Artikel 4:51 BW – Legaat van een goed uit de huwelijksgemeenschap
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 4. Uiterste willen › Afdeling 1. Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen · niet-officieel opschrift
1Wanneer een echtgenoot ten laste van zijn gezamenlijke erfgenamen een bepaald goed uit de huwelijksgemeenschap heeft vermaakt, kan de legataris levering van het gehele goed van hen vorderen, doch zij kunnen, voor zover het goed bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap aan de andere echtgenoot of diens erfgenamen wordt toebedeeld, volstaan met uitkering van de waarde van het goed. Deze bevoegdheid komt ook toe aan de andere echtgenoot die enig erfgenaam is, en diens erfgenamen.
2Het vorige lid is alleen van toepassing indien de huwelijksgemeenschap op het ogenblik dat de beschikking werd gemaakt, nog niet ontbonden was.
Rechtspraak over Artikel 4:51 BW
3
2026-02-17
2023-03-15
2022-05-18
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:42Begrip en herroeping van de uiterste wilsbeschikking
- Artikel 4:43Vernietigbaarheid van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:44Nietigheid van uiterste wilsbeschikking
- Artikel 4:45Nietige voorwaarden en lasten
- Artikel 4:46Uitlegging van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:47Blijvende onmogelijkheid van uitvoering
- Artikel 4:48Aanwas bij meerdere geroepenen
- Artikel 4:49Verval van legaat van bepaald goed
- Artikel 4:50Levering van gelegateerd goed
- Artikel 4:52Vervallen van beschikkingen bij echtscheiding
- Artikel 4:53Making ten voordele van naaste bloedverwanten
- Artikel 4:54Verjaring van vordering tot vernietiging van uiterste wil