Artikel 8:81 Awb – Voorlopige voorziening hangende bezwaar of beroep
Algemene wet bestuursrecht (Awb) · Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter › Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 8:81 Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Dit geldt als tegen een besluit beroep is ingesteld, of daaraan voorafgaand bezwaar of administratief beroep is gemaakt. Het verzoek kan worden gedaan door een partij in de hoofdzaak, de indiener van het bezwaar- of beroepschrift, of een belanghebbende zonder recht op administratief beroep. Wie zelf bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld, moet daarvan een afschrift overleggen. Wordt voor de zitting al beslist op het bezwaar of beroep, dan krijgt de verzoeker gelegenheid alsnog beroep in te stellen.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 8:81 Awb
Verwijzingen in dit artikel
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 8:87Opheffing of wijziging van een voorlopige voorziening
- Artikel 8:94Overeenkomstige toepassing procedurebepalingen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:82Griffierecht bij voorlopige voorziening
- Artikel 8:83Zitting bij de voorlopige voorziening
- Artikel 8:84Uitspraak op verzoek om voorlopige voorziening
- Artikel 8:85Vervallen van de voorlopige voorziening
- Artikel 8:86Onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
- Artikel 8:87Opheffing of wijziging van een voorlopige voorziening