Artikel 1:247 BW – Omvang van het ouderlijk gezag
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 1. Algemeen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Ouderlijk gezag is de plicht en het recht van een ouder om zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden, inclusief zorg voor geestelijk en lichamelijk welzijn, veiligheid en ontwikkeling van de persoonlijkheid. Geestelijk of lichamelijk geweld of vernederende behandeling is niet toegestaan. Ouders moeten de band tussen het kind en de andere ouder bevorderen. Na ontbinding van huwelijk of geregistreerd partnerschap anders dan door de dood, scheiding van tafel en bed, of beëindiging van samenleving onder bepaalde voorwaarden van gezamenlijk gezag, behoudt het kind recht op gelijkwaardige verzorging en opvoeding, waarbij praktische belemmeringen tijdelijk in een ouderschapsplan kunnen worden verwerkt.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 1:247 BW
Verwijzingen in dit artikel
- Artikel 1:251bGezamenlijk gezag van moeder en erkenner
- Artikel 1:252Aantekening van gezamenlijk gezag in het register
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 1:248
- Artikel 1:253vOvereenkomstige toepassing bij gezamenlijk gezag met niet-ouder
- Artikel 1:255Ondertoezichtstelling van minderjarigen
- Artikel 1:266Beëindiging van het gezag
- Artikel 1:277Herstel in het ouderlijk gezag
- Artikel 1:327Beëindiging van de voogdij