Artikel 4:54 BW – Verjaring van vordering tot vernietiging van uiterste wil
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 4. Uiterste willen › Afdeling 1. Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen · niet-officieel opschrift
1Rechtsvorderingen tot vernietiging van een uiterste wilsbeschikking verjaren een jaar nadat de dood van de erflater alsmede de uiterste wilsbeschikking en de vernietigingsgrond ter kennis zijn gekomen van hem die een beroep op deze grond kan doen, dan wel van zijn rechtsvoorganger.
2De bevoegdheid om ter vernietiging van een uiterste wilsbeschikking een beroep op een vernietigingsgrond te doen vervalt buiten het geval bedoeld in artikel 51 lid 3 van Boek 3 uiterlijk drie jaren nadat de dood van de erflater en de uiterste wilsbeschikking ter kennis zijn gekomen van degene aan wie deze bevoegdheid toekomt, dan wel van zijn rechtsvoorganger.
Rechtspraak over Artikel 4:54 BW
10
2026-03-24
2026-03-02
2024-04-11
2021-06-15
2021-05-12
2020-04-02
2018-08-08
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:42Begrip en herroeping van de uiterste wilsbeschikking
- Artikel 4:43Vernietigbaarheid van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:44Nietigheid van uiterste wilsbeschikking
- Artikel 4:45Nietige voorwaarden en lasten
- Artikel 4:46Uitlegging van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:47Blijvende onmogelijkheid van uitvoering
- Artikel 4:48Aanwas bij meerdere geroepenen
- Artikel 4:49Verval van legaat van bepaald goed
- Artikel 4:50Levering van gelegateerd goed
- Artikel 4:51Legaat van een goed uit de huwelijksgemeenschap
- Artikel 4:52Vervallen van beschikkingen bij echtscheiding
- Artikel 4:53Making ten voordele van naaste bloedverwanten