Artikel 1:402 BW – Ingangsdatum en termijnen van onderhoudsuitkering
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 17. Levensonderhoud › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 1:402 BW bepaalt dat de rechter, wanneer hij een bedrag voor levensonderhoud vaststelt, wijzigt of intrekt, tegelijk de dag vaststelt vanaf wanneer dit bedrag verschuldigd is of ophoudt verschuldigd te zijn. Bij het vaststellen van een bedrag bepaalt de rechter ook of dit wekelijks, maandelijks of driemaandelijks moet worden betaald. Zijn er op de dag dat de uitspraak uitgevoerd kan worden al meerdere termijnen verschenen, of moeten er meerdere termijnen worden terugbetaald, dan kan de rechter ook daarvoor toestaan dat in termijnen wordt betaald.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 1:402 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:392Onderhoudsplicht van bloed- en aanverwanten
- Artikel 1:393
- Artikel 1:394Onderhoudsplicht verwekker en instemmende levensgezel
- Artikel 1:395Onderhoudsplicht van de stiefouder
- Artikel 1:395aOnderhoudsplicht jegens meerderjarige kinderen
- Artikel 1:395bVoortzetting als levensonderhoudsbijdrage na meerderjarigheid
- Artikel 1:396Vervallen van onderhoudsplicht tussen aanverwanten
- Artikel 1:397Maatstaven voor onderhoudsbijdrage
- Artikel 1:398Verschaffen van levensonderhoud in natura
- Artikel 1:399Matiging van onderhoudsplicht
- Artikel 1:400Rangorde van onderhoudsgerechtigden
- Artikel 1:401Wijziging van alimentatietermijn
- Artikel 1:402aJaarlijkse wijziging van levensonderhoudsbedragen
- Artikel 1:403