Artikel 5:89 BW – Genot en bevoegdheden van de erfpachter
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 7. Erfpacht · niet-officieel opschrift
1Voor zover niet in de akte van vestiging anders is bepaald, heeft de erfpachter hetzelfde genot van de zaak als een eigenaar.
2Hij mag echter zonder toestemming van de eigenaar niet een andere bestemming aan de zaak geven of een handeling in strijd met de bestemming van de zaak verrichten.
3Voor zover niet in de akte van vestiging anders is bepaald, heeft de erfpachter, zowel tijdens de duur van de erfpacht als bij het einde daarvan, de bevoegdheid gebouwen, werken en beplantingen, die door hemzelf of een rechtsvoorganger onverplicht zijn aangebracht of van de eigenaar tegen vergoeding der waarde zijn overgenomen, weg te nemen, mits hij de in erfpacht gegeven zaak in de oude toestand terugbrengt.
Rechtspraak over Artikel 5:89 BW
8
2025-01-29
2022-10-04
2021-01-13
2020-01-23
2019-02-27
2004-11-17
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:85Omschrijving van erfpacht en canon
- Artikel 5:86Duur van de erfpacht
- Artikel 5:87Opzegging van erfpacht
- Artikel 5:88Opzegging van erfpacht
- Artikel 5:90Vruchten en voordelen tijdens erfpacht
- Artikel 5:91Beperking van overdracht en splitsing van erfpacht
- Artikel 5:92Hoofdelijke verbondenheid voor de canon
- Artikel 5:93
- Artikel 5:94Huur en verpachting door de erfpachter
- Artikel 5:95Rechtsvorderingen van eigenaar en erfpachter
- Artikel 5:96Lasten en herstellingen bij erfpacht
- Artikel 5:97Wijziging of opheffing van erfpacht
- Artikel 5:98Voortzetting en opzegging van verlengde erfpacht
- Artikel 5:99Vergoeding bij einde erfpacht
- Artikel 5:100Retentierecht van erfpachter en eigenaar