Artikel 3:37 BW – Vorm en werking van verklaringen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 2. Rechtshandelingen · niet-officieel opschrift
1Tenzij anders is bepaald, kunnen verklaringen, met inbegrip van mededelingen, in iedere vorm geschieden, en kunnen zij in een of meer gedragingen besloten liggen.
2Indien bepaald is dat een verklaring schriftelijk moet worden gedaan, kan zij, voor zover uit de strekking van die bepaling niet anders volgt, ook bij exploit geschieden.
3Een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet, om haar werking te hebben, die persoon hebben bereikt. Nochtans heeft ook een verklaring die hem tot wie zij was gericht, niet of niet tijdig heeft bereikt, haar werking, indien dit niet of niet tijdig bereiken het gevolg is van zijn eigen handeling, van de handeling van personen voor wie hij aansprakelijk is, of van andere omstandigheden die zijn persoon betreffen en rechtvaardigen dat hij het nadeel draagt.
4Wanneer een door de afzender daartoe aangewezen persoon of middel een tot een ander gerichte verklaring onjuist heeft overgebracht, geldt het ter kennis van de ontvanger gekomene als de verklaring van de afzender, tenzij de gevolgde wijze van overbrenging door de ontvanger was bepaald.
5Intrekking van een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet, om haar werking te hebben, die persoon eerder dan of gelijktijdig met de ingetrokken verklaring bereiken.
Rechtspraak over Artikel 3:37 BW
307
2026-06-02
2026-05-13
2026-05-13
2026-04-15
2026-04-15
2026-03-31
2026-03-11
2026-03-06
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:32Handelingsbekwaamheid en vernietigbaarheid
- Artikel 3:33Wil en verklaring bij rechtshandeling
- Artikel 3:34Wilsgebrek door geestelijke stoornis
- Artikel 3:35Vertrouwen op verklaring of gedraging
- Artikel 3:36
- Artikel 3:38Rechtshandeling onder tijdsbepaling of voorwaarde
- Artikel 3:39
- Artikel 3:40Nietigheid wegens strijd met wet of goede zeden
- Artikel 3:41Partiële nietigheid van rechtshandelingen
- Artikel 3:42Conversie van een nietige rechtshandeling
- Artikel 3:43Nietigheid van verkrijging door ambtsdragers
- Artikel 3:44Bedreiging bedrog en misbruik van omstandigheden
- Artikel 3:45Vernietiging van rechtshandelingen wegens benadeling van schuldeisers
- Artikel 3:46Vermoeden van wetenschap van benadeling
- Artikel 3:47Bewijsvermoeden bij benadeling door schenking
- Artikel 3:48Begrip schuldenaar
- Artikel 3:49Wijze van vernietiging