Artikel 3:171 BW – Bevoegdheid tot rechtsvorderingen voor de gemeenschap
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 7. Gemeenschap › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Elke deelgenoot mag namens de gemeenschap rechtsvorderingen instellen en verzoeken indienen om een rechterlijke uitspraak te verkrijgen, tenzij een regeling anders bepaalt. Wijst een regeling het beheer toe aan een of meer deelgenoten, dan sluit dit de bevoegdheid voor de overige deelgenoten uit, tenzij die regeling anders bepaalt.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Tenzij een regeling anders bepaalt, is iedere deelgenoot bevoegd tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Een regeling die het beheer toekent aan een of meer der deelgenoten, sluit, tenzij zij anders bepaalt, deze bevoegdheid voor de anderen uit.
Rechtspraak over Artikel 3:171 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:166Begrip gemeenschap
- Artikel 3:167Zaaksvervanging in de gemeenschap
- Artikel 3:168Beheer en regeling van gemeenschappelijke goederen
- Artikel 3:169Gebruik van gemeenschappelijk goed
- Artikel 3:170Beheer van gemeenschappelijke goederen
- Artikel 3:172Vruchten en lasten van gemeenschap
- Artikel 3:173Rekening en verantwoording door beherend deelgenoot
- Artikel 3:174Machtiging door de rechter tot verkoop of bezwaring
- Artikel 3:175Beschikken over aandeel in gemeenschappelijk goed
- Artikel 3:176Overgang van aandeel in gemeenschap
- Artikel 3:177Beperkt recht op aandeel in gemeenschap
- Artikel 3:178Vordering tot verdeling
- Artikel 3:179Omvang van de verdeling van een gemeenschap
- Artikel 3:180Verdeling op vordering van een schuldeiser
- Artikel 3:181Benoeming van een onzijdig persoon bij verdeling
- Artikel 3:182Begrip verdeling
- Artikel 3:183Vorm en goedkeuring van de verdeling