Artikel 4:82 BW – Opschortende voorwaarde ten behoeve van echtgenoot
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 4. Uiterste willen › Afdeling 3. Legitieme portie › Paragraaf 3. Het geldend maken van de legitieme portie · niet-officieel opschrift
Een erflater kan aan een uiterste wilsbeschikking ten behoeve van zijn niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot de voorwaarde verbinden dat de vordering van een legitimaris, voor zover deze ten laste zou komen van de echtgenoot, eerst opeisbaar is na diens overlijden. Een voorwaarde als bedoeld in de vorige zin kan op overeenkomstige wijze worden verbonden aan een making ten behoeve van een andere levensgezel, indien deze met de erflater een gemeenschappelijke huishouding voert en een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst is aangegaan.
Rechtspraak over Artikel 4:82 BW
26
2026-03-18
2026-02-18
2025-06-10
2024-01-31
2022-09-29
2020-10-27
2019-05-20
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
5
- Artikel 4:83Opeisbaarheid van de vordering van de legitimaris
- Artikel 4:87Volgorde van inkorting van makingen
- Artikel 4:88Voldoening van belasting over vordering legitimaris
- Artikel 4:129Voorwaarde bij handeling aangemerkt als legaat
- Artikel 4:218Rekening en verantwoording door vereffenaar
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:79Vordering ter zake van de legitieme portie
- Artikel 4:80Vordering tot voldoening van de legitieme portie
- Artikel 4:81Opeisbaarheid van de vordering wegens legitieme portie
- Artikel 4:83Opeisbaarheid van de vordering van de legitimaris
- Artikel 4:84Wettelijke rente over legitimaire vorderingen
- Artikel 4:85Vervaltermijn voor de legitieme portie
- Artikel 4:86Aanvang termijnen bij eerdere beschermingsmaatregel
- Artikel 4:87Volgorde van inkorting van makingen
- Artikel 4:88Voldoening van belasting over vordering legitimaris
- Artikel 4:89Inkorting van giften
- Artikel 4:90Inkorting van giften
- Artikel 4:91Inkorting van makingen en giften aan stiefkinderen
- Artikel 4:92Overgang van bevoegdheden van legitimaris