Artikel 3:34 BW – Wilsgebrek door geestelijke stoornis
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 2. Rechtshandelingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 3:34 BW bepaalt dat bij iemand van wie de geestvermogens blijvend of tijdelijk gestoord zijn, geacht wordt een wil te ontbreken die overeenstemt met zijn verklaring, als de stoornis een redelijke beoordeling van de betrokken belangen belette, of als de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan. Was de rechtshandeling nadelig voor de geestelijk gestoorde, dan wordt vermoed dat de verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan, tenzij het nadeel op dat moment redelijkerwijs niet te voorzien was. Dit ontbreken van wil maakt de rechtshandeling vernietigbaar; bij een eenzijdige, niet tot bepaalde personen gerichte rechtshandeling is zij echter nietig.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 3:34 BW
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:32Handelingsbekwaamheid en vernietigbaarheid
- Artikel 3:33Wil en verklaring bij rechtshandeling
- Artikel 3:35Vertrouwen op verklaring of gedraging
- Artikel 3:36
- Artikel 3:37Vorm en werking van verklaringen
- Artikel 3:38Rechtshandeling onder tijdsbepaling of voorwaarde
- Artikel 3:39
- Artikel 3:40Nietigheid wegens strijd met wet of goede zeden
- Artikel 3:41Partiële nietigheid van rechtshandelingen
- Artikel 3:42Conversie van een nietige rechtshandeling
- Artikel 3:43Nietigheid van verkrijging door ambtsdragers
- Artikel 3:44Bedreiging bedrog en misbruik van omstandigheden
- Artikel 3:45Vernietiging van rechtshandelingen wegens benadeling van schuldeisers
- Artikel 3:46Vermoeden van wetenschap van benadeling