeenstemming is; b. de uitoefening van activiteiten in de vorm van kantooractiviteiten, grafische vormgeving, media- en reclamediensten, advisering, financiële dienstverlening, digitale dienstverlening, handelsbemiddeling, reisbemiddeling, makelaardij, reparatie ten behoeve van particulieren (exclusief auto's en motorfietsen) of persoonlijke dienstverlening, of naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen activiteiten, die door hun beperkte omvang in of bij een woning met behoud van de woonactiviteit kan worden uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonactiviteit blijft behouden en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling hebben die met de woonactiviteit in overeenstemming zijn.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit - toegestaan.

Artikel 6.92Ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'ondergeschikte aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit' is toegestaan als: a. de oppervlakte van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit niet meer bedraagt dan 30% van de oppervlakte van de woning; b. de oppervlakte van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit niet meer bedraagt dan 60% van de toegelaten oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken; c. de gezamenlijke oppervlakte voor aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten niet meer bedraagt dan 75 m2 per woning; d. de uitstraling van de woning intact blijft; e. er geen detailhandel wordt uitgeoefend; f. het gebruik voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de afwikkeling van het verkeer; g. op grond van het 'Parkeerbeleid 2025' of de daarop volgende versies van het parkeerbeleid, voldoende parkeergelegenheid is; h. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit uitsluitend wordt uitgeoefend door een bewoner van de woning.

Subparagraaf 6.11.1.2 Mantelzorgactiviteiten Subsubparagraaf 6.11.1.2.1 Mantelzorgactiviteiten - toegestaan [22.36, onder c]

Artikel 6.93Toepassingsbereik

1.

Deze subsubparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'mantelzorgactivteiten'.

2.

Onder 'mantelzorgactiviteiten' wordt verstaan: huisvesting in verband met mantelzorg in bestaande bouwwerken in of bij een woning.

Artikel 6.94Mantelzorgactiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'mantelzorgactiviteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.11.2

Woonactiviteiten Subparagraaf 6.11.2.1 Woonactiviteiten - toegestaan

Artikel 6.95Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'woonactiviteiten'.

2.

Onder 'woonactiviteiten' wordt verstaan: het wonen in een woning, met dien verstande dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet wordt aangemerkt als woning.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor woonactiviteiten - toegestaan.

Artikel 6.96Woonactiviteiten - toegestaan

1.

Het gebruik voor 'woonactiviteiten' is toegestaan.

2.

Het aantal woningen op de locatie maximum aantal woningen is maximaal het aangegeven aantal.

Paragraaf 6.11.3

Woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten Subparagraaf 6.11.3.1 Woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten - toegestaan

Artikel 6.97Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten'.

2.

Onder 'woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten' wordt verstaan: het gebruiken van garageboxen uitsluitend ten behoeve van in paragraaf 6.11.2.1 toegestane woonactiviteiten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten - toegestaan.

Artikel 6.98Woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.11.4

Bedrijfswoonactiviteiten Subparagraaf 6.11.4.1 Bedrijfswoonactiviteiten - toegestaan

Artikel 6.99Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfswoonactiviteiten'.

2.

Onder 'bedrijfswoonactiviteiten' wordt verstaan: het wonen in een bedrijfswoning.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfswoonactiviteiten - toegestaan.

Artikel 6.100Bedrijfswoonactiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'bedrijfwoonactiviteiten' is toegestaan.

Paragraaf 6.11.5

Bedrijfswoonactiviteiten inpandig Subparagraaf 6.11.5.1 Bedrijfswoonactiviteiten inpandig - toegestaan

Artikel 6.101Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfswoonactiviteiten inpandig'.

2.

Onder 'bedrijfswoonactiviteiten inpandig' wordt verstaan: het wonen in een bedrijfswoning in een bestaand bedrijfspand.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfswoonactiviteiten inpandig - toegestaan.

Artikel 6.102Bedrijfswoonactiviteiten inpandig - toegestaan

Het gebruik voor 'bedrijfswoonactiviteiten inpandig' is toegestaan.

Afdeling 6.12

Groenactiviteiten

Paragraaf 6.12.1

Groenactiviteiten Subparagraaf 6.12.1.1 Groenactiviteiten - toegestaan

Artikel 6.103Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'groenactiviteiten'.

2.

Onder 'groenactiviteiten' wordt verstaan: het gebruiken en in stand houden van groenvoorzieningen in de open lucht, het gebruiken ten behoeve van de waterhuishouding en waterberging en het gebruiken als waterweg, parkeren en het houden van kleinschalige evenementen, met daarbijbehorende kunstwerken. Hieronder in ieder geval begrepen: spelen, recreatief sporten, verblijven, verpozen en verplaatsen mits naar aard en omvang passend bij de omgeving.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor groenactiviteit - toegestaan.

Artikel 6.104Groenactiviteiten algemeen - toegestaan

Het gebruik voor 'groenactiviteiten' is toegestaan.

Afdeling 6.13

Verkeersactiviteiten

Paragraaf 6.13.1

Verkeersactiviteiten Subparagraaf 6.13.1.1 Verkeersactiviteiten - toegestaan

Artikel 6.105Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'verkeersactiviteiten'.

2.

Onder 'verkeersactiviteiten' wordt verstaan: het afhandelen van verkeersbewegingen, het gebruiken als verblijfsgebied, parkeren en het houden van kleinschalige evenementen, met daarbijbehorende kunstwerken. Hieronder in ieder geval begrepen: spelen, recreatief sporten, verblijven, verpozen en verplaatsen mits naar aard en omvang passend bij de omgeving.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor verkeersactiviteit - toegestaan.

Artikel 6.106Verkeersactiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'verkeersactiviteiten' is toegestaan.

Afdeling 6.14

Wateractiviteiten

Paragraaf 6.14.1

Wateractiviteiten Subparagraaf 6.14.1.1 Wateractiviteiten - toegestaan

Artikel 6.107Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'wateractiviteiten'.

2.

Onder 'wateractiviteiten' wordt verstaan: het gebruiken ten behoeve van de waterhuishouding en waterberging en het gebruiken als waterweg, met daarbijbehorende kunstwerken, recreatieve voorzieningen en oevers. Hieronder in ieder geval begrepen: spelen, recreatief sporten, verblijven, verpozen en verplaatsen mits naar aard en omvang passend bij de omgeving.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor wateractiviteiten - toegestaan.

Artikel 6.108Wateractiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'wateractiviteiten' is toegestaan.

Afdeling 6.15

Bosactiviteiten

Paragraaf 6.15.1

Bosactiviteiten Subparagraaf 6.15.1.1 Bosactiviteiten - toegestaan

Artikel 6.109Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bosactiviteiten'.

2.

Onder 'bosactiviteiten' wordt verstaan: het gebruiken en in stand houden van bos, het gebruiken ten behoeve van de waterhuishouding en waterberging, met daarbijbehorende kunstwerken. Hieronder in ieder geval begrepen: spelen, recreatief sporten, verblijven, verpozen en verplaatsen mits naar aard en omvang passend bij de omgeving.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor bosactiviteiten - toegestaan.

Artikel 6.110Bosactiviteiten - toegestaan

Het gebruik voor 'bosactiviteiten' is toegestaan.

Afdeling 6.16

Kantooractiviteiten

Paragraaf 6.16.1

Kantooractiviteiten Subparagraaf 6.16.1.1 Kantooractiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.111Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'kantooractiviteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.

2.

Onder 'kantooractiviteiten' wordt verstaan: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor kantooractiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.112Kantooractiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'kantooractiviteiten' is toegestaan.

Subparagraaf 6.16.1.2 Kantooractiviteiten - vergunningplicht

Artikel 6.113Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'kantooractiviteiten'.

2.

Onder 'kantooractiviteiten' wordt verstaan: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor kantooractiviteit - vergunningplicht.

Artikel 6.114Kantooractiviteiten - vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken te gebruiken voor 'kantooractiviteiten'.

Artikel 6.115Kantooractiviteiten - beoordelingsregels

1.

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.114 wordt slechts verleend als:

2.er geen onevenredige nadelige uitstraling plaatsvindt op de woonomgeving, waaronder in ieder geval wordt begrepen dat er geen onevenredige zware belasting van de verkeersafwikkeling plaatsvindt;
3.binnen het gebied kantooractiviteit - sacristie Kraggenburg - vergunningplicht geldt dat de uitstraling van de kerk als woongebouw behouden blijft;
4.er op basis van het 'Parkeerbeleid 2025' of de daarop volgende versies, voldoende parkeergelegenheid is.

Afdeling 6.17

Ondergeschikte gebruiksactiviteiten

Paragraaf 6.17.1

Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag Subparagraaf 6.17.1.1 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.116Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag'.

2.

Onder 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag' wordt verstaan: het opslaan van goederen op de tweede en verdere bouwlagen ten behoeve van op de eerste bouwlaag in hoofdstuk 6 toegestane activiteiten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.117Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag' is toegestaan.

Paragraaf 6.17.2

Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractivteiten tweede en verdere bouwlaag Subparagraaf 6.17.2.1 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag - toegestaan

Artikel 6.118Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag'.

2.

Onder 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag' wordt verstaan: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, op de tweede en verdere bouwlagen ten behoeve van op de eerste bouwlaag in hoofdstuk 6 toegestane activiteiten.

3.

De regels in deze subparagraaf gelden voor ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag - toegestaan.

Artikel 6.119Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag - toegestaan

Het gebruik voor 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag' is toegestaan.

Hoofdstuk 7

Bouwactiviteiten

Afdeling 7.1

Algemene bouwregels

Paragraaf 7.1.1

Regels voor alle bouwactiviteiten

Artikel 7.1Toepassingsbereik

1.

Hoofdstuk 7 is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bouwwerken.

2.

De regels in hoofdstuk 7 gelden binnen transitiefase Noordoostpolder.

3.

Bouwactiviteiten anders dan toegestaan in hoofdstuk 7 zijn verboden.

Artikel 7.2Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7.3Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil [22.5]

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.

Artikel 7.4Aansluiting op distributienet voor elektriciteit [22.8]

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonactiviteit voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 7.5Aansluiting op distributienet voor gas [22.9]

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonactiviteit voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 7.6Aansluiting op distributienet voor warmte [22.10]

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

2.

Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.

3.

Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonactiviteit voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

4.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.

Artikel 7.7Aansluiting op distributienet voor drinkwater [22.11]

Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

Artikel 7.8Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater [22.12]

1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.

2.

De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.

3.

Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.

4.

Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 5.2 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.

Artikel 7.9Bluswatervoorziening [22.13]

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.

2.

De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

3.

De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

Artikel 7.10Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten [22.14]

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.

3.

Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering.

4.

Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

5.

Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Artikel 7.11Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen [22.15]

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.

3.

De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

4.

Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 7.10, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.

5.

Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Artikel 7.12Meetbepalingen [22.24]

1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

Artikel 7.13Mantelzorg [22.25]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.

Artikel 7.14Veranderen van een bouwwerk toegestaan [22.27, onder i]

Het veranderen van een bouwwerk, zoals bedoeld in dit hoofdstuk, is toegestaan als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. het betreft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; b. het betreft geen uitbreiding van het bouwvolume; en c. het betreft geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

Artikel 7.15Beoordelingsregel omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen [22.29, lid 1, onder a.]

Aanvullend op de beoordelingsregels in paragraaf 7.2.1, 7.3.1 en 7.4.2 wordt binnen de transitiefase Noordoostpolder de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39, 7.50 en 7.69 alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van artikelen 6.2, 6.4 en 6.5.

Artikel 7.16Aanvraagvereisten omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen [22.35]

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 7.39, 7.50, en 7.69, worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt met een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand , met daarop:

1.de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;
2.de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;
3.de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;
4.het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk;
5.de maatvoering weergegeven in een schaal die niet kleiner is dan 1:1000; e. een plattegrond met een schaal die niet kleiner is dan:

1.

1:100 als het gaat om een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 10.000 m2; en 2.

1:200 als het gaat om een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van 10.000 m2 of groter; f. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; g. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; h. in gevallen als bedoeld in artikel 7.20 dienen ook de volgende gegevens en bescheiden ingediend te worden voor de toetsing aan de regels over het uiterlijk van bouwwerken, beoordeeld volgens de op dat moment geldende 'beleidsregel uiterlijk bouwwerken':

1.tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;
2.principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk in een schaal van 1:5, 1:10 of 1:20;
3.een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking (dit aanvraagvereiste is alleen van toepassing op hoofdgebouwen); i. in geval van een bedrijfsgebouw een opgave van de RAL kleur; j. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Artikel 7.17Algemene afbakeningseisen bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken [22.23]

1.

De afdelingen 7.4 en 7.5 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

2.

Bij de toepassing van de artikelen in afdeling 7.4 en 7.5 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan of een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 6.94 gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.

Paragraaf 7.1.2

Uiterlijk bouwwerken Subparagraaf 7.1.2.1 Repressief welstand

Artikel 7.18Repressief welstand [22.7]

Binnen transitiefase Noordoostpolder mag het uiterlijk van de volgende bouwwerken niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de op dat moment geldende 'beleidsregel uiterlijk bouwwerken': a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.

Subparagraaf 7.1.2.2 Uiterlijk bouwwerken

Artikel 7.19Oogmerk

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met oog op de bescherming van het uiterlijk van bouwwerken.

Artikel 7.20Bouwen beleidsregel uiterlijk bouwwerken – vergunningsplicht

1.

Binnen transitiefase Noordoostpolder - beleidsregel uiterlijk bouwwerken is het verboden om zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken waarvoor in de op dat moment geldende 'beleidsregel uiterlijk bouwwerken' geen regels gesteld zijn.

Artikel 7.21Beoordelingsregel beleidsregel bouwen uiterlijk bouwwerken [22.29, lid 1, onder b en lid 2, onder b]

1.

Binnen transitiefase Noordoostpolder - beleidsregel uiterlijk bouwwerken wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikelen 7.20, 7.39, 7.50 en 7.69 uitsluitend verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de op dat moment geldende 'beleidsregel uiterlijk bouwwerken'.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid toch moet worden verleend.

Artikel 7.22Bouwen beleidsregel uiterlijk bouwwerken - specifieke aanvraagvereisten

Binnen transitiefase Noordoostpolder - beleidsregel uiterlijk bouwwerken geldt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikelen 7.20, 7.39, 7.50 en 7.69 aanvullend op de aanvraagvereisten in artikel 7.16 dat een advies zoals vereist op grond van de op dat moment geldende 'beleidsregel uiterlijk bouwwerken' wordt verstrekt.

Paragraaf 7.1.3

Kabels en leidingen Subparagraaf 7.1.3.1 Hoogspanningsverbinding bovengronds

Artikel 7.23Oogmerk

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met oog op bescherming van de hoogspanningsverbinding bovengronds.

Artikel 7.24Bouwen binnen belemmeringszone hoogspanningsverbinding bovengronds - vergunningplicht

1.

Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.3, is het verboden om zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk of een ander bouwwerk te bouwen.

2.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op andere bouwwerken voor het functioneren en/of veiligheid van de hoogspanningsverbinding tot een maximale bouwhoogte van 2 meter.

Artikel 7.25Beoordelingsregel bouwen binnen belemmeringszone hoogspanningsverbinding bovengronds

Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.3 wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.24, 7.39, 7.50 en 7.69 uitsluitend verleend als uit een advies van de leidingbeheerder blijkt dat de veiligheid van de leiding niet wordt geschaad.

Artikel 7.26Bouwen binnen belemmeringszone hoogspanningsverbinding bovengronds - specifieke aanvraagvereisten

Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.3 geldt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.24, 7.39, 7.50 en 7.69 aanvullend op de aanvraagvereisten in artikel 7.16 dat een advies van de leidingbeheerder moet worden verstrekt.

Paragraaf 7.1.4

Ecologie Subparagraaf 7.1.4.1 Ecologie - water

Artikel 7.27Oogmerk

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met oog op: a. de instandhouding en ontwikkeling van wateren van het hoogste ecologische niveau alsmede de bescherming van toestromende A-watergangen door middel van het inrichten van beschermingszones, gericht op:

1.de bescherming en/of verbetering van de waterkwaliteit en -kwantiteit ter plaatse;
2.de bescherming en/of verbetering van de morfologie van de oevers van de beken en waterlopen;
3.de bescherming en/of verbetering van de watervoerendheid en doorstroming; b. de instandhouding en/of ontwikkeling van ter plaatse voorkomende dan wel aan deze gronden eigen landschaps- en natuur(wetenschappe)lijke waarden.

Artikel 7.28Bouwen binnen belemmeringenzone ecologisch waardevol gebied – vergunningsplicht

Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.4 is het verboden om zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk of een ander bouwwerk te bouwen.

Artikel 7.29Beoordelingsregel bouwen binnen belemmeringszone ecologisch waardevol gebied

Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.4 wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.28, 7.39, 7.50 en 7.69 uitsluitend verleend als uit een rapport blijkt dat de ecologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgesteld en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt.

Artikel 7.30Bouwen binnen belemmeringszone ecologisch waardevol gebied - specifieke aanvraagvereisten

Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.4 geldt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.28, 7.39, 7.50 en 7.69 aanvullend op de aanvraagvereisten in artikel 7.16 dat een advies van de waterbeheerder moet worden verstrekt.

Paragraaf 7.1.5

Bodemkwaliteit

Artikel 7.31

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie [22.29, lid 1, onder c. en 22.30] 1.

Aanvullend op de beoordelingsregels in paragraaf 7.2.1, 7.3.1, 7.4.2 wordt binnen transitiefase Noordoostpolder de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39, 7.50 en 7.69 alleen verleend als de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en: a. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of b. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.

De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in het eerste lid is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving.

3.

Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

4.

Het zinsdeel “in meer dan 25 m3 bodemvolume” in het derde lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest.

Artikel 7.32

Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit [22.31] Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 7.31, eerste lid, aanhef en onder b, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 7.31.

Artikel 7.33Bodemgevoelig gebouw - specifieke aanvraagvereisten [22.35, onder j]

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk zijnde een bodemgevoelig gebouw worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 7.31, redelijkerwijs is uit te sluiten; en b. als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 7.31, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 7.31, redelijkerwijs is uit te sluiten.

Paragraaf 7.1.6

Cultureel erfgoed

Paragraaf 7.1.7

Instandhouding vergunningplichtige bouwwerken

Artikel 7.34Verbod instandhouding vergunningplichtige bouwwerken [22:26, deels]

Het is verboden om een bouwwerk in stand te houden indien op grond van artikel 7.39, 7.50 en 7.69 voor de bouw daarvan een omgevingsvergunning nodig is en deze niet verleend is.

Paragraaf 7.1.8

Parkeren

Artikel 7.35Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn opgesteld met het oog op het realiseren van voldoende parkeergelegenheid.

Artikel 7.36Beoordelingsregel parkeren

Voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39, 7.50 en 7.69 wordt er op basis van 'Parkeerbeleid 2025' of de daarop volgende versies, getoetst of er voldoende parkeergelegenheid is.

Artikel 7.37Beoordelingsregel parkeren - laden en lossen

Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39, 7.50 en 7.69 uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die ruimte. Deze bepaling geldt niet: a. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien.

Afdeling 7.2

Gebouw bouwen

Paragraaf 7.2.1

Gebouw bouwen - vergunningplicht

Artikel 7.38Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand houden van gebouwen.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing op het bouwen van bijbehorende bouwwerken, zoals geregeld in paragraaf 7.4 en hoofdgebouwen zoals geregeld in paragraaf 7.3.

3.

De regels in deze paragraaf gelden binnen gebouw bouwen - vergunningplicht.

Artikel 7.39Gebouw bouwen - vergunningplicht [22.26, deels]

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw te bouwen en in stand te houden.

Artikel 7.40Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw- maximum bouwhoogte gebouw

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de maximum bouwhoogte - gebouw.

Artikel 7.41Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - maximum goothoogte

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de goothoogte niet meer bedraagt dan de maximum goothoogte - gebouw.

Artikel 7.42Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - maximum gezamenlijke oppervlakte

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan het maximum gezamenlijke oppervlakte - gebouw.

Artikel 7.43Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - maximum bebouwingspercentage

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als het bebouwingspercentage niet meer bedraagt dan het maximum bebouwingspercentage - gebouw.

Artikel 7.44Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - minimum afstand zijdelingse perceelsgrens

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder bedraagt dan de minimum afstand zijdelingse perceelsgrens - gebouw.

Artikel 7.45Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - bedrijfswoning - inhoud

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de inhoud van de bedrijfswoning niet meer bedraagt dan de maximum inhoud - gebouw.

Artikel 7.46Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - bedrijfswoning - goothoogte

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de goothoogte van de bedrijfswoning niet meer bedraagt dan de maximum goothoogte - bedrijfswoning.

Artikel 7.47Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - gezamenlijk gebouw volkstuin

1.

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 voor een berging op een volkstuin wordt uitsluitend verleend als:

2.

Er niet meer dan één gezamenlijk gebouw per volkstuincomplex gebouwd wordt;

3.

De oppervlakte niet meer dan maximum oppervlakte - gezamenlijk gebouw volkstuincomplex bedraagt;

4.

De goothoogte niet meer dan maximum goothoogte - gezamenlijk gebouw volkstuincomplex bedraagt.

Artikel 7.48Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - berging volkstuin

1.

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 voor een berging op een volkstuin wordt uitsluitend verleend als:

2.

Er niet meer dan één berging per volkstuin wordt gebouwd;

3.

De totale oppervlakte niet meer dan maximum oppervlakte - berging volkstuin bedraagt;

4.

De goothoogte niet meer dan maximum bouwhoogte - berging volkstuin bedraagt.

Afdeling 7.3

Hoofdgebouw bouwen

Paragraaf 7.3.1

Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht

Artikel 7.49Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand houden van hoofdgebouwen.

2.

De regels in deze paragraaf gelden binnen hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht.

Artikel 7.50Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht [22.26, deels]

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen en in stand te houden.

Artikel 7.51Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - minimum goothoogte

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de goothoogte van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan de minimum goothoogte - hoofdgebouw.

Artikel 7.52Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - maximum goothoogte

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de goothoogte van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan de maximum goothoogte - hoofdgebouw.

Artikel 7.53Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - minimum bouwhoogte

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de bouwhoogte van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan de minimum bouwhoogte - hoofdgebouw.

Artikel 7.54Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - maximum bouwhoogte

De omgevingsvergunning bedoeld als in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de bouwhoogte van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan de maximum bouwhoogte - hoofdgebouw.

Artikel 7.55Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - minimum dakhelling

De omgevingsvergunning bedoeld als in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de dakhelling niet minder bedraagt dan de minimum dakhelling - hoofdgebouw.

Artikel 7.56Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - maximum dakhelling

De omgevingsvergunning bedoeld als in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de dakhelling niet meer bedraagt dan de maximum dakhelling - hoofdgebouw.

Artikel 7.57Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - plat dak

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt voor een hoofdgebouw met een plat dak uitsluitend verleend binnen hoofdgebouw bouwen (plat dak) - vergunningplicht.

Artikel 7.58Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - woonhuis - vrijstaand

1.

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 voor een vrijstaand woonhuis wordt uitsluitend verleend als:

2.het een vrijstaand woonhuis betreft binnen hoofdgebouw bouwen (vrijstaand woonhuis) - vergunningplicht;
3.de afstand van de vrijstaande zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat dit bij geschakelde bouw voor één zijgevel geldt;
4.de breedte van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan 6 m.

Artikel 7.59Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - woonhuis - twee-aaneen

1.

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 voor een twee-aaneen gebouwd woonhuis wordt uitsluitend verleend als:

2.het een twee-aaneen gebouwd woonhuis betreft binnen hoofdgebouw bouwen (twee-aaneen woonhuis) - vergunningplicht;
3.de afstand van de vrijstaande zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 3 m;
4.de breedte van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan 5 m.

Artikel 7.60Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - woonhuis - aaneengebouwd

1.

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 voor een aaneen gebouwd woonhuis wordt uitsluitend verleend als:

2.het een aaneen gebouwd woonhuis betreft binnen hoofdgebouw bouwen (aaneen gebouwd woonhuis) - vergunningplicht;
3.binnen minimum afstand zijdelingse perceelsgrens (2m)– hoofdgebouw (aaneen gebouwd) de afstand van de vrijstaande zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 2m;
4.als de breedte van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan 4,5 m.

Artikel 7.61Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - woongebouw

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt binnen hoofdgebouw bouwen (woongebouw gestapeld) - vergunningplicht uitsluitend verleend als het een woongebouw betreft.

Artikel 7.62Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - nokrichting

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de nokrichting evenwijdig is aan de langste zijde binnen hoofdgebouw bouwen (nokrichting evenwijdig) - vergunningplicht.

Afdeling 7.4

Bijbehorend bouwwerk bouwen

Paragraaf 7.4.1

Bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan

Artikel 7.63Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken.

2.

De regels in deze paragraaf gelden binnen bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan.

Artikel 7.64Bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan [22.27, onder a en 22.36, onder a (aangepast)]

Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk is toegestaan als: a. het bijbehorende bouwwerk op de grond staat; b. het bijbehorende bouwwerk gelegen is in het 'specifiek bebouwingsgebied - I'; c. de totale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een 'specifiek bebouwingsgebied - I' kleiner of gelijk aan 200 m2 , niet meer bedraagt dan '60%' van dat 'specifiek bebouwingsgebied - I'; d. de totale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een 'specifiek bebouwingsgebied - I' groter dan 200 m2 , niet meer bedraagt dan 120 m2 , vermeerderd met 5% van het van het 'specifiek bebouwingsgebied - I' dat groter is dan 200 m2, tot een maximum van in totaal 200 m2; e. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied niet meer bedraagt dan 6 m; f. de bouwhoogte van een aangebouwd of een uitgebouwd bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 2 m; g. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk in het zijerfgebied niet meer bedraagt dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m; h. de goothoogte van het bijbehorend bouwwerk, voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw, niet meer bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat die mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; i. de goothoogte van het bijbehorend bouwwerk, voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw, niet meer bedraagt dan 5 m, met dien verstande dat de goothoogte niet hoger mag zijn dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw of de bouwhoogte van het hoofdgebouw; j. de dakhelling van het bijbehorend bouwwerk, voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw, niet meer bedraagt dan 55o; k. het bijbehorende bouwwerk, voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw, functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg; l. het verblijfsgebied, bij meer dan één bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag is gelegen; m. het bijbehorend bouwwerk niet voorzien is van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; n. het geen uitbreiding van of gelegen aan of bij een woonwagen betreft;

o. het geen uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw betreft waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; p. het geen uitbreiding van of gelegen aan of bij een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden betreft; q. het een bodemgevoelig gebouw is, de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2.

Artikel 7.65Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen [22.37]

1.

Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 7.64, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 7.64, onder k, van overeenkomstige toepassing.

2.

Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 7.64, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg, gelden in plaats van de in artikel 7.64, onder c en d, gestelde eisen de volgende eisen: a. in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; b. de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en c. buiten de bebouwde kom.

Artikel 7.66Bijbehorend bouwwerk bouwen - dakkapel voorkant - toegestaan [22.27, onder c]

Het bouwen van een een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak is toegestaan als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de dakkapel is voorzien van een plat dak; b. de dakkapel is gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; c. de onderzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; d. de bovenzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 m onder de daknok; en e. de zijkanten van de dakkapel liggen meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak

Artikel 7.67Bijbehorend bouwwerk bouwen - berging - toegestaan

Afwijkend op het toegestane in artikel 7.64 mag binnen bijbehorend bouwwerk bouwen – berging - toegestaan maximaal één berging per woning worden gebouwd op voorwaarde dat: a. de oppervlakte per berging niet meer dan 25 m2 bedraagt; b. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m bedraagt.

Paragraaf 7.4.2

Bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht

Artikel 7.68Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken.

2.

De regels in deze paragraaf gelden binnen bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht.

Artikel 7.69Bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht [22.26, deels]

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen of in stand te houden.

Artikel 7.70Beoordelingsregel bijbehorend bouwwerk bouwen - maximum bouwhoogte veranda

De omgevingsvergunning als bedoel in artikel 7.69 wordt uitsluitend verleend als de veranda aan het hoofdgebouw wordt gebouwd en niet hoger is dan 6,5 m binnen bijbehorend bouwwerk bouwen (veranda) - vergunningplicht.

Afdeling 7.5

Ander bouwwerk bouwen

Paragraaf 7.5.1

Ander bouwwerk bouwen - toegestaan

Artikel 7.71Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een ander bouwwerk.

2.

Onder 'ander bouwwerk' wordt verstaan: een bouwwerk geen gebouw en geen bouwwerk met een dak zijnde.

3.

De regels in deze paragraaf gelden binnen transitiefase Noordoostpolder.

Artikel 7.72Ander bouwwerk bouwen - speeltoestel - toegestaan [22.27, onder d]

Het bouwen van een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik is toegestaan als: a. de bouwhoogte van het speeltoestel, inclusief bijbehorende hekwerken, maximaal 4 m bedraagt; b. het sport- of speeltoestel alleen functioneel met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens.

Artikel 7.73Ander bouwwerk bouwen - zwembad - toegestaan [22.27, onder e]

Het bouwen van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw is toegestaan als deze niet is voorzien van een overkapping.

Artikel 7.74Ander bouwwerk bouwen - erfafscheiding - toegestaan [22.27, onder f (aangepast) en 22.36, onder b]

1.

Het bouwen van een erf- of perceelafscheiding is toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. niet hoger dan 2,5 m; b. op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en c. in het 'specifiek bebouwingsgebied - I'.

2.

In afwijking van het eerste lid is het bouwen van een erf- of perceelafscheiding ook toegestaan als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de met maximum bouwhoogte - terrein- en erfafscheidingen aangeven bouwhoogte.

Artikel 7.75Ander bouwwerk bouwen - bouwwerken voor agrarische bedrijfsvoering - toegestaan [22.27, onder g]

Het bouwen van een ander bouwwerk in het achtererfgebied ten behoeve van in hoofdstuk 6.3 toegestane agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om: a. silo's met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 20 m; b. overige andere bouwwerken met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m.

Artikel 7.76Ander bouwwerk bouwen - buisleiding - toegestaan [22.27, onder h]

Het bouwen van een buisleiding, anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4° van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is, is toegestaan.

Artikel 7.77Ander bouwwerk bouwen - zend- of ontvangstmast - toegestaan

Het bouwen van een zend- of ontvangstmast is toegestaan als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de met maximum bouwhoogte - zendmast aangegeven bouwhoogte.

Artikel 7.78Ander bouwwerk bouwen - licht- en vlaggenmast - toegestaan

Het bouwen van een licht – en vlaggenmast is toegestaan als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de met maximum bouwhoogte - licht- en vlaggenmast aangegeven bouwhoogte.

Artikel 7.79Ander bouwwerk bouwen - kunstwerken - toegestaan

Het bouwen van een kunstwerk is toegestaan als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de met maximum bouwhoogte - kunstwerk aangegeven bouwhoogte.

Artikel 7.80Ander bouwwerk bouwen - bruggen en viaducten - toegestaan

Het bouwen van een burg of viaduct is toegestaan als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de metmaximum bouwhoogte - brug en viaductaangegeven bouwhoogte.

Artikel 7.81Ander bouwwerk bouwen - luifel - toegestaan

Het bouwen van een luifel is toegestaan als de bouwhoogte van de luifels niet meer bedraagt dan de maximum bouwhoogte - luifels.

Artikel 7.82Ander bouwwerk bouwen - overige andere bouwwerken - toegestaan

Het bouwen van alle overige andere bouwwerken die niet genoemd zijn in deze paragraaf is toegestaan als: de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de met maximum bouwhoogte - overige andere bouwwerken aangegeven bouwhoogte.

Hoofdstuk 8

Monumentenactiviteiten

Hoofdstuk 9

Aanlegactiviteiten

Afdeling 9.1

Algemene regels aanlegactiviteiten

Paragraaf 9.1.1

Regels voor alle aanlegactiviteiten

Artikel 9.1Toepassingsbereik

1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op het uitvoeren van aanlegactiviteiten binnen transitiefase Noordoostpolder.

2.

Onder de aanlegactiviteiten als bedoeld in dit hoofdstuk wordt verstaan: het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

Artikel 9.2Aanlegactiviteiten algemeen - toegestaan

1.

Aanlegactiviteiten zijn toegestaan tenzij het activiteiten betreft waarvoor op grond van hoofdstuk 9 een omgevingsvergunning is vereist.

2.

In afwijking van het bepaalde in artikel 9.2, eerste lid zijn aanlegactiviteiten ook toegestaan als: a. het aanlegactiviteiten in verband met normaal beheer en onderhoud betreft; b. het reeds vergunde aanlegactiviteiten betreft; c. het gaat om graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse ondergrondse netten en netwerken; d. het gaat om grondactiviteiten die aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Afdeling 9.2

Bomen en planten aanbrengen

Paragraaf 9.2.1

Bomen en planten aanbrengen - vergunningplicht

Artikel 9.3Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen van bomen en beplanting.

2.

Onder het aanbrengen van bomen en beplanting als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: het aanbrengen van diep wortelende bomen en beplanting.

Artikel 9.4Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de rioolpersleiding; b. het beschermen van de hoogspanningsverbinding bovengronds; c. het beschermen van de aanwezige ecologische waarden.

Artikel 9.5Bomen en planten aanbrengen - vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning bomen en beplanting aan te brengen.

Afdeling 9.3

Bomen en beplanting verwijderen

Paragraaf 9.3.1

Bomen en beplanting verwijderen - vergunningplicht

Artikel 9.6Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het verwijderen van bomen en beplanting.

2.

Onder het verwijderen van bomen en beplanting als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: het verwijderen van diep wortelende bomen en beplanting.

Artikel 9.7Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de rioolpersleiding; b. het beschermen van de hoogspanningsverbinding bovengronds; c. het beschermen van de aanwezige ecologische waarden.

Artikel 9.8Bomen en beplantingen verwijderen - vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning bomen en beplanting te verwijderen.

Afdeling 9.4

Grondactiviteiten uitvoeren

Paragraaf 9.4.1

Grondactiviteiten uitvoeren - vergunningplicht

Artikel 9.9Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing voor het uitvoeren van grondactiviteiten ter plaatse van:

2.

Onder het uitvoeren van grondactiviteiten als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: a. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en straatmeubilair. b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend ontgronden, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage. c. het graven van sleuven breder dan 50 cm ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en/of apparatuur. d. diepploegen waarbij de kruidlaag volledig wordt omgewoeld. e. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

Artikel 9.10Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van aanwezige archeologische waarden; b. het beschermen van de rioolpersleiding; c. het beschermen van de hoogspanningsverbinding bovengronds; d. het beschermen van de aanwezige ecologische waarden.

Artikel 9.11Grondactiviteiten uitvoeren – vergunningplicht

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondactiviteiten uit te voeren.

2.

In aanvulling op het eerste lid geldt de vergunningplicht als de grond dieper wordt geroerd dan de met maximum diepte aanlegactiviteiten aangegeven waarde.

3.

In aanvulling op het eerste lid geldt de vergunningplicht als er een grotere oppervlakte wordt geroerd dan de met maximum oppervlakte aanlegactiviteiten aangegeven waarde.

Afdeling 9.5

Aanbrengen van oppervlakteverhardingen

Paragraaf 9.5.1

Oppervlakteverharding aanleggen – vergunningplicht

Artikel 9.12Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen van oppervlakteverharding.

2.

Onder het aanleggen van oppervlakteverharding als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: het aanleggen van open en gesloten oppervlakteverhardingen, niet zijnde terreinontsluitingen.

Artikel 9.13Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de rioolpersleiding. b. het beschermen van de hoogspanningsverbinding bovengronds.

Artikel 9.14Oppervlakteverharding aanleggen - vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning oppervlakteverharding aan te leggen.

Afdeling 9.6

Aanbrengen of afgraven van wateren

Paragraaf 9.6.1

Aanbrengen of afgraven van wateren - vergunningplicht

Artikel 9.15Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen of afgraven van wateren ter plaatse van:

2.

Onder het aanbrengen of afgraven van wateren als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: het aanleggen, graven, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers, watergreppels, watergangen en andere waterpartijen.

Artikel 9.16Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van aanwezige archeologische waarden. b. het beschermen van de rioolpersleiding. c. het beschermen van de hoogspanningsverbinding bovengronds. d. het beschermen van de aanwezige ecologische waarden.

Artikel 9.17Aanbrengen of afgraven van wateren - vergunningplicht

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning wateren aan te brengen of af te graven.

2.

In aanvulling op het eerste lid geldt de vergunningplicht als bij het aanbrengen of afgraven van wateren dieper wordt geroerd dan met de in maximum diepte aanlegactiviteiten aangegeven waarde.

3.

In aanvulling op het eerste lid geldt de vergunningplicht als bij het aanbrengen of afgraven van wateren een grotere oppervlakte wordt geroerd dan met de maximum oppervlakte aanlegactiviteiten aangegeven waarde.

Afdeling 9.7

Mechanisch scheuren van grasland

Paragraaf 9.7.1

Mechanisch scheuren van grasland- vergunningplicht

Artikel 9.18Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het mechanisch scheuren van grasland, anders dan voor graslandverbetering, alsmede het chemisch scheuren van land.

Artikel 9.19Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de aanwezige ecologische waarden.

Artikel 9.20Mechanisch scheuren van grasland- vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning grasland mechanisch te scheuren.

Afdeling 9.8

Veranderen van het waterpeil

Paragraaf 9.8.1

Veranderen van het waterpeil - vergunningplicht

Artikel 9.21Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het permanent verlagen van het waterpeil.

2.

Onder het veranderen van het waterpeil als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: a. het permanent verlagen van het waterpeil. b. werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot geval hebben, zoals uitdiepen of draineren.

Artikel 9.22Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de ecologische en archeologische waarden.

Artikel 9.23Veranderen van het waterpeil - vergunningplicht

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning het waterpeil te veranderen.

2.

In aanvulling op het derde lid geldt de vergunningplicht als bij het veranderen van het waterpeil de grond dieper wordt geroerd dan de met maximum diepte aanlegactiviteiten aangegeven waarde.

3.

In aanvulling op het derde lid geldt de vergunningplicht als bij het veranderen van het waterpeil er een grotere oppervlakte wordt geroerd dan de met maximum oppervlakte aanlegactiviteiten aangegeven waarde.

Afdeling 9.9

Beoordelingskader

Paragraaf 9.9.1

Beoordelingskader algemeen

Artikel 9.24Aanlegactiviteiten - specifieke aanvraagvereisten (art 22.284 bruidsschat)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 9.11 of artikel 9.14, voor het uitvoeren van aanlegactiviteiten, worden gegevens en bescheiden verstrekt over:

1.de te gebruiken materialen;
2.de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie, en;
3.de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit.

Paragraaf 9.9.2

Beoordelingskader archeologie

Artikel 9.25Aanlegactiviteiten uitvoeren - beoordelingsregels archeologie

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.11, 9.17 of 9.23 wordt alleen verleend als: a. Op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 9.26Aanlegactiviteiten uitvoeren - specifieke aanvraagvereisten archeologie

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.11, 9.17 of 9.23 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld. b. een rapport waarin in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

Artikel 9.27Aanlegactiviteiten uitvoeren - voorschriften archeologie

indien uit het in artikel 9.26 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden voor het uitvoeren van aanlegactiviteiten worden verstoord, kunnen door het college van burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.11, 9.17 of 9.23 a. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen; c. een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

Paragraaf 9.9.3

Beoordelingskader leiding persriool

Artikel 9.28Aanlegactiviteiten uitvoeren - beoordelingsregels rioolpersleiding

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.5, 9.8, 9.11, 9.14, of 9.17 wordt alleen verleend als: a. de belangen in verband met de betrokken rioolpersleiding zich hier niet tegen verzetten. b. vooraf positief advies is ingewonnen van de leidingbeheerder van de rioolpersleiding. c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de rioolpersleiding.

Artikel 9.29Aanlegactiviteiten uitvoeren - specifieke aanvraagvereisten rioolpersleiding

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.5, 9.8, 9.11, 9.14, of 9.17 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een advies van de leidingbeheerder of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de leiding; en b. een advies van de leidingbeheerder of de voorgenomen activiteit uit een oogpunt van het functioneren en doelmatig beheer en onderhoud bezwaren oplevert.

Paragraaf 9.9.4

Beoordelingskader leiding hoogspanningsverbinding bovengronds

Artikel 9.30Aanlegactiviteiten uitvoeren - beoordelingsregels hoogspanningsverbinding bovengronds

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.5, 9.8, 9.11, 9.14 of 9.17 wordt alleen verleend als: a. de belangen in verband met de betrokken hoogspanningsverbinding bovengronds zich hier niet tegen verzetten. b. vooraf positief advies is ingewonnen van de leidingbeheerder van de hoogspanningsverbinding bovengronds. c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de hoogspanningsverbinding bovengronds.

Paragraaf 9.9.5

Beoordelingskader ecologie

Artikel 9.31Aanlegactiviteiten uitvoeren - beoordelingsregels ecologie

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.5, 9.8, 9.11, 9.17, 9.20 en 9.23 wordt alleen verleend als: a. uit een onderzoeksrapport blijkt dat door de aanlegactiviteit geen onevenredige aantasting van de ecologische waarden plaatsvindt. b. Een rapport als bedoeld onder a is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de ecologische waarde van de gronden middels andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie word dan ook als een rapport beschouwd.

Hoofdstuk 10

Milieuaspecten van activiteiten

Hoofdstuk 11

Beheer en onderhoud

Hoofdstuk 12

Financiële bepalingen

Hoofdstuk 13

Procesregels

Hoofdstuk 14

Handhaving

Hoofdstuk 15

Monitoring en informatie

Hoofdstuk 16

Gereserveerd

Hoofdstuk 17

Gereserveerd

Hoofdstuk 18

Gereserveerd

Hoofdstuk 19

Gereserveerd

Hoofdstuk 20

Gereserveerd

Hoofdstuk 21

Gereserveerd

Hoofdstuk 22

ACTIVITEITEN

Afdeling 22.1

ALGEMEEN

Artikel 22.1Voorrangsbepaling

1.

De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.

2.

De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.

Artikel 22.2Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten

1.

Voor de toepassing van de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.286, 22.287, 22.289 tot en met 22.292 en 22.294 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.

2.

Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

Artikel 22.3Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten

De artikelen 22.28, derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

Afdeling 22.2

ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN

Paragraaf 22.2.1

Algemene bepalingen

Artikel 22.4Maatwerkvoorschriften

1.

Binnen ambtsgebied exclusief transitiefase Noordoostpolder Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.

2.

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling.

Paragraaf 22.2.2

Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden

Artikel 22.5Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.

Artikel 22.6

Paragraaf 22.2.3

Bouwen en in stand houden van bouwwerken

Artikel 22.7Repressief welstand

1.

Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.

Artikel 22.8Aansluiting op distributienet voor elektriciteit

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 22.9Aansluiting op distributienet voor gas

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 22.10

Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.