Artikel 1:322 BW – Ontslag van de voogd op verzoek
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 6. Voogdij · niet-officieel opschrift
1Iedere voogd kan zich van zijn bediening doen ontslaan, indien:
a. hij aantoont dat hij ten gevolge van een sedert de aanvang van zijn bediening opgekomen geestelijk of lichamelijk gebrek niet meer in staat is deze waar te nemen;
b. hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet , heeft bereikt;
c. een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarigen acht.
2Bij gezamenlijke uitoefening van de voogdij is het eerste lid slechts van toepassing indien beide voogden zich van hun bediening willen doen ontslaan.
Rechtspraak over Artikel 1:322 BW
21
2026-03-20
2026-02-17
2025-07-18
2025-04-29
2025-01-29
2025-01-10
2024-09-04
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:310
- Artikel 1:311
- Artikel 1:312
- Artikel 1:313
- Artikel 1:314
- Artikel 1:315
- Artikel 1:316
- Artikel 1:317
- Artikel 1:318
- Artikel 1:319
- Artikel 1:320
- Artikel 1:321
- Artikel 1:323Beëindiging van de gezamenlijke uitoefening van voogdij
- Artikel 1:324Vervanging van onbevoegde voogd
- Artikel 1:325
- Artikel 1:326Ondertoezichtstelling bij voogdij
- Artikel 1:327Beëindiging van de voogdij
- Artikel 1:328Beëindiging van de voogdij van een instelling
- Artikel 1:329Beëindiging van de voogdij
- Artikel 1:330
- Artikel 1:331Schorsing van de voogdij
- Artikel 1:331aOndertoezichtstelling in plaats van schorsing voogd
- Artikel 1:332
- Artikel 1:332aOndertoezichtstelling bij afwijzing beëindiging voogdij