Artikel 3:169 BW – Gebruik van gemeenschappelijk goed
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 7. Gemeenschap › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Deze bepaling houdt in dat iedere deelgenoot bevoegd is een gemeenschappelijk goed te gebruiken, tenzij een regeling anders bepaalt. Deze bevoegdheid bestaat alleen voor zover het gebruik verenigbaar is met het recht van de overige deelgenoten. Een afwijkende regeling gaat voor op deze algemene bevoegdheid.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Tenzij een regeling anders bepaalt, is iedere deelgenoot bevoegd tot het gebruik van een gemeenschappelijk goed, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is.
Rechtspraak over Artikel 3:169 BW
446
2026-05-27
2026-05-13
2026-04-24
2026-04-24
2026-04-21
2026-04-15
2026-04-15
2026-04-13
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:166Begrip gemeenschap
- Artikel 3:167Zaaksvervanging in de gemeenschap
- Artikel 3:168Beheer en regeling van gemeenschappelijke goederen
- Artikel 3:170Beheer van gemeenschappelijke goederen
- Artikel 3:171Bevoegdheid tot rechtsvorderingen voor de gemeenschap
- Artikel 3:172Vruchten en lasten van gemeenschap
- Artikel 3:173Rekening en verantwoording door beherend deelgenoot
- Artikel 3:174Machtiging door de rechter tot verkoop of bezwaring
- Artikel 3:175Beschikken over aandeel in gemeenschappelijk goed
- Artikel 3:176Overgang van aandeel in gemeenschap
- Artikel 3:177Beperkt recht op aandeel in gemeenschap
- Artikel 3:178Vordering tot verdeling
- Artikel 3:179Omvang van de verdeling van een gemeenschap
- Artikel 3:180Verdeling op vordering van een schuldeiser
- Artikel 3:181Benoeming van een onzijdig persoon bij verdeling