Artikel 3:296 BW – Veroordeling tot nakoming
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 11. Rechtsvorderingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Wie tegenover een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, kan daartoe door de rechter worden veroordeeld op vordering van degene die daarop recht heeft. Dit geldt niet als de wet, de aard van de verplichting of een rechtshandeling anders bepaalt. Is iemand onder een voorwaarde of tijdsbepaling tot iets gehouden, dan kan de veroordeling onder diezelfde voorwaarde of tijdsbepaling worden uitgesproken.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
1Tenzij uit de wet, uit de aard der verplichting of uit een rechtshandeling anders volgt, wordt hij die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe door de rechter, op vordering van de gerechtigde, veroordeeld.
2Hij die onder een voorwaarde of een tijdsbepaling tot iets is gehouden, kan onder die voorwaarde of tijdsbepaling worden veroordeeld.
Rechtspraak over Artikel 3:296 BW
497
2026-05-13
2026-05-13
2026-04-15
2026-04-07
2026-04-01
2026-03-31
2026-03-25
2026-03-25
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:297Rechtsgevolgen van gedwongen nakoming
- Artikel 3:298Botsende rechten op levering
- Artikel 3:299Machtiging tot zelf doen
- Artikel 3:300Rechterlijke vervanging van rechtshandelingen
- Artikel 3:301Inschrijving van leveringsuitspraak
- Artikel 3:302Verklaring van recht
- Artikel 3:303Vereiste van voldoende belang
- Artikel 3:304Onsplitsbaarheid van rechtsvordering en recht
- Artikel 3:305Bevoegdheden van arbiters
- Artikel 3:305aCollectieve belangenvordering door rechtspersonen
- Artikel 3:305bCollectieve vordering ter bescherming van belangen
- Artikel 3:305cCollectieve actie door buitenlandse organisatie