Artikel 4:90 BW – Inkorting van giften
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 4. Uiterste willen › Afdeling 3. Legitieme portie › Paragraaf 3. Het geldend maken van de legitieme portie · niet-officieel opschrift
1Inkorting van een gift geschiedt door een verklaring aan de begiftigde. Deze is verplicht de waarde van het ingekorte gedeelte van de gift aan de legitimaris te vergoeden, voor zover dit niet, alle omstandigheden in aanmerking genomen, onredelijk is.
2Een gift kan niet worden ingekort voor zover zij in mindering van de legitieme portie van een mede-legitimaris komt.
3De bevoegdheid van een legitimaris tot inkorting van een gift vervalt na verloop van een hem daarvoor door de begiftigde gestelde redelijke termijn, en uiterlijk vijf jaren na het overlijden van de erflater.
Rechtspraak over Artikel 4:90 BW
7
2024-01-03
2023-02-15
2022-11-01
2022-08-24
2020-09-08
2017-03-28
2016-07-20
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:79Vordering ter zake van de legitieme portie
- Artikel 4:80Vordering tot voldoening van de legitieme portie
- Artikel 4:81Opeisbaarheid van de vordering wegens legitieme portie
- Artikel 4:82Opschortende voorwaarde ten behoeve van echtgenoot
- Artikel 4:83Opeisbaarheid van de vordering van de legitimaris
- Artikel 4:84Wettelijke rente over legitimaire vorderingen
- Artikel 4:85Vervaltermijn voor de legitieme portie
- Artikel 4:86Aanvang termijnen bij eerdere beschermingsmaatregel
- Artikel 4:87Volgorde van inkorting van makingen
- Artikel 4:88Voldoening van belasting over vordering legitimaris
- Artikel 4:89Inkorting van giften
- Artikel 4:91Inkorting van makingen en giften aan stiefkinderen
- Artikel 4:92Overgang van bevoegdheden van legitimaris