Artikel 3:36 BW
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 2. Rechtshandelingen
Kort uitgelegd
Artikel 3:36 BW beschermt iemand die als derde, op grond van een verklaring of gedraging van een ander, redelijkerwijze heeft aangenomen dat een bepaalde rechtsbetrekking ontstond, bestond of tenietging, en die in redelijk vertrouwen op de juistheid van die veronderstelling heeft gehandeld. Degene van wie die verklaring of gedraging afkomstig is, kan zich tegenover deze derde niet beroepen op de onjuistheid van die veronderstelling met betrekking tot de verrichte handeling. De bescherming geldt dus alleen jegens de derde die zelf redelijkerwijze op de gegeven indruk mocht afgaan en daarop daadwerkelijk heeft vertrouwd en gehandeld.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Tegen hem die als derde op grond van een verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, het ontstaan, bestaan of tenietgaan van een bepaalde rechtsbetrekking heeft aangenomen en in redelijk vertrouwen op de juistheid van die veronderstelling heeft gehandeld, kan door degene om wiens verklaring of gedraging het gaat, met betrekking tot deze handeling op de onjuistheid van die veronderstelling geen beroep worden gedaan.
Rechtspraak over Artikel 3:36 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:32Handelingsbekwaamheid en vernietigbaarheid
- Artikel 3:33Wil en verklaring bij rechtshandeling
- Artikel 3:34Wilsgebrek door geestelijke stoornis
- Artikel 3:35Vertrouwen op verklaring of gedraging
- Artikel 3:37Vorm en werking van verklaringen
- Artikel 3:38Rechtshandeling onder tijdsbepaling of voorwaarde
- Artikel 3:39
- Artikel 3:40Nietigheid wegens strijd met wet of goede zeden
- Artikel 3:41Partiële nietigheid van rechtshandelingen
- Artikel 3:42Conversie van een nietige rechtshandeling
- Artikel 3:43Nietigheid van verkrijging door ambtsdragers
- Artikel 3:44Bedreiging bedrog en misbruik van omstandigheden
- Artikel 3:45Vernietiging van rechtshandelingen wegens benadeling van schuldeisers
- Artikel 3:46Vermoeden van wetenschap van benadeling
- Artikel 3:47Bewijsvermoeden bij benadeling door schenking
- Artikel 3:48Begrip schuldenaar