Artikel 1:323 BW – Beëindiging van de gezamenlijke uitoefening van voogdij
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 6. Voogdij · niet-officieel opschrift
Op verzoek van de voogden gezamenlijk of van een van hen beëindigt de rechter de gezamenlijke uitoefening van de voogdij. Alsdan bepaalt de rechter aan wie van beide voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen alleen zal toekomen.
§ 6.Onbevoegdheid tot de voogdij
Rechtspraak over Artikel 1:323 BW
4
2021-08-10
2021-06-01
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:311
- Artikel 1:312
- Artikel 1:313
- Artikel 1:314
- Artikel 1:315
- Artikel 1:316
- Artikel 1:317
- Artikel 1:318
- Artikel 1:319
- Artikel 1:320
- Artikel 1:321
- Artikel 1:322Ontslag van de voogd op verzoek
- Artikel 1:324Vervanging van onbevoegde voogd
- Artikel 1:325
- Artikel 1:326Ondertoezichtstelling bij voogdij
- Artikel 1:327Beëindiging van de voogdij
- Artikel 1:328Beëindiging van de voogdij van een instelling
- Artikel 1:329Beëindiging van de voogdij
- Artikel 1:330
- Artikel 1:331Schorsing van de voogdij
- Artikel 1:331aOndertoezichtstelling in plaats van schorsing voogd
- Artikel 1:332
- Artikel 1:332aOndertoezichtstelling bij afwijzing beëindiging voogdij
- Artikel 1:333