Artikel 3:302 BW – Verklaring van recht
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 11. Rechtsvorderingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Deze bepaling houdt in dat de rechter, op vordering van iemand die rechtstreeks betrokken is bij een rechtsverhouding, een verklaring van recht uitspreekt omtrent die rechtsverhouding. De vordering kan worden ingesteld door degene die onmiddellijk bij de desbetreffende rechtsverhouding betrokken is.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Op vordering van een bij een rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon spreekt de rechter omtrent die rechtsverhouding een verklaring van recht uit.
Rechtspraak over Artikel 3:302 BW
350
2026-06-16
2026-05-06
2026-05-06
2026-04-22
2026-04-21
2026-03-04
2026-03-04
2026-02-18
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:296Veroordeling tot nakoming
- Artikel 3:297Rechtsgevolgen van gedwongen nakoming
- Artikel 3:298Botsende rechten op levering
- Artikel 3:299Machtiging tot zelf doen
- Artikel 3:300Rechterlijke vervanging van rechtshandelingen
- Artikel 3:301Inschrijving van leveringsuitspraak
- Artikel 3:303Vereiste van voldoende belang
- Artikel 3:304Onsplitsbaarheid van rechtsvordering en recht
- Artikel 3:305Bevoegdheden van arbiters
- Artikel 3:305aCollectieve belangenvordering door rechtspersonen
- Artikel 3:305bCollectieve vordering ter bescherming van belangen
- Artikel 3:305cCollectieve actie door buitenlandse organisatie
- Artikel 3:305caCollectieve actie bij oneerlijke handelspraktijken onlinetussenhandel
- Artikel 3:305dCollectieve vordering van belangenorganisaties
- Artikel 3:305eAanwijzing van bevoegde instantie voor representatieve vordering
- Artikel 3:306Verjaringstermijn van twintig jaren
- Artikel 3:307Verjaring van vorderingen tot nakoming
- Artikel 3:308Verjaring van periodieke betalingen