Artikel 5:93 BW
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 7. Erfpacht
1De erfpachter is bevoegd de zaak waarop het recht van erfpacht rust, geheel of ten dele in ondererfpacht te geven, voor zover in de akte van vestiging niet anders is bepaald. Aan de ondererfpachter komen ten aanzien van de zaak niet meer bevoegdheden toe dan de erfpachter jegens de eigenaar heeft.
2De ondererfpacht gaat bij het einde van de erfpacht teniet, tenzij deze eindigt door vermenging of afstand. De eigenaar kan voor de ter zake van de erfpacht verschuldigde canon het recht van erfpacht vrij van ondererfpacht uitwinnen. Het in de vorige zinnen van dit lid bepaalde geldt niet, indien de eigenaar bij een in de openbare registers ingeschreven notariële akte heeft verklaard met de vestiging van de ondererfpacht in te stemmen.
3Voor de toepassing van de overige artikelen van deze titel wordt de erfpachter in zijn verhouding tot de ondererfpachter als eigenaar aangemerkt.
Rechtspraak over Artikel 5:93 BW
6
2025-08-06
2021-08-24
2021-08-24
2021-08-24
2020-05-29
2016-05-04
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:85Omschrijving van erfpacht en canon
- Artikel 5:86Duur van de erfpacht
- Artikel 5:87Opzegging van erfpacht
- Artikel 5:88Opzegging van erfpacht
- Artikel 5:89Genot en bevoegdheden van de erfpachter
- Artikel 5:90Vruchten en voordelen tijdens erfpacht
- Artikel 5:91Beperking van overdracht en splitsing van erfpacht
- Artikel 5:92Hoofdelijke verbondenheid voor de canon
- Artikel 5:94Huur en verpachting door de erfpachter
- Artikel 5:95Rechtsvorderingen van eigenaar en erfpachter
- Artikel 5:96Lasten en herstellingen bij erfpacht
- Artikel 5:97Wijziging of opheffing van erfpacht
- Artikel 5:98Voortzetting en opzegging van verlengde erfpacht
- Artikel 5:99Vergoeding bij einde erfpacht
- Artikel 5:100Retentierecht van erfpachter en eigenaar