Artikel 3:300 BW – Rechterlijke vervanging van rechtshandelingen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 11. Rechtsvorderingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Als iemand verplicht is tegenover een ander een rechtshandeling te verrichten, kan de rechter op vordering van de gerechtigde bepalen dat zijn uitspraak dezelfde kracht heeft als een wettige akte van degene die daartoe verplicht is, tenzij de aard van de rechtshandeling zich hiertegen verzet. De rechter kan ook een vertegenwoordiger aanwijzen om de handeling te verrichten, eventueel onder voorwaarde van zijn goedkeuring. Is de verweerder verplicht samen met de eiser een akte op te maken, dan kan de uitspraak van de rechter in de plaats treden van die akte of een deel daarvan.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 3:300 BW
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:296Veroordeling tot nakoming
- Artikel 3:297Rechtsgevolgen van gedwongen nakoming
- Artikel 3:298Botsende rechten op levering
- Artikel 3:299Machtiging tot zelf doen
- Artikel 3:301Inschrijving van leveringsuitspraak
- Artikel 3:302Verklaring van recht
- Artikel 3:303Vereiste van voldoende belang
- Artikel 3:304Onsplitsbaarheid van rechtsvordering en recht
- Artikel 3:305Bevoegdheden van arbiters
- Artikel 3:305aCollectieve belangenvordering door rechtspersonen
- Artikel 3:305bCollectieve vordering ter bescherming van belangen
- Artikel 3:305cCollectieve actie door buitenlandse organisatie
- Artikel 3:305caCollectieve actie bij oneerlijke handelspraktijken onlinetussenhandel
- Artikel 3:305dCollectieve vordering van belangenorganisaties
- Artikel 3:305eAanwijzing van bevoegde instantie voor representatieve vordering
- Artikel 3:306Verjaringstermijn van twintig jaren