Artikel 2:349a BW – Spoedbehandeling en onmiddellijke voorzieningen door ondernemingskamer
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 8. Geschillenregeling en het recht van enquête › Afdeling 2. Het recht van enquête · niet-officieel opschrift
1De ondernemingskamer behandelt het verzoek met de meeste spoed. In afwijking van artikel 282 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan iedere belanghebbende een verweerschrift indienen tot een door de ondernemingskamer bepaald tijdstip voorafgaand aan de aanvang van de behandeling. De verzoekers en de rechtspersoon verschijnen hetzij bij advocaat, hetzij bijgestaan door hun advocaten. Alvorens te beslissen kan de ondernemingskamer ook ambtshalve getuigen en deskundigen horen.
2Indien gelet op de belangen van de rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken een onmiddellijke voorziening vereist is in verband met de toestand van de rechtspersoon of in het belang van het onderzoek, kan de ondernemingskamer in elke stand van het geding op verzoek van de indieners van het in artikel 345 bedoelde verzoek een zodanige voorziening treffen voor ten hoogste de duur van het geding. Artikel 357 lid 6 is van overeenkomstige toepassing.
3Ingeval nog geen onderzoek is gelast, wordt een onmiddellijke voorziening slechts getroffen indien er naar het voorlopig oordeel van de ondernemingskamer gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of juiste gang van zaken te twijfelen. De ondernemingskamer beslist daarna binnen een redelijke termijn op het verzoek als bedoeld in artikel 345 .
Rechtspraak over Artikel 2:349a BW
78
2025-06-19
2025-04-08
Verwijzingen in dit artikel
3
- Artikel 2:282
- Artikel 2:345Benoeming van onderzoekers bij enquêterecht
- Artikel 2:357Voorzieningen van de ondernemingskamer
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
9
- Artikel 2:114bBedenktijd van de vennootschap
- Artikel 2:132aBeperking van benoeming bij meervoudige functies
- Artikel 2:142aBenoemingsbeperking van commissarissen bij onvoldoende vennootschappen
- Artikel 2:142bEvenwichtige verdeling raad van commissarissen
- Artikel 2:242aBenoemingsverbod wegens meervoudig toezicht
- Artikel 2:252aBenoemingsbeperking van commissarissen bij onvoldoende vennootschappen
- Artikel 2:297aBestuursverbod bij wanbeheerde stichtingen
- Artikel 2:297bBenoemingsbeperking toezichthoudend orgaan
- Artikel 2:355Voorzieningen na wanbeleid
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:344Toepassingsgebied van het enquêterecht
- Artikel 2:345Benoeming van onderzoekers bij enquêterecht
- Artikel 2:346Bevoegdheid tot enquêteverzoek
- Artikel 2:347Enquêtebevoegdheid van vakverenigingen
- Artikel 2:348Kennisgeving aan toezichthouder
- Artikel 2:349Ontvankelijkheidsvereisten bij enquêteverzoek
- Artikel 2:350Toewijzing en kosten van het enquêteverzoek
- Artikel 2:351Inzagerecht van onderzoekers bij enquête
- Artikel 2:352Bevelen bij weigering van medewerking aan onderzoek
- Artikel 2:352aGetuigenverhoor bij enquêteonderzoek
- Artikel 2:353Nederlegging en inzage van het verslag
- Artikel 2:354Verhaal van onderzoekskosten
- Artikel 2:355Voorzieningen na wanbeleid
- Artikel 2:356Voorzieningen bij geschillenregeling
- Artikel 2:357Voorzieningen van de ondernemingskamer
- Artikel 2:358Voorlopige tenuitvoerlegging en nederlegging van beschikkingen
- Artikel 2:359Cassatieberoep en vergoeding na vernietiging