Artikel 4:49 BW – Verval van legaat van bepaald goed
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 4. Uiterste willen › Afdeling 1. Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen · niet-officieel opschrift
1Een ten laste van een erfgenaam gemaakt legaat van een bepaald goed, of van een op een bepaald goed te vestigen recht, vervalt indien het goed bij het openvallen van de nalatenschap daartoe niet behoort, tenzij uit de uiterste wil zelf is af te leiden dat de erflater de beschikking niettemin heeft gewild.
2Kan in laatstgenoemd geval degene op wie de verplichting rust, zich het gelegateerde goed niet of slechts ten koste van een onevenredig grote opoffering verschaffen, dan is hij gehouden de waarde van het goed uit te keren.
3Voor de toepassing van het eerste lid wordt een goed geacht niet tot de nalatenschap te behoren, indien de erflater tot overdracht van het goed verplicht was en deze verbintenis niet met zijn dood is tenietgegaan.
Rechtspraak over Artikel 4:49 BW
7
2026-04-14
2024-08-07
2024-04-30
2023-03-15
2022-05-23
2017-05-24
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:42Begrip en herroeping van de uiterste wilsbeschikking
- Artikel 4:43Vernietigbaarheid van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:44Nietigheid van uiterste wilsbeschikking
- Artikel 4:45Nietige voorwaarden en lasten
- Artikel 4:46Uitlegging van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:47Blijvende onmogelijkheid van uitvoering
- Artikel 4:48Aanwas bij meerdere geroepenen
- Artikel 4:50Levering van gelegateerd goed
- Artikel 4:51Legaat van een goed uit de huwelijksgemeenschap
- Artikel 4:52Vervallen van beschikkingen bij echtscheiding
- Artikel 4:53Making ten voordele van naaste bloedverwanten
- Artikel 4:54Verjaring van vordering tot vernietiging van uiterste wil