Artikel 3:55 BW – Verval van de bevoegdheid tot vernietiging
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 2. Rechtshandelingen · niet-officieel opschrift
1De bevoegdheid om ter vernietiging van een rechtshandeling een beroep op een vernietigingsgrond te doen vervalt, wanneer hij aan wie deze bevoegdheid toekomt, de rechtshandeling heeft bevestigd, nadat de verjaringstermijn ter zake van de rechtsvordering tot vernietiging op die grond een aanvang heeft genomen.
2Eveneens vervalt de bevoegdheid om een beroep op een vernietigingsgrond te doen, wanneer een onmiddellijk belanghebbende na de aanvang van de verjaringstermijn aan hem aan wie deze bevoegdheid toekomt een redelijke termijn heeft gesteld om te kiezen tussen bevestiging en vernietiging en deze binnen deze termijn geen keuze heeft gedaan.
Rechtspraak over Artikel 3:55 BW
42
2026-04-15
2026-04-01
2026-03-06
2024-06-19
2023-02-01
2021-09-30
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:43Nietigheid van verkrijging door ambtsdragers
- Artikel 3:44Bedreiging bedrog en misbruik van omstandigheden
- Artikel 3:45Vernietiging van rechtshandelingen wegens benadeling van schuldeisers
- Artikel 3:46Vermoeden van wetenschap van benadeling
- Artikel 3:47Bewijsvermoeden bij benadeling door schenking
- Artikel 3:48Begrip schuldenaar
- Artikel 3:49Wijze van vernietiging
- Artikel 3:50Buitengerechtelijke vernietigingsverklaring
- Artikel 3:51Vernietiging van rechtshandelingen door rechter
- Artikel 3:52Verjaring van vernietigingsvorderingen
- Artikel 3:53Terugwerkende kracht van vernietiging
- Artikel 3:54Herstel van misbruik van omstandigheden bij meerzijdige rechtshandelingen
- Artikel 3:56Partijen bij eenzijdige rechtshandeling
- Artikel 3:57Aanzegging tot vervallen van rechtshandeling bij ontbrekende toestemming
- Artikel 3:58Bekrachtiging van rechtshandelingen
- Artikel 3:59Overeenkomstige toepassing buiten vermogensrecht