Artikel 5:40 BW – Gebruik van water door eigenaars van aangrenzende erven
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 4. Bevoegdheden en verplichtingen van eigenaars van naburige erven · niet-officieel opschrift
1De eigenaar van een erf dat aan een openbaar of stromend water grenst, mag van het water gebruik maken tot bespoeling, tot drenking van vee of tot andere dergelijke doeleinden, mits hij daardoor aan eigenaars van andere erven geen hinder toebrengt in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is.
2Betreft het een openbaar water, dan is het vorige lid slechts van toepassing voor zover de aan dat water op grond van de Omgevingswet toegekende functies zich er niet tegen verzetten.
Rechtspraak over Artikel 5:40 BW
4
2024-04-10
2021-09-28
2019-05-28
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:37Hinder door eigenaars van naburige erven
- Artikel 5:38
- Artikel 5:39Hinder door waterbeïnvloeding
- Artikel 5:41Afwijking bij verordening
- Artikel 5:42Afstand voor bomen en heggen
- Artikel 5:43Begrip muur
- Artikel 5:44Overhangende beplantingen en doorschietende wortels
- Artikel 5:45Eigendom van overgevallen vruchten
- Artikel 5:46Afpalingstekens tussen naburige erven
- Artikel 5:47Rechterlijke grensbepaling tussen erven
- Artikel 5:48
- Artikel 5:49Oprichting van een scheidsmuur
- Artikel 5:50Vensters en balkons nabij grenslijn
- Artikel 5:51Lichtopeningen in muren
- Artikel 5:52Afwatering naar naburig erf