Artikel 8:84 Awb – Uitspraak op verzoek om voorlopige voorziening
Algemene wet bestuursrecht (Awb) · Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter › Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 8:84 Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter zo spoedig mogelijk schriftelijk of mondeling uitspraak doet op een verzoek om voorlopige voorziening. De uitspraak houdt in: onbevoegdverklaring, niet-ontvankelijkverklaring, afwijzing, of gehele dan wel gedeeltelijke toewijzing van het verzoek. Bij toewijzing kan de rechter als voorwaarde stellen dat de verzoeker financiële zekerheid stelt ten behoeve van de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort. De griffier zendt onverwijld en kosteloos een afschrift van de uitspraak of het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak aan partijen. Een aantal andere, met name genoemde bepalingen is van overeenkomstige toepassing op deze procedure.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
a. onbevoegdverklaring van de voorzieningenrechter,
b. niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek,
c. afwijzing van het verzoek, of
d. gehele of gedeeltelijke toewijzing van het verzoek.
Rechtspraak over Artikel 8:84 Awb
Verwijzingen in dit artikel
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:81Voorlopige voorziening hangende bezwaar of beroep
- Artikel 8:82Griffierecht bij voorlopige voorziening
- Artikel 8:83Zitting bij de voorlopige voorziening
- Artikel 8:85Vervallen van de voorlopige voorziening
- Artikel 8:86Onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
- Artikel 8:87Opheffing of wijziging van een voorlopige voorziening