Artikel 2:359 BW – Cassatieberoep en vergoeding na vernietiging
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 8. Geschillenregeling en het recht van enquête › Afdeling 2. Het recht van enquête · niet-officieel opschrift
1Tot het instellen van een beroep in cassatie tegen de beschikkingen van de ondernemingskamer uit hoofde van deze afdeling is, buiten de personen bedoeld in artikel 426, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering , de rechtspersoon bevoegd, ongeacht of deze bij de ondernemingskamer is verschenen.
2Indien aan een beschikking waarbij een persoon met een onderzoek is belast dan wel is aangesteld als bestuurder, commissaris of beheerder van aandelen, door vernietiging de grondslag komt te ontbreken, wordt de door de ondernemingskamer aan die persoon toegekende vergoeding onderscheidenlijk beloning geacht niet onverschuldigd te zijn.
Rechtspraak over Artikel 2:359 BW
9
2014-07-28
2003-10-16
1990-01-10
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:349Ontvankelijkheidsvereisten bij enquêteverzoek
- Artikel 2:349aSpoedbehandeling en onmiddellijke voorzieningen door ondernemingskamer
- Artikel 2:350Toewijzing en kosten van het enquêteverzoek
- Artikel 2:351Inzagerecht van onderzoekers bij enquête
- Artikel 2:352Bevelen bij weigering van medewerking aan onderzoek
- Artikel 2:352aGetuigenverhoor bij enquêteonderzoek
- Artikel 2:353Nederlegging en inzage van het verslag
- Artikel 2:354Verhaal van onderzoekskosten
- Artikel 2:355Voorzieningen na wanbeleid
- Artikel 2:356Voorzieningen bij geschillenregeling
- Artikel 2:357Voorzieningen van de ondernemingskamer
- Artikel 2:358Voorlopige tenuitvoerlegging en nederlegging van beschikkingen