Artikel 5:90 BW – Vruchten en voordelen tijdens erfpacht
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 7. Erfpacht · niet-officieel opschrift
1Voor zover niet in de akte van vestiging anders is bepaald, behoren vruchten die tijdens de duur der erfpacht zijn afgescheiden of opeisbaar geworden, en voordelen van roerende aard, die de zaak oplevert, aan de erfpachter.
2Voordelen van onroerende aard behoren aan de eigenaar toe. Zij zijn eveneens aan de erfpacht onderworpen, tenzij in de akte van vestiging anders is bepaald.
Rechtspraak over Artikel 5:90 BW
6
2024-11-06
2024-10-09
2019-09-03
2008-09-02
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:85Omschrijving van erfpacht en canon
- Artikel 5:86Duur van de erfpacht
- Artikel 5:87Opzegging van erfpacht
- Artikel 5:88Opzegging van erfpacht
- Artikel 5:89Genot en bevoegdheden van de erfpachter
- Artikel 5:91Beperking van overdracht en splitsing van erfpacht
- Artikel 5:92Hoofdelijke verbondenheid voor de canon
- Artikel 5:93
- Artikel 5:94Huur en verpachting door de erfpachter
- Artikel 5:95Rechtsvorderingen van eigenaar en erfpachter
- Artikel 5:96Lasten en herstellingen bij erfpacht
- Artikel 5:97Wijziging of opheffing van erfpacht
- Artikel 5:98Voortzetting en opzegging van verlengde erfpacht
- Artikel 5:99Vergoeding bij einde erfpacht
- Artikel 5:100Retentierecht van erfpachter en eigenaar