Artikel 1:397 BW – Maatstaven voor onderhoudsbijdrage
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 17. Levensonderhoud › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Bij de bepaling van het volgens de wet door bloed- en aanverwanten verschuldigde bedrag voor levensonderhoud wordt enerzijds rekening gehouden met de behoeften van de tot onderhoud gerechtigde en anderzijds met de draagkracht van de tot uitkering verplichte persoon.
2Zijn meerdere bloed- of aanverwanten tot het verstrekken van levensonderhoud aan dezelfde persoon verplicht, dan is ieder van hen gehouden een deel van het bedrag te voldoen, dat de tot onderhoud gerechtigde behoeft. Bij de bepaling van dit deel wordt rekening gehouden met ieders draagkracht en de verhouding, waarin een ieder tot de gerechtigde staat.
Rechtspraak over Artikel 1:397 BW
113
2026-01-30
2025-06-17
2024-09-26
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:392Onderhoudsplicht van bloed- en aanverwanten
- Artikel 1:393
- Artikel 1:394Onderhoudsplicht verwekker en instemmende levensgezel
- Artikel 1:395Onderhoudsplicht van de stiefouder
- Artikel 1:395aOnderhoudsplicht jegens meerderjarige kinderen
- Artikel 1:395bVoortzetting als levensonderhoudsbijdrage na meerderjarigheid
- Artikel 1:396Vervallen van onderhoudsplicht tussen aanverwanten
- Artikel 1:398Verschaffen van levensonderhoud in natura
- Artikel 1:399Matiging van onderhoudsplicht
- Artikel 1:400Rangorde van onderhoudsgerechtigden
- Artikel 1:401Wijziging van alimentatietermijn
- Artikel 1:402Ingangsdatum en termijnen van onderhoudsuitkering
- Artikel 1:402aJaarlijkse wijziging van levensonderhoudsbedragen
- Artikel 1:403