Artikel 2:349 BW – Ontvankelijkheidsvereisten bij enquêteverzoek
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 8. Geschillenregeling en het recht van enquête › Afdeling 2. Het recht van enquête · niet-officieel opschrift
1De verzoekers en de advocaat-generaal zijn niet ontvankelijk, indien niet blijkt dat zij schriftelijk tevoren hun bezwaren tegen het beleid of de gang van zaken hebben kenbaar gemaakt aan het bestuur en de raad van commissarissen en sindsdien een zodanige termijn is verlopen dat de rechtspersoon redelijkerwijze de gelegenheid heeft gehad deze bezwaren te onderzoeken en naar aanleiding daarvan maatregelen te nemen. De vorige zin is niet van toepassing indien het verzoek is gedaan door de rechtspersoon. In dat geval worden de raad van commissarissen onderscheidenlijk het bestuur en de ondernemingsraad zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld van het voornemen om het verzoek in te dienen onderscheidenlijk het indienen van het verzoek. Voor de toepassing van dit lid wordt met een raad van commissarissen gelijkgesteld een toezichthoudend orgaan dat bij of krachtens de statuten van de rechtspersoon is ingesteld.
2Een vereniging van werknemers is voorts niet ontvankelijk, indien zij niet tevoren de ondernemingsraad die is verbonden aan een onderneming die de rechtspersoon zelfstandig of als volledig aansprakelijke vennoot in stand houdt, in de gelegenheid heeft gesteld schriftelijk van zijn gevoelen te doen blijken. De advocaat-generaal deelt bij zijn verzoek mede of hij de ondernemingsraad in de gelegenheid heeft gesteld van zijn gevoelen te doen blijken.
Rechtspraak over Artikel 2:349 BW
32
2026-06-03
2026-01-13
2024-05-10
2022-07-21
2022-06-27
2022-02-25
2021-07-01
2020-09-02
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:344Toepassingsgebied van het enquêterecht
- Artikel 2:345Benoeming van onderzoekers bij enquêterecht
- Artikel 2:346Bevoegdheid tot enquêteverzoek
- Artikel 2:347Enquêtebevoegdheid van vakverenigingen
- Artikel 2:348Kennisgeving aan toezichthouder
- Artikel 2:349aSpoedbehandeling en onmiddellijke voorzieningen door ondernemingskamer
- Artikel 2:350Toewijzing en kosten van het enquêteverzoek
- Artikel 2:351Inzagerecht van onderzoekers bij enquête
- Artikel 2:352Bevelen bij weigering van medewerking aan onderzoek
- Artikel 2:352aGetuigenverhoor bij enquêteonderzoek
- Artikel 2:353Nederlegging en inzage van het verslag
- Artikel 2:354Verhaal van onderzoekskosten
- Artikel 2:355Voorzieningen na wanbeleid
- Artikel 2:356Voorzieningen bij geschillenregeling
- Artikel 2:357Voorzieningen van de ondernemingskamer
- Artikel 2:358Voorlopige tenuitvoerlegging en nederlegging van beschikkingen
- Artikel 2:359Cassatieberoep en vergoeding na vernietiging