Artikel 1:331 BW – Schorsing van de voogdij
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 6. Voogdij · niet-officieel opschrift
1De rechtbank kan een met de voogdij belaste natuurlijke persoon geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag schorsen indien:
a. een ernstig vermoeden bestaat dat de grond, bedoeld in artikel 266, eerste lid, aanhef en onder a of b is vervuld en de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen, of
b. een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar of van de minderjarige van twaalf jaar of ouder die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid af te wenden en de voogd toestemming daarvoor weigert.
2Indien de voogdij gezamenlijk wordt uitgeoefend, wordt na schorsing van de voogdij van één van hen de voogdij door de andere voogd alleen uitgeoefend, tenzij de kinderrechter een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet , met de voorlopige voogdij over het kind belast. In dat geval is ook het gezag van deze andere voogd geschorst.
3Artikel 329, eerste en tweede lid , is van overeenkomstige toepassing.
4De schorsing in de uitoefening van het gezag vervalt na verloop van drie maanden na de dag van de beschikking, tenzij voor het einde van deze termijn om een beëindiging van de voogdij is verzocht.
Rechtspraak over Artikel 1:331 BW
2
2009-07-01
Verwijzingen in dit artikel
3
- Artikel 1:1Burgerlijke rechten en verbod van dienstbaarheden
- Artikel 1:266Beëindiging van het gezag
- Artikel 1:329Beëindiging van de voogdij
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2
- Artikel 1:306aUitsluiting toepasselijkheid bij voorlopige voogdij
- Artikel 1:331aOndertoezichtstelling in plaats van schorsing voogd
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:319
- Artikel 1:320
- Artikel 1:321
- Artikel 1:322Ontslag van de voogd op verzoek
- Artikel 1:323Beëindiging van de gezamenlijke uitoefening van voogdij
- Artikel 1:324Vervanging van onbevoegde voogd
- Artikel 1:325
- Artikel 1:326Ondertoezichtstelling bij voogdij
- Artikel 1:327Beëindiging van de voogdij
- Artikel 1:328Beëindiging van de voogdij van een instelling
- Artikel 1:329Beëindiging van de voogdij
- Artikel 1:330
- Artikel 1:331aOndertoezichtstelling in plaats van schorsing voogd
- Artikel 1:332
- Artikel 1:332aOndertoezichtstelling bij afwijzing beëindiging voogdij
- Artikel 1:333
- Artikel 1:334Gezagsvoorziening bij beëindiging voogdij
- Artikel 1:335
- Artikel 1:336Zorgplicht van de voogd
- Artikel 1:336aToestemming voor wijziging verblijf minderjarige
- Artikel 1:337Taken en aansprakelijkheid van de voogd
- Artikel 1:337aGezamenlijke uitoefening van voogdijbevoegdheden
- Artikel 1:338Inventarisatie en boedelbeschrijving door de voogd
- Artikel 1:339Vereenvoudigde boedelbeschrijving minderjarige