Artikel 1:398 BW – Verschaffen van levensonderhoud in natura
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 17. Levensonderhoud › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Wanneer hij die tot levensonderhoud verplicht is, buiten staat is het daartoe vereiste geld op te brengen, kan de rechtbank bevelen, dat hij de bloed- of aanverwant, aan wie hij levensonderhoud verschuldigd is, bij zich in huis zal nemen en aldaar van het nodige voorzien.
2Ouders zijn steeds bevoegd de rechter te verzoeken hun toe te staan zich van hun onderhoudsplicht jegens hun behoeftig meerderjarig kind op de in het eerste lid omschreven wijze te kwijten.
Rechtspraak over Artikel 1:398 BW
5
2019-01-15
2016-05-17
2012-04-24
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:392Onderhoudsplicht van bloed- en aanverwanten
- Artikel 1:393
- Artikel 1:394Onderhoudsplicht verwekker en instemmende levensgezel
- Artikel 1:395Onderhoudsplicht van de stiefouder
- Artikel 1:395aOnderhoudsplicht jegens meerderjarige kinderen
- Artikel 1:395bVoortzetting als levensonderhoudsbijdrage na meerderjarigheid
- Artikel 1:396Vervallen van onderhoudsplicht tussen aanverwanten
- Artikel 1:397Maatstaven voor onderhoudsbijdrage
- Artikel 1:399Matiging van onderhoudsplicht
- Artikel 1:400Rangorde van onderhoudsgerechtigden
- Artikel 1:401Wijziging van alimentatietermijn
- Artikel 1:402Ingangsdatum en termijnen van onderhoudsuitkering
- Artikel 1:402aJaarlijkse wijziging van levensonderhoudsbedragen
- Artikel 1:403