Artikel 5:37 BW – Hinder door eigenaars van naburige erven
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 4. Bevoegdheden en verplichtingen van eigenaars van naburige erven · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 5:37 BW bepaalt dat de eigenaar van een erf aan eigenaars van andere erven geen hinder mag toebrengen in een mate of op een wijze die op grond van artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is. Als voorbeelden van hinder noemt de bepaling het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, het onthouden van licht of lucht en het ontnemen van steun.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun.
Rechtspraak over Artikel 5:37 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:38
- Artikel 5:39Hinder door waterbeïnvloeding
- Artikel 5:40Gebruik van water door eigenaars van aangrenzende erven
- Artikel 5:41Afwijking bij verordening
- Artikel 5:42Afstand voor bomen en heggen
- Artikel 5:43Begrip muur
- Artikel 5:44Overhangende beplantingen en doorschietende wortels
- Artikel 5:45Eigendom van overgevallen vruchten
- Artikel 5:46Afpalingstekens tussen naburige erven
- Artikel 5:47Rechterlijke grensbepaling tussen erven
- Artikel 5:48
- Artikel 5:49Oprichting van een scheidsmuur