Artikel 3:58 BW – Bekrachtiging van rechtshandelingen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 2. Rechtshandelingen · niet-officieel opschrift
1Wanneer eerst na het verrichten van een rechtshandeling een voor haar geldigheid gesteld wettelijk vereiste wordt vervuld, maar alle onmiddellijk belanghebbenden die zich op dit gebrek hadden kunnen beroepen, in de tussen de handeling en de vervulling van het vereiste liggende tijdsruimte de handeling als geldig hebben aangemerkt, is daarmede de rechtshandeling bekrachtigd.
2Het vorige lid is niet van toepassing op het geval dat een rechtshandeling nietig is als gevolg van handelingsonbekwaamheid van degene die haar heeft verricht en deze vervolgens handelingsbekwaam wordt.
3Inmiddels verkregen rechten van derden behoeven aan bekrachtiging niet in de weg te staan, mits zij worden geëerbiedigd.
Rechtspraak over Artikel 3:58 BW
94
2026-05-12
2025-08-05
2025-08-05
2025-08-05
2025-05-21
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:46Vermoeden van wetenschap van benadeling
- Artikel 3:47Bewijsvermoeden bij benadeling door schenking
- Artikel 3:48Begrip schuldenaar
- Artikel 3:49Wijze van vernietiging
- Artikel 3:50Buitengerechtelijke vernietigingsverklaring
- Artikel 3:51Vernietiging van rechtshandelingen door rechter
- Artikel 3:52Verjaring van vernietigingsvorderingen
- Artikel 3:53Terugwerkende kracht van vernietiging
- Artikel 3:54Herstel van misbruik van omstandigheden bij meerzijdige rechtshandelingen
- Artikel 3:55Verval van de bevoegdheid tot vernietiging
- Artikel 3:56Partijen bij eenzijdige rechtshandeling
- Artikel 3:57Aanzegging tot vervallen van rechtshandeling bij ontbrekende toestemming
- Artikel 3:59Overeenkomstige toepassing buiten vermogensrecht