Artikel 3:35 BW – Vertrouwen op verklaring of gedraging
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 2. Rechtshandelingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Wie de verklaring of gedraging van een ander, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een tot hem gerichte verklaring van bepaalde strekking, kan tegen zich niet laten inroepen dat de wil van die ander niet met deze verklaring overeenstemde.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil.
Rechtspraak over Artikel 3:35 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:32Handelingsbekwaamheid en vernietigbaarheid
- Artikel 3:33Wil en verklaring bij rechtshandeling
- Artikel 3:34Wilsgebrek door geestelijke stoornis
- Artikel 3:36
- Artikel 3:37Vorm en werking van verklaringen
- Artikel 3:38Rechtshandeling onder tijdsbepaling of voorwaarde
- Artikel 3:39
- Artikel 3:40Nietigheid wegens strijd met wet of goede zeden
- Artikel 3:41Partiële nietigheid van rechtshandelingen
- Artikel 3:42Conversie van een nietige rechtshandeling
- Artikel 3:43Nietigheid van verkrijging door ambtsdragers
- Artikel 3:44Bedreiging bedrog en misbruik van omstandigheden
- Artikel 3:45Vernietiging van rechtshandelingen wegens benadeling van schuldeisers
- Artikel 3:46Vermoeden van wetenschap van benadeling
- Artikel 3:47Bewijsvermoeden bij benadeling door schenking