Artikel 1:324 BW – Vervanging van onbevoegde voogd
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 6. Voogdij · niet-officieel opschrift
1Wanneer een voogd op een der in artikel 246 van dit boek genoemde gronden onbevoegd is tot de voogdij, ontslaat de rechtbank hem en vervangt hem door een andere voogd.
2Zij doet dit op verzoek van de voogd, bloed- of aanverwanten van de minderjarige, de raad voor de kinderbescherming, schuldeisers of andere belanghebbenden, of ambtshalve.
3Indien in geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij een van de in het eerste lid genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van een van beide voogden, oefent de andere voogd het gezag over de kinderen alleen uit.
4Zodra de grond van de onbevoegdheid is vervallen, herleeft de gezamenlijke voogdij.
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:312
- Artikel 1:313
- Artikel 1:314
- Artikel 1:315
- Artikel 1:316
- Artikel 1:317
- Artikel 1:318
- Artikel 1:319
- Artikel 1:320
- Artikel 1:321
- Artikel 1:322Ontslag van de voogd op verzoek
- Artikel 1:323Beëindiging van de gezamenlijke uitoefening van voogdij
- Artikel 1:325
- Artikel 1:326Ondertoezichtstelling bij voogdij
- Artikel 1:327Beëindiging van de voogdij
- Artikel 1:328Beëindiging van de voogdij van een instelling
- Artikel 1:329Beëindiging van de voogdij
- Artikel 1:330
- Artikel 1:331Schorsing van de voogdij
- Artikel 1:331aOndertoezichtstelling in plaats van schorsing voogd
- Artikel 1:332
- Artikel 1:332aOndertoezichtstelling bij afwijzing beëindiging voogdij
- Artikel 1:333
- Artikel 1:334Gezagsvoorziening bij beëindiging voogdij