Artikel 3:299 BW – Machtiging tot zelf doen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 11. Rechtsvorderingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 3:299 BW bepaalt dat de rechter, als iemand niet doet waartoe hij verplicht is, degene jegens wie die verplichting bestaat kan machtigen om zelf te bewerken wat nakoming zou hebben opgeleverd. Op dezelfde manier kan iemand gemachtigd worden om ongedaan te maken wat een ander in strijd met een verplichting om iets na te laten heeft verricht. De kosten die nodig zijn om van de machtiging gebruik te maken, komen voor rekening van degene die zijn verplichting niet nakwam. De rechter kan in de uitspraak zelf al gelasten dat deze kosten worden voldaan tegen overlegging van de daarin genoemde bescheiden.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 3:299 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:296Veroordeling tot nakoming
- Artikel 3:297Rechtsgevolgen van gedwongen nakoming
- Artikel 3:298Botsende rechten op levering
- Artikel 3:300Rechterlijke vervanging van rechtshandelingen
- Artikel 3:301Inschrijving van leveringsuitspraak
- Artikel 3:302Verklaring van recht
- Artikel 3:303Vereiste van voldoende belang
- Artikel 3:304Onsplitsbaarheid van rechtsvordering en recht
- Artikel 3:305Bevoegdheden van arbiters
- Artikel 3:305aCollectieve belangenvordering door rechtspersonen
- Artikel 3:305bCollectieve vordering ter bescherming van belangen
- Artikel 3:305cCollectieve actie door buitenlandse organisatie
- Artikel 3:305caCollectieve actie bij oneerlijke handelspraktijken onlinetussenhandel
- Artikel 3:305dCollectieve vordering van belangenorganisaties
- Artikel 3:305eAanwijzing van bevoegde instantie voor representatieve vordering